Dossier: 

Minister De Croo, zet in op een andere economie in Burkina Faso

Stefaan Anrys was in Burkina Faso net voor de staatsgreep, die nu echt voorbij lijkt te zijn. Op basis van zijn verblijf en van intense contacten tijdens de staatsgreep, schrijft hij nu een open brief aan minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo. Want een moedig én effectief ontwikkelingsbeleid in Burkina is geen eenvoudige zaak.

  • © Wouter Elsen Burkina Faso kort voor de staatsgreep van 17 september © Wouter Elsen

Dag mijnheer de Minister,

Toen u aan de Belgische pers bekend maakte dat ons land vanaf volgend jaar vooral fragiele staten in Afrika officiële hulp zou geven, schreef ik dat u moedig was, maar veel risico’s nam.

Burkina Faso was één van de nieuwe landen die op uw bilaterale ontwikkelingshulp zou kunnen rekenen. Waarom? In oktober 2014 had ‘het volk’ de president Blaise Compaoré verdreven en zo’n democratische transitie diende ondersteund te worden, zei u. Bovendien is Burkina Faso straatarm, de Sahel-regio onstabiel en wilde u sowieso een focus op die regio en op de Grote Meren.

De nieuwe staatsgreep van afgelopen maand – waaraan zonet een einde is gekomen met de overwinning op de putschisten van de presidentiële garde RSP – bewijst uw gelijk. Het ‘Westen’ heeft inderdaad een rol gespeeld.

Alleen twijfel ik aan de rol van de landen die echt gewogen hebben in Burkina Faso, ook tijdens deze recente oprisping van het ancien régime van Compaoré. Net als de bevolking trouwens, die zich boos heeft uitgesproken tegen de inmenging vanwege ECOWAS, Frankrijk en de VS, die de coupplegers enkel in woorden afkeurden.

Eric Kinda Ismaël, de nationale coördinator van de Balai-clubs, de jongerenprotestbeweging uit Burkina, gooide mij nogal provocerend voor de voeten, toen ik vroeg wat de rol kon zijn van de internationale gemeenschap in Burkina Faso. ‘Wat betekent dat nu: la communauté internationale? Bij ons herleidt zich dat tot Frankrijk en de VS. De andere geallieerden lopen aan hun handje.’

Veel te doen, maar hoe?

Dat klopt ergens wel. Frankrijk heeft 10.000 manschappen in Afrika en Burkina Faso is een logistieke basis voor de operatie Berkhane, tegen gewapend jihadisme in de Sahel. De couppleger Generaal Diendéré was een spilfiguur, zowel voor de VS als voor Frankrijk, in de strijd tegen moslimterreur in de regio. En wat Parijs ook moge beweren over het einde van la Françafrique, Frankrijk heeft nog steeds economische belangen te verdedigen in Afrika. Niger levert één vierde van het uranium dat de Franse kerncentrales bevoorraadt.

Eén van de Burkinese presidentskandidaten die ik mocht interviewen, Zéphirin Diabré, werkte ooit voor de Franse uranium-gigant Areva en heeft al gezegd dat hij een kerncentrale wil bouwen als hij de presidentstitel binnenrijft. Goddank zetten zijn tegenkandidaten in hun kiesprogramma eerder in op zonne-energie.

Wat andere landen doen, maakt uw rekening natuurlijk niet, maar hun gewicht zet ons landje wel in perspectief. Al kunnen we in Europees verband wellicht meer dan ons eigen soortelijk gewicht toelaat. In de nasleep van de coup zou Europa zelfs een positieve rol hebben gespeeld, voor de bevolking, heb ik van horen zeggen.

Ik heb ook vernomen dat u zinnens bent zo snel mogelijk geld te pompen in Burkina Faso. Zo snel zelfs dat ons eigen ontwikkelingsagentschap BTC niet tijdig ingeschakeld kan worden. België is immers lang afwezig geweest in ‘het land van de integere mensen’. Dus wil u in afwachting van de komst van BTC-werknemers eerst per coopération déléguée werken: geld geven aan derden, die dan ‘ons’ ontwikkelingswerk verrichten, om te laten voelen dat het u menens is.

Op zich een goed idee. Ik liep alvast enkele Belgische ngo’s tegen het lijf die aardig bezig zijn, ook al betreuren sommigen dat hun activiteiten zich te vaak tot het platteland beperken, terwijl vooral steden massaal werkloze jongeren huisvesten.

Er valt echter veel te doen, ook op het platteland. En godsamme, er is veel misère. Kinderen die niet naar school kunnen wegens geen geld. Vrouwen die bevallen op een naakte aangestampte vloer. Malaria-patiënten die als ze naar hospitaal geraken, alles zelf moeten betalen, tot het bakje toe waarin ze hun gal uitspuwen. Ik heb de Burkinabè leren kennen als zachtaardige mensen, maar de frustraties over de gapende kloof tussen rijk en arm spelen almaar vaker op.

Een grimmige sfeer

‘De toon waarop over dure wijken zoals Ouaga 2000 wordt gesproken, wordt harder’, zegt Arianne Idzenga, de lokale vertegenwoordigster van Broederlijk Delen. ‘4x4-chauffeurs die iemand aanrijden, moeten soms vluchten voor hun leven, op het gevaar gelyncht te worden door de omstaanders die niet meer in politie of justitie geloven. Veel jongeren durven niet meer te dromen, zien weinig of geen perspectieven voor hun toekomst, en dan is de stap niet groot meer naar bootjes naar Europa’.

Of ze wijken uit naar Afrikaanse landen, waar ze werk zoeken op plantages, in havens of oliebedrijven. Dat velen immigreren binnen Afrika en liever werken dan bedelen, mag ook gezegd.

In Ouagadougou wordt intussen de sfeer grimmiger. Deze maand zijn huizen van coupplegers in brand gestoken, net als vorig jaar bezittingen van Compaoré-aanhangers. De have not’s pikken de straffeloosheid niet langer, waarmee jarenlang rijkdom is vergaard.

Burkina zit op een kantelpunt, me dunkt.

Ontwikkelingshulp kan helpen, al is het maar een beetje. En laat ons niet opnieuw bouwen aan lege dozen, zoals het decentraliseringsproces in buurland Mali. In Burkina Faso dacht men ook dat decentralisering politiek dichter bij de mensen te brengen en dus verantwoordelijker zou maken voor eigen fouten en gebreken. Ik sprak met Raogo Antoine Sawadogo, voorzitter van het onderzoeksinstituut Labo Citoyennetés.

De man was onder Blaise Compaoré minister voor décentralisation en zei mij vlakaf zei dat het een grote flop was. ‘De lokale verkozenen werden opzij geschoven en vervangen door vertegenwoordigers van het centrale gezag in Ouagadougou. Nadat mijn voorstellen één na één werden afgevoerd door Blaise Compaoré, heb ik de handdoek in de ring geworpen’.

Een andere economie is nodig

Kent u de Faso Dan’fani, mijnheer de Minister? Als u in Ouaga geraakt, moet u zeker zo’n stofje meenemen voor uw vrouw. Als u wil, stuur ik een foto van het stofje dat ik zelf gekocht heb. Presenteert mooi op het lijf of op de tafel, als nappeke.

Wel, de overgangsregering heeft beslist dat die artisanaal geweven katoenen stof, verplicht gedragen zal worden op de Internationale Vrouwendag en misschien ook in het Parlement. Een ideetje van de revolutionair Thomas Sankara, die altijd van leer is getrokken tegen de oneerlijke handelsrelaties en de dubbele tong van westerse ‘hulp’.

Hij wilde voor hij vermoord werd, de aloude roofbouw op Afrikaanse grondstoffen een halt toe roepen. Zoals het goud dat door voornamelijk Canadese mijnbedrijven wordt ontgonnen en elders verwerkt, voert Burkina vandaag nog altijd katoen onverwerkt uit. Slechts 2 procent van alle katoen wordt lokaal verwerkt en iedereen loopt rond in pagnes geïmporteerd uit buurlanden, Nederland of China.

Om de extractieve industrie –die weinig opbrengt voor de mensen, en concurrentie betekent voor de 600.000 artisanale mijnbouwers die straks hun job dreigen te verliezen aan de Canadese majors – in te perken, is ook uw hulp en die van andere westerse staatsleiders nodig. Net als bij het formaliseren van de kleinschalige mijnbouw die vaak gepaard gaat met onmenselijke werkomstandigheden en corruptie door handelaars en sjacheraars.

Eerst jobs en werkgelegenheid vernietigen door Burkina als bron voor goedkoop goud en katoen te gebruiken en dan lokale economie te promoten met (zonder twijfel beperkte) ontwikkelingshulp, is niet echt hoe een goede huisvader zijn budget beheert.

Een onbeschreven blad

U heeft gelijk. Wat kan u eraan doen als de Fransen, Amerikanen en Canadezen het anders aanpakken? Misschien biedt de afwezigheid van Belgische belangen in Burkina net een kans om over dit soort thema’s een luide stem op te zetten, in internationale fora? Dat van die 600.000 mijnbouwers weet ik trouwens ook dankzij research, die door de Duitse Rosa Luxemburg Stiftung is gesponsord. Een politieke stichting aan de andere kant van uw politiek spectrum, maar niettemin een voorbeeld van ontwikkelingssamenwerking die tegen de haren in strijkt.

Zei u niet, bij de voorstelling van de nieuwe landenlijst, dat ons onbeschreven blad in dergelijke landen precies een troef kan zijn, ten opzichte van de bevolking?

Misschien kan u een lans breken voor een andere economie. Betere landbouw is zeker een aandachtspunt. De mensen moeten het doen met een schoffel of als ze geluk hebben, met een ossenploeg. Er is trouwens grond te kort, ook al omdat de politieke machthebbers aan land grabbing doen en hun met muurtjes afgeboorde percelen ongebruikt laten liggen. Een reconversie van de economie moet heel vakkundig gebeuren.

Economiquement nous voulons notre liberté, notre indépendance. Assumer nos choix’. Dat zei Bénéwendé Sankara, de kopman van Unir-PS, toen ik hem interviewde. Hij is geen familie van Thomas Sankara, maar wel veruit de enige toppoliticus in de running voor president die nooit heeft meegedraaid onder Compaoré. Net als zijn illustere naamgenoot beseft hij dat de sleutel vooral ligt in eerlijkere economische verhoudingen, ook op wereldvlak. En zoals één van de motto’s van de volksopstand luidde: La liberté ne se donne pas. Elle s’arrache.

Velen hebben gevochten voor eerlijke verkiezingen, maar niet iedereen gelooft dat die gelijk heil, peis en vree brengen. Ook al heeft de voorlopige transitieregering op een jaar veel werk verricht – er is bijvoorbeeld grote kuis gehouden in de corruptie bij ambtenarensalarissen – echt nieuwe politieke figuren zijn intussentijd niet naar voren getreden.

Zo hebben oude getrouwen van Compaoré een nieuwe partij opgericht, de MPP, met mogelijks nog meer geld en expertise om de stembusgang te ‘kopen’. Frankrijk zal misschien blij zijn met een overwinning van de MPP-leiders, in het ‘land van integere mensen’, waar ze zelf betrokken waren bij de schandalen onder Blaise. Wat niet meer teruggedraaid kan worden, is de éveil van grote delen van Burkina. Men pikt niet eender wat meer en dat is goud waard.

Mijnheer de minister. Ik kijk uit naar uw beleid in Burkina.

Hoogachtend,

Stef Anrys, Afrika-journalist MO* Magazine

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur