‘Asiel uitbesteden aan Afrikaanse landen is een vreselijk idee. Er zijn alternatieven’

IPS / The Conversation / Laura Lambert & Martin Lemberg-Pedersen

27 april 2023
Opinie

Beleid van afschrikking en uitbesteding werkt niet, schrijven experts Laura Lambert en Martin Lemberg-Pedersen

‘Asiel uitbesteden aan Afrikaanse landen is een vreselijk idee. Er zijn alternatieven’

‘Asiel uitbesteden aan Afrikaanse landen is een vreselijk idee. Er zijn alternatieven’
‘Asiel uitbesteden aan Afrikaanse landen is een vreselijk idee. Er zijn alternatieven’

Zowel Denemarken als het Verenigd Koninkrijk lanceerden de voorbije jaren het plan om asielzoekers niet zelf op te vangen maar door te sturen naar Rwanda. Het idee om asiel te outsourcen naar het Zuiden is niet nieuw, maar het is daarom nog geen goed idee, schrijven experts Laura Lambert en Martin Lemberg-Pedersen.

Pixabay

Pixabay

Zowel Denemarken als het Verenigd Koninkrijk lanceerden de voorbije jaren het plan om asielzoekers niet zelf op te vangen maar door te sturen naar Rwanda. Het idee om asiel te outsourcen naar het Zuiden is niet nieuw, maar het is daarom nog geen goed idee, schrijven migratiedeskundigen Laura Lambert en Martin Lemberg-Pedersen.

Asielaanvragen en de opvang van vluchtelingen uitbesteden aan landen in het Zuiden? Het is een idee dat in westerse landen al veertig jaar de ronde doet. En in al die tijd is er, net als nu, controverse over geweest.

Recent waren het Denemarken en het Verenigd Koninkrijk die in deze context opnieuw het nieuws haalden. Maar na felle kritiek van de eigen bevolking kondigde de nieuwe Deense regering in januari 2023 aan dat zij de onderhandelingen met Rwanda om alle asielzoekers bilateraal uit Denemarken “over te dragen”, had opgeschort.

In plaats daarvan stelde de overheid voor om een EU-bondgenootschap op te richten om hetzelfde te doen. Deze stap leek haaks te staan op de eerdere kritiek op de Deense asielplannen van zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement.

Ook het Verenigd Koninkrijk had een plan bedacht om asielzoekers naar Rwanda te sturen. Dat plan werd in 2022 tijdelijk tegengehouden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Britse Hooggerechtshof veroordeelde het beleid uiteindelijk niet als illegaal, waarop de plannen om asielzoekers naar andere landen over te dragen opnieuw op tafel liggen.

In lijn met deze en andere beleidsinitiatieven steunde onder meer migratieonderzoeker Ruud Koopmans het idee om asielzoekers naar Tunesië te sturen. Maar dat was slecht getimed, want zijn idee volgde kort op de veroordeling van de Afrikaanse Unie van Tunesië vanwege systematisch racistisch geweld tegen migranten uit landen ten zuiden van de Sahara.

Externalisering

Wij hebben onderzoek gedaan naar Europees beleidsinspanningen om immigranten te ontmoedigen, en naar de uitvoering van noodevacuaties van vluchtelingen vanuit Libië naar Niger. Op basis hiervan geven we een verklaring voor de risico’s en de frequente mislukkingen van uitbesteding. Ook formuleren we meer pragmatische alternatieven voor het Europese asielbeleid.

De voornaamste vaststelling is dat initiatieven om asiel uit te besteden – de zogeheten “externalisering” - vaak gedoemd zijn om te mislukken.

Veilige toegangsprocedures zouden een totaal andere aanpak zijn dan het in toom houden van ontheemde bevolkingsgroepen ver van Europa.

Ten eerste is er sinds de jaren tachtig in Europa onvoldoende politieke steun voor deze radicale ideeën. Hoewel er uitgesproken voorstanders zijn, zijn zij op het Europese niveau altijd in de minderheid geweest.

Ten tweede hebben internationale organisaties voortdurend kritiek geuit op zulke plannen. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft de Deense regering opgeroepen haar externaliseringsambities te laten varen. In de oproep werd uitgelegd dat deze ambities de internationale solidariteit ondermijnen en kunnen leiden tot “chain refoulement”. Dit gebeurt wanneer de ene staat na de andere iemand uitzet onder onmenselijke en vernederende omstandigheden. In plaats daarvan werd Denemarken aangemoedigd om zich te concentreren op het verbeteren van de veilige en ordelijke toegang tot asiel.

Ten derde zijn de meeste landen van opvang afkerig. De Afrikaanse Unie (AU) veroordeelde de Deense plannen in 2021 en zei dat ontwikkelingslanden al 85 procent van de vluchtelingen wereldwijd opvangen. De Unie noemde dergelijk beleid xenofoob. De academische literatuur stelt ook steeds vaker dat zo’n beleid in feite een voortzetting is van koloniale praktijken om ontheemden via imperiale gebieden over te brengen.

Gebakken lucht

In de praktijk bieden deze voorstellen weinig meer dan gebakken lucht. Het lijkt er sterk op dat ze eerder bedoeld zijn om binnenlandse kiezers aan te spreken dan om asielproblemen op te lossen.

Een voorbeeld is de Europese Raad die in 2018 voorstelde om mensen die met bootjes via de Middellandse Zee Europa probeerden te bereiken, naar centra in Noord-Afrika te brengen. Het bleef bij een persbericht van nationale ministers dat los stond van enig EU-beleid. De Afrikaanse Unie bekritiseerde het voorstel als een schending van het internationaal recht.

Toch kwam Duitsland onlangs op deze plannen terug - maar enkel in een interview met de media. Dat leek bedoeld om conservatieve kiezers tegemoet te komen na aankondigingen van de regering dat de wetgeving inzake verblijf en staatsburgerschap zou worden geliberaliseerd.

De aankondiging van dergelijke plannen zonder overleg met potentiële partnerlanden of regionale instanties duidt op koloniale fantasieën waarbij over de hoofden van staten in het mondiale zuiden kan worden beslist. Het getuigt ook van een totale minachting voor eventuele oppositie onder het kiespubliek van die staten.

Niger en Rwanda

De financiële stimulansen van Europa kunnen zeker wegen op verschillende regeringen van de landen ten zuiden van de Sahara. Rwanda ontving vooraf 140 miljoen pond (158 miljoen euro) van het VK om accommodatie te bouwen. Het land heeft ook de Deense en Britse opvangplannen benut om kritiek over steun aan de M23-milities in de Democratische Republiek Congo te temperen.

Als politici het aantal doden in de Middellandse Zee echt willen verminderen, moeten zij stoppen met de criminalisering van reddingsoperaties op zee.

Niger kreeg internationaal veel lof over de opvang van vluchtelingen die vanuit Libische gevangenissen werden geëvacueerd. Naast de nieuwe diplomatieke erkenning kreeg het land ook extra middelen om de asiel te regelen. Deze omvatten permanente kampen en salarissen voor hoge asielambtenaren.

Ondanks deze stimulansen leidt het uitbesteden van asiel ook tot spanning in de partnerlanden zelf.

Zo kunnen vluchtelingen op doorreis vast komen te zitten omdat hun asielaanvragen worden afgewezen of omdat westerse regeringen de belofte op hervestiging laten varen.

Medio 2019 werden ongeveer 120 van de 2900 geëvacueerden geconfronteerd met een afwijzing van hun vluchtelingenclaims, vanwege geweigerde legalisatie – door Nigeriaanse ambtenaren of door een weigering van de vluchtelingen zelf.

Het gebrek aan economische kansen in Niger woog onder meer zwaar op hen, terwijl de ambtenaren soms te maken kregen met problemen vanwege de precaire veiligheidssituatie. Volgens plaatselijke UNHCR-medewerkers in Niger weigerde vervolgens ook de regering van Burkina Faso om deze vluchtelingen op te nemen nadat zij over de moeilijkheden in Niger had vernomen.

Daarnaast veronderstelt het uitbesteden van asielprocedures ook dat de rechtsgang in de partnerstaat goed functioneert. In Niger was de beroepsprocedure bijvoorbeeld noch operationeel, noch onafhankelijk, wat de goede gang van zaken allerminst bevorderde.

Politieke alternatieven

Als politici het aantal doden in de Middellandse Zee, wat vaak als reden voor externalisering wordt aangevoerd, echt willen verminderen, moeten zij stoppen met de criminalisering van reddingsoperaties op zee.

De EU-lidstaten zouden het ook mogelijk kunnen maken om asiel aan te vragen bij ambassades of consulaten. Verschillende Europese landen hebben dit tot het begin van de jaren 2000 toegestaan. Ook zouden humanitaire visa vanuit ambassades kunnen worden afgegeven, daar hebben de leden van het Europees Parlement in 2016 al voor gepleit. Dit zou wel meer middelen vereisen voor screening van dossiers.

Maar het zouden echte stappen zijn naar het ontmantelen van de zogenaamde smokkelroutes. Veilige toegangsprocedures zouden een totaal andere aanpak zijn dan het in toom houden van ontheemde bevolkingsgroepen ver van Europa.

Een modern en pragmatisch migratiebeleid moet af van de postkoloniale illusies dat enorme mondiale ongelijkheden en migratie kunnen worden aangepakt door afschrikking en het uitbesteden van de bescherming van vluchtelingen aan derde landen.

Laura Lambert is onderzoeker aan de Universiteit Freiburg, Martin Lemberg-Pedersen is professor aan de Universiteit van Warwick. Deze opiniebijdrage is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.