Over ecotariërs, ongemakkelijke waarheden en halve antwoorden

De aarde warmt op en de mens is verantwoordelijk voor dit proces. Alleen de heer Frans Crols van Trends twijfelt hier nog aan. Politici hebben de mond vol ronkende verklaringen. Maar coherent beleid laat nog op zich wachten.
We zullen in de loop van het jaar nog herhaaldelijk met de neus op de feiten gedrukt worden.  Het rapport van het Internationaal Klimaatpanel IPCC dat begin februari verscheen, was slechts het eerste van vier die het IPCC dit jaar vrijgeeft. Zo goed als alle twijfel is nu weggenomen: de aarde warmt op en de mens is verantwoordelijk voor dit proces. Sinds An Inconvenient Truth van Al Gore de ronde doet in onze contreien, is het milieu alvast opgewarmd tot een prioritair onderwerp op de politieke agenda.
De klimaatverandering stond centraal op het Wereld Economisch Forum in Davos, eind januari, met maar liefst zeventien sessies gewijd aan global warming. ‘De bedrijfswereld en de politici moeten nauwer samenwerken om het probleem het hoofd te bieden’, zei bondskanselier Angela Merkel. En volgens premier Blair zou het gewoon dwaas en onverantwoord zijn niet al het mogelijke te doen om verdere opwarming tegen te gaan. Zelfs president Bush had het in zijn State of the Union over de ‘ernstige uitdagingen’ op dit vlak. Washington noemde het nieuwste IPCC rapport ook ‘belangrijk’ en ‘waardevol’.
Alleen de heer Frans Crols, directeur van Trends, weet het beter dan alle verzamelde wetenschappers en gaat in zijn column Crols & Contra in Trends van 8 februari dwars in tegen de consensus. Onder de titel Ecotariërs aller landen, verenigt u noemt hij de bezorgdheid van de politici ‘nonsens en overdrijvingen’. Hij heeft het over ‘de schreeuwerigheid van de progressieve en groene verslaggeving van het vierde IPCC-rapport’, gemaakt door de ‘klimaatkardinalen’ en gelanceerd op ‘het concilie van Parijs’. Crols vreest dat  ‘wat de dictatuur van het proletariaat niet heeft verwezenlijkt, de dictatuur van het ecotariaat zal proberen te realiseren.’ Daarom roept hij zijn lezers op via Voka-, Agoria-, en VBO-congressen een reformatie tegen de klimaatkerk op gang te brengen. ‘Dwaas en onverantwoord’, zou Tony Blair zo’n opstelling noemen, als hij Nederlands las.
Gelukkig raken de disbelievers steeds meer geïsoleerd en groeit de lijst van goede intenties om effectief iets te ondernemen. Premier Verhofstadt gaf na het verschijnen van het IPCC-rapport meteen de opdracht een Kyoto-Plus Plan uit te werken en staatssecretaris Van Weert wil dat de overheid zelf twaalf maatregelen realiseert, gaande van betere isolatie van gebouwen tot het gebruik van zonnepanelen in overheidsgebouwen. De intenties zijn lovenswaardig, de realiteit is echter vervelend weerbarstig.
In 2006 legde België zijn nationale allocatieplan voor aan de EU, waarin uiteengezet wordt hoe België onder zijn CO2 limiet gaat blijven. Samen met nog een rist andere landen, moest België zijn huiswerk overdoen. De regering was te toegeeflijk geweest tegenover de industrie en wilde te veel schone lucht in het buitenland kopen in plaats van zelf meer inspanningen te leveren.
Nog in de stortvloed van reacties op het IPCC rapport, pakt Vlaams minister van Milieu Kris Peeters uit met de boodschap dat Vlaanderen de logistieke regio van Europa moet worden. Dat komt neer op het aantrekken van nog meer vrachtvervoer naar de noordrand van ons kleine landje. Hoe Peeters op die manier de CO2 uitstoot wil inperken, is onduidelijk.
De EU is op wereldvlak toonaangevend op vlak van milieu, maar de Lissabondoelstellingen met hun ambitie om van Europa de meest competitieve regio in de wereld te maken, blijven wel de ware geloofsbelijdenis van de Unie. Als sociale of ecologische bezorgdheden ter sprake  komen, moeten ze eerbiedig knielen voor de competitiviteit en de economische groeicijfers. De economische belangengroepen hebben goedbetaalde lobbydiensten om die orde der dingen onwankelbaar op haar plaats te houden. Bij de onderhandelingen over de CO2 reducties lag de auto-industrie dwars, met de Duitse lobby op kop, alle ronkende verklaringen van Angela Merkel ten spijt. Een zelfde logica zagen we al aan het werk tijdens de lang aanslepende onderhandelingen over REACH, de regelgeving over de controle op chemische stoffen. Het zwakke resultaat van dat proces wentelt de consequenties af op de komende generaties, in plaats van nu de nodige moed aan de dag te leggen en de maatregelen te nemen die moeten genomen worden. Als financiële of electorale belangen in het visier komen, smelten mooie intenties nog sneller dan ijskappen onder de goede raad van Frans Crols.
De bezorgde kiezer, de geïnformeerde burger, de bewuste verbruiker –of hoe men de goedmenende individuen ook wil noemen–  verwacht van zijn politici wel iets meer moed en toekomstvisie. Het ecologische probleem waarop de wereldgemeenschap vandaag een antwoord moet zoeken, vraagt langetermijnprojecten die de economie en de samenleving grondig op een nieuwe leest schoeien.  
In de loop van het jaar komen er nog drie IPCC rapporten, en op het einde van het jaar is er een nieuwe klimaattop. Op 8 en 9 maart houdt de EU zijn jaarlijkse Lentetop over de Lissabonstrategie, en in juni trekken we naar de stembus voor de federale verkiezingen.
Laten we hopen dat zoveel informatie, overleg en democratie uitmondt in een visionaire nieuwe aanpak. In daden, in plaats van ronkende verklaringen en goede intenties.  

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.