Na een bezoek aan een Plastic Paradise

'Pairi Daiza, wees ook het eerste dierenpark dat afvalvrij wil zijn'

Smithsonian's National Zoo (CC BY-NC-ND 2.0)

Met de tentoonstelling ‘Washed Ashore: Art to Save the Sea’ vestigt Smithsonian’s National Zoo aandacht op het afval dat we achterlaten op onze stranden

De dame aan self service Le Moulin kon er ook niets aan doen. Net op het moment dat ze de resten van haar maaltijd in de vuilnisbak kieperde, tilde een windvlaag de plastic verpakkingen op die nog op de plateau lagen. De keuze was verschroeiend, maar snel gemaakt. Bijna instinctmatig drukte ze de handen op het hoofd om het kapsel in de plooi te houden. Enigszins beteuterd keek ze naar de plastic folie die nu als een kwal door de lucht vloog en op de oever van de rivier belandde die de picknickzone scheidt van het ruim bemeten verblijf van de capibara.

In al zijn goedbedoelde pogingen om de stroom afval naar de juiste bakken te begeleiden, is Pairi Daiza vergeten om afval in de talloze eetgelegenheden te vermijden.

Even lieten mijn jongste zoon en ik onze ogen afdwalen. Van het grootste knaagdier in de wereld dat heerlijk lui op verdord gras lag te kauwen, naar de oever rechts van ons. Het was geen mooi zicht. Of beter. Het zicht was niet anders dan in de gemiddelde berm in de rest van het land. Of van wat we gezien en geteld hadden op de wandelweg tussen station en ingang van het park.

Ook op het vlak van zwerfvuil toont Pairi Daiza zich de wereld in het klein. Drankverpakkingen, plastic wikkels, papieren servetten, kartonnen koffiebekers, plastic lepels. Alle overblijfselen van de gemiddelde meeneemmaaltijd die je er in de verschillende cafetaria’s kan kopen, hangen er tussen de waterplanten, de wortels van bomen en de rietkraag. Een volgende windstoot verwijderd van een mogelijke reis van rivier naar zee en van downcycling tot plastic soup.

Verleiden en sensibiliseren

Pairi Daiza doet er nochtans alles aan om afval op de grond te voorkomen. Er is geïnvesteerd in de alom geprezen verleidings- en sensibiliseringstechnieken. Er hangen borden met duidelijke aanmaningen. Bezoekers worden gevraagd het proper en netjes te houden. De vuilnisemmers zijn getooid met stenen hoofden geïnspireerd op Cambodjaanse beelden waarvan de mond het hersluitbare deksel is. Er staan aparte vuilnisbakken voor PMD.

Smithsonian's National Zoo (CC BY-NC-ND 2.0)

Met de tentoonstelling ‘Washed Ashore: Art to Save the Sea’ vestigt Smithsonian’s National Zoo aandacht op het afval dat we achterlaten op onze stranden

Maar wat Pairi Daiza vergeten is in al zijn goedbedoelde pogingen om de stroom afval naar de juiste bakken te begeleiden, is om afval in de talloze eetgelegenheden te vermijden. Slaatjes en broodjes staan allemaal netjes in plastic verpakt in de toonbank. Natuurlijk om ze kraakvers te houden. Uit de ijskast kan je alle soorten dranken kiezen. Allemaal in plastic flesjes of in blik. Er zou eens een glazen fles op de grond moeten vallen. De koffie wordt in kartonnen bekers uitgeschonken en om te roeren krijg je er een plastic lepeltje bij. Tenzij je dubbel zo veel wil betalen. Dat kan op het terras van La Brasserie. Daar krijg je koffie in een porseleinen tas. Maar ook daar maakten we de fout om over de afsluiting te kijken. De rommel die zich op de oever onder ons had verzameld, was een staalkaart van wat de 1,7 miljoen bezoekers die hier jaarlijks passeren zoal consumeren.

Was het een politiek van het park om het risico op plastic soup na te bootsen?

Plots keken we met andere ogen naar de pinguïns die zo grappig in de grote vijver zwommen en die je vanuit een strandstoel kon gadeslaan. Tussen het strand en de plas stond geen hek. Als het waaide, vloog alle verdwaalde plastic zo in het water. Was het een politiek van het park om het risico op plastic soup na te bootsen en de pinguïns te laten genieten van een getrouwe replica van de echte wereld? Of was het een vorm van tunnelzicht waarbij men abstractie maakte van oorzaak en gevolg en waarbij men de vaststelling dat de biodiversiteit afneemt loskoppelde van het hoe en waarom? Kwestie van het allemaal niet te ingewikkeld te maken.

Tandpasta en ijsjes

‘Zijn leefgebied verdwijnt voor palmolieplantages’ lazen we op het infobord naast het glazen raam waarvoor een olijke, kleine orang-oetan aan een touw hing en zichzelf en de tientallen kijklustigen amuseerde met een dekentje. Over wie dat leefgebied vernielt en waarom dat gebeurt, daarover liet men ons verder in het ongewisse. Alsof het iets onoverkomelijks en noodlottigs was, iets wat niets te maken had met de palmolie in de tandpasta waarmee men ’s morgens zijn tanden poetst of in de voorverpakte ijsjes die men overal in het park veel te duur kon kopen.

Het minste wat je mag verwachten van een dierenpark dat uitgeroepen werd tot het beste van Europa is dat het de punten met elkaar verbindt en het gebruik van palmolie vermijdt.

Het minste wat je mag verwachten van een dierenpark dat uitgeroepen werd tot het beste van Europa is dat het de punten met elkaar verbindt en in zijn eigen aanbod snoep, snacks, warme en koude gerechten het gebruik van palmolie vermijdt of meedeelt waarom dat nog niet lukt. Pairi Daiza toont een wereld waarin de mens niet meer dan een toevallige toeschouwer is, een die niets te maken heeft met de bedreiging die boven de koppen van de dieren hangt.

Hoe geloofwaardig ben je als dierenpark in al je pogingen om dieren van de ondergang te redden, als je er niet in slaagt de schade van je randanimatie in te tomen? Hoe verzoen je de impact van zo veel geproduceerd afval met het ronkende ‘mission statement’ dat de ‘interactie met het publiek in een geest van duurzame ontwikkeling gebeurt’? Want hoe interpreteer je die ‘geest van duurzame ontwikkeling’ als je zoals Pairi Daiza al jaren de druk opvoert om een nieuwe weg aan te leggen die de mens in zijn auto nog makkelijker tot op de parking van het dierenpark brengt terwijl je de luxe hebt nu al een station te hebben op tien minuten wandelafstand. Alsof de biodiversiteit in de directe omgeving verwaarloosbaar is en minder telt dan de tentoongestelde biodiversiteit die ten minste geld opbrengt.

Staat van ontkenning

Wat als Pairi Daiza boeren uit de buurt niet langer eenmalig geld toeschoof in ruil voor hun land, maar wel structureel in ruil voor wat dat land en die boeren voortbrengen? Wat zou het betekenen voor de ‘interactie met het publiek’ als Pairi Daiza als enige dierenpark in zijn soort kon uitpakken met een lokale voedselstrategie en een uitgekiende mobiliteitspolitiek.

Als je mensen echt wil raken en bereiken, moet je ze deel maken van dat grotere dierenverhaal. Dat doe je niet door te wijzen op het verdwijnen van leefgebieden en ondertussen te doen alsof alles wat wij eten, produceren en hoe we ons verplaatsen daar los van staat. Die staat van ontkenning werkt ten slotte contraproductief. Op een jongen als mijn zoon die al dat plastic toch wat bizar en triest vond. Maar ook op het grotere plan van het park zelf.

Smithsonian's National Zoo (CC BY-NC-ND 2.0)

Met de tentoonstelling ‘Washed Ashore: Art to Save the Sea’ vestigt Smithsonian’s National Zoo aandacht op het afval dat we achterlaten op onze stranden

Neem bijvoorbeeld het ambitieuze voornemen van Pairi Daiza om te doen waar geen mens ooit in slaagde: een dier dat uitgestorven is in het wild opnieuw uitzetten. Dat is wat men hoopt te bereiken met de Spix’ara. De hemelsblauwe papegaai leeft enkel in gevangenschap, maar de dieren in de kooien van Pairi Daiza worden opgevoed om het vanaf volgend jaar in het wild uit te zingen. Dan worden ze overgevlogen naar Caatinga, de steppestreek in het noordoosten van Brazilië.

Ook daar wordt het woud waarin ze verder moeten leven bedreigd door houtkap. Of om koeien te laten grazen of om soja te telen. In beide gevallen gaat het om houtkap voor de vleesindustrie. En zo zou het kunnen dat een bezoeker in Pairi Daiza een brokje vlees eet waarvoor een deel van het gebied is vernield waar die sprookjesachtige blauwe vogel vanaf volgend jaar moet zien te overleven. Alleen al om dit ambitieuze project alle slaagkansen te geven, zou het niet slecht zijn mocht Pairi Daiza het vlees dat het serveert onder de loep nemen en streng selecteren.

Apart in plastic verpakt

Wat zou het betekenen voor de ‘interactie met het publiek’ als Pairi Daizi als enige dierenpark in zijn soort kon uitpakken met een lokale voedselstrategie en een uitgekiende mobiliteitspolitiek.

Het zou al te makkelijk zijn om enkel Pairi Daiza te wijzen op dit schrijnend gebrek aan consequentie in de praktijk. Deze zomer viel het ons wel vaker op. Tot op het lachwekkende af. In Parijs hadden we nog maar net de afdeling bedreigde en uitgestorven dieren in het natuurhistorisch museum bezocht of we kregen in de cafetaria koffie geserveerd in wegwerpbekers en een plastic vork om de cake op te prikken die op een plastic bord lag.

Toen we logeerden in Renclusa, de berghut van waaruit je de Aneto, de hoogste top van de Pyreneën kan beklimmen, kregen we bij wijze van ontbijt beschuit, koekjes, confituur en choco. Allemaal apart in plastic verpakt. Terwijl achter de hut een bergrivier omlaag stortte, sloeg iedere ochtend om vijf uur een dieselgenerator aan. De zwarte walm en de geur van olie kreeg je er gratis bij. Ondertussen hingen aan de muur foto’s van de enige gletsjer van de Pyreneëen, met de nodige uitleg hoe die door klimaatverandering jaar na jaar verkleint. Ook hier werden de punten tussen die slinkende gletjser op de foto’s niet verbonden met de vele vaten mazout die de helicopter er jaarlijks afleverde en de zakken vol plastic verpakking die hij op zijn terugvlucht naar het dal weer meenam.

Als je op zo’n plek op de wereld een hut uitbouwt, zou het een ‘mission statement’ moeten zijn om zo weinig mogelijk afval te produceren en op z’n minst de generator te vervangen door een waterkrachtcentrale. Zeker als je naast je deur fier de plaatjes hebt vastgevezen die de aansluiting bij het netwerk van ‘sustainable mountain huts’ aantonen. Zou je dat ook gewoon kunnen kopen?

Een natuurhistorisch museum, een berghut, een dierenpark als Pairi Daiza hebben de verantwoordelijkheid hun publiek aan alternatief te tonen. In de praktijk bewijzen dat het anders kan, geeft mensen hoop en perspectief. Wie de eigen werking volledig hervormt en probeert zo veel mogelijk in lijn te brengen met de duurzame opdracht die men zichzelf oplegt, heeft het strafste verhaal te vertellen en is het voorbeeld dat iedereen wil zijn. Dan is men niet enkel het beste dierenpark van Europa, maar ook het eerste dat poogt afvalvrij te zijn, of dat statiegeld invoert op de vele verbruikte verpakkingen, of dat mee investeert in lokaal, duurzaam voedsel, of dat meer bezoekers per trein dan met de wagen ontvangt. Dat hoort bij een dierenpark dat zijn eigen mission statement ernstig neemt. Misschien wel meer dan de ringstaartmaki die als hij wilt uit je handen eet.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's