Populisme scoort in de Amerikaanse voorverkiezingen

Populisme klinkt meteen als een verwijt, maar het succes van zowel Donald Trump als Bernie Sanders bewijst misschien dat “populisten” beter luisteren naar de zorgen van de kiezers dan de kandidaten van het politieke establishment.

  • CC Donkey Hotey (CC BY-SA 2.0) CC Donkey Hotey (CC BY-SA 2.0)

Tijdens de speeches naar aanleiding van de vorige presidentiele voorverkiezing in New Hampshire, lanceerde één van de uiteindelijke winnaars van die verkiezing een aanval tegen lobbyisten in Washington, de olie-industrie, verzekeraars die riante premies opstrijken, de defensie- en wapenindustrie die de overheid chanteert, en de noodzaak om de globale vrije handel een halt toe te roepen en zo de prijs van bijvoorbeeld medicijnen te drukken voor “de gewone man”.

Deze beloftes kwamen echter niet uit de mond van de Democratisch-socialistische kandidaat Bernie Sanders, maar uit die van zijn Republikeinse tegenstander en miljardair Donald Trump.

Het discours van Trump draait rond uitsluiting van migranten en moslims terwijl dat van Sanders gaat over economisch, sociale en raciale rechtvaardigheid en inclusie

Ondanks fundamentele verschillen tussen beide kandidaten en hun posities, wordt door analisten ook steeds vaker gewezen op een aantal gelijkenissen in bijvoorbeeld de retorische strategie van Sanders en Trump. Want hoewel het discours van Trump draait rond uitsluiting van migranten en moslims terwijl dat van Sanders gaat over economisch, sociale en raciale rechtvaardigheid en inclusie, kan de retoriek van beide kandidaten gezien worden als een vorm van populisme.

Beiden proberen burgers te mobiliseren rond een beperkt aantal kernthema’s die in weinig genuanceerde bewoordingen worden ingeroepen omwille van hun mobiliserend potentieel.

Mede onder invloed van het belang van YouTube video’s, Twitter en andere sociale media, kozen beide kandidaten de laatste weken steeds meer uitgesproken voor populistische communicatiestrategieën, met name retoriek die vlot verteerd kan worden door de grote massa van de potentiële kiezers tot wie zij zich richten: voormalig apolitieke burgers met slechts beperkte politiek interesse die bovenal gefrustreerd zijn over het huidige politiek-economische bestel, maar verder geen uitgesproken ideologische voorkeur uiten.

De keuze om deze groep aan te spreken is zo voor de hand liggend, dat het vreemd lijkt dat een meerderheid van de andere presidentskandidaten ze wel over het hoofd lijkt te hebben gezien.

De potentiële -en feitelijke- achterban van Sanders wordt vaak geportretteerd als jongere kiezers, al dan niet met een hogere opleiding en bijbehorende torenhoge studieschuld, die in het verleden weinig politiek actief waren, maar in reactie op een ontoegankelijke huizenmarkt, tekort aan kwalitatieve jobs en gebrek aan sociale bescherming gemobiliseerd worden rond het discours van Sanders dat meer gelijkheid belooft.

De achterban van Trump wordt gekarakteriseerd als lagere inkomensgroepen die in de voorsteden worden blootgesteld aan de negatieve gevolgen van een foutgelopen Amerikaanse sociaal beleid.

Hoe divers deze twee groepen ook mogen zijn, hun bekommernissen tonen significante parallellen.

De pogingen om deze groep actief in de verkiezingsstrijd te proberen betrekken, hebben dan ook onvermijdelijk een grote impact gehad op de thema’s die de voorbije maanden besproken werden.

Sociale bescherming, medische zorgverzekering en onderwijs zijn thema’s die een belangrijke rol spelen in het dagelijkse leven van de kiezers

De verwijzingen naar de Amerikaanse buitenlandpolitiek zijn, met uitzondering van IS, gering vergeleken met de verwijzingen naar thema’s zoals sociale bescherming, medische zorgverzekering en onderwijs: thema’s die een belangrijke rol spelen in het dagelijkse leven van de kiezers en die dit jaar centraal staan in de campagnes van de twee voornaamste kandidaten.

Met betrekking tot een aantal economische beleidskeuzes tonen Trump en Sanders ook gelijkenissen, precies omdat ze op een eerder apolitieke achterban mikken. Met betrekking tot bepaalde beleidsvoorstellen (belastingsachterpoortjes voor hedge funds managers, sociale zekerheid, handelsbeleid naar China, TTIP/TTP en vrijhandelsbeleid meer algemeen) zijn er ongemakkelijke gelijkenissen tussen beide kandidaten.

Gelijkenissen die berusten op een nog ongemakkelijkere waarheid: het Amerikaanse vrijhandelsbeleid heeft grote winnaars gecreëerd, maar ook grote verliezers, en deze verliezers kunnen niet op overheidssteun rekenen.

Door te focussen op het Amerikaanse vrijhandelsbeleid, onderlijnen beide kandidaten één belangrijk punt dat zelden wordt erkend: de huidige crisis en toenemende ongelijkheid zijn niet het gevolg van een natuurramp of ander oncontroleerbaar feit. Ze zijn het gevolg van bewust gekozen neoliberaal overheidsbeleid, gestoeld op absolute vrijhandelsprincipes.

De kans blijft groot dat noch Trump noch Sanders de presidentskandidaat voor hun partij worden. Echter, de kandidaat die de nominatie wel krijgt zal een antwoord moeten bieden op de problemen die Trump en Sanders blootlegden er die ook na de verkiezingen in november zullen blijven bestaan, en die nu hoger dan ooit op de agenda van het electoraat staan.

Misschien ligt daar de sterkte van het huidige retorische en economisch populisme, dat het kiezers bewuster maakt van hun situatie en van het feit dat overheidsbeleid hier verandering kan in brengen. Hoe de partijen hiermee zullen omgaan is nog onduidelijk, maar fundamentele herzieningen van het bestaande twee-partijstelsel gestoeld op het all-in-the-family principe lijken onvermijdelijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • onderzoeker CHRGJ en Wissenschaftskolleg

    Tine Destrooper is onderzoeker aan het Centrum voor Mensenrechten aan New York University (CHRGJ) en aan het Wissenschaftskolleg Berlijn.