Brieven van Grootouders voor het Klimaat

‘Rechtvaardige transitie begint niet bij transitie, maar bij rechtvaardigheid’

© Paul Verrept

 

In het boek “De tijd dringt” schrijven 69 Grootouders voor het Klimaat een brief aan hun kleinkinderen, kinderen of beleidsmakers. MO* publiceert enkele van die brieven. Vandaag: de brief van voormalig MO*hoofdredacteur Gie Goris aan Jyoti, een meisje uit de Indiase steenkoolstad Dhanbad.

Brussel, 25 juli 2022

Beste Jyoti,

Het was een erg warme zondag voor de tijd van het jaar. De weken en maanden die volgden na 20 maart werden heter en droger, en zouden uitgroeien tot het meest verschroeiende voorjaar dat India ooit gekend had. Je had de felle kleuren van de viering van Holi – een combinatie van kerst, nieuwjaar en carnaval – de dag ervoor nog in je haar toen we elkaar bij toeval ontmoetten.

Je grote broer Rahul had me meegenomen naar de plek waar de grootfamilie woont, in de Kusundawijk bij Dhanbad, in de Indiase deelstaat Jharkhand. Je studeert Engelse taalkunde, vertelde je trots. Dat is niet vanzelfsprekend, want de meeste meisjes van jouw leeftijd helpen in het huishouden, of zijn al uitgehuwelijkt. Maar jouw ouders hebben meer ambitie en willen dat je uit de kringloop van armoede, steenkool en onwetendheid breekt. Daarom stuur ik je deze brief.

Ik was in India en ik bezocht Dhanbad omdat ik beter wilde begrijpen hoe belangrijk steenkool voor India is, op welke manier India zijn afhankelijkheid van steenkool versneld kan afbouwen én hoe die energietransitie rechtvaardig kan verlopen voor iedereen die vandaag voor zijn of haar inkomen afhankelijk is van steenkool. Geen betere plek om dat te onderzoeken dan de regio rond Dhanbad, dat zich trots de steenkoolhoofdstad van India noemt, omdat de stad omringd wordt door niet minder dan 112 steenkoolmijnen, en er komen er voortdurend bij.

Je vierentachtigjarige grootvader Dilip werkte als mijnwerker in een van die steenkoolmijnen. Dat waren gouden tijden: de overheid nationaliseerde de hele sector en de vakbonden zorgden voor goede contracten, inclusief rechtvaardige lonen, huisvesting, scholen voor de kinderen en compensatie voor wie zijn huis en haard verloor als gevolg van de komst van de mijn.

Vandaag is van al die rechtvaardigheid niet veel sprake meer. Dat is dubbel jammer, want het onrecht van vandaag wordt zo goed als zeker vermenigvuldigd tot een groter onrecht morgen. Dat geldt als de steenkoolmijnen openblijven, maar ook als ze straks dicht zouden gaan.

Als we er niet in slagen om de rijkdom en de kansen vandaag eerlijk te verdelen, dan is er zero kans dat kwetsbare mensen mee willen investeren in een duurzame toekomst.

‘Rechtvaardigheid is een leeg begrip als je het plaatst binnen de huidige steenkooleconomie’, zei Kuntala Lahiri-Dutt toen ik haar een week later aan de telefoon had. En aangezien zij dé Indiase steenkoolexperte bij uitstek is, weet ze waarover ze spreekt. ‘Als er al zorggedragen wordt voor iemand anders dan de staat of de bedrijven, dan is het voor de ambtenaren en de minderheid aan vaste arbeiders. De honderdduizenden die huis en inkomen verloren, of die overleven in de grijze marge van het officiële verhaal, verdienen nu rechtvaardigheid. Want indien ze nu vergeten worden, zullen ze nog minder meetellen als er straks naar hernieuwbare energieproductie overgeschakeld wordt.’

Een andere expert, Sandeep Pai, was het daarmee eens. ‘Wie over rechtvaardige transitie wil nadenken’, zei hij, ‘moet eigenlijk beginnen met het rechtvaardig maken van de huidige ontginning.’ Goed punt. Want uiteraard moeten we het over rechtvaardige transitie hebben. Steenkool is gewoon niet houdbaar als energiebron in een wereld die versneld afstevent op een gemiddelde opwarming van meer dan 2 (en misschien zelfs meer dan 3) graden Celsius.

Bovendien is steenkool in India nu al verwoestend voor tienduizenden mensen en duizenden dorpen die moeten verdwijnen voor de enorme open mijnen. Tegelijk is het onaanvaardbaar dat het net de arbeiders zijn die nu al de rekening betalen en dat straks nog eens extra zullen moeten doen als de steenkoolmijnen dicht moeten omdat de klimaatcrisis anders de mensheid én de heersende orde dreigt weg te branden.

Wat ik leerde in Jharkhand, beste Jyoti, is dat rechtvaardige transitie niet begint bij transitie, maar bij rechtvaardigheid. Als we er niet in slagen om de rijkdom en de kansen vandaag eerlijk te verdelen, dan is er zero kans dat kwetsbare mensen mee willen investeren in een duurzame toekomst. Alleen weten we ook dat een gebrek aan klimaatbeleid vandaag, morgen vooral betaald zal worden door mensen als jij. De slachtoffers van vandaag zullen morgen opnieuw de klappen krijgen. Dat mogen we niet toelaten, en daarom moeten we vandaag al werk maken van rechtvaardigheid. In de steenkooleconomie, en in de transitie uit de steenkooleconomie.

Hartelijke groet,

Gie

PS De gulab jamun die Rahuls moeder serveerde was heerlijk: zoet, smakelijk en geurig als het rozenwater waarmee de lekkernij bereid was. Als ik iets terug kan geven aan de grootfamilie die me in maart zo hartelijk ontving, dan hoop ik dat het even zoet en heerlijk kan zijn. Rechtvaardige transitie, bijvoorbeeld: het klinkt minder poëtisch dan gulab jamun, maar geloof me, er kunnen hele generaties van genieten!

Gie Goris is oud-hoofdredacteur van MO* en ambassadeur van Grootouders voor het Klimaat.

“De tijd dringt. Brieven van Grootouders voor het Klimaat” is uitgegeven bij EPO.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2968   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur