Nieuwe federale regering laat volgens IMF unieke kans liggen

Het federaal regeerakkoord laat een unieke kans liggen om vier vliegen in een klap te vangen: onze schuld naar beneden duwen, investeren in onze (hernieuwbare) energievoorziening, onze klimaatdoelen halen en de economie stimuleren. Zeg dat het IMF het (vorige week) gezegd heeft. Het buitenlands beleid wordt gespierder en Atlantischer. Ontwikkelingssamenwerking lijkt weinig nieuwe impulsen te krijgen. John Vandaele belicht enkele elementen uit het federaal regeerakkoord. 

  • (c) premier.fgov.be De regering Michel I (c) premier.fgov.be

 Het federaal regeerakkoord gaat uit van op het eerste zicht vanzelfsprekende doelstellingen. De overheid moet minder besteden zodat ze haar schulden kan afbouwen en onze ondernemingen moeten competitiever worden zodat ze geen markten verliezen in het buitenland. Dat laatste kan door in te spelen op de twee kostenfactoren waarin we slecht scoren: de belasting op arbeid en de energieprijzen. De concrete stappen om dat waar te maken, zijn dan voor deze regering de besparingen op de overheidsuitgaven, een verlaging van de werkgeversbijdragen en een indexsprong.

Het is niet zo moeilijk om de gemaakte redenering te volgen. Maar laat ons nu eens kijken naar de realiteit waar ondernemingen dezer dagen tegenaan kijken: bedrijven zullen maar investeren als ze return verwachten, en die hangt niet alleen af van hun kosten, maar ook van hun omzet, hun verkoop. En daar knelt precies het schoentje. Iedereen lijkt te besparen: ondernemingen zitten op bergen cash die ze liever investeren in de aankoop van hun eigen aandelen: bijkomend voordeel is dat het de aandelenkoers de hoogte injaagt, wat de aandeelhouders – waaronder heel vaak de managers – pleziert. Door de Vlaamse en federale regeermaatregelen gaan nu ook de Belgische gezinnen noodgedwongen meer sparen: ze moeten immers inleveren, nogal wat diensten worden duurder en de lonen gaan niet stijgen. De gezinnen zullen dus minder koopkracht hebben. Het lijdt weinig twijfel dat een modaal gezin al snel meerdere duizenden euro’s per jaar moet inleveren. En nu gaan de overheden dus ook sterk besparen. Logisch, ze hebben veel schulden. 

Er zal dus alles samen minder koopkrachtige vraag zijn. En zoals mijn ouders die kleine zelfstandigen waren, altijd zegden: “als de werkmens het goed heeft, gaat het goed met de commercie.” En omgekeerd natuurlijk: als de werkende mensen moeten besparen, zal de economie ook niet draaien. 

Als de werkende mensen moeten besparen, zal de economie ook niet draaien. 

Geen nood, zegt u misschien: als onze ondernemingen competitiever zijn, kunnen ze toch buitenlandse markten veroveren? Inderdaad. Alleen is er het kleine probleem dat in alle Europese landen hetzelfde besparingsbeleid wordt gevoerd. Ook daar sparen gezinnen, ondernemingen én overheden. Binnen de eurozone concurreren landen dus om elkaars karige koopkracht. En alle landen denken op nationaal niveau, niemand lijkt te overwegen wat de som van al die nationale beleidsplannen betekent op continentaal niveau: de EU ziet zichzelf nog steeds niet als een globale speler. Of denkt de EU als grootste economie van de wereld, te kunnen steunen op de koopkracht van anderen?

Publieke investeringen…

In die omstandigheden moet de overheid juist de cirkel doorbreken en niet gaan sparen, maar investeren in infrastructuur. Dat is wat het Internationaal Muntfonds suggereert in zijn vorig weekend gepubliceerde World Economic Outlook 2014. ‘In landen met duidelijke infrastructuurnoden en efficiënte publieke investeringsprocessen en waar er economische slapte is en er monetair amper nog beleidsruimte is, zijn er sterke argumenten voor een verhoging van de publieke investeringen in infrastructuur’, schrijft het Fonds.

In dergelijke omstandigheden, zo berekent de World Economic Outlook 2014, kunnen openbare investeringen in infrastructuur zichzelf meer dan terugbetalen. Rijke landen met efficiënte investeringsprocedures kunnen door hun publieke investeringen met een procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) te verhogen, hun schuld in verhouding tot hun inkomen zelfs met drie procent verminderen! Ja, u leest het goed: verminderen. De reden is dat de publieke investeringen niet alleen direct maar ook indirect - via toegenomen private investeringen - het BNP doen stijgen, en dus ook de belastinginkomsten. In de huidige omstandigheden van extreem lage intresttarieven leiden publieke investeringen dus tot lagere overheidsschulden. Zeg dat het IMF het gezegd heeft. Het lijkt een beetje op goud uit lood maken, en toch komt het voorstel niet van een of andere magiër maar van het zeer voorzichtige IMF in zijn meest gezaghebbende publicatie. De verklaring is dat het aparte tijden zijn: overheden kunnen quasi gratis lenen en de economie groeit amper.

Overheden kunnen quasi gratis lenen en de economie groeit amper.

Het IMF stelt overigens vast dat de investeringen in infrastructuur de voorbije decennia sterk zijn gedaald. Onder infrastructuur verstaat het Fonds wegen, telefoonlijnen en elektriciteitsproductie.

Om het licht aan te houden

Heeft België duidelijk omschreven infrastructuurnoden? Absoluut. Met een winter waarin we voor het eerst in decennia mogelijks het licht gaan moeten uitdoen bij gebrek aan stroom, gaan we die noden mogelijk zelfs aan den lijve ondervinden. Investeren in meer elektriciteitsproductie lijkt dus een vanzelfsprekende keuze. En vermits ons land ook zal moeten schrapen om zijn klimaatdoelen voor 2020 te halen, moeten we dus vooral investeren in hernieuwbare energie. Waarom ook niet? Als je daarmee zowel de economie kan stimuleren, het licht kan aanhouden, je klimaatdoelen kan halen als je schuld verminderen.

Dat is niet de keuze die deze regering maakt. En het is een unieke kans die wellicht nooit meer terugkomt - klimaatverandering vereist nu dringende maatregelen en de intresttarieven blijven niet eeuwig op nul staan - die ze daarmee lijkt te laten liggen. Nochtans geeft het IMF – toch een instelling die bijna altijd aandringt op besparingen – ons dit keer bijna de pap in de mond.

Energie

Enthousiasme voor groene energie of klimaatbeleid valt overigens amper te bespeuren in het regeerakkoord. De regering zal de Europese doelen nastreven, meer niet. Van een Energiewende op zijn Duits is geen sprake maar toch kan je tussen de regels door lezen dat hernieuwbare energie ook voor deze regering de toekomst wordt. Waarom vindt ze anders dat vraagbeheersing (“demand-side management”)  verder moet worden ontwikkeld? Dat is immers vooral nuttig als je veel energiebronnen hebt die fluctueren naargelang er veel zon of wind is. Om diezelfde reden noemt de regering ‘opslag van elektriciteit één van de belangrijke uitdagingen in de volgende jaren. De regering zal het onderzoek en de ontwikkeling inzake elektriciteitsopslag alsmede de investeringen hierin aanmoedigen.’ Ook opslag is vooral van belang als je meer zonne-energie of windenergie hebt dan je op een bepaald moment kan gebruiken.

Klimaatverandering vereist nu dringende maatregelen en de intresttarieven blijven niet eeuwig op nul staan.

Dat staat een beetje haaks op de meermaals herhaalde stelling dat de regering inzake energie technologieneutraal is, dat ze niet kiest voor deze of gene technologie. Wie zoals de regering zegt technologieneutraal te willen zijn en vooral de competitiviteit niet wil schaden, kan bij steenkool uitkomen – al wordt dat niet met zoveel woorden gezegd. Deze regering zal de kerncentrales langer  openhouden, is technologieneutraal maar lijkt er impliciet toch van uit te gaan dat de toekomst hernieuwbaar is. Maar ze heeft geen ambitie om ter zake op kop te lopen. Dat leunt heel dicht aan bij de houding van de werkgeversorganisaties.

Positief voor het middenveld is dat de verschillende stakeholders door de regeringen betrokken worden bij de redactie van het interfederaal energiepact. Sara Van Dyck van Bond Beter Leefmilieu: ‘Dat is op zich een goede zaak. Maar zeer veel zal afhangen van hoe het proces voor dit pact wordt aangestuurd, wie er concreet rond de tafel gaat zitten en binnen welke krijtlijnen er kan gediscussieerd worden. Wordt het een echt participatief proces of kunnen we wat morrelen aan een tekst die wordt voorgelegd?’

Buitenlands beleid: gespierd en Atlantisch

Het regeerakkoord gaat uit van het principe van samenwerkingsfederalisme ‘teneinde de cohesie van het Belgische buitenlands beleid te bevorderen’. Ook hier lijkt de regering te willen tonen dat België wel degelijk kan werken.

Het akkoord is erg pro-Europees en verdedigt het afstaan van nationale bevoegdheden door de landen in de eurogroep: solidariteit tussen landen van de eurozone kan maar dan wel in ruil voor afdwingbare budgettaire verantwoordelijkheidszin. En daartoe moeten de eurolanden dus de goedkeuring van hun begroting in Brussel gaan leggen.

Opvallend is het buitenlandse beleid is de telkens weerkerende grote liefde voor de NAVO en de gemeenschappelijke waarden en belangen die de EU en Noord-Amerika zouden hebben. Er wordt voetstoots vanuitgegaan dat een actief lid zijn van de NAVO leidt tot meer veiligheid.

Dat sluit perfect aan bij het pleidooi voor een gespierder optreden van België in de internationale arena. Zo wordt het leger een van de weinige departementen waar niet wordt bespaard:  ‘De regering zal aan het leger terug de middelen geven om zijn taken naar behoren te vervullen.’

Het leger is een van de weinige departementen waar niet wordt bespaard.

Het is een diplomatie die niet wil uitblinken door empathie, inlevingsvermogen in de ander. Dat blijkt vooral in de harde houding tegenover de ‘Foreign fighters’, de Syriëstrijders. Het valt op dat een regering waarvan de grootste partij toch vanuit het verleden weet hoe makkelijk jonge mannen het hoofd op hol kunnen worden gebracht om elders te gaan vechten – remember de vaak piepjonge Vlaamse Oostfrontstrijders – geen enkel begrip wil voor wie naar Syrië trekt. Dat Syriëstrijders met een dubbele nationaliteit de Belgische nationaliteit kan worden afgenomen, suggereert dat deze mensen met een migraiteachtergrond toch niet helemaal als gewone Belgen worden beschouwd. Het volstaat dat ze iets verkeerd doen om ze te “ontbelgen”, wat per definitie niet kan voor de ‘oude’ Belgen.

Inzake buitenlandse handel valt het grote geloof in het Transatlantische Handels en Investeringspartnership (TTIP) op. Er worden geen kritische kanttekeningen bij gemaakt. In bilaterale handelsakkoorden wil de regering zich sterk maken voor respect voor fundamentele arbeidsnormen en internationale milieunormen. 

Mensenrechten zijn een belangrijke as in het buitenlandbeleid van de nieuwe regering. Ze ontbreken ook niet in het hoofdstuk over asiel en migratie. Men is strenger voor migranten maar men wil het beleid inbedden in de mensenrechtenverdragen. De bruine ranzigheid van het Vlaams Belang is dus kennelijk niet meegekomen met de vele Belangkiezers die naar de N-VA over kwamen. Er is in elk geval geen spoor van te bekennen in de tekst van het regeerakkoord. Wel zette de kersverse staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken dit weekend al graag de gespierde kant in de verf door te stellen dat hij elk jaar 1000 meer migranten wil laten terugkeren.

Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking lijkt op het eerste zicht weinig veranderingen te ondergaan. De regering zegt dat België nog steeds ‘inspanningen zal doen om, in de mate van wat budgettair mogelijk is, de norm van 0.7 procent van het BNP te bereiken’. Dat wil zeggen: 0.7 procent van ons inkomen aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Elders heet het evenwel dat ‘in het kader van de krappe budgettaire toestand alle samenwerkingsvormen de volgende jaren zullen bijdragen aan de besparingen’. In de wandelgangen heet het dat de ontwikkelingssamenwerking tussen de 500 miljoen en het miljard euro zal moeten inleveren op 8.5 miljard euro aan bestedingen over de vijf jaar van deze regeringscoalitie – een besparing tussen de zes en de twaalf procent.

De regering wil de hulp concentreren op minder partnerlanden en op minder internationale organisaties.

De regering wil de hulp concentreren op minder partnerlanden (van 18 naar 15) en op minder internationale organisaties (van 20 naar 15). Vooral de fragiele en post-conflictstaten genieten de voorkeur: dat is op zich een moedige keuze, want het is het moeilijkst om daar resultaten te halen. Ontwikkelingssamenwerking zal naast armoedebestrijding ook aandacht hebben voor migratie en klimaatbeleid, vrede en veiligheid (terrorismebestrijding), …

Meer dan ooit wordt ontwikkelingssamenwerking dus opgenomen in het algemene beleid. Dat kan de samenhang bevorderen. Alles hangt natuurlijk af van hoe een en ander gebeurt: het kan ook neerkomen op een sterke instrumentalisering van de ontwikkelingssamenwerking. Het regeerakkoord belooft ook een strategienota over Centraal-Afrika. Vraag is wie die zal schrijven en hoe groot de inbreng van Alexander Decroo, de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking, daarin zal zijn.

Mobiliteit: fiets en trein samen

Het regeerakkoord is een strak geschreven tekst waar duidelijk over nagedacht is. Je zag dat in het regeerakkoord Di Rupo I onder de niet aflatende druk van de N-VA zeer veel energie naar het communautaire is gegaan. Daarnaast was er het budget dat temidden van de grootste crisis in zeventig jaar veel aandacht opeiste. Voor veel andere themata kwam men daardoor niet veel verder dan algemeenheden.

Dat is minder het geval met dit regeerakkoord. Men heeft meer zijn tijd genomen voor alle delen. Hier en daar staan dan ook vernieuwende elementen. Dat blijkt bijvoorbeeld in het hoofdstuk mobiliteit waar men zegt de uitbouw van gewestelijke expressnetten rond Antwerpen, Gent, Charleroi en Luik te zullen bestuderen. Inzake verkeersveiligheid wil deze regering, net als Di Rupo I, de helft minder doden tegen 2020. Een op de drie bestuurders moet worden gecontroleerd op alcohol, drugs en gordeldracht en veertig miljoen voertuigen op snelheid. De libertair Jean-Marie De Decker die pochte dat hij des avonds aan 180 km per uur naar de kust suisde, is hier ver weg. De regering wil ook recidive in verkeersovertredingen systematisch aanpakken maar kiest nog niet voor het rijbewijs met punten. Verder onderzoek moet de juiste methode aanwijzen.

De regering pleit ook meerdere plaatsen voor de herwaardering van de scheepvaart. Ze wil het fietsgebruik stimuleren en neemt maatregelen om het stijgende aantal slachtoffers onder voetgangers, fietsers en motorrijders om te buigen. En ook: ‘De fiets zal afdoende aandacht krijgen in het multimodaal vervoer. Trein en fiets moeten meer samen kunnen gaan.’ Dat lijkt op een kans om de NMBS eindelijk wat fietsvriendelijker te maken.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur