Respect voor Belgische chocolade moet worden doorgetrokken tot de cacaoplantage

Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)

Een cacaoboer snoeit een cacaoplant om de productie te optimaliseren.

De beste ter wereld

Net als 91% van de Belgen kan ik enorm genieten van chocolade. Het liefst ’s avonds, tussen het avondmaal en bedtijd. Al weiger ik nooit een klein stukje bitterdonkere chocolade bij een kopje koffie in de ochtend. Een langzaam smeltend stukje donkere chocolade op mijn tong tovert elke keer weer een glimlach op mijn gezicht.

Van kleins af aan heb ik geleerd dat België een chocoladeland is. Dat we daar trots op moeten zijn. Familieleden en vrienden in het buitenland eisen dan ook hun fair share wanneer er bezoek komt uit het thuisfront. In de hele wereld staat ons land bekend voor de lekkernij. Maar wat maakt onze chocolade nu Belgisch? En hoe blijven we daar in de toekomst trots op?

De geschiedenis van chocolade in België gaat wel honderd jaar terug. De eerste praline werd trouwens ooit in de Koninklijke Sint-Hubertusgallerij gemaakt, in het hartje van Brussel. Een wandeling rond de Grote Markt maakt ook meteen duidelijk dat dit stukje geschiedenis vandaag nog steeds een centrale plaats krijgt in de uitstraling van onze hoofdstad. Als toerist kan je er letterlijk op elke straathoek je mond vol chocolade proppen.

Het is dus niet verwonderlijk dat enkele van de beste chocolatiers ter wereld net hier hun kunst uitoefenen. En dat twee van de grootste chocoladefabrieken ter wereld, Callebaut en Puratos, in ons land gevestigd zijn. Dankzij de gemakkelijke toegang tot kwaliteitsingrediënten, een rijke geschiedenis en uitzonderlijke ambacht, wordt de Belgische chocolade-expertise internationaal erkend. Respect voor vakmanschap.

Hoe kunnen we in de toekomst trots blijven op Belgische chocolade?

Het respect voor Belgische chocolade is dus groot. En voor de chocolatiers terecht ook. De uitdaging is om dat respect ook te durven doortrekken tot op de cacaoplantages. Want daar knelt het schoentje. Hoe kunnen we trots blijven op onze chocolade, wanneer de levensomstandigheden van cacaoproducenten in West-Afrika – waar bijna 70% van de oogst vandaan komt – allesbehalve rooskleurig zijn. Hun cacao mag dan wel felbegeerd zijn, maar paradoxaal genoeg leven de overgrote meerderheid producenten aan de andere kant van de keten in extreme armoede.

Het is onze taak om het respect voor vakmanschap door te trekken tot op de cacaoplantages.

Als we trots willen blijven op Belgische chocolade, dan is het onze plicht om (veel meer) aandacht te hebben voor levensomstandigheden van de cacaoproducent. Het is onze taak om het respect voor vakmanschap door te trekken tot op de cacaoplantages.

Want het leven is er bitterhard. Een beperkt, onstabiel en onvoorspelbaar inkomen maken het onmogelijk om vooruit te denken en te plannen. Er is nauwelijks of geen toegang tot drinkwater, sanitaire voorzieningen en scholen. Elektriciteit is er al zeker niet. En dan hebben we het nog niet over arbeidsomstandigheden zelf. Het valt dus niet te verwonderen dat de jongeren in de betrokken regio’s liever hun geluk elders beproeven. Zij vluchten van het platteland naar de steden (of verder naar het noorden) in de hoop er een bron van inkomsten te vinden. Maar ook dat is vaak een pijnlijke lijdensweg, van de ene armoedeval naar de andere.

Leef je even in…

Stel je een typisch boerenhuishouden in Ivoorkust voor: een echtpaar van begin veertig met zes kinderen. De familie bezit zo’n zes hectare land waarop ze voornamelijk cacao verbouwt maar ook wat andere gewassen. Een deel hiervan is voor eigen consumptie, een ander deel verkoopt ze op de lokale markt. [1]

Deze familie produceert nauwelijks meer dan 430 kilo cacao per hectare, wat de helft is van het algemeen aanvaarde target voor duurzame cacaoteelt. Maar om hun opbrengsten te verhogen, moeten ze nieuwe bomen planten, kunstmest kopen en extra arbeid inhuren, terwijl de inkomsten van de boerderij amper voldoende zijn om het gezin te voeden. De boeren dragen dus onverantwoord veel risico’s. Zolang ze geen duurzame contracten en geen enkel vat hebben op de prijs, is het wel heel cynisch dat wij hen aanmoedigen om extra investeringen te maken.

Cacaoprodecenten leven vaak ver onder de extreme armoedegrens van de Wereldbank.

De kosten van een fatsoenlijke levensstandaard voor dit huishouden worden geschat op 6.133 dollar per jaar[2]. Dit inkomen omvat de basis voor een voedzaam dieet, degelijke huisvesting met goede sanitaire voorzieningen, schoolgeld voor de kinderen, gezondheidszorg en enkele andere essentiële behoeften. Echter, met de prijs die de producent vandaag krijgt voor zijn cacao, kan hij onmogelijk aan dit inkomen geraken. Erger nog, onze studies tonen aan dat zelfs wanneer de productiviteit wordt verdrievoudigd (!), de cacaoproducent nog steeds niet aan een leefbaar inkomen zou geraken. Ze leven dus ver onder de extreme armoedegrens van de Wereldbank.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Engagement richting leefbaar inkomen

Op de vierde Wereld Cacao Conferentie in Berlijn eind april 2018, werd gesteld dat de cacaosector van koers moet veranderen om te verduurzamen. De sector schaarde zich achter een gemeenschappelijke agenda om boeren een leefbaar inkomen als mensenrecht te garanderen en ontbossing te stoppen. Er is dus nood aan een nieuwe benadering en daar kunnen we in België een voortrekker van zijn.

De verklaring van Berlijn en de aanbevelingen moeten nu vertaald worden naar daadkrachtige actieplannen.

De verklaring van Berlijn stelt dat ‘too many cocoa farmers are still living in poverty. Deforestation, child labour, gender inequality, human rights violations and many other challenges are a daily reality in many cocoa regions. We affirm that the cocoa sector will not be sustainable if farmers are not able to earn a living income.’ De verklaring en de aanbevelingen moeten nu vertaald worden naar daadkrachtige actieplannen.

Want laat het duidelijk zijn: bestaande initiatieven en programma’s die het laatste decennium werden opgericht in de cacaosector – vaak gericht op productiviteitsverhoging, diversificatie en bedrijfsefficiëntie – zijn niet voldoende om boeren in West Afrika te helpen een leefbaar inkomen te verdienen. Verhoogde opbrengsten, diversificatie naar alternatieve gewassen, verbeterde efficiëntie, governance en bedrijfsbeheercapaciteit zijn allemaal erg belangrijk. Maar een focus op duurzame prijzen kan en mag echter niet langer worden genegeerd als een cruciale aanjager voor duurzame cacao.

Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)

 

België: de opportuniteit om een voortrekker te worden

Op 25 juni riep onze vicepremier en minister van ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo op om Belgische chocolade te verduurzamen. Dat kunnen we alleen maar toejuichen.

De Croo wil samen met de sector en ngo’s afspraken maken rond een gemeenschappelijk programma en agenda met als doel om duurzaamheidsaspecten te verankeren in de Belgische chocolade industrie. En dat is uiteraard ook op vraag van de consument, die steeds meer aandacht heeft voor duurzaamheidsaspecten (inclusief een eerlijke prijs voor de producent!) van de producten die hij koopt.

Alexander De Croo: ‘Als men ook in de toekomst een goed en duurzaam geproduceerd chocolade wil blijven leveren aan de consument, dan moet er blijvende aandacht gaan naar duurzame en klimaatbestendige teeltverbeteringen, het terugdringen van ontbossing, het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het verhogen van het inkomen van boeren en boerinnen. Alle partners in de keten moeten daarvoor samenwerken, met de steun van overheden, sectororganisaties en kennisinstellingen.’

Besluit

België is een chocoladeland met veel respect voor ambacht en vakmanschap. De declaratie van Berlijn eindigt met ‘the time to act is now’. De ambitie en doelstellingen zijn duidelijk en algemeen aanvaard. Maar zonder een gecoördineerd actieplan om impact op schaal te realiseren, geraken we er niet. Dit is het moment om het respect voor vakmanschap dat bestaat voor Belgische chocolade door te trekken naar de cacaoproducenten.

Chocolade zal niet verdwijnen in ons chocoladeland. Maar als we de cacaoteelt interessant willen houden voor de volgende generatie producenten moeten we nu handelen. De echte vraag is: laten we cacaoboeren in extreme armoede leven, of betalen we een prijs die hen eindelijk toelaat een degelijk inkomen te verdienen?

[1] Cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op de meest recente “household income study” gepubliceerd in April 2018. De studie werd onafhankelijk uitgevoerd door TruePrice en besteld door Fairtrade International.

[2] De “living income calculation” is gebaseerd op de Anker & Anker methode om de kosten van een fatsoenlijke levensstandaard te berekenen voor een gemiddelde familiesamenstelling in de regio.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift