Seattle bleek dan toch het begin van een keerpunt

Wat gaat de tijd toch snel! Tien jaar geleden is het al dat de zogeheten Battle of Seattle plaatsvond. Het was daar en toen dat het mondiale middenveld voor het oog van de wereld de Wereldhandelsorganisatie (WTO) met massale en goedgeplande straatacties een dag lang het werken belemmerde.
Waarom het dat deed? Om luidkeels te laten weten dat een wereld waarin alles ondergeschikt is aan een steeds vrijere wereldhandel tot sociale en ecologische rampen leidt en dat dat nu maar eens afgelopen moest zijn. De straatprotesten sloten aan bij de ontevredenheid van ontwikkelingslanden over hun gebrek aan zeggenschap in de WTO zelf. Vanaf de evenementen in Seattle werd de tot dan zeer verspreide kritiek op de neoliberale globalisering samengesmeed tot het andersglobalisme.
Achteraf bekeken hadden de andersglobalisten op heel wat punten gelijk, maar niet in alles. Het klopte dat de werkende mensen op veel plaatsen hun positie relatief zagen verslechteren: de concurrentie van miljarden nieuwe Chinese en Indiase werknemers van het wereldkapitalisme drukte de prijs van arbeid. Het klopte dat veel van de zwakste ontwikkelingslanden niet veel te winnen hadden bij liberalisering van de handel, gewoon omdat ze weinig produceren en ertoe neigen veel in te voeren. Wie betwijfelt nog dat we op een klimaatramp afstevenen als we niet drastisch ingrijpen, te beginnen over enkele weken in Kopenhagen?
Toen al bekritiseerde het middenveld een financiële sector die, op zoek naar het hoogst mogelijke gewin, samenlevingen in de ellende stortte. Zij het dat op dat moment die samenlevingen zich vooral in het Zuiden bevonden. Waardoor het van hieruit allemaal bekeken minder erg leek. ‘Luc Coene beweerde toen dat een muntcrisis van tijd tot tijd gezond is’, verklapte Rudy De Meyer van 11.11.11 ons na zijn audiëntie bij de toenmalige kabinetschef van premier Guy Verhofstadt. Zou Coene de huidige crisis ook zo gezond vinden?
Op één punt sloeg een deel van de manifestanten de bal mis: de mondialisering bood wel degelijk economische groeikansen voor de sterkere ontwikkelingslanden: China, India, Brazilië, Vietnam… Die werkelijkheid werd onvoldoende in rekening gebracht. Nochtans is het niet onbelangrijk, want het verandert de machtsverhoudingen in de wereld. En dus ook in de WTO. In 2003 waren wij met MO* bij de eersten om in de mislukte WTO-onderhandelingen in Cancún een keerpunt te zien: voortaan zouden ontwikkelingslanden geen WTO-akkoorden meer aanvaarden die niet goed voor hen zijn.
Natuurlijk, we moeten er iets heel belangrijks aan toevoegen: aan zichzelf overgelaten leidt deze globalisering ook in die succesvolle ontwikkelingslanden tot meer ongelijkheid. Daarom zie je dat in heel Latijns-Amerika, in China, zelfs in India, regeringen elk op hun eigen manier proberen om de groeiende welvaart op een betere manier te verdelen. Daarmee wordt het neoliberale ongelijk bewezen. Evenals met het klimaatbeleid. Zelfs de WTO erkent nu dat de vrijheid van handel soms ondergeschikt moet worden aan klimaatzorg.
Bekeerde neoliberalen als de Leuvense professor De Grauwe zeggen dezer dagen wat andersglobalisten jaren geleden al stelden. Dat steekt soms wat: dat hij de veren krijgt die anderen al jaren eerder hadden verdiend.
En nu moet dus de financiële sector op zijn plaats worden gezet, dat wil zeggen: in dienst van de samenleving. Ook daar is er, dankzij de crisis, beweging.
Herinnert u zich dat vooral het middenveld – zeker in België– al in Seattle pleitte voor de Tobin tax, een belasting op financiële transacties? Welnu, in deze MO* zegt Yves Leterme, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, zelfverzekerd dat een dergelijke heffing ‘in de sterren geschreven staat’. Maar de strijd is nog lang: de macht van de bankiers is immers groot.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur