Solidariteit binnen Europa is een praktijk van afwentelen

Pascal Debruyne

16 september 2020
Opinie

Moria, een van de vele morele schandvlekken van Europa

Solidariteit binnen Europa is een praktijk van afwentelen

Solidariteit binnen Europa is een praktijk van afwentelen
Solidariteit binnen Europa is een praktijk van afwentelen

De gelijkenis tussen Moria uit "In de Ban van de Ring" en het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos is treffend, stelt Pascal Debruyne in een opiniestuk. Het is een donkere plaats, de afgrond waar elke vorm van menselijkheid verdwijnt. De Nobelprijs voor de Vrede die Europa ooit kreeg, is een wrang gegeven tegen de achtergrond van Moria.

© Reuters / Alkis Konstantinidis

© Reuters / Alkis Konstantinidis

De gelijkenis tussen Moria uit In de Ban van de Ring en het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos is treffend, stelt Pascal Debruyne in een opiniestuk. ‘Moria is een donkere plaats, de afgrond waar elke vorm van menselijkheid verdwijnt.’

Het onderscheid tussen fictie en realiteit vervaagt wanneer beelden van een brandend Moria ons netvlies bereiken. Tijdens de queeste van ‘The Fellowship of the Ring’ moet het gezelschap met Frodo Baggins door ‘Moria’, waar een gevreesd monster leeft uit de oudheid: de Balrog. Die zet alles in vuur en vlam.

De wegen naar plaatsen waar echt bescherming kan aangevraagd en geboden worden, worden in de mainstreampolitiek vandaag toenemend ‘illegaal’ genoemd.

Moria is afgeleid van ‘MOR’, wat donker of zwart betekent en de uitgang ‘IA’: wat staat voor leegte, afgrond. Om de queeste tot een goed einde te brengen, is de weg door Moria via de brug van Kazah-Dûm een onvermijdelijk gevaar dat de groep moet trotseren. De ultieme daad van verzet toont tovenaar Gandalf. ‘Thy shall not pass!’ Hij redt de rest van het gezelschap van de Balrog…

De gelijkenis met Moria op Lesbos, waar het vluchtelingenkamp in vuur en vlam stond, is treffend. Het is een donkere plaats, de afgrond waar elke vorm van menselijkheid verdwijnt. Vluchtelingen zijn er ontdaan van rechten, in de praktijk wachten ze jarenlang op de behandeling van hun asielaanvraag.

Helaas is Moria slechts één van dergelijke plekken op de lange tocht naar een veilige plaats van aankomst. De plaatsen waar echt bescherming kan aangevraagd en geboden worden, worden schaarser. En de wegen naar deze plaatsen worden in de mainstreampolitiek vandaag toenemend ‘illegaal’ genoemd. Het lijkt de bedoeling het recht op asiel en bescherming af te bouwen, of daar alvast de geesten voor te doen rijpen.

Europa als Balrog

De ‘Balrog’ van dienst lijkt het Europese asiel- en migratiebeleid. Je vindt het monster niet enkel op de wankele bruggen aan de buitengrenzen van Europa – waar mensen op de vlucht almaar vaker naartoe worden gedreven door de Italiaanse en Griekse kustwacht, maar ook door de Kroatische en Hongaarse politie, tegen alle internationale rechtskaders in – maar ook binnen de Europese grenzen. De kampen en vergelijkbare situaties zijn legio.

Wie de bruggen en grasvlaktes op de ring van Parijs kent, of plaatsen als Calais en Duinkerke, en de rand rond Spaanse en Italiaanse steden, krijgt beelden van hoe ‘bescherming’ intussen verveld is tot ‘verwerping’ en ‘expulsie’. We zien ‘de naakte mens’, ontdaan van rechten. De politiek-filosoof Giorgio Agamben noemt hen ‘de homo sacer’: de mens die vogelvrij is verklaard.

Laat ons het luidop benoemen: het is een crimineel beleid. Het is een beleid waarbinnen de grenzen van wettelijkheid worden opgezocht, overtreden en meer dan eens simpelweg opzij worden gezet. Europa wordt in die keuze vooral gestuwd door een anti-migratiepolitiek binnen de lidstaten en door bepaalde regio’s.

De Nobelprijs voor de vrede die Europa ooit kreeg, is een wrang gegeven tegen de achtergrond van Moria.

De solidariteit tussen lidstaten is een praktijk van afwentelen. Een groot deel van de opvanglast en/of -plicht wordt gedragen door de zuidelijke landen als Griekenland en Italië. Bovendien is er geen solidariteit tussen staten. De toepassing van de Dublinverordening III zorgt er in de praktijk voor dat asielzoekers, op zoek naar bescherming en hereniging met familie en vrienden, worden teruggestuurd naar het eerste land van aanmelding. Dat betekent jarenlang wachten in Moria of andere kampen en asielcentra vóór de behandeling van je aanvraag.

Europa’s asiel en -migratiepolitiek wordt ‘ad hoc’ gestuurd op de grillige golven van ‘de publieke opinies’, vooral op kantelmomenten zoals verkiezingen in diverse landen. Bovenop het wettelijke en politieke geflirt van het Europese asiel- en migratiebeleid met ‘het criminele’, is het verval van de politieke ethiek sprekend.

De Nobelprijs voor de Vrede die Europa ooit kreeg is een wrang gegeven tegen de achtergrond van Moria, als een van de vele morele schandvlekken van Europa. De relocatie van enkele honderden minderjarigen naar Duitsland en België, gevolgd door een 180 kinderen en jongeren naar het Griekse vasteland, is niet meer dan een aflaat, wetende dat er meer dan 13.000 mensen op de vlucht dakloos zijn.

Wie is er crimineel?

En toch lijkt het erop dat de rollen in dit verhaal worden omgekeerd. Wanhopige mensen op de vlucht worden herleid tot overlast of gevaar. Het zijn geen ‘échte vluchtelingen’, maar ‘illegalen’. Net die demarcatie tussen ‘echte vluchtelingen’ en ‘illegalen’ moet het in de toekomst mogelijk maken de opvangplaatsen te verschuiven buiten de buitengrenzen van de Europese Unie. Kortom, meer ‘Moria’s’ dus, maar dan in Libië, in Tunesie, in Mauretanië en in Marroko en Turkije.

De afbraakpolitiek van juridische dienstverlening speelt een belangrijke rol.

De praktijk toont vandaag een asiel- en migratiepolitiek waarbinnen de Europese Unie zaken doet met autoritaire staten en criminele actoren. De mensensmokkel, die weelderig tiert bij dergelijke politiek, wordt vaak aangedreven door een coalitie tussen statelijke en niet-statelijke actoren als smokkelaars.

De mensen op de vlucht die door de mazen van het net glippen, de mensen die hun recht op bescherming pogen om te zetten in bescherming en/of duurzaam verblijf, zij ervaren een toenemende verstrenging in het proces van bescherming. De toegang tot een advocaat wordt moeilijker, de beroepsprocedures korter, de begeleiding en omkadering is afgebouwd door kaalslag na kaalslag in het middenveld.

Zeker de afbraakpolitiek van juridische dienstverlening verdient onze aandacht. Het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen (BCHV) werd opgedoekt en de juridische dienst van het Agentschap Integratie en Inburgering gekortwiekt, naast besparingen op organisaties als INTACT en Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Het gebrek aan informatie en begeleiding zorgt voor een toename van meervoudige aanvragen voor asiel, waarbij asielzoekers geen directe toegang meer krijgen tot opvang tot er nieuwe elementen in het dossier opduiken.

De ironie overstemt ook de rede en redelijkheid bij het recente advies over ‘terugkeer’ van de commissie Bossuyt. Na de hachelijke beleidspraktijk waarbij de federale regering – toen nog met N-VA – Soedanese burgers terugstuurde via een identificatiemissie met lieden van het regime stond die commissie in voor een advies over terugkeer.

In haar advies waarschuwt die commissie voor strafrechterlijke inbreuken en ‘criminaliteit’ die hun voedingsbodem zouden kennen in Illegaal verblijf. De vraag bij dit alles is echter wie er situaties van onwettelijk verblijf produceert met behulp van een afbraakbeleid wat betreft bescherming? Wie voert een crimineel beleid door toenemende samenwerking met autoritaire regimes?

Thy shall not pass!

Is het niet al lang tien na twaalf? Regeringen die op het ene domein roepen om ‘evidence-based beleid’ vallen stil wanneer het over asiel en migratie gaat. De bewijzen dat detentie van kinderen psychologische schade veroorzaakt en trauma’s zijn legio. De Nederlandse aanpak op lokaal niveau van ‘opvang en oriëntatie’ van mensen zonder wettig verblijf, heeft numeriek meer duurzame uitkomsten dan het Belgische uitwijzingsbeleid.

De bewijzen dat het verstrengen van gezinshereniging zorgt voor moeilijkere integratie, maar ook minder inkomen en dus sociale bijdrages op termijn, stapelen zich op. En de concrete grenzenpolitiek, incluis de omgang met de Dublinverordening, heeft een ruimtelijk verlengstuk in de diverse kampsituaties in Europese steden en grensruimtes.

Is ons streefdoel Moria heropbouwen? Of meer Moria’s creëren aan de binnengrenzen en/of buitengrenzen? Of moet het gaan over rechtvaardige relocatie uit lidstaten in het zuiden? Meer zelfs, er is nood aan hervestiging uit landen als Jordanië, Libanon en Turkije die namelijk het merendeel van de vluchtelingen opvangen.

In plaats van een pleidooi voor rechtvaardige herverdeling hoor je vandaag partijen van links tot rechts opkomen voor ‘opvang in eigen regio’. Dan zijn ze dichter bij huis, bij mensen die dezelfde taal spreken en cultuur hebben? Hoe neokoloniaal kan het anno 2020 nog worden?

Is het niet hoog tijd dat we gaan voor een asiel- en migratiebeleid dat mensen terug ‘bekleedt’ in plaats van ‘ontkleedt’ van rechten? Een asiel- en migratiebeleid gestuwd door een civiele samenleving die hier en nu luidop zegt: ‘Thy shall not pass!’

Welke politieke partij wil daar de megafoon voor zijn, binnen en buiten de toekomstige federale regering?

Pascal Debruyne is Doctor in de Politieke Wetenschapper. Hij is als onderzoeker verbonden aan Odisee Hogeschool (Kenniscentrum Gezinswetenschappen).