Strijd tegen racisme moet ook in moslimlanden gevoerd worden

Mariyam Safi

12 juni 2020
Opinie

Discriminatie van en geweld tegen Afghanen in Iran is dodelijk

Strijd tegen racisme moet ook in moslimlanden gevoerd worden

Strijd tegen racisme moet ook in moslimlanden gevoerd worden
Strijd tegen racisme moet ook in moslimlanden gevoerd worden

'Onze moslimgemeenschap moet ook bewust en alert reageren op onrechtvaardigheid, discriminatie en mensonterende behandeling van vluchtelingen in moslimlanden', stelt Mariyam Safi. Ze spreekt uit ervaring.

Afghaanse vluchtelingen hebben meestal geen papieren en zijn heel kwetsbaar voor misbruik door informele werkgevers

CC EU/ECHO Pierre Prakash (CC BY NC-NA 2.0)

Racisme, etnische discriminatie en vreemdelingenhaat kunnen dodelijk zijn, zelfs voor hoogopgeleide mensen. Maar wie er vooral kwetsbaar voor is, zijn mensen die sowieso al geen of weinig rechten en kansen hebben. Vluchtelingen, bijvoorbeeld. En de problemen waarmee zij af te rekenen hebben doen zich zowat overal voor. Mariyam Safi verhaalt de Afghaanse ervaring in Iran.

Racisme staat bovenaan de maatschappelijke agenda, eindelijk. Subtiel racisme, institutioneel racisme, systemisch racisme. Intolerante politici domineren vaak de media, maar het publiek heeft de vrijheid om daar een eigen standpunt over te vormen. Er is uiteraard nog een lange weg te gaan, maar in België wordt ook hard gewerkt om een inclusief verhaal mogelijk te maken.

Meestal wordt racisme in letterlijke of figuurlijke zwart-wittermen gezien: de ongelijke behandeling op basis van huidskleur. Dat het allemaal veel subtieler ligt – en dus ook moeilijker uit roeien is – blijkt als je kijkt naar de ervaring van Afghaanse migranten of vluchtelingen in Iran. Zeer simplistisch uitgedrukt kan het verschil tussen Afghanistan en Iran vergeleken worden met het verschil tussen Nederland en Vlaanderen.

Afghanen die terechtkomen in Iran worden constant onderworpen aan zowel fysiek als mentaal geweld in de vorm van institutioneel en systematisch racisme.

Afghanen die terechtkomen in Iran worden constant onderworpen aan zowel fysiek als mentaal geweld in de vorm van institutioneel en systematisch racisme. Menswaardigheid is ver te zoeken. Ongeveer één miljoenen Afghanen zijn gevlucht naar Iran. Slechts een klein percentage daarvan heeft een geldige verblijfsvergunning en de rest moet daar noodgedwongen illegaal verblijven. Hierdoor zijn ze op de arbeidsmarkt vatbaar voor uitbuiting en misbruik.

Het komt vaak voor dat Iraanse aannemers vaak Afghaanse arbeiders en bouwwerkers aannemen. Als het project klaar is, bellen de aannemers de politie zodat de Afghanen gedeporteerd worden naar Afghanistan. Op die manier hoeft de aannemer hen niet te betalen.

In Iran worden Afghaanse vluchtelingen lager dan tweederangsburgers beschouwd. Ze hebben onder andere geen toegang tot openbare basisdiensten. Ook kunnen ze niet genieten van basismensenrechten. Dagelijks ervaren ze op straat enorm veel racisme en discriminatie. Zo worden Afghanen in Iraanse straten “Afghani kasafat” genoemd: vuile Afghaan.

Dodelijk geweld

Om naar België te kunnen komen, moesten mijn familie en ik eerst naar Iran gaan omdat er in Afghanistan geen Belgische ambassade was. Het was onzeker hoe lang we daar zouden blijven, en om die reden heeft mijn mama geprobeerd om ons in te schrijven in een school. Maar in elke school kreeg ze te horen dat wij als Afghanen geen recht hadden op onderwijs. Stel je voor dat je morgen naar Nederland zou verhuizen en dat je te horen zou krijgen dat het recht op onderwijs enkel voorbehouden is aan Nederlanders en dat jouw kinderen geen recht hebben om naar school te gaan.

Bovendien maakt de Iraanse grenspolitie zich schuldig aan geweld tegen Afghanen. Ongeveer een maand geleden werd een tiental Afghanen in detentie gehouden, gemarteld en zwaar mishandeld, waarna ze door de grenspolitie gedwongen werden om in de Harirod-rivier te springen. De grenspolitie keek toe hoe ze verdronken. Afgelopen woensdag werd een auto waarin 14 Afghaanse vluchtelingen zaten, onder vuur genomen door de grenspolitie. Het voertuig vatte vuur, een aantal inzittenden raakte gewond, anderen kwamen om. Hun doodskreten werden genegeerd.

Verpletterend stilzwijgen

Ik vind het moeilijk te begrijpen dat moslimlanden en moslims mensenrechten als heilig beschouwen en gebruiken om rechtvaardigheid te eisen van westerse landen, terwijl ze verdrinken in stilzwijgen wanneer vluchtelingen vernederd, gemarteld en onmenselijk behandeld worden in landen zoals Iran. Ik ben geboren en getogen in een wetteloos land waar de wil van de sterkste de wet was. Om die reden beschouw ik mensenrechten als heilig.

Onze moslimgemeenschap moet ook reageren op onrechtvaardigheid, discriminatie en mensonterende behandeling van vluchtelingen in moslimlanden

Dit is mijn pleidooi: dat onze moslimgemeenschap ook bewust en alert moet reageren op onrechtvaardigheid, discriminatie en mensonterende behandeling van vluchtelingen in moslimlanden. Zo lang we daar niet over durven of willen spreken, blijft de situatie onveranderd. Landen zoals Iran moeten internationaal op het matje geroepen worden en op hun vingers getikt worden. De grenspolitie begaat misdaden die mensonterend zijn en die mogen niet ongestraft blijven.

Vluchtelingen worden in Iran dagelijks geconfronteerd met radicale vormen van racisme en discriminatie. Deze incidenten vinden we in het Westen nooit of nauwelijks terug in nieuws of  krantenkoppen. Om die reden is er geen inzicht in wat daar gebeurt. Een gebrek aan inzicht zorgt voor een gebrek aan controle, waardoor mensonterende praktijken jarenlang ongestoord plaatsvinden. Zolang we niet aankaarten dat Afghanen in Iran systematisch gediscrimineerd worden en dit onderwerp niet in de schijnwerpers zetten, kan Iran onverstoord verdergaan met deze onmenselijke praktijken.

Mariyam Safi is juriste en gemeenteraadslid (Groen) in Wommelgem