Venezuela: vuurdoop van een bondgenootschap

Een van de meest markante aspecten van het geval Venezuela is ongetwijfeld de moeilijkheid om ‘feiten’ te onderscheiden van wat slechts een gemanipuleerde versie daarvan is.

In de nasleep van de recente verkiezingen werden er volgens officiële bronnen een tiental Maduro-supporters vermoord door opposanten. Op basis van die berichten werd oppositieleider Capriles beschuldigd van moord, na zijn weerlegging van de nipte verkiezingsresultaten (tot alle stemmen werden geteld) en de onrust die volgde. Maar in een land waar er wekelijks meer moorden zijn dan in een oorlogszone, moorden waarvan de reden of de dader zelden worden gevonden, is dat een verdachte vaststelling, vergelijkbaar met de snelle beschuldiging van ETA na de treinaanslagen door Al Qaeda in Madrid. En uiteraard doken er snel getuigen op, meestal familieleden van de slachtoffers, die beweerden dat het over gewone criminaliteit ging en niet over politieke moorden. Twee even plausibele versies van ernstige en triestige feiten.

De ontkenning van de overwinning van President Maduro zou ook de weinige parlementairen van de oppositie hun recht kosten om te spreken in de Asamblea Nacional die geleid wordt door Diosdado Cabello, een politicus die graag de rol van de ‘bad cop’ speelt in de Venezolaanse politiek. De monddode gedeputeerden hebben als antwoord de zittingen van het parlement zodanig gestoord (met boegeroep, toeters en een spandoek: “Staatsgreep in het parlement”) dat hun protest snel leidde tot een vechtpartij waarin twee politici van de oppositie zichtbaar hard werden aangepakt. De staatszender stoorde in prime time de programmatie van alle andere zenders (in Cadena Nacional, een mechanisme waar de President over beschikt en regelmatig gebruik van maakt) om de officiële versie van de feiten te laten zien: op een donkere soundtrack werden stille beelden getoond waarop te zien is hoe de oppositie haar eigen aframmeling zou hebben voorbereid.

De huidige elektriciteitscrisis wordt intussen ook door de officiële media niet meer ontkend noch verkocht als het gevolg van klimaatsfactoren: door de officiële media wordt er nauwelijks over gesproken en als het gebeurt, is het om te vermelden dat de oppositie daar de verantwoordelijkheid voor draagt, met regelmatige en moeilijk te bewijzen “sabotages”. Zeer onwaarschijnlijk maar in ieder geval mogelijk, want veiligheid is het grootste probleem van het land: zelfs tijdens de eedaflegging van President Maduro geraakte een grapjas tot op het podium om de microfoon van de kersverse President over te nemen, waardoor Maduro het eerste slachtoffer van zijn eigen veiligheidsbeleid is geworden.

Tussen officiële media die melden dat alles in orde is en wat niet werkt de schuld is van ‘Het Imperium’, en niet-officiële media die de nadruk leggen op de tekortkomingen van de overheid en zo weinig mogelijk berichten over de verwezenlijkingen van de revolutie, is de bekoring groot om de zoektocht naar objectiviteit op te geven in Venezuela. ‘Objectiviteit’ lijkt onbereikbaar en wordt daarom ook vaak verward met ‘neutraliteit’. En dat is jammer, omdat er een groot verschil is tussen de twee; omdat ‘neutraliteit’ geen voorwaarde is in de zoektocht naar ‘objectiviteit’. Want ongeacht overtuigingen liggen de feiten ergens tussen de officiële leugens en die van de oppositie.

Akkoorden

De schaarste van basisproducten is ook een van de grote rampen in het land van het mogelijke. Venezuela heeft altijd een deel van haar voedsel geïmporteerd, maar vandaag kampt het land met een wisselkoersparadox, want dankzij de kunstmatig lage prijs van de dollar wordt importeren goedkoper dan zelf produceren. Ondertussen is de beschikbaarheid van dollars beperkt, onregelmatig en ingewikkeld, met als gevolg een onvermijdelijke schaarste van basisproducten. Volgens de officiële pers gaat het over een complot van de resterende privéproducenten, hoewel de staat al genoeg genationaliseerd en onteigend heeft om het grootste deel van de markt in eigen handen te hebben. Het verhaal is volop bezig: op 14 mei werd een stijging van 20% aangekondigd op de prijs van geïmporteerd rundvlees, kip, melk en zuivelproducten. Dat is drie maanden na de devaluatie van de munteenheid met iets meer dan 40% en de gedecreteerde stijging van de salarissen met iets minder dan 40%.

Recente akkoorden met Brazilië en Argentinië resulteren in de import van 760 duizend ton voedsel. De Minister van Handel heeft net de import van 50 miljoen rollen toiletpapier aangekondigd (meteen goed voor kleurrijke krantenkoppen) om de huidige nood te lenigen. Nieuwe akkoorden met China zouden ondertussen een “samenwerking” garanderen om de achterstand op vlak van energie(Venezuela heeft dit jaar een recordimport van benzine uit de VS) en technologie aan te kaarten.

Volgens de officiële media gaat het over solide stappen in de ontwikkeling van het land en zelfs over schaarste als symptoom van een grotere welvaart en consumptievermogen van de Venezolanen. Voor de niet-officiële media gaat het over noodmaatregelen die getuigen van een land in crisis.
Maar in beide gevallen gaat het over de vuurdoop van een prille bondgenootschap. Venezuela kan niet langer verbergen dat de infrastructuur van het land na 14 jaar Chavismo onvoldoende is geworden om te antwoorden op de meest elementaire noden van het Venezolaanse volk. En het is nu precies het moment om te bewijzen dat de grootste inspanning van Hugo Chávez, zijn poging om een subcontinentaal karakter te geven aan de revolutie, niet voor niks is geweest. Venezuela, het land dat o.a. Argentinië, Bolivia en Cuba uit de nood geholpen heeft, zal niet meer in staat zijn om haar buurlanden te steunen. Het is eerder tijd voor de geallieerden om de leegte te vullen en het leiderschap over te nemen. Het is tijd voor anderen om Venezuela uit de nood te helpen, ondanks het triomfantelijk discours van el oficialismo. En het is precies die ontwikkeling, de eventuele overwinning van de subcontinentale solidariteit, die de Latijns-Amerikaanse kaart kan hertekenen op korte termijn.

De officiële versie van de feiten

Ondertussen controleert de overheid ook de Venezolaanse migratie van alle tv-zenders naar digitale televisie. Nieuwszender Globovision (de enige die persconferenties van de oppositie live uitzendt, bijvoorbeeld) heeft geen toestemming gekregen om hun signaal te migreren. Dit betekent dat de laatste lastige zender buitenspel werd gezet. Bewust van de onmogelijkheid om te overleven als enig overblijvend analoog signaal in de digitale era, wordt Globovision verkocht aan ondernemer Juan Domingo Cordero, een van de vrienden van de socialistische overheid in de privésector. De nieuwe raad van bestuur communiceerde snel dat de zender op zoek zou gaan naar een “informatief evenwicht” maar tegelijkertijd heeft de gerespecteerde journalist Vladimir Villegas, algemeen gezien als de vertegenwoordiger van de hoop voor onafhankelijke media, de leiding van de zender geweigerd. Hij kon, in zijn eigen woorden geen “decoratieve directeur” worden. Zonder enige moeite van de staatszender om dat “informatieve evenwicht” uit te oefenen, vertaalt deze situatie zich in minder kansen om in deze gevoelige tijden iets anders te horen dan de officiële versie van de feiten.

De zoektocht naar objectiviteit in Venezuela zal met de dag moeilijker worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift