Toenemende militarisering en gebrek aan humanitaire hulp

In Venezuela zijn inheemse volkeren de vergeten slachtoffers

DaniBlanchette (CC BY-NC-SA 2.0)

 

In het machtsvertoon tussen Venezuela en de VS zijn inheemse volkeren aan de grens met Brazilië de vergeten slachtoffers. Natalia Garcia Bonet, docent Sociale Antropologie aan de Universiteit van Kent, legt uit hoe de fragiele verstandhouding tussen de regering en inheemse volkeren onder druk staat door een toenemende militarisering en een gebrek aan humanitaire hulp.Het leek een confrontatie tussen humanitaire hulp en militair geweld. In februari stuurde de Venezolaanse regering militaire troepen naar de grens met Colombia om te vermijden dat noodhulp die uit de VS kwam en de steun had van oppositieleider Juan Guaidó het land binnenkwam.

Deze blokkade trok heel wat media-aandacht en lokte controverse uit toen vrachtwagens met noodhulp in brand vlogen tijdens botsingen tussen het leger en manifestanten die een doorgang probeerden te creëren.

Soortgelijke scenario’s herhaalden zich aan de Venezolaanse grens met Brazilië – met een nog tragischer uitkomst. Hier werd het militaire konvooi dat de grens moest bewaken tot staan gebracht door inheemse politiekrachten van de Pemón-gemeenschap van Kumarakapay in het Nationaal Park Gran Sabana, een regio die officieel beschouwd wordt als inheems grondgebied.

Het leger opende het vuur, met twee dodelijke slachtoffers als gevolg. Zoraida Rodríguez, een inheemse vrouw, werd gedood in haar eigen huis.

Frame van westerse media

De conflicten aan de grens met Brazilië kenden heel wat minder mediabelangstelling dan die aan de Colombiaanse grens – deels omdat ze niet passen in het frame van westerse media in hun berichtgeving over Venezuela. Deze concentreren zich vooral op de falende economie in het land, en de dreiging van een mogelijke militaire interventie door de VS, gezien de voorgeschiedenis van Amerikaanse inmenging in andere Latijns-Amerikaanse staten.

In het Westen wordt het verhaal vaak voorgesteld als een dispuut tussen een Venezolaanse regering in moeilijkheden en het imperialisme van de Verenigde Staten, waarbij Venezuela als een homogene natie wordt beschouwd. Dit gaat echter voorbij aan de moeilijke verhouding die veel Venezolanen, ook de inheemse, altijd al met de overheid hebben gehad.

Conflict rond soevereiniteit

De confrontaties tussen de Pemón en het leger aan de Braziliaanse grens moeten dan ook eerder begrepen worden als een conflict rond soevereiniteit over inheemse gebieden. Die staan in schril contrast tot de retoriek van de Venezolaanse regering, die zich opwerpt als voorvechter van de inheemse zaak.

De conflicten aan de grens met Brazilië kenden heel wat minder mediabelangstelling dan die aan de Colombiaanse grens – deels omdat ze niet passen in het frame van westerse media in hun berichtgeving over Venezuela.

Nationale soevereiniteit is een terugkerend thema in de zogenaamde Bolivariaanse Revolutie, zoals die werd verkondigd door voormalig president Hugo Chávez. Deze beweging omarmt een socialistische ideologie en verzet zich tegen buitenlandse inmenging, vooral van de Verenigde Staten.

Maar ook de geschiedenis van inheems verzet tegen koloniale invasies werd gebruikt door zowel Chávez als zijn opvolger Nicolás Maduro (die in 2013 aan de macht kwam) als een symbool van verzet tegen buitenlandse interventies.

In 1998 behaalde Hugo Chávez de grootste verkiezingsoverwinning in Venezuela in veertig jaar. Dat kwam deels doordat hij gemarginaliseerde groepen zoals inheemse volkeren bij zijn natieproject had betrokken.

Meer nog, veel inheemse volkeren in Venezuela zagen hun inclusie in de natiestaat als een deel van de Bolivariaanse Revolutie. Zo was er de grondwet van 1999, die als eerste een hele resem rechten voor inheemse groepen stipuleerde, zoals inheemse rechten over inheems land. Twintig jaar later blijven veel van die beloften echter grotendeels dode letter en heerst er een groeiende ontevredenheid onder inheemse volkeren.

Goud en bauxiet

De expansie van de staat in inheemse gebieden in het zuiden van het land is historisch steeds gelinkt geweest aan natuurlijke rijkdommen, vooral aan het overvloedig aanwezige goud en bauxiet. Al sinds de koloniale tijd dwingt de staat zijn monopoliepositie over mijnbouw af door ordehandhaving en controle over de regio.

Ondanks Hugo Chávez’ beloftes voor verandering is er nauwelijks iets gewijzigd onder de Bolivariaanse regeringen sinds 1998. Zo was er bijvoorbeeld in 2016 een grootschalige en wijdverspreide ontwikkeling van de mijnbouw in een poging de economische crisis af te wenden. Dit project leidde tot een toegenomen militarisering van de mijnbouwregio’s ten noorden van Bolívar en Amazonas, nabij inheemse gebieden.

Humanitaire hulpprogramma’s

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Tijdens de vroege jaren van Chávez’ revolutie probeerden de autoriteiten in inheemse gebieden zoals de Gran Sabana-regio – waar Zoraida Rodríguez gedood werd – zich een soepeler imago aan te meten. Hoewel de staat nog steeds controle uitoefende door de aanwezigheid van een grote politiemacht, werden ook verschillende humanitaire hulpprogramma’s voor de lokale bevolking opgestart.

Die programma’s, die mogelijk waren door de hoge internationale olieprijzen, bereikten zo ook afgelegen gebieden die door vorige regeringen verwaarloosd waren.

Sinds de start van de economische crisis in 2015 werd deze hulp echter teruggeschroefd, en bereikt de overheid de inheemse gebieden nu slechts sporadisch, of zelfs helemaal niet.

Terugkeer van vroegere conflicten

De militaire aanwezigheid werd wel verhoogd. Hierdoor brokkelt de verstandhouding tussen de Venezolaanse regering en de inheemse bevolking steeds verder af en keren de vroegere conflicten over territorium en ontginning van rijkdommen terug.

De confrontaties van afgelopen februari tussen het leger en de inheemse bevolking over de toegang van humanitaire hulp zijn dan ook symptomatisch voor deze steeds vijandiger wordende verstandhouding.

Deze spanningen zijn verder toegenomen door de interne contradicties van de Bolivariaanse Revolutie: die onderschrijft enerzijds de rechten en autonomie van inheemse volkeren, maar oefent anderzijds controle uit over diezelfde inheemse gebieden in naam van de nationale soevereiniteit. En met een economie in vrije val lijkt het er zeker niet beter op te worden.

Natalia Garcia Bonet is docent Sociale Antropologie aan de Universiteit van Kent

Bron: The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift