Vijf vergeten lessen bij de interventie in Mali

Ludo De Brabander

16 januari 2013
Opinie

Vijf vergeten lessen bij de interventie in Mali

Vijf vergeten lessen bij de interventie in Mali
Vijf vergeten lessen bij de interventie in Mali

Opnieuw is een land het toneel van een militaire interventie. Frankrijk is begonnen met het bombarderen van de islamisten in Mali in een poging hun offensief richting hoofdstad Bamako te stoppen. Volgens president François Hollande dient het Franse militaire optreden in deze ex-kolonie geen ander doel dan "strijden tegen het terrorisme". Hij benadrukte ook dat Frankrijk de territoriale integriteit wil herstellen conform aan de resoluties van de VN-Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad stemde de afgelopen maanden drie resoluties (2056, 2071 en 2085) onder hoofdstuk VII van het Handvest van de VN. De laatste resolutie van december 2012 geeft een mandaat voor een internationale missie onder Afrikaanse leiding. Maar de Afrikaanse landen die de operatie op het getouw moeten zetten hebben verschillende maanden nodig om deze operatie op poten te zetten. En dus greep Frankrijk in.

De unanimiteit in Europa over het Franse optreden is groot. In eigen land spraken bijna alle partijen van links tot rechts hun steun uit voor de regeringsbeslissing om Frankrijk militair ter hulp te snellen. Het geloof in het heil van wapengekletter is blijkbaar groot in dit parlementair halfrond. Net als rond Libië, ontbreken de kritische stemmen. Wat Mali toont en zal tonen is dat militaire interventies geen geschikt middel zijn om stabiliteit of democratie te creëren, wel integendeel. We lijken keer op keer de les van vorige interventies en andere militaire bemoeienissen te vergeten.

1. Mali volgt uit Libië

De oorlog in Mali is een rechtstreeks gevolg van de militaire interventie in Libië. Toen Khadafi werd verdreven keerden eenheden Toearegs, die een groot deel van zijn leger bevolkten, terug naar hun thuisland Mali en namen meteen ook een uitgebreid wapenarsenaal mee.

Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid van Mali, dat met verschillende opstanden te maken kreeg, slaagden de Toearegs er in om twee derde van het grondgebied onder hun controle te krijgen. De interventie in Libië wordt graag als een geslaagde operatie gepresenteerd, terwijl de hele regio er door werd gedestabiliseerd.

2. Gefaald antiterrorisme-beleid

Het ambitieuze antiterrorisme-programma dat de VS in Noord-Afrika hebben opgezet lijkt in Mali zijn mislukking te bewijzen. Het heeft in Mali op een dubbele manier de opstand in de hand gewerkt. In het heetst van de opstand, liepen verschillende leidinggevende officieren met hun troepen en hun wapens over naar de opstandelingen. Zij waren de vrucht van jarenlange Amerikaanse trainingsprogramma’s.

Nu zijn westerse troepen in een strijd gewikkeld met milities die het zelf trainde. Tot overmaat van ramp pleegde een andere door de VS opgeleide officier van het gedemoraliseerde Malinese leger in maart vorig jaar een staatsgreep tegen de regering in Bamako. Dat leidde het land verder in de chaos.

3. Saoedische inmenging

De Toeareg-onafhankelijkheidsstrijders hebben in juni 2012 na een interne strijd onder de opstandelingen het onderspit moeten delven tegen radicale islamisten die nu op een brutale manier de meest strikte interpretatie van de sharia hebben ingevoerd. Dat kon alleen omdat ze over grote steun konden beschikken van Saoedi-Arabië.

In Afghanistan, Pakistan, Irak, Egypte en Syrië financierden de Saoedi’s eerder al de meeste reactionaire en extremistische milities. Datzelfde Saoedi-Arabië blijkt tegelijk een belangrijke bondgenoot te zijn van westerse regeringen. Een militaire interventie brengt weinig zoden aan de dijk als de bevoorradingslijnen van de extremistische islamisten gewoon open blijven.

4. Interventie Afghanistan leidde tot radicalisering

Het is nogal ironisch dat de Franse militaire interventie plaatsvindt op het ogenblik dat Frankrijk zich terugtrekt uit Afghanistan waar al sinds 2001 een ‘oorlog tegen de terreur’ wordt gevoerd. Mission Accomplished? Daar is weinig van te merken. De Taliban zijn allesbehalve verslagen terwijl er in Kaboel een regime aan de macht is dat over weinig democratische legitimiteit beschikt. Het kwam aan macht na grootschalige verkiezingsfraude in 2009 en wordt nu in het zadel gehouden door westerse bezettingstroepen.

De oorlog in Afghanistan heeft regionale en internationale gevolgen waarvoor we tot op vandaag een zware prijs betalen. In Pakistan hebben de Taliban hun invloed uitgebreid waar geen enkele Amerikaanse drone tegen opgewassen lijkt. Maar vooral hebben opeenvolgende militaire expedities paradoxaal genoeg versterkt wat men beweert te bestrijden. Van Pakistan tot in de Sahel via Irak, Syrië en Somalië heeft zich een internationale van islamistisch extremisme ontwikkeld die op een zekere populariteit kan rekenen voor de ‘heilige’ strijd tegen de ‘kruisvaarders’.

Al Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM), dat in alliantie met Ansar Al Din het noorden van Mali controleert, zou nooit de huidige dimensie hebben bereikt zonder de interventie in Afghanistan. Zoals ook de oorlog in Irak het land verregaand heeft gedestabiliseerd en tot speelterrein heeft herschapen van radicale groepen verbonden aan Al Qaida.

5. Politieke visie ontbreekt

Het ergste is dat deze militaire interventie plaatsvindt zonder duidelijk politiek perspectief of visie. Er zijn vooral veel vragen. Wat is het doel van de interventie? De radicale islamisten bestrijden en steun aan een ontredderde regering bieden? De bevolking beschermen met bombardementen die nu al verschillende burgerslachtoffers hebben gemaakt? In welke mate spelen geostrategische overwegingen en grondstoffen een rol?

Het Toeareg-gebied in Niger en Mali herbergt een van de grootste voorraden van uranium in de wereld, naast onontgonnen petroleumreserves. Dit is een niet onbelangrijk detail voor het erg nucleaire Frankrijk. Is het daar waar minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius op zinspeelde, met zijn uitspraak dat er vlug moest gehandeld worden omdat er sleutelbelangen in het geding zijn voor ons, voor Afrika en voor Europa?

Wat met de verzuchtingen van de Toearegs die al decennia een erkenning vragen van hun taal en cultuur en willen dat hun gebied economisch wordt ontwikkeld? Bestaat er een kader voor een politieke oplossing, heeft men daar ooit ernstig werk van gemaakt. Frankrijk heeft in dat opzicht weinig moreel en politiek gezag in te brengen. In de koloniale periode bekochten de Toearegs hun felle antikoloniale strijd met politieke en economische marginalisering. Het koloniale Frankrijk legde de kiemen van decennialange onrust in het land. Wat is dan nog de legitimiteit van Frankrijk om met de steun van onder meer ons land, zogenaamd zaken op orde te stellen in Mali?

In een opiniestuk in Journal de Dimanche verraste voormalig premier Dominique De Villepin met een fel anti-oorlogsstandpunt. “Het is tijd om een einde te maken aan een decennium van verloren oorlogen” zo schrijft hij. “Nog nooit hebben deze oorlogen geleid tot een solide en democratische staat. Integendeel, zij bevorderen het separatisme, de mislukte staten en de ijzeren wet van de gewapende milities. Alleen een politiek proces is in staat om vrede te brengen in Mali.” En oorlog is al meermaals een hinderpaal gebleken voor zo’n politieke dynamiek die in dit geval de islamisten moet isoleren en de Toearegs duurzame perspectieven kan bieden. Dat is trouwens wat in VN-resolutie 2085 wordt gevraagd. De wortels moeten worden aangepakt. Een militaire interventie dreigt de politieke situatie in een impasse te brengen en Mali voor jaren te destabiliseren.

Ludo De Brabander is woordvoerder van Vrede vzw.