Dossier: 

Voedseloverschotten: supermarkten zijn niet de grote boosdoeners

Wanneer het over voedselverspilling gaat  - zoals nu, dank zij de 11.11.11-campagne – wordt snel in de richting van de supermarkten gekeken. We begrijpen die reactie: Belgen kopen hun voeding vooral in supermarkten, en beelden van afvalcontainers aan zo’n supermarkt zijn sensationeler dan een beeld van de bruine vuilniszak die de consument wekelijks op de stoep zet.

vrt

Peter Vandenberghe

Maar ons begrip betekent niet dat we gelukkig zijn met die voortdurende verwijzing, alsof wij de grootste oorzaak van voedselverspilling zouden zijn. De cijfers liegen er niet om: zowat alle onderzoeken tonen aan dat van alle voedseloverschotten in België gemiddeld 2,5 procent bij de handel ligt, terwijl de consument verantwoordelijk is voor 25 tot 42%.

Bovendien hebben we het liever over voedseloverschotten dan over verspilling. De term verspilling insinueert dat het om een moedwillig vernietigen van voedsel gaat. En niets is minder waar. De supermarkt doet er net alles aan om overschotten tot een absoluut minimum te beperken.

Daar zijn twee heel goede redenen voor: een ethische en een economische. De ethische: voedseloverschotten worden door de maatschappij niet meer aanvaard –en dat is een goede zaak. Wanneer de armoedecijfers ook bij ons stijgen, is het bijzonder laakbaar dat niet alle voedsel bij de eindgebruiker terecht komt.

En economisch: elk voedseloverschot is voor de supermarkt een economisch verlies dat niet kan gerecupereerd worden. Je betaalt je leverancier voor voeding, en je kunt het niet verkopen – soms is het bijzonder eenvoudig. In tegenstelling tot andere spelers in de voedselketen, kan de handelaar dat verlies dus niet recupereren: er worden geen subsidies betaald voor wie fruit in de winkel laat liggen, en de prijs aan de kassa kan niet stijgen omdat er een (kunstmatige) schaarste wordt gecreëerd.

Voedselbanken en caritatieve organisaties

Pascal Maramis (CC BY 2.0)

Inzamelactie van een voedselbank

De sector levert constante inspanningen om voedseloverschotten te vermijden. Door een uitgekiend bevoorradingssysteem, bijvoorbeeld. Computermodellen rekenen voor welke verkoop in elk winkelpunt kan worden verwacht. Indien er toch overschotten dreigen, wordt in vele ketens het systeem van de snelverkoop gehanteerd: vandaag met een fikse korting kopen, en voor morgen consumeren. Ongeveer een kwart van de overschotten worden bovendien aan de Voedselbanken of andere caritatieve organisaties geschonken. Vorig jaar gaven supermarktketens het equivalent van 2,5 miljoen volwaardige maaltijden aan de Voedselbanken. Die schenkingen worden vooral vanuit de centrale depots georganiseerd.

Gemiddeld 62 procent van de niet verkochte voeding is niet voor consumptie geschikt. De helft daarvan gaat naar biomethanisering (produceren van energie), de rest is voor veevoeders, bemesting. En de kleinste fractie wordt vernietigd – verbrand.

Het is een fabeltje dat supermarkten aan consumenten kunnen opdringen wat die moet kopen en consumeren.

Doen de supermarkten al veel om voedselverlies te beperken? Ja, heel veel. Kunnen ze nog meer doen? Ongetwijfeld – en daar werken ze ook constant aan. En kunnen die overschotten nog beter worden besteed? Vast wel.  Maar het is geen taak die de supermarkten alleen op zich kunnen nemen. Er is een gemeenschappelijke aanpak nodig, waar iedereen zijn of haar verantwoordelijkheden in moet nemen.

Het is een fabeltje dat supermarkten aan consumenten kunnen opdringen wat die moet kopen en consumeren. Net die overtuiging zorgde in het verleden voor grote voedselverliezen. Het idee was toen dat je maar veel in de rekken moest proppen, en dat mensen het dan wel zouden kopen. Dat klopt niet: de klant koopt bewust en kritisch. Een aanbod van ‘lelijke’ groenten en fruit kan een oplossing bieden voor het verlies vroeger in de keten – maar als de consument die groenten en fruit in de winkelrekken laat liggen, verschuif je natuurlijk het probleem alleen maar.

Meer schenkingen van perfect consumeerbaar, maar onverkocht eten aan verenigingen met een sociaal oogmerk moeten ook kunnen – maar die verenigingen hebben niet altijd de capaciteit om overschotten op te pikken, te verwerken en/of te verdelen. En we zullen nooit instemmen met een voedselveiligheid met twee snelheden: eentje voor diegene die het zich kan permitteren, en een tweede voor de ‘armen’. We doen dus geen enkele toegeving op het vlak van voedselveiligheid: ook onverkocht eten moet gegarandeerd veilig zijn om in een (alternatief) circuit terecht te kunnen komen.

We blijven ons, met de hele sector, verder inzetten om voedseloverschotten terug te dringen. Met het FAVV spraken we soepelere regels af die schenkingen faciliteren. We raden onze leden aan om structurele samenwerkingen met Voedselbanken of andere sociale organisaties op te zetten – liefst in samenwerking met de lokale overheid, zoals in Gent gebeurt. We kennen onze verantwoordelijkheden, en ontlopen ze niet.

Kleine spelers op de globale voedselmarkten

De prijs van ons eten wordt op wereldschaal bepaald, en de invloed van een Belgische supermarktketen op die prijs is vrijwel nihil.

Maar supermarkten zijn niet almachtig. Onze ketens zijn kleine spelers op de globale voedselmarkt. De prijs van ons eten wordt op wereldschaal bepaald, en de invloed van een Belgische supermarktketen op die prijs is vrijwel nihil. Wanneer meer dan zestig procent van de in België gekweekte varkens naar het buitenland wordt geëxporteerd, en nauwelijks 12% van het Belgische varkensvlees in Belgische supermarkten terecht komt, begrijp je dat de prijs niet door die supermarkt wordt bepaald.

De roep naar meer lokale producten, naar ‘eigen kweek’, naar seizoensgebonden fruit en groenten is grotendeels een terechte vraag. En we stellen ook vast dat supermarkten steeds vaker op die vraag ingaan. Het aandeel lokale voedselproducten blijft stijgen, de vraag van supermarkten naar plaatselijke biovoeding overstijgt zelfs het aanbod.

Het verhaal van voedselverspilling is geen eenvoudig zwart-wit-verhaal. We hebben er alle begrip voor dat het regelmatig zo wordt voorgesteld – het maakt campagnes aantrekkelijk, het helpt te sensibiliseren en mobiliseren. Maar het is niet fair om supermarkten als de grote boosdoener af te schilderen – die aanpak verdienen we niet.

Peter Vandenberghe is hoofd van de communicatiedienst bij Comeos

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift