Voluntoerisme, goed voor een ander of vooral voor jezelf?

In januari trekt Jan Flamend weer naar Benin, om daar, in opdracht van Louvain Coopération, de ngo van de UCL, commerciële opleidingen te geven aan de mensen van de GEL’s, Guichets d’économie locale. ‘Een vriend riep schamper uit: “Ga je weer de voluntoerist uithangen?” Die steek kwam goed aan.’ Elke goedbedoelende vrijwilliger loopt ooit tegen de vraag aan, ‘Voor wie doe ik het eigenlijk?’ Ben ik wel zo nobel als ik graag denk dat ik ben?

  • dfataustralianaid (CC BY 2.0) Een Australische voluntoeriste in een Centre for disability in Development in Bangladesh dfataustralianaid (CC BY 2.0)
  • © Angela Fisher De 22–jarige Angela Fisher, die een International Health Brigade in Ghana deed, oogste veel bijval met deze foto op haar Facebook en Instagram account. Leuk meisje, leuke kinderen. © Angela Fisher

In 2006 vierde de farmaceutische onderneming Norgine zijn honderdste verjaardag. Norgine is een zgn specialty pharma bedrijf, dat gericht is op de markt van de gastro-enterologie en in gans Europa actief is. Hun sterproduct is Movicol dat, zoals de naam laat vermoeden, de darmtransit aanzienlijk vergemakkelijkt. Het is eigendom van de familie Stein, en Peter Stein is de CEO. Het draait momenteel een 350 miljoen euro omzet en er werken een duizendtal personeelsleden.

Voor die honderdste verjaardag nodigde Peter Stein zijn verkoopsmensen, ongeveer 350 heren en dames, uit voor een team event in Sun City in Zuid Africa. Een grote gebeurtenis, met de typische mobiliserende en enthousiasmerende speeches, awards, team buildings en dat in een onwaarschijnlijk luxueuze omgeving (met een artificieel strand en namaakgolven, casino’s, golf enzoverder). Sun City. Africa’s Kingdom of Pleasure.

Liefdadigheidsmanie

Op de derde dag van hun verblijf vonden de Norgine medewerkers een gekleurd T-shirt op hun comfortabele kamer. Ze werden verzocht dat T-shirt aan te trekken, en naargelang de kleur van het T-shirt werden ze in een groep ingedeeld. Elke groep ging aan boord van een klaar staande bus, en die bussen brachten hen naar een dorp op een 60 km van Johannnesburg.

In dat armoedige dorp stonden schoppen, houwelen, metsersgerief en cementmolens klaar om door de Norgine verkopers bediend te worden. Peter Stein steunt de bouw van een aantal woningen voor ontriefde families en hij vond het een goed idee dat zijn medewerkers aan dat pro bono project zouden meedoen.

Het contrast met de decadente luxe van Sun City kon niet groter zijn. Een aantal mensen waren gechoqueerd, zij vonden dat Stein het niet kon maken om hen zo voor een voldongen feit te stellen. Hij mocht gerust de wilde weldoener spelen, maar hij had als bedrijfsleider niet het recht om hen in zijn liefdadigdheidsmanie te betrekken. Bovendien was het heel warm, waren er overal vliegen en uitgemergelde kinderen kwamen hen bekijken alsof ze dierentuinattracties waren.

Anderen daarentegen pakten de schoppen met plezier vast en vonden het een schitterend idee. Ze hadden zich ongemakkelijk gevoeld in die Sun City kunstmatigheid, goed wetende door welke ellende ze omringd waren. Ze sloten vriendschap met de toekijkende mensen, verbroederden met hen, en ja, probeerden wat zinvol werk te doen. Ze waren geen bouwvakkers, maar elk beetje helpt.

Een winstmakend bedrijf heeft een morele verantwoordelijkheid, en goed verdienende westerlingen hebben een solidariteitsverplichting met het arme zuiden.

Hoedanook, het was een onvergetelijke ervaring. ’s Avonds, toen Peter Stein het woord voerde en iedereen bedankt voor zijn inzet en aangaf dat waarden als menselijkheid en betrokkenheid belangrijk zijn voor Norgine, hield niemand het droog. De tranen van ontroering vloeiden rijkelijk, en tien jaar later spreekt men er nog van.

Het initiatief van Peter Stein is natuurlijk extreem. Er zijn niet zoveel bedrijfsleiders die zo ver gaan in hun Maatschappelijk Verantwoord Ondernemerschap, of CSR. Corporate Social Responsability is redelijk ingeburgerd bij de meeste Westerse bedrijven, en doorgaans neemt het de vorm aan van een project in het Zuiden dat financieel gesteund wordt door de directie en door de medewerkers.

Het heeft een onmiskenbare marketing-waarde, het schept een additionele verbondenheid met het personeel, en het kan natuurlijk geen kwaad om je goede hart te laten zien. Peter Stein wilde duidelijk verder gaan dan het obligate reputatiemanagement verhaal. Een winstmakend bedrijf heeft een morele verantwoordelijkheid, en goed verdienende westerlingen hebben een solidariteitsverplichting met het arme zuiden. Bovendien moeten die verwende verkopers met hun company cars en dikke bonussen maar eens stilstaan bij hun gepriviligieerde positie in een zeer ongelijke wereld. Ze met de neus op de feiten drukken, en tegelijk een aantal woningen bouwen. Twee vliegen in één klap, zal Stein gedacht hebben.

Ik ken Peter Stein een beetje en ik denk dat zijn bedoelingen oprecht zijn. Hij is niet het cliché van de wilde weldoener die een pet project opzet om te scoren op executive cocktails. Het risico is dat dit een one-off event is, dat de Norgine boys & girls hun shot authenticity CSR gekregen hebben, weer naar hun comfortabele huis gaan, en dat de Zuid Afrikaanse dorpelingen met half afgewerkte woningen blijven zitten, en het achtergebleven bouwmateriaal zelf moeten opkuisen.

Haïtiaanse werklui, professionele metsers, stonden er perplex naar te kijken, en ze vroegen zich waarom die mensen dat hele eind van de VS waren gekomen om hun werk af te pakken.

Dat dit geen ongewoon neveneffect van goed bedoelde hulpacties is, vertelt journalist Jacob Kushner in een boeiend artikel The voluntourist’s dilemma in The New York Times. In de nasleep van de kollosale aardbeving die Haïti in 2010 trof, observeerde hij een groepje Christelijke zendelingen die in de bergen boven Port au Prince druk in de weer waren om een school te bouwen, naast een methodistenkerk.

Haïtiaanse werklui, professionele metsers, stonden er perplex naar te kijken, en ze vroegen zich waarom die mensen dat hele eind van de VS waren gekomen om hun werk af te pakken. Ze kwamen meer kwaad dan goed doen. Als ze het geld van hun vliegtuigticket gedoneerd hadden, en thuis gebleven waren, waren de Haïtianen beter geholpen.

(Op het internet circuleert een video van oud presidenten Bill Clinton en Georges W. Bush die in maart 2010 Haiti bezoeken. Ze schudden de handen van de plaatselijke bevolking en Bush vindt dat zo vies dat hij zijn hand aan het hemd van Clinton afveegt. Een onwaarschijnlijk hilarisch beeld.)

Onduurzaamheid

Peter Stein heeft dat gevaar van “onduurzaamheid” van zijn hulp wel ingezien, en het project wordt tot op vandaag verder gezet, en het heeft de levens van vele dorpelingen grondig veranderd. Op positieve wijze.

Het fenomeen van het voluntoerisme dat Kushner vermeldt, is wijd verbreid. Volgens hem gaat er jaarlijks een goeie 2 miljard dollar om: er zijn een 300 organisaties die vrijwilligersvakanties aanbieden, en ongeveer 1,6 miljoen jongelui in een gap year (een sabbatjaar vóór het aanvatten van hogere studies, nvdr) maken er gebruik van. Vooral Amerikaanse jongelui betalen duizenden dollars om een paar weken in een Afrikaans of Aziatisch land Engelse les te gaan geven, weeskinderen te entertainen of vrouwen te helpen sieraden te vervaardigen.

Sommige van die organisaties zijn echt malafide. Er is een berucht weeshuis in het Cambodjaanse Siem Reap dat veel geld incasseerde en kinderen inhuurde om wees te spelen, en zo de goedmenende voluntoeristen de barmhartige samaritaan ervaring van hun leven te bezorgen.

Kritische stemmen noemen het narcistische escapades waar de begunstigden geen zak aan hebben, erger nog, de armen dienen als achtergrond voor een selfie waarmee de would be Dr Schweitzers zoveel mogelijk likes en ooh’s en aah’s willen verzamelen op hun facebookpagina. De 22–jarige Angela Fisher, die een International Health Brigade in Ghana deed, oogste veel bijval met deze foto op haar Facebook en Instagram account. Leuk meisje, leuke kinderen.

© Angela Fisher

De 22–jarige Angela Fisher, die een International Health Brigade in Ghana deed, oogste veel bijval met deze foto op haar Facebook en Instagram account. Leuk meisje, leuke kinderen.

De vraag is natuurlijk wie is hiermee gebaat? Angela of de kinderen? Haar populariteit en aanzien zijn in elk geval sterk gestegen.

Er is ook het verhaal van de mooie blonde Schotse actrice Louise Linton die een boek schreef over haar vrijwilligerswerk in Zambia, een boek dat bol staat van de fouten, leugens, stommiteiten en expliciet racisme.

Louise wordt op het internet levend gevild voor zoveel fout egocentrisme. Nu ze met een fundraiser van Donald Trump op allerlei galabals haar opwachting maakt, is het hek helemaal van de dam en wordt ze als een slecht uitgevoerde copie van Cruella Devil ten tonele gevoerd.

Morele hooghartigheid

Waarom is er zoveel kritiek op mensen die iets goed proberen te doen voor de arme, zieke en hongerige medemens in veraf gelegen gebieden? Ook professioneel gestructureerde ngo’s valt vaak het verwijt van zelfbediening, impactloosheid, inefficiëntie en neo-kolonialistische reflexen te beurt. Men dicht de goeddoeners allerlei verdachte motieven toe.

‘Wat mij het meest irriteert aan die wilde weldoeners, dat is hun morele hooghartigheid,’ beet een dame mij ooit toe. ‘Wanneer ze om geld voor hun projectje komen schooien, geven ze je het gevoel dat je je schuldig moet voelen als je niet meteen in je portemonnee tast. Je mag niet eens de vraag stellen of dat geld wel goed besteed wordt. Ik mag toch zelf beslissen wat ik met mijn geld en met mijn tijd doe. Ik ben niet verantwoordelijk voor al die ellende in de wereld. Ik wil niet met hun schuldcomplex opgezadeld worden. Bovendien, die mensen doen dat maar omdat ze er zelf beter van worden. Ze kunnen zich dan goed over zich zelf voelen. Het zijn eigenlijk heel gewone egoïsten, zoals iedereen, maar dat willen ze niet toegeven.’

Wie niets doet, kan niets verkeerd doen. Goed doen geeft een goed gevoel, ook als het niet effectief is.

Van de andere kant zou je ook weer kunnen stellen dat deze kritiek een redelijk lelijke vorm van jaloezie is, een verkrampte vorm van nijd. De niet-gever, de niet-vrijwilliger wordt door de gever/vrijwilliger op het niet functioneren van zijn geweten gewezen, op de oppervlakkigheid van zijn egoïsme gewezen. Dat wringt onvermijdelijk.

Wie niets doet, kan niets verkeerd doen. Goed doen geeft een goed gevoel, ook als het niet effectief is. Empathie is heilzamer dan boosaardigheid, onze biochemie reageert positiever op generositeit dan op hatelijkheid en conflict. De Franse boeddhist, Mathieu Ricard, die doorgaat voor de gelukkigste mens ter wereld heeft een blokhut van een boek over geschreven, Altruisme. De kracht van Compassie, 897 pagina’s dik. Je hebt het Charter for Compassion dat door de godsdiensthistorica Karen Armstrong in het leven geroepen werd. Het is een wereldwijde beweging. Hun overtuiging krijgt meer en meer bijval. We believe that a compassionate world is possible when every man, woman and child treats others as they wish to be treated–with dignity, equity and respect. Je hebt Effective Altruism, een beweging van zakenmensen, wetenschappers en filantropen die sociale impact op een professionele manier te lijf gaan. Doing Good Better, is hun slogan.

De Amerikaanse sociologen Christian Smith en Hilary Davidson hebben een fascinerend boek geschreven over de liefdadigheidsindustrie. The Generoristy Paradox. By giving we receive, but by taking we lose (2014). Het is een grondige studie over de manier waarop in de VS aan liefdadigheid en filantropie wordt gedaan. Ze hebben het geef-gedrag van 2000 mensen gedurende vijf jaar bestudeerd en 60 diepte interviews gedaan met fervente schenkers. Enkele cijfers. 2,7 % van de Amerikanen geven 10% van hun inkomen aan goede doelen. 86,2 % geeft minder dan 2 % van zijn inkomen weg, en ongeveer de helft van alle Amerikanen, 159 miljoen van de 318 miljoen, geven niks.

Smith en Davidson vinden het vooral sneu voor die niet-gevers. Door niet te geven, ontzeggen zij zich de formidabele baten van het krijgen. Vandaar de paradox van de generositeit in de titel van het boek. Generositeit is paradoxaal: door te geven, krijgen we heel veel terug. Hoe genereuzer, hoe gelukkiger mensen zijn. Hoe gezonder hun geest en lichaam, hoe zinvoller hun leven. Hoe beter we zorgen voor anderen, hoe beter we voor onszelf zorgen. Hoe hebberiger, hoe ongelukkiger.

Breinonderzoek heeft aangetoond dat generositeit positieve biochemische reacties in onze hersenen veroorzaakt.

Breinonderzoek heeft aangetoond dat generositeit positieve biochemische reacties in onze hersenen veroorzaakt. In de mesolimbische baan worden de belonende stimuli herkend, en de losgekomen dopamine en endorfines geven een effect van euforie en oxytocine die een diep gevoel van sereniteit en innerlijke vrede met zich mee brengen.

De generositeit moet wel waarachtig zijn om dit effect te hebben. Als er bewuste berekening in het spel is, dan vervalt de gezondheidsbonus. Gutmenschen mogen best naïef zijn, maar ze moeten oprecht zijn in hun bedoelingen. Smith en Davidson stellen dat generositeit als liefde is: zelveloos.

Bij meester Zwerts

Nu, uiteindelijk gaat het niet om de kwaliteit van de bedoelingen, maar om de effectiviteit van de interventies. Die bedoelingen, dat is een particulier dilemma, en kwestie van persoonlijke moraliteit waaraan de hulpbehoevende weinig boodschap heeft.

Die sarcastische sneer van mijn goede vriend heeft tot de nodige soulsearching geleid. Hier gaan we: wanneer ik mezelf afvraag waarom ik weer zo nodig een vliegtuig induik om gratis in een ver en vreemd land commerciële opleidingen te gaan geven en de gefronste wenkbrauwen van vrienden en familie moet trotseren, dan denk ik terug aan wat waarschijnlijk het meest gelukkige moment in mijn overigens vrij rimpelloze bestaan geweest moet zijn.

In het vierde leerjaar bij meester Zwerts kregen wij een uiteenzetting van een missionaris over melaatsheid en de arme mensen die daar aan leden, en de pater zei dat het 100 frank kostte om zo iemand te genezen. De volgende dag gaf ik 400 frank, alles wat ik gespaard had, aan meester Zwerts. Mijn moeder was tot in het diepst van haar wezen ontroerd dat ik zoiets deed, en ze weende. Ze zei: ‘gij zijt een goei menneke.’ Sindsdien ben ik op zoek naar het gevoel dat die woorden mij toen gaven. En terwijl ik dit schrijf op een regenachtige novembernamiddag, springen de tranen van zelfontroering weer uit mijn ogen.

Voilà.

O ja, dit nog. Na de vorige passage, in januari 2013, na de opleidingen aan de mutualistes, die ziektverzekeringen aan de man brengen in de Beninese dorpen, is het aantal aansluitingen met 24 procent gestegen. 24% meer mensen hebben toegang tot betaalbare gezondheidszorg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift