IS is nog niet verdwenen

Waarom grond belangrijk is voor Islamitische Staat

Anthony Zendejas (CC0)

Iraakse troepen vuren op stellingen van IS. Ondertussen bestaat het kalifaat niet meer en heeft IS de grondoorlog verloren, maar of dat het einde is van de islamistische terreurbeweging, is nog maar de vraag.

De Islamitische Staat (IS) is recent het laatste overblijfsel van zijn territorium in Syrië kwijtgeraakt, maar dat is nog niet het einde van de terreurgroep, schrijft Harout Akdedian, onderzoeker aan het Center for Religious Studies van de Central European University in Boedapest. Wat betekent dit verlies van territoriale controle dan voor IS?Op zijn hoogtepunt had het zelfuitgeroepen “kalifaat” controle over naar schatting 55.000 vierkante kilometer grond in Syrië en Irak. Dat grondoorlog verloren is, is dus zeker een ernstige slag. Desondanks kunnen we verwachten dat IS zich opnieuw zal ontwikkelen. Het netwerk zal blijven bestaan in virtuele, online ruimtes en grotendeels onzichtbaar worden. Het zal zich richten op ondermijnende tactieken en terreuraanslagen met een breder bereik.

Dat vooruitzicht roept wellicht de vraag op of het niet beter was geweest IS in een begrensd geografisch gebied te houden, in plaats van de belangrijkste territoriale basis volledig te verwoesten. Met dit verlies op de grond in Syrië en Irak, hebben IS en zijn verwanten echter minder capaciteit voor rekrutering, indoctrinatie en groei.

Het belang van grondgebied

Het succes van rebellengroepen om langdurige gewapende conflicten te overleven is afhankelijk van hun capaciteit om grondgebied onder controle te houden. Dat hebben ze nodig om geld te verdienen en om ter plaatse te rekruteren.

Territoriale controle geeft gewapende groepen de mogelijkheid de plaatselijke bevolking te dwingen zich aan te passen aan hun ideologie. Sinds zijn ontstaan, heeft IS begrepen dat zijn radicale “islamitische” gemeenschap ter plaatse niet bestaat. Daarom wordt geprobeerd die te creëren, door bestaande gemeenschappen te transformeren volgens de IS-ideologie.

Burgeroorlogen elders in de wereld laten zien hoe territoriale controle niet afhankelijk is van de vraag of de lokale bevolking achter de ideologie van de bezetter staat. In zijn boek The Logic of Violence in Civil War stelt Stathis Kalyvas dat een combinatie van dwangmaatregelen en lokale bestuursorganen het mogelijk maakt de orde en stabiliteit te handhaven en medewerking van de bevolking af te dwingen.

De rechtbanken onder de voormalige Liberiaanse president Charles Taylor zijn vergelijkbaar met de religieuze rechtbanken van IS

Tijdens de Liberiaanse burgeroorlog in de vroege jaren 1990 bijvoorbeeld, gebruikten rebellen van het National Patriotic Front of Liberia (NPFL) van Charles Taylor, bestuursorganen en rechtbanken in het gebied dat ze beheersten om een alternatieve orde te creëren op basis van wreedheden en geweld. Dit leidde tot een ingewikkeld systeem van beschermheerschap en loyaliteit, dat nieuwe afhankelijkheden creëerde tussen de plaatselijke bevolking en het nieuwe regime.

De rechtbanken onder Taylor zijn vergelijkbaar met de religieuze rechtbanken van IS, die toestemming gaven om de grenzen te passeren, de inhoud van het onderwijs op scholen bepaalden, sociale diensten distribueerden en extreme openbare straffen uitdeelden.

Tijdens een langdurige gewapend conflict sporen deze bestuurlijke organen, sociale diensten en het ordevertoon de medewerking van de plaatselijke bevolking aan. Met andere woorden, territoriale controle geeft de bezetter de macht om het gedrag, en potentieel de ideologie, van de mensen onder hun bewind te bepalen.

Controle-instrumenten

Onder IS was vertoon van wreedheid en geweld een belangrijke manier om dit te doen. Bij openbare executies werden mensen verbrand, gestenigd, onthoofd en van daken gegooid. Deze executies werden uitgevoerd voor het oog van de bevolking, zorgvuldig gechoreografeerd, nauwkeurig gedocumenteerd en verspreid – zowel lokaal als internationaal.

IS claimde expliciet dat deze wreedheden bedoeld waren om een vacuüm te creëren, door plaatselijke sociale structuren te ontwrichten die vervolgens op eigen wijze konden worden ingevuld en bestuurd. In essentie werden deze vertoningen van geweld gebruikt als instrument van sociale organisatie.

Als de bestuursstructuren functioneren en mensen beschikken over eten en basisdiensten, dan nemen ze de ideologie van de bezettende macht voor lief (zij het onder dwang), of gaan die zelfs aanhangen.

Uit data verzameld tussen 2012 en 2014, blijkt dat veel mensen die leven onder het bewind van geradicaliseerde groepen zoals IS, hun oordeel over deze groepen eerder laten afhangen van de dagelijkse omstandigheden waarin ze leven, dan van de algehele prestaties van het bewind of vooruitzichten.

Als de bestuursstructuren functioneren en mensen beschikken over eten en basisdiensten, bijvoorbeeld, nemen ze de ideologie van de bezettende macht voor lief (zij het onder dwang), of gaan die zelfs aanhangen. Degenen die dat niet doen, wachten strenge en openbare straffen, als “voorbeeld” voor anderen.

De executie in 2014 van leden van de soennitisch-Arabische bevolkingsgroep al-Sheitaat in Deir el-Zor (Syrië), is daar een voorbeeld van. IS doodde meer dan zevenhonderd leden van deze groep, toen bleek dat ze verzetten tegen het kalifaat. Ook viel IS onophoudelijk andere jihadi’s of voornamelijk soennitische rebellengroepen aan. Het aantal slachtoffers daarvan loopt nog steeds op, nu er telkens nieuwe massagraven worden ontdekt.

Gewelddadige consolidatie

Dergelijke wreedheden waren voorbeelden van consolidatie van de macht door IS, via eliminatie van rivalen en de onderdrukking van potentiële oppositie binnen zijn grondgebied. De lokale bevolking had in deze situatie geen andere keuze dan zich religieus te tonen op de manier zo IS dat eiste. Voor hen was aanpassing een manier om te overleven. Maar het verlies van grondgebied door IS heeft de capaciteit om de lokale bevolking op deze manier te controleren en indoctrineren sterk gereduceerd.

Het meest waarschijnlijk is dat IS versplintert tot nieuwe organisaties

De vraag is welke impact de methodes van IS op de lange termijn zullen hebben op de getroffen bevolking. Veel zal afhangen van wat er in de komende tijd gebeurt in dat gebied.

Terwijl de macht van IS sterk teruggedrongen is, is die nog niet verdwenen. Het meest waarschijnlijk is dat IS versplintert tot nieuwe organisaties die elders territorium proberen te veroveren. Delen van Noord-Afrika en de Maghreb, waar de controle over grote stukken grond betwist wordt, zijn vooral vatbaar hiervoor. Intussen zal IS zijn virtuele gemeenschappen blijven koesteren en online een nieuw publiek zoeken.

Harout Akdedian, onderzoeker aan het Center for Religious Studies van de Central European University in Boedapest. Bron: The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift