Waarom ik deze foto van vluchtelingenkinderen wou tonen

Elk beeld is een keuze. Van de fotograaf, van de redacteur of van je vrienden op sociale media. Denken we nog na bij de beelden die we zien of delen? Gie Goris licht één van zijn keuzes in het pas verschenen nummer van MO* toe.

  • @beeld: Giorgios Makkas / Panos @beeld: Giorgios Makkas / Panos

Welke beelden toon je en wanneer beslis je om een beeld niet te tonen? De discussie is al actueel sinds de gruwelijke executies door IS –de onthoofdingen, de vuurkooi, de verdrinking, het wordt steeds erger.

Moeten we tonen waartoe de organisatie in staat is in naam van hun verwrongen theologische ideologie?

In het geval van de IS-video’s of beelden is de vraag op de eerste plaats politiek: is de informatieve waarde van de beelden belangrijker dan de vaststelling dat het verspreiden van hun zelfgemaakte beelden de facto bijdraagt tot het realiseren van hun doelstellingen?

Moeten we tonen waartoe de organisatie in staat is in naam van hun verwrongen theologische ideologie? Of helpen we hen daarmee net terreur te  creëren, paniek te zaaien, te polariseren en wellicht enkele jongeren op ideeën te brengen?

Er is geen enkel antwoord dat voor eens en alle gevallen de juiste benadering geeft, al neig ik zelf  naar grote terughoudendheid: journalistieke beelden tonen is iets anders dan propagandafilms verspreiden. En ik kan sowieso niet goed tegen geweld op mensen. Maar het gebeurt wel, natuurlijk, dus moet je toch een manier vinden om erover te informeren.

Wil ik dit zien, wil ik dit tonen? De vraag circuleert sinds meer dan een week rond beelden van verdronken kinderen, mannen en vrouwen die aanspoelen op de Europese kusten. Gisteren werd die discussie beslecht door de beelden van het jongetje Aylan die gevonden en weggedragen wordt door een Turkse militair.

De aaibaarheid van het jongetje maakt het beeld tegelijk ondraaglijk, en toch bekijkbaar. Het beeld geeft informatie, maar vooral emotie: schokkende herkenning -dit had mijn kind kunnen zijn- én confrontatie met de vaststelling dat deze verdrinkingsdood (en de tienduizenden ervoor en de tienduizenden die nog zullen volgen) vermeden had kunnen worden als Europa een onthaalbeleid , een opvangbeleid en een migratiebeleid zou hebben.  

Ik geef toe dat ik elke keer probeer het jongetje niet te zien. Net omdat ik elke keer denk: dit had mijn kleinkind kunnen zijn.

Het is die combinatie van emoties die verklaart waarom er plots géén discussie meer is over de toonbaarheid van het beeld, in de wanhopige hoop dat het massaal bekijken en delen van dit beeld zal zorgen voor een kentering in het beleid en in de publieke opinie.

Ik respecteer die hoop en de reactie, maar ik geef toe dat ik elke keer probeer het jongetje niet te zien. Net omdat ik elke keer denk: dit had mijn kleinkind kunnen zijn. Ik heb er zeven en geen van hen moet de oversteek maken, maar een ouder- of grootouderoog is niet zo rationeel dat het die catastrofale identificatie meteen vermijdt. Anderzijds is die identificatie natuurlijk net wat beoogd wordt door de verspreiders. Want voor je kinderen en kleinkinderen ben je tot alles bereid –dan toch ook voor alle Aylans op zee of over land?

Dit wil ik tonen, was mijn reactie toen ik half juli het beeld van twee Afghaanse jongetjes zag. Net aangekomen op Lesbos, levend -en dat is hen aan te zien.

Op het moment dat ik besloot dit beeld in MO* te plaatsen om de aandacht te vestigen op de groeiende toevloed van vluchtelingen, asielzoekers en migranten op de Griekse eilanden, was bijna niemand met deze problematiek bezig. Het drama van de Griekse schulden en de machtspolitiek van de euroministers vulden de nieuwsmedia, met daarnaast de Middellandse Zee-drama’s tussen Libië en Italië.

Ik koos niet de overvolle vluchtelingenkampen, de platgestoken rubbberbootjes, aan de wal wadende moeders en vaders, de wanhopige ogen van jonge meisjes op de vlucht.

Toen ik het nummer een maand later definitief moest afwerken, moest het tekststukje herschreven worden, omdat de Griekse eilanden plots helemaal centraal stonden, samen met de Balkanroute –een realiteit die MO.be in april al beschreef maar die toen door de meeste media nog genegeerd werd.

Er waren, met andere woorden, meer dan redenen genoeg om een stukje te laten maken over De zomer van de Griekse eilanden.

Maar de reden waarom ik net dit beeld van Panos-fotograaf Georgios Makkas koos –en niet de overvolle vluchtelingenkampen, de platgestoken rubbberbootjes, aan de wal wadende moeders en vaders, de wanhopige ogen van jonge meisjes op de vlucht– was de waardigheid die er vanaf spat.

De jongens hebben het gehaald, samen met hun familie, maar bovendien hebben ze net shirts van Real Madrid gescoord. Van een van de grootste internationale merken op voetbalgebied -is dat cool of is het supercool?

Hier staat een nieuwe generatie ambitieuze Europeanen klaar, als ze de kans krijgen om hier echt thuis te zijn.

Het is de grootvader in mij, wellicht, maar ik krijg daar een krop van in de keel en -echt waar- een beetje vocht in de ogen. Niets raakt en motiveert mij zo als de aandoenlijke trots van kinderen die blij zijn met kansen die ze krijgen, en die kansen ook met twee handen grijpen.

Ik wou dit beeld van arriverende vluchtelingen op Lesbos tonen, in de hoop dat het genoeg informatie én emotie zou overbrengen op de lezers van MO*: hier staat een nieuwe generatie ambitieuze Europeanen klaar, als ze de kans krijgen om hier echt thuis te zijn. Wie heeft het hart om tegen deze jongens te zeggen dat ze hun shirt en hun droom terug moeten inleveren? Dat ze hun bootje moeten omkeren en de lange tocht over land naar Afghanistan terug moeten aanvatten, om daar tussen de bermbommen, haatpredikanten en buitenlandse troepen te gaan opgroeien?

Als er één brok informatie is over de actuele vluchtelingenstromen dat ontbreekt, dan is het toch deze: door deze mensen af te wijzen, kraken we hun kansen en hun menselijkheid, en ontzeggen we onszelf de kans op menselijke en zelfs economische groei. Daarom wou ik deze foto van vluchtelingenkinderen tonen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur