Wat baat een betere grasmaaier als je geen gazon hebt?

In zijn opinie “Ook getest op mensen: hulp” out Jelle Goossens zich als een grote fan van het werk van ‘randomistas’ Abhijit Banerjee, die onlangs een eredoctoraat van de KULeuven in ontvangst mocht nemen, en Esther Duflo. De goeroes van de ‘randomized control trials’ (RCT) kijken op microniveau naar wat werkt en niet werkt op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking. Vervolgens is het de taak van beleidsmakers om datgene wat werkt op grotere schaal toe te passen. De antwoorden op kleine vragen kunnen best groot zijn, is hun uitgangspunt.

  • Jan Van de Poel plaatst een kanttekening bij het werk en de boodschap van 'randomistas' als Esther Duflo.

Ook ik ben een fan van hun werk, of toch een beetje. Banerjee en Duflo zijn, anders dan heel wat van hun volgelingen, geen reductionisten die vinden dat enkel wat je kan tellen ook daadwerkelijk telt. Wie kan er eigenlijk tegen een beleid zijn dat rust op robuuste onderzoeksgegevens? Natuurlijk moet je kunnen experimenteren en je beleid baseren op wat werkt.

Bovendien doorbreekt hun werk allerlei vastgeroeste denkpatronen over hoe armen zich gedragen en keuzes maken. Een treffende anekdote uit het boek gaat als volgt: op het Marokkaanse platteland ontmoetten de onderzoekers een straatarme man met amper genoeg te eten voor hem en zijn gezin. Toch had hij een televisie, schotelantenne en DVD-speler. Die vond hij ‘belangrijker dan voedsel’. In een dorp zonder werk, ontspanning en bruisend sociaal leven is die investering een zeer rationele keuze.

Niet veralgemenen

Toch schuilen er sterke beperkingen in de aanpak van de randomistas. Een eerste kritiek gaat over de methode en is nogal technisch. Zo kampen dergelijke onderzoeken met een groot probleem van ‘externe validiteit’. Wat werkt in India zou wel eens helemaal anders kunnen uitdraaien in Brazilië.

Ook mag men niet de fout maken oorzakelijke verbanden af te leiden uit de onderzoeksresultaten. Wanneer dergelijke RCT’s een oorzakelijk verband blootleggen, bijvoorbeeld tussen het uitdelen van bonen en de vaccinatiegraad bij arme kinderen, kan dat volledig te wijten zijn aan het opzet van dat specifieke experiment. Daarom is het nog geen algemeen geldend principe. In een stroomtrein doet kokend water de trein rijden, maar dat betekent niet dat kokend water in alle omstandigheden treinen doet rijden.

Structurele problemen

Een tweede kritiek is meer fundamenteel. Is de aanpak van de randomistas wel geschikt om antwoorden op de grote vragen te vinden? Hoe krijg je ontwikkeling op gang en maak je die duurzaam? Welke instellingen heb je daarvoor nodig en welke absoluut niet?

Randomistas willen een betere grasmaaier ontwerpen – en wie kan daar tegen zijn – maar wat doe je als je in een land woont zonder gras of waar de regering (of bedrijven) giftig afval op het gazon komen dumpen. Voor we de vraag stellen hoe we microfinanciering bij kleine Indiase boeren krijgen, moeten we ons afvragen of die microfinanciering überhaupt wel een goed idee is. Ontwikkelingseconomen Ha-joon Chang en Milford Bateman plaatsten daar in een recente MO*Paper nog grote vraagtekens bij.

Ook al zijn ontwikkelingsprogramma’s op het terrein zonder twijfel sterk gebaat met een dieper inzicht in de keuzes die armen al dan niet maken, mogen we niet vergeten dat bepaalde keuzes onmogelijk zijn of gemaakt worden. Wat wint die Indiase boer bij een verzekering tegen droogte als de huidige handelsregels het India onmogelijk maken haar boeren structureel te versterken? Dat soort structurele problemen los je niet op met een zak bonen of een kleine gift in cash.

Zachte kneepjes

Banerjee en Duflo helpen ons weinig om de economische en politieke voorwaarden voor ontwikkeling te begrijpen of te veranderen. Voor hen kan je ‘governance’ en politieke keuzes beter maken voor de armen zonder de bestaande sociale en politieke structuren te veranderen. Ze denken dat zachte kneepjes in de armen van beleidsmakers, zelfs in zeer vijandige omstandigheden, tot grote veranderingen kunnen leiden. Dat valt te betwijfelen.

De burgerrechtenbeweging of het feminisme hadden geen randomized control trials nodig, wel de actie en verbeelding van een kritische massa. De antwoorden op kleine vragen zijn nodig, maar ook grote vragen blijven belangrijk.

Jan Van de Poel is onderzoeksanalist bij Eurodad.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift