Wat leverde Bali op voor het Zuiden?

De verwachtingen waren erg hoog gespannen voor deze 13de klimaattop. Voor ontwikkelingslanden stond er heel veel op het spel. Zij zijn immers het grootste slachtoffer van de opwarming van de aarde, terwijl ze er het minst toe hebben bijgedragen. Een globaal klimaatakkoord moet dan ook in lijn zijn met één van de belangrijkste principes van de klimaatconventie: “gezamenlijke, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid”.
Gezien de historische verantwoordelijkheid van industrielanden in de klimaatproblematiek hebben zij de morele plicht om ambitieuze reductiedoelstellingen te realiseren. Daarnaast moeten ze de ontwikkelingslanden bij staan op hun weg naar een koolstofarme en duurzame ontwikkeling door voldoende financiële middelen en technologie ter beschikking te stellen en capaciteitsopbouw te stimuleren.

De klimaattop slaagde erin de krijtlijnen vast te leggen voor een globaal proces om tot een post-2012 akkoord te komen en zo de opvolging van het Kyoto-Protocol te verzekeren. Een belangrijke stap vooruit is dat ook de VS emissiereducties aanvaard heeft.  
Ondanks de overduidelijke signalen vanuit wetenschappelijke hoek werden deze doelstellingen - onder druk van de VS - voorlopig echter niet gekwantificeerd. Een sterke ontgoocheling en een gemiste kans voor een ambitieus klimaatbeleid.

Positief is dat nu ook de ontwikkelingslanden willen bijdragen tot de globale emissiereducties. Daarvoor zullen ze ondersteund worden door industrielanden door middel van de overdracht van propere technologie, financiële middelen en capaciteitsopbouw. In de verdere onderhandelingen zal echter nog een belangrijke inspanning nodig zijn om hierrond een concreet en adequaat beleid uit te stippelen. De Bali roadmap erkent de nood voor “adequate, voorspelbare en duurzame financiering”, inclusief “nieuwe en additionele middelen” om ontwikkelingslanden toe te laten zich aan te passen aan klimaatverandering. Bindende financieringsverplichtingen weigerden de rijke landen op te nemen.

In Bali werd na 6 jaar eindelijk het adaptatiefonds operationeel gemaakt. Hierbij kregen de ontwikkelingslanden en vooral de meest kwetsbare landen een sterkere stem in de beslissingen van dit fonds. Ook hier echter geen concrete engagementen om dit fonds op korte termijn van de nodige middelen te voorzien.

Tijdens deze onderhandelingen kreeg ook ontbossing én bosdegradatie een prominente plaats op de agenda. Nergens wordt daarbij de garantie gegeven dat de rechten van inheemse volken en lokale gemeenschappen zullen worden gerespecteerd. Een hiaat dat ingevuld moet worden.

De ontwikkelingslanden hebben duidelijk hun stem laten horen over hun noden en verwachtingen voor een toekomstig globaal klimaatbeleid. Ze toonden leiderschap in de onderhandelingen en konden samen met de EU een tegengewicht bieden voor de VS, die telkens weer trachtte haar verantwoordelijkheid te ontlopen. Ondanks hun constructieve houding en de hoogdringendheid van internationale steun, schiet het resultaat van Bali nog steeds te kort om de noden van ontwikkelingslanden tijdig en afdoend in te vullen. De komende twee jaar zal dus nog stevig moeten onderhandeld worden om het post-2012 akkoord op een rechtvaardige manier in te vullen.  
An Heyerick (VODO) en Saar Van Hauwermeiren (Oxfam Wereldwinkels) volgden de onderhandelingen in Bali van dag tot dag op met een bijzondere aandacht voor de belangen van het zuiden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift