Wat ons echt zorgen zou moeten baren

Dat een regeringslid niet verdraagt dat er onderbouwde kritiek wordt geleverd op de beperking van de vrijheid. Dàt zou ons zorgen moeten baren. 

  • Steve Evans (CC BY-NC 2.0) Steve Evans (CC BY-NC 2.0)

181 jaar. Exact 181 jaar hebben we in ons land kunnen leven zonder een verbod op het dragen van een gezichtssluier. In 2011 werd een verbod ingevoerd op de gezichtssluier en uit de recente commotie rond een interview dat de juriste, auteur en artieste Rachida Lamrabet, gegeven heeft aan het weekblad Knack, blijkt dat in die zes jaar tijd het absoluut ondenkbaar is geworden dat verbod in vraag te stellen zelfs al gebeurt het op een uiterst genuanceerde of artistieke manier.

Van een land dat prat gaat op zijn liberale grondwettelijke traditie zou je verwachten dat het zich op zijn minst ongemakkelijk voelt bij een verbod op bepaalde soorten klederdracht, een gebod op een bepaalde manier diens godsdienst te beleven en de gevolgen die een dergelijke beperking met zich meebrengt.

Het zijn immers onze vrijheden en grondrechten als burgers die op het spel staan wanneer men overweegt een gebod of verbod in te voeren. En van een land dat gendergelijkheid hoog in het vaandel voert zou je verwachten dat het terughoudend is met een verbod dat zich de facto enkel tot vrouwen richt.

Een verbod op gezichtssluiers komt uiteindelijk neer op het dicteren van hoe vrouwen zich moeten kleden op bepaalde plaatsen.

Een verbod op gezichtssluiers komt uiteindelijk neer op het dicteren van hoe vrouwen zich moeten kleden op bepaalde plaatsen.

Wat Rachida Lamrabet aangeeft in haar interview in Knack, is dat zij in een artistieke context het verbod heeft benaderd vanuit de reële gevolgen die deze vrijheidsbeperking heeft voor een vrouw die zelf beslist een gezichtsbedekkende sluier te willen dragen.

Een rechtstaat met een liberale grondwettelijke traditie hoort die oefening net te maken en hoort dergelijke vrijheidsbeperkingen voortdurend in twijfel te trekken. Beschouw het als een oefening in inleving en als een uitdaging om na te denken over het nut en de doeltreffendheid van een verbod van gezichtssluiers.

Een gezichtssluier verbieden maakt nu eenmaal een inmenging uit van de overheid in de vrijheid van bepaalde vrouwen om hun godsdienst openbaar te beleven zoals ze willen, om zich uit te drukken zoals ze willen en beperkt zowiezo hun recht op privacy.

De tekst van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voorziet voor al deze rechten en vrijheden dat ze weliswaar beperkt mogen worden, maar slechts onder strenge voorwaarden en in een bepaalde context. Zowel voorwaarden als context veranderen continu qua invulling en de rechtspraak van het Europees Hof verandert bijgevolg ook mee. Een jurist, zeker een jurist die zich ledig houdt met het verdedigen van mensenrechten, hoort de vrijheidsbeperkende maatregelen net in vraag te stellen. Men moet het zelfs beschouwen als de kern van haar takenpakket.

De vragen die Rachida Lamrabet stelt zouden ons moeten geruststellen. Een verregaande inmenging in grondrechten bekritiseren is niet problematisch, wel integendeel.

In de nasleep van een sluierdebat

Wat zich voordeed in de nasleep van het interview met Rachida Lamrabet, is heel andere koek.

Een Staatssecretaris voor Gelijke Kansen die eist dat de werkgever van Rachida Lamrabet afstand van haar neemt, een groot deel van de goegemeente die het niet pikt dat een verbod zelfs maar in twijfel wordt getrokken, en zogenaamde ideologische medestanders die het hoofdschuddend ‘onverantwoordelijk’ vinden om net nu vragen te stellen bij het verbod, dàt moet ons net zorgen baren.

Een regeringslid dat niet verdraagt dat onderbouwde kritiek wordt geleverd op de vrijheidsbeperking van burgers, dàt zou ons zorgen moeten baren.

Een regeringslid dat niet verdraagt dat er door een jurist in privé-capaciteit onderbouwde kritiek wordt geleverd op de vrijheidsbeperking van burgers, zich daarbij tot de bevolking richt én tot haar werkgever, dàt zou ons zorgen moeten baren.

Er wordt ons als burgers, juristen, artiesten én activisten gevraagd onze mond te houden. Niet de staat maar wij moeten ons terughoudend en verantwoordelijk gedragen.

Wel, laat ons duidelijk zijn. Wij nemen onze verantwoordelijkheid. Er bestaat geen slechte timing als het over het waken over grondrechten gaat.

Ook voor burgerrechten is het dreigingsniveau drie.

Deze opinie werd geschreven door het legal team van Movement X

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift