Ook koffieboeren hebben recht op een leefbaar inkomen

We houden van koffie. Maar willen we er ook de prijs voor betalen?

© Roger van Zaal

 

Alles wijst erop dat de koffiehandel het de komende decennia zwaar te verduren krijgt. Het versnelde effect van de klimaatverandering, een minder vruchtbare bodem in combinatie met de hogere kosten van meststoffen en andere producten, de concurrentiestrijd voor natuurlijke rijkdommen en de vergrijzing in de landbouw lijken stuk voor stuk complexe problemen die de doorsnee consument niet kan oplossen.

Op één belangrijke factor na: de prijs.

Koffie boomt – maar landbouwers krijgen minder dan één dollar voor een pond koffiebonen.

Dat de wereldwijde koffie-industrie een ongeziene prijzenslag doormaakt, gaat voorbij aan wie niets te maken heeft met de complexe productieketens die ervoor zorgen dat koffie van op de plantage tot in ons kopje geraakt. Als tweede meest verhandelde handelsproduct ter wereld, na olie, verandert de prijs van koffie gemiddeld om de drie minuten. Meestal zijn de schommelende koffieprijzen te wijten aan weersomstandigheden in een producerend land, veranderingen in waardering van de munteenheid of het traditionele spel van vraag en aanbod.

Het inkomen van de gemiddelde boer is de afgelopen 20 jaar nauwelijks veranderd – of zelfs gedaald.

De huidige prijzencrisis is echter een bijna perfecte mix van factoren, waaronder een wereldwijd overaanbod en de toegenomen activiteit van hedgefondsen, die ertoe hebben geleid dat de situatie echt onhoudbaar is. Volgens een recent gepubliceerd marktverslag van toonaangevend exporteur Volcafe, verkoopt bijna 61 procent van de producenten zijn koffie tegen prijzen die lager liggen dan de productiekosten.

Koffieboeren subsidiëren op dit moment eigenlijk de groei van de wereldwijde koffiemarkt.

En die groei blijft duren. De recente fusiegolf op de koffiemarkt heeft tot gevolg dat meer dan 80 procent van de wereldwijde verkoop nu bij slechts drie multinationals zit. De toenemende populariteit van koffiepads en -capsules maakt dat er een verschuiving is naar koffiebranders en merken, en dat er weinig terugvloeit naar de boeren zelf. Terwijl de wereldwijde koffie-industrie vandaag meer dan 200 miljard dollar per jaar genereert, is het inkomen van de gemiddelde boer de afgelopen 20 jaar nauwelijks veranderd – of zelfs gedaald, als we rekening houden met de hogere landbouwkosten.

Naast de duidelijke economische gevolgen van de lage prijzen voor de gezinnen van koffieboeren zorgt dit ook voor een kettingreactie: verhoogde kinder- en dwangarbeid, minder aandacht voor het milieu, voedselonzekerheid, stijgende emigratiecijfers en koffie van lagere kwaliteit. Boeren die hun basisproductiekosten niet kunnen betalen, kunnen niet investeren in de noodzakelijke vernieuwing van hun boerderijen of in doorgedreven verwerkingsmethoden die garant staan voor het leveren van constante kwaliteit, en dat kan een weerslag hebben op hun verkoop. Deze armoedecyclus verjaagt zowel huidige als toekomstige generaties van koffieboeren, een evolutie die we moeten aanpakken als we willen dat koffie verbouwen een levensvatbare business blijft.

Als je zoals ik ook in de toekomst van koffie wilt genieten, dan is de voor de hand liggende vraag: wat ben je bereid te betalen, zodat koffieboeren een leefbaar loon krijgen?

Een leefbaar loon is het bedrag dat een huishouden nodig heeft voor een aanvaardbare levensstandaard, met voldoende middelen voor huisvesting, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs, vervoer en een extraatje voor onverwachte uitgaven. De kosten van een fatsoenlijke levensstandaard hangen af van de gezinsgrootte en de locatie. Voor boeren is het netto inkomen van belang, omdat ze hun bedrijfskosten moeten betalen nog voor ze iets mee naar huis kunnen nemen voor hun gezin.

Recent onderzoek van Andersen & Anker schatte het inkomen van een huishouden van vier personen in het noorden van Colombia op ongeveer 10.000 dollar per jaar. Dat is net geen 7 dollar per persoon per dag.

De prijs zou 1,4 dollar per pond moeten bedragen om het huishouden boven de armoedegrens te tillen, die nauwelijks iets meer dan een derde bedraagt van een leefbaar inkomen.

Hoe krijgen we dat voor mekaar?

Bij Fairtrade houdt onze basisinkomensstrategie in dat we de productiviteit van boerderijen verhogen en meer van die koffie verkopen tegen Fairtrade-voorwaarden. De belangrijkste factor is echter de prijs. Met de huidige prijzen geraken boeren gewoon niet uit de armoede.

Laat ons even uitgaan van een vierkoppig gezin van koffieboeren uit de Sierra Nevada de Santa Marta in Colombia, met een boerderij van vier hectare. Zelfs met een behoorlijke jaaropbrengst van 1.500 kilo perkamentkoffie produceert dit gezin met verlies bij de huidige marktprijs van minder dan een dollar per pond. De prijs zou 1,4 dollar per pond moeten bedragen om het huishouden boven de armoedegrens te tillen, die nauwelijks iets meer dan een derde bedraagt van een leefbaar inkomen.

Fairtrade is het enige wereldwijde duurzaamheidslabel dat een minimumprijs voor koffie garandeert. Koffiecoöperatieves met Fairtrade-label verdienen momenteel de Fairtrade minimumprijs van 1,40 dollar per pond, zo’n 40 procent meer dan de huidige marktprijs, of 1,70 dollar per pond biologische bonen. Daarnaast verdienen ze 0,20 dollar per pond aan Fairtrade Premie, waarvan minstens 25 procent wordt geïnvesteerd in initiatieven om de productiviteit en kwaliteit te bevorderen. Coöperatieves investeren de rest in projecten die ze zelf kiezen, gaande van verwerkingsfaciliteiten tot gezondheidszorg voor de gemeenschap. Fairtrade-koffieproducenten verdienden in 2017 meer dan 94 miljoen dollar aan Premie.

Maar dat is nog altijd niet genoeg.

Volgens onze voorlopige schattingen — die ik op 5 juni deelde op het Internationale Koffiecongres over Duurzaamheid in Berlijn — zou de exportprijs rond 2,00 dollar per pond moeten liggen voor een vierkoppig boerengezin in Colombia om een leefbaar loon te hebben, in de veronderstelling van een hoog, maar haalbaar productieniveau.

Dat is het dubbele van de huidige marktprijs en 43 procent meer dan de huidige Fairtrade minimumprijs.

Onze oproep tot actie: begin met meer te betalen voor koffie. En ga nog een stap verder.

De hele koffiesector en koffieliefhebbers moeten de crisis dringend aanpakken. Zo kan het gewoon niet verder.

Om te beginnen moeten grote koffiebedrijven opstaan en een eerlijke prijs betalen voor hun bonen. Fairtrade herziet zijn koffiestandaard dit jaar. Tegelijk zullen we preciezere maatstaven vastleggen, om te bepalen wat we een “standaardprijs voor een leefbaar loon” vinden in koffieproducerende landen. Aan de hand van die informatie zullen we kijken hoe we kunnen evolueren naar een prijs die een leefbaar loon mogelijk maakt, maar we kunnen dat niet alleen. De Fairtrade minimumprijs aanzienlijk verhogen zonder dat de rest van de sector volgt, is nefast voor de omzet van Fairtrade-boeren, waardoor hun situatie nog verslechtert. Iedereen moet zijn steentje bijdragen, ook de consumenten. Zij kunnen hun steun verlenen door Fairtrade te kopen en zo aan te dringen op een eerlijkere deal voor koffieboeren.

De overheid moet druk uitoefenen op bedrijven om te evolueren naar meer duurzame productieketens, met eerlijke prijzen voor de boeren.

Ten tweede hebben boeren steun nodig om hun opbrengsten en kwaliteit op een duurzame manier te verbeteren. Dit vergt investeringen, bijvoorbeeld om verouderde percelen opnieuw te beplanten met ongediertebestendige koffievariëteiten of om drooginstallaties te bouwen. De Fairtrade Premie financiert dergelijke investeringen, maar consumenten moeten wel de vraag creëren. Zo kunnen gecertificeerde boeren al hun gewassen verkopen tegen Fairtrade-voorwaarden en dat voordeel maximaal benutten.

Ten derde kunnen geëngageerde bedrijven met Fairtrade samenwerken om projecten te ontwikkelen die bijdragen aan een leefbaar inkomen, zoals het verhogen van de koffiekwaliteit en het verbeteren van de efficiëntie van de boerderij, of het testen van vrijwillige prijsverhogingen om naar de referentieprijs voor een leefbaar inkomen toe te werken.

Ten slotte moet de overheid druk uitoefenen op bedrijven om te evolueren naar meer duurzame productieketens, met eerlijke prijzen voor de boeren. Pleitbezorgers zetten de Duitse overheid bijvoorbeeld onder druk om de belasting op duurzaam geproduceerde koffie te laten vallen.

Overheden kunnen ook hun eigen inkoopcontracten wijzigen en zo duurzame aankoopbeslissingen ondersteunen, en niet alleen de laagste prijs. Fairtrade biedt een onafhankelijke certificering die hoge sociale, economische en milieunormen vooropstelt, maar momenteel heeft Fairtrade-koffie een aandeel van amper twee procent in de wereldwijde markt. Bedrijven hebben nog veel marge om zinvolle stappen te zetten in de richting van duurzaamheid en transparantie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Inspanningen om duurzame ontwikkeling te bevorderen, hebben enkel zin als koffieboeren de kans krijgen om een fatsoenlijk inkomen te verdienen met het verbouwen van koffie.

Lijkt dat te moeilijk? Misschien vraag je je af wat multinationale koffiebedrijven zou motiveren om een deel van hun winstmarges af te staan om boeren meer te betalen? Niet alleen zou dat de juiste keuze zijn, de boeren een eerlijke prijs betalen is ook vanuit zakelijk oogpunt een goede deal.

We zullen allemaal een stuk verantwoordelijkheid dragen voor de daling van de koffiekwaliteit, tenzij ook de mensen die aan het begin van de productieketen staan, er wel bij varen. Koffieboeren moeten kunnen blijven produceren in harmonie met de natuurlijke omgeving, en tegelijk de middelen hebben om te kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Anders houden ze het gewoon niet vol.

Hoeveel is koffie jou dan waard? Want voor de boeren betekent het alles.

Peter Kettler is Senior Coffee Manager bij Fairtrade International

Meer info over Fairtrade en koffie: www.fairtradebelgium.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift