Debat circulaire economie

We kunnen alleen samen de circulaire economie realiseren

Aaron Burson/Unsplash (CC0)

 

De circulaire economie stelt grote uitdagingen aan onze maatschappij. Ze verwacht dat we anders gaan consumeren en produceren, dat we op een andere manier naar afval en materialen kijken, en dat we een systeem uitbouwen waarin producten en materialen zo lang mogelijk een hoge waarde kunnen behouden. Omdat de uitdaging zo groot is, is er actie vereist op alle niveaus:  steden, sectoren, Vlaanderen, de Europese Commissie,… De voorbije jaren is er sterk gewerkt aan bewustwording rond circulaire economie. Via initiatieven zoals PlanC werd een visie gevormd van waar we naartoe willen, en werden bedrijven gemotiveerd om met de circulaire economie aan de slag te gaan. En met succes. Op de website van Vlaanderen Circulair, de opvolger van PlanC, vind je meer dan 100 voorbeeldbedrijven en lopende projecten.

Tegelijk zien we dat de term ‘circulaire economie’ makkelijk en snel wordt overgenomen en gebruikt door vele actoren. Net omdat de term zo in de mainstream terecht komt, is het belangrijk om kritisch te blijven, om debat te voeren, om te blijven evalueren of we naar het juiste doel onderweg zijn. We moeten vermijden dat onze huidige gewoontes simpelweg een nieuw circulair label krijgen.

Ik neem aan dat dit de drijfveer van Luc De Rooms is om zijn opiniestuk te schrijven. Een wens om voldoende kritisch te blijven kijken en de circulaire doelstellingen voldoende ambitieus te houden.

Daarover wil ik graag in debat gaan. Dat gesprek moeten we blijven voeren, open en met respect voor elkaar. Vanuit dat standpunt heb ik er echter een probleem mee dat personen worden geviseerd en dat er in vrij botte bewoordingen wordt gechargeerd. Dat argumenten als ‘onzin’ worden weggezet, zonder hierbij de juiste context te plaatsen.

Vlaanderen recycleert

Vlaanderen is een Europese en wereldwijde draaischijf voor vele afval- en materiaalstromen zoals oud papier, ferro- en non-ferrometalen, plastics. We importeren én exporteren grote volumes en staan voor enkele stromen aan de kop van de wereld. Daarbij doen we niet enkel aan op- en overslag, maar worden deze stromen ook behandeld en opgewaardeerd. We voeren bijvoorbeeld 1,6 miljoen ton oud papier in. Tegelijk voeren we een bijna gelijke hoeveelheid uit. Maar dat is oud papier met een doorgaans lagere kwaliteit, bijvoorbeeld van verpakkingen en mengstromen. Alleen al naar China gaat er 600 000 ton (getallen 2014). Daarnaast voeren we ook nog eens 250 000 ton plastics naar China en Hong Kong.

Nu China de kwaliteitseisen voor invoer van afvalstromen verstrengt, ontstaat er een probleem op de markt. Vlaanderen en Europa zijn hun vaste recyclingkanaal voor laagwaardige stromen kwijt.

Vlaanderen circuleert

Vlaanderen wil tegen 2050 een circulaire economie worden. De circulaire economie streeft er echter niet enkel naar om meer materiaal te recycleren, maar ook om minder materiaal te gebruiken. Dat laatste kan door de levensduur van producten te verlengen, producten te delen en te hergebruiken.

De circulaire economie heeft al een duidelijke dynamiek in Vlaanderen maar drijft nog te sterk op initiatieven van kleinschalige ondernemingen. Ook de grotere industriële spelers moeten stappen ondernemen.

Verschillende bedrijven zijn met dat idee aan de slag gegaan de voorbije jaren. Peerby, NNOF, Tournevie, Skili, zijn enkele voorbeelden. Ook bedrijven als Barco en Atlas Copco zetten actief in op verlenging van de levensduur van hun producten en startten activiteiten rond hergebruik en herstel van componenten om nieuwe toestellen te produceren. Je vindt meer ‘doeners’ op de website Circulator.eu of bij Vlaanderen Circulair

De circulaire economie heeft al een duidelijke dynamiek in Vlaanderen maar drijft nog te sterk op initiatieven van kleinschalige ondernemingen. Ook de grotere industriële spelers moeten stappen ondernemen om de circulaire toekomst mogelijk te maken. Het opschalen van de circulaire economie zal immers niet alleen kunnen komen van de groei van de huidige kleine bedrijven. De opschaling kan alleen gebeuren als ook grote bedrijven hun activiteiten en producten aanpassen. Om dit mogelijk te maken moet er verder gewerkt worden aan samenwerkingsverbanden tussen havens, producenten en afnemers, moet er ingezet worden op nieuwe producten en processen.

De vraag stelt zich hoe we de circulaire economie gaan realiseren en welke rol de recyclage-industrie en de logistiek daarin kan spelen. Op dat aspect wil ik hieronder wat verder ingaan.

Lacey Williams/Unsplash (CC0)

 

Focus op sterktes

De circulaire economie verandert de manier waarop we naar afval kijken. Afval is niet langer iets waar we zo snel mogelijk vanaf moeten. Het is een grondstof voor nieuwe producten. Zij het vaak onzuiver en complex. Er is vaak nood aan behandeling en verwijdering van toxische of gevaarlijke componenten.

Het lijkt logisch dat we hierbij inspelen op de industriële sterktes van Vlaanderen, dat we onze troeven op vlak chemische industrie, non-ferro en logistiek ook uitspelen in de circulaire economie.

We moeten ons ook realiseren dat Vlaanderen een erg open economie is. Het heeft geen zin te streven naar een gesloten (circulair) systeem waar alle materialen binnen de grens gehouden worden. We moeten ons eerder afvragen welke sterktes we willen uitbouwen in dit nieuwe systeem. Welke producten willen we lokaal produceren? Welke producten vervangen we door een dienst? Voor welke producten willen we een rol spelen in recycling?

Het lijkt logisch dat we hierbij inspelen op de industriële sterktes van Vlaanderen, dat we onze troeven op vlak chemische industrie, non-ferro en logistiek ook uitspelen in de circulaire economie. Die troeven situeren zich in de productie van basismaterialen: koper, edele metalen, basischemicaliën, polymeren,… Dat kan door enerzijds binnen deze sectoren innovatieve processen op te zetten, die gemengde afvalstromen kunnen omzetten in zuivere nieuwe producten en anderzijds door meer afvalstromen aan te trekken voor behandeling in Vlaanderen.

Recyclage op industriële schaal heeft nood aan een minimale kritische massa, aan een voldoende stroom aan materiaal om de verwerking economisch haalbaar te maken. Dat betekent dat we open moeten staan voor de invoer van meer materialen/afval uit het buitenland. Anderzijds moeten we ons realiseren dat investeren in innovatieve processen gepaard gaat met een zeker risico. Er moet dan ook bekeken worden hoe dat risico gedeeld kan worden over de initiatiefnemers.

Circulaire reis

Vlaanderen heeft de voorbije jaren sterk ingezet op bewustwording rond circulaire economie. De term is niet nieuw meer en vele bedrijven, organisaties en overheden gingen ermee aan de slag. Het idee van circulaire economie wordt breed gedragen. We weten dat er vernieuwing nodig is, maar beseffen nog niet hoe groot de verandering zal zijn.

Om tot een echte systeemomslag te komen, moeten de lokale initiatieven opschalen, maar moeten we zeker ook nieuwe processen demonstreren op industriële schaal. Dat kan alleen mits samenwerking van vele spelers, en niet in het minst met de inzet van de industrie.

Om tot een echte systeemomslag te komen, moeten de lokale initiatieven opschalen, maar moeten we zeker ook nieuwe processen demonstreren op industriële schaal. Dat kan alleen mits samenwerking van vele spelers, en niet in het minst met de inzet van de industrie.

Om dit mogelijk te maken moeten we ideeën uitwisselen, open debatteren en zorgen dat we niet tevreden zijn met de eerste kleine stap. Maar we moeten ons ook realiseren dat de circulaire economie afstapt van het idee dat een bedrijf een product maakt en verkoopt en er dan niets meer mee te maken heeft. Bedrijven zullen moeten weten waar hun grondstoffen vandaan komen, ze zullen in interactie moeten gaan met de klant en hun materialen actief moeten beheren. Dat vergt een nieuwe kijk op de klant, een open blik op samenwerking tussen bedrijven.

Het Flanders Recycling Hub van VIL en OVAM project toonde recent aan dat grootschalige projecten nog op vele barrières botsen. Maar ook dat vele bedrijven samen met de overheid op zoek willen gaan naar oplossingen en vernieuwing.

We zijn voorbereid in onze hoofden, hebben een plan gemaakt voor ‘een grote reis’, maar we weten nog niet wat de finale bestemming is. Laten we samen met verschillende gidsen en in overleg de route bepalen.          

 

Prof. Dr. Karl Vrancken is actief bij VITO als Research Manager Sustainable Materials en actief in het departement Bio-engineering van de Universiteit Antwerpen. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift