Weg die bommen, godverdomme

Iran bevindt zich in het oog van een internationale politieke orkaan. De Israëlische regering bereidt zich voor op een aanval op nucleaire sites in Iran. De Amerikaanse president en zijn ministers herhalen te pas en te onpas dat “geen enkele optie” van de tafel geschoven wordt. De Europese Unie heeft zich met de jongste sanctieronde van haar ijzeren kant laten zien en de Arabische buurlanden vragen steeds uitdrukkelijker dat het Westen tussenkomt in Iran. Als de onvoorstelbaar geachte oorlog er dit jaar komt –wat steeds meer mensen vrezen– dan zal het niet als een donderslag bij heldere hemel zijn.

  • Gie Goris Anti-westerse propaganda in de straten van Teheran. Maar als de oorlog er komt, dan zal dat toch niet op vraag van de Iraniërs zijn. Gie Goris

‘Wij zullen nooit een nucleair Iran aanvaarden.’ Zo klinkt de kortste samenvatting van de casus belli. Daarbij wordt voor het oorlogsgemak geen onderscheid meer gemaakt tussen een atoombom en een atoomcentrale. Zowel Israël als de Verenigde Staten lijken vastbesloten om Iran elke kennis of technologie voor het verrijken van kernbrandstof te ontzeggen, ook al heeft het land daar volgens internationale afspraken recht op.

‘Zodra Iran nucleair gaat, zullen andere landen in de regio zich verplicht voelen om hetzelfde te doen’, zegt de Israëlische minister van Defensie, Ehud Barak, in The New York Times. Die redelijke vrees voor een nucleaire wapenwedloop versluiert de realiteit dat Israël reeds atoomwapens heeft –net als Pakistan, India, China en Rusland, om in de buurt te blijven– en dat het niet ondenkbaar is dat die kernarsenalen de voornaamste reden vormen voor Teheran ‘om hetzelfde te doen’.

Er is overigens nog altijd geen hard bewijs voor het bestaan van een Iraans kernwapenprogramma. Als de oorlog er komt, zal hij dus, alweer, op wankele en moeizaam geconstrueerde gronden gevoerd worden.

Om de critici van antwoord te dienen, wordt het oorlogsargument dan ook –waar nodig of mogelijk– uitgebreid met verontwaardiging over mensenrechtenschendingen, financiering van Hezbollah en Hamas, uitspraken van president Ahmadinejad en het globaal onfrisse karakter van een op godsdienst en klerikale hiërarchie georganiseerde staat. Het wordt de hoogste tijd dat de Europese overheden leren het onderscheid te maken tussen terechte kritiek en militaire interventie.

Een goed deel van de Iraniërs wil inderdaad af van hun mollahcratie, maar er is nauwelijks iemand die geweld daarvoor een aanvaardbaar middel vind. Er is geen vraag naar een gewelddadige opstand en er is nog veel minder appetijt voor een buitenlandse inval of aanval. Als de oorlog er komt, dan zal dat niet op vraag van de Iraniërs zijn.

Kunnen we dan niet gewoon overeenkomen dat militaire actie in dit geval géén optie is?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur