Persvrijheid op laagste punt afgelopen 12 jaar

Vandaag is het dag van de Persvrijheid. Niels Morsink dook in het meest recente rapport van ngo Freedom House. ‘Het gaat wereldwijd slecht met de persvrijheid en het lijkt er de komende jaren niet beter op te worden.’

  • Public Domain ‘Een aantal landen gaat opvallend sterk achteruit: Bangladesh, Turkije, Burundi, Frankrijk, Servië, Jemen, Egypte en Macedonië.’ Public Domain
  • © Freedom House visuele weergave van landen met gehele, gedeeltelijke en zonder persvrijheid © Freedom House

Vorige week bracht de Amerikaanse ngo Freedom House zijn jaarlijks rapport over de persvrijheid uit. Elk jaar geeft de ngo alle landen een score tussen 0 en 100 gebaseerd op de juridische, politieke en economische omstandigheden waarin journalisten werken.

Volgens Freedom House bereikte de persvrijheid in 2015 het laagste punt in de laatste twaalf jaar. De pers raakt in vele landen verder gepolariseerd en journalisten ondergaan meer intimidatie en fysiek geweld. Dit probleem is het grootst in het Midden-Oosten. Een aantal landen gaat opvallend sterk achteruit: Bangladesh, Turkije, Burundi, Frankrijk, Servië, Jemen, Egypte en Macedonië.

‘Volgens Freedom House bereikte de persvrijheid in 2015 het laagste punt in de laatste twaalf jaar.’

De aanwezigheid van Frankrijk in de lijst verrast. De terroristische aanval op de redactie van Charlie Hebdo had een impact op de veiligheid van journalisten, maar kan het land bezwaarlijk worden verweten. Het leidde volgens Freedom House echter tot een groeiende zelfcensuur bij journalisten. De reactie van de Franse Regering op deze aanslag is problematischer. Na de aanslag werden de mogelijkheden van de geheime diensten om zonder gerechtelijke controle de communicatie van burgers en dus ook journalisten te volgen uitgebreid.

Freedom House maakt ook bezwaar tegen de strikte wetten tegen laster in Frankrijk. Verschillende vonnissen werden vernietigd of de beschuldigden vrijgesproken, maar toch worden deze smaadwetten nog gebruikt om journalisten onder druk te zetten. Een artikel in de perswet die een boete van €45.000 voorschreef voor het beledigen van de president werd gelukkig geschrapt nadat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat deze de vrijheid van meningsuiting schond.

De ngo maakt zich ook zorgen over banden van de media met politici en defensiebedrijven. Freedom House gaat niet in op de concentratie van Franse media in handen van een zestal magnaten. Een voorbeeld hiervan is Vincent Bolloré die naast belangrijke participaties in verschillende media (Canal+, iTélé, D17, D8, ‘Direct Matin’) ook een agentschap bezit dat advertentieruimte koopt. Hij heeft als voorzitter van de raad van bestuur in het afgelopen jaar zijn grip op Canal+ verstevigd door middel van ontslagen die een duidelijke boodschap naar de andere redacties stuurden. Hij zou het uitzenden van verschillende documentaires die hem in een slecht daglicht stellen hebben verhinderd, maar ook hebben ingegrepen in het erg populaire satirische programma “Les guignols de l’info”.

Hoewel de persvrijheid in Frankrijk achteruit gaat is er nog een wereld van verschil met het gebrek aan persvrijheid in Turkije. Dit land wordt sinds 2014 als ‘niet vrij’ gecatalogeerd door Freedom House. Deze ngo stelt dat de persvrijheid er aan een alarmerende snelheid achteruit gaat. Het strafrecht dat het beledigen van de president en de Turkse media verbiedt, wordt agressief gebruikt om journalisten, kunstenaars en academici te vervolgen. De vage taal in de antiterrorismewetgeving wordt gebruikt om de media te censureren en leidde tot de kortstondige arrestatie van verschillende buitenlandse journalisten.

‘De voorbeelden zijn legio waarin druk wordt gezet op journalisten in landen die president Erdogan bezoekt.’

De meest flagrante inbreuk op de persvrijheid was de gewelddadige overname van de krant ‘Zaman’. Volgens de ngo kwamen naast ‘Zaman’ in 2015 een groot aantal media de facto onder controle van de overheid en werden verschillende media op bevel van de hoofdaanklager gesloten. Een wijziging in de regels betreffende persaccreditatie versterkte ook hier de grip van de overheid. Daarnaast leidde een groeiende polarisatie tot een stijging van het geweld tegen journalisten.

Zoals het recente incident met de komiek Jan Böhmermann aantoonde blijft de inperking van de persvrijheid niet beperkt tot Turkije. De voorbeelden zijn legio waarin druk wordt gezet op journalisten in landen die president Erdogan bezoekt. Recent werkten zijn bodyguards verschillende kritische journalisten uit de zaal bij een bezoek aan het Brookings instituut in New York.

Toen Erdogan België bezocht in oktober 2015 mochten journalisten geen vragen stellen tijdens de persconferentie. Na afloop riep een journalist een vraag naar president Erdogan waarna een medewerker van de Turkse ambassade hierover zijn beklag doet bij een medewerkster van premier Michel. Wanneer de medewerkster merkt dat het incident wordt gefilmd bedreigt ze de journalist van RTBF. Vervolgens vindt de woordvoerder van premier Michel het ook nodig om de journalist te bedreigen. Gelukkig zond de zender het hele incident uit. Ondanks de woordvoerder van premier Michel scoort ons land erg goed in de index van Freedom House. Het staat na Noorwegen tweede in het Europees klassement.

Het is het waard om in herinnering te brengen dat slechts 13% van de wereld in een land met persvrijheid leeft. Het gaat vandaag slecht met de persvrijheid in de wereld en het lijkt er de komende jaren niet beter op te worden.

Niels Morsink is vrijwillig medewerker aan het Instituut van de Overheid van de KU Leuven

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift