Wij zijn Charlie niet

Wellicht was het anders bedoeld, maar in de nasleep van de aanslag op bijtende spot draaiden we ons collectief een rad voor de ogen. We stelden massaal dat wij Charlie zijn. Helaas zijn we dat niet. Wij niet, ik niet, de verenigde mainstreammedia niet. We zijn vele dingen, zonder twijfel, maar Charlie? Nee, Charlie zijn we niet!

  • Del-Uks (CC BY-NC-ND 2.0) 'Mensen die nog tot meevoelen in staat zijn? Mensen die zeer selectief verontwaardigd zijn en vooral zeer kortdurend? Dat alles mogen we over onszelf zeggen, maar niet dat wij Charlie zijn.' Del-Uks (CC BY-NC-ND 2.0)

Sta me toe u tot ‘ons’ te rekenen, de goegemeente, de anonieme Westerse mens die geboren wordt en sterft en tussendoor amper een rimpeling teweegbracht. Wij zijn Charlie niet, wat we op onze Facebookprofielen ook beweren. Wij zijn veel tegelijk. Verontwaardigd. Bang ook. Op zoek naar troost. Maar ook op zoek naar simpele antwoorden op onmogelijke antwoorden. Op zoek naar duidelijke verschillen.

Wellicht zijn we nog veel meer. Bekommerde ouders? Mensen die nog tot meevoelen in staat zijn? Mensen die zeer selectief verontwaardigd zijn en vooral zeer kortdurend? Dat alles mogen we over onszelf zeggen, maar niet dat wij Charlie zijn.

Verontwaardigd

‘Hoewel de kans dat wij slachtoffer worden van dergelijke barbaarse daden verwaarloosbaar klein is, maakt de aanslag ons bang.’

Uiteraard zijn we verontwaardigd. De moordpartij die de slagader van Charlie Hebdo doorsneed laat ons niet toe niet verontwaardigd te zijn. Hoe sterk onze standpunten ook lijken te verschillen, er is nauwelijks een cultuur te vinden waarin deze gruweldaad niet in conflict is met de basiswaarden en normen. Het maakt niet uit of we in een god geloven, het maakt niet uit welke naam we deze god desgevallend geven. We zijn verontwaardigd en dat is niet meer dan menselijk. Meer zelfs, dat lijkt zelfs wenselijk.

Hoewel de kans dat wij slachtoffer worden van dergelijke barbaarse daden verwaarloosbaar klein is, maakt de aanslag ons bang. Nog banger dan we al zijn.

Misschien waren we daarvoor al bang van de ander, van de karikatuur die van die ander wordt gemaakt. Misschien waren we gevallen voor de gevaarlijke verleiding om mensen uit zogenaamde moslimlanden te verengen tot Islam en Islam gelijk te stellen met de paar radicale gekken die de vlag hebben gestolen. Misschien zijn andere latente angsten gisteren plots zeer manifest geworden. Rationeel is dit niet, maar wel zeer menselijk. Laat niemand ons hierom veroordelen. Het is goed om mens te zijn.

Nood aan troost

‘Troost alleen verlost ons niet. We hebben verklaringen nodig.’

Wanneer we geconfronteerd worden met excessief geweld, met een onrecht dat door iedereen wordt gevoeld, is de nood aan troost groot. Die vinden we in collectieve handelingen. We komen samen en tonen ons kwetsbaar, verbonden met de ander. We troosten elkaar met elkaars aanwezigheid, met de onuitgesproken erkenning van elkaars emoties.

Maar troost alleen verlost ons niet. We hebben verklaringen nodig. Afbakeningen. We willen weten wie de boosdoeners zijn, zodat we onszelf ervan kunnen vergewissen dat wij niet één van hen zijn. Zij zijn anders. Zij zijn de vijand.

We zijn zo hongerig naar opheldering dat we niet echt geïnteresseerd zijn in wat zich precies voordoet. We willen simpele schema’s: wij zijn goed, zij zijn slecht. Wij zijn altijd goed, zij zijn altijd slecht. Er daartussen is niets.

Daarom zijn wij Charlie niet. Charlie Hebdo troost niet. Biedt geen exclusieve vijand.

Fileermes

‘De journalisten van onze huishoudmerken zijn Charlie niet.’

Ik ben Charlie niet. Ik ben vele dingen, maar ik ben Charlie niet. Een idool van mij – een krokodil uit een vorig journalistiek universum – mag mijn pen dan wel vergelijken met een fileermes, mijn stijl van licht ironisch tot zwaar sarcastisch noemen, ik ben Charlie niet en zal het ook nooit worden.

Daarvoor is mijn focus te eng, mijn onderwerpen te gemakkelijk en mijn heldhaftigheid te onbestaand.

Ook als ik de scherpste der registers pretendeer open te trekken, heb ik me voorafgaand afgevraagd of ik niet het risico loop banbliksems over me af te roepen. Te vaak stel ik me de vraag of ik wel zou schrijven wat ik denk. Nog vaker besluit ik te zwijgen. Uit zelfbehoud.

Daarom ben ik Charlie niet. Charlie Hebdo confronteert zonder al te veel reflecties over zelfbehoud. Daarom moesten gisteren mensen sterven. Ik ben bang voor zo’n dood.

De journalisten van onze huishoudmerken zijn Charlie niet. Ze zijn veel tegelijk. Emotioneel verbonden met hun vakgenoten, zonder twijfel. Verontrust over de aanslag op de persvrijheid, dat spreekt. Bewust van het uitzonderlijk karakter van de gebeurtenis en daarom voorzichtiger in de commerciële exploitatie. Solidair, bereid zelfs om de anders zo genadeloze onderlinge strijd af te zwakken. Zelfverzekerd in hun beslissing om de dag erop een andere krant te maken. Dat alles is wellicht waar, maar geloof ze niet als ze zeggen Charlie te zijn.

Verbondenheid

‘Persvrijheid is een graadmeter voor politieke vrijheid.’

Een gevoel van verbondenheid speelt zeer sterk als journalisten bedreigd worden van buitenaf. Dan is het gevoel van lotsverbondenheid sterk, de bereidheid tot solidariteit eveneens.

Dan lijken ze op de gilden van weleer en dat siert hen. Dat maakt wellicht het beroep zo bijzonder als de journalisten zelf willen laten uitschijnen.

Op uitzonderlijke momenten, momenten waarop zij zelf het voorwerp van het nieuws vormen, zijn journalisten zich zeer bewust van de grote maatschappelijke rol die ze vervullen. Anders dan bij de routineklussen die velen onder hen de hele tijd door klaren, beseffen ze op zulke momenten dat zij broodnodig zijn als een samenleving een gezond evenwicht tussen de maatschappelijke antagonisten wil bewaren. Persvrijheid is een graadmeter voor politieke vrijheid. Daarom hebben ze gelijk als ze de aanslag van gisteren in de strengste bewoordingen veroordelen. Het gevoel van verbondenheid met hun betreurde vakgenoten uit Parijs is totaal niet misplaatst.

‘Charlie Hebdo blaft niet alleen, Charlie bijt.’

Dat gevoel brachten ze beklemmend mooi tot uitdrukking in de edities die de dag na de gruwel verschenen. Dure advertentieruimte speelde heel even geen rol. Stellingen werden ingenomen, in woord en beeld.

Maar ondanks alle begrijpelijke emotionaliteit, alle sterke stellingnames, alle uitingen van solidariteit waren onze journalisten veel, maar niet Charlie.

Niet bereid om bijvoorbeeld de eerste vormen van schaamteloze recuperatie van het drama aan de kaak te stellen. Niet moedig genoeg om bijvoorbeeld de heerser van Antwerpen de toegang tot het forum te ontzeggen.

Daarom zijn onze media niet Charlie. Charlie Hebdo blaft niet alleen, Charlie bijt. Zonder aanzien des persoons. In de kuiten van elke onverlaat die erom vraagt.

En ondertussen ben ik nog steeds beduusd. Vol emotie. Niet begrijpend. Dat lijkt me niet zo abnormaal. Ik ben Charlie niet.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Socioloog, digitaal strateeg en auteur

    Ben Caudron (1965) is socioloog, gepassioneerd door mens en technologie. Sinds 1993 is hij actief betrokken bij de ontwikkeling van digitale media.