Jelle Goossens (Rikolto)
Lokaal voedselbeleid is een kerntaak
“‘‘Zes redenen waarom lokaal voedselbeleid een must is’ ’

© Rikolto

© Rikolto
Wie aan voedselbeleid denkt, denkt spontaan aan Europa of de Vlaamse overheid. Aan landbouwsubsidies, handelsakkoorden of voedingsrichtlijnen. Begrijpelijk, want veel hefbomen liggen daar. Toch wordt de impact van ons voedselsysteem het meest voelbaar op lokaal niveau. Een lokaal voedselbeleid is volgens Jelle Goossens van Rikolto dan ook een must.
Wereldwijd worden steden en gemeenten zoals Gent, Quito of Arusha als eerste geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering, armoede, gezondheidsproblemen en economische kwetsbaarheid. Wat vandaag fout loopt in het voedselsysteem, duikt morgen op in de schoolrefter, bij de huisdokter, het OCMW of in de afvalcijfers. Net daarom is lokaal voedselbeleid een kerntaak: het geeft winst op verschillende terreinen.
1. Meer lokale welvaart en economische veerkracht
Lokale voedselketens houden geld in de regio en versterken de lokale economie. Onderzoek toont aan dat elke euro die lokaal wordt besteed, meermaals circuleert in de gemeenschap. Bovendien creëren korte ketens jobs in productie, verwerking en distributie, vaak voor mensen die elders in de economie minder kansen krijgen.
In Leuven toont coöperatie Kort’om Leuven hoe lokale logistiek boeren extra afzet biedt en een netwerk van horeca, winkels en (school)cateraars elkaar versterkt. Door verschillende afzetkanalen te combineren, wordt een voedselsysteem beter bestand tegen crisissen zoals pandemieën of geopolitieke schokken.
In Mbale (Oeganda) versterkt een samenwerking tussen boeren, marktkramers en de stad de lokale voedselmarkten. Enerzijds schakelden 1.100 boeren in en rond de stad over op duurzamere groente- en fruitteelt, anderzijds kregen 280 marktkramers die hun producten verkopen een opleiding in hygiëne en verkoop. Veilige, betaalbare voeding levert zo meer inkomens op voor boeren en marktkramers.
2. Betere volksgezondheid
Voeding is de goedkoopste gezondheidszorg. Lokaal voedselbeleid laat toe om preventief in te grijpen, bijvoorbeeld via gezonde schoolmaaltijden of het aanbod in buurtkeukens.
In Denpasar (Indonesië) en Hanoi (Vietnam) is voeding op school een wapen tegen ondervoeding en een instrument voor voedseleducatie. Ultrabewerkte producten gaan eruit, leerlingen krijgen meer groenten en fruit en leren waar hun eten vandaan komt. De structurele vraag naar gezonde voeding creëert tegelijk een stabiele afzetmarkt voor boeren in de omliggende regio én stimuleert hen om pesticidegebruik fors af te bouwen.
De voorbije jaren werkte Rikolto in België met verschillende scholen samen rond een nieuwe aanpak voor voeding op school. Dat gaat van gezonde tussendoortjes tot een volledig vernieuwde aanpak rond schoolmaaltijden waarbij automatisch sociale correctiemechanismen worden toegepast. Zo wordt een basis gelegd voor gezonde eetgewoonten op lange termijn.
Een belangrijke hefboom blijft vandaag echter onderbenut: de rol van lokale besturen in het vormgeven van de voedselomgeving: welke verkooppunten kunnen zich waar vestigen? Vandaag zien we een wildgroei aan “voedselmoerassen” waar ongezonde voeding bijna de enige keuze is.
3. Sociale rechtvaardigheid én leefbare buurten
Toegang tot gezond eten is geen vanzelfsprekendheid. Wereldwijd kan één op drie mensen zich geen gevarieerd dieet veroorloven. Lokale besturen kunnen dat keren door voedsel te benaderen als een basisrecht en als hefboom voor een hechtere gemeenschap. In Aalst bewijst buurtrestaurant De Combi zo hoe gezonde maaltijden aan betaalbare prijzen samengaan met opleiding en werkervaring voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
In Gent brengt ‘Rabot op je Bord’ buurtbewoners samen in wekelijkse kookworkshops. Daar toveren ze groente- en fruitoverschotten van lokale boeren om tot bereidingen zoals vegetarische gerechten en sauzen, soepen, boterhamsalades,… die verkocht worden in de sociale kruidenier.
In Lima ontstonden uit de covid-pandemie buurtkeukens waar kwetsbare gezinnen samen koken. Gaandeweg organiseerden ze zelf voedselmarkten met boeren uit de nabije vallei van Pachacamac. Zo kregen stadsbewoners toegang tot gezond, betaalbaar eten, terwijl boeren ook hun kleinere oogsten konden verkopen.

© Rikolto
4. Winst voor milieu en klimaat
Voeding is goed voor ongeveer een derde van de broeikasgasuitstoot. Lokale voedselstrategieën kunnen die impact verkleinen door meer plantaardige voeding en circulaire oplossingen te promoten. In Hasselt krijgt dat vorm via ‘Hasselt is ons ERF’, met aandacht voor korte keten en biodiversiteit. Tegelijk tonen initiatieven zoals De Voedselploeg in Brugge hoe voedseloverschotten op grote schaal worden gered en herverdeeld. Minder voedsel in de vuilbak betekent minder uitstoot en een efficiënter gebruik van schaarse grondstoffen.
In de Indonesische stad Depok transformeren nieuw opgeleide boerinnen een voormalige vuilnisbelt langs de snelweg tot een productieve stadsboerderij. Onderzoek toont aan dat dergelijke vergroening de lokale temperatuur doet dalen. Stadslandbouw blijkt zo niet alleen een antwoord op noden rond voeding en tewerkstelling, maar ook een concrete vorm van klimaatadaptatie tegen stedelijke hitte-eilanden.
5. Een sterkere lokale democratie
Lokaal voedselbeleid nodigt uit tot participatie. Via voedselraden en overlegplatformen krijgen boeren, burgers, ondernemers en kwetsbare groepen een stem in het beleid. Dat verhoogt de kwaliteit van beslissingen en het draagvlak ervoor. Bovendien dwingt voedselbeleid verschillende beleidsdomeinen — gezondheid, klimaat, welzijn en economie — om samen te werken.
In Mbale (Oeganda) hebben ze sinds enkele jaren een Good Food Parliament en een Good Food Council. Die brengen boeren, marktkramers, burgers en stadsdiensten samen om knelpunten rond voeding aan te pakken. Hun aanbevelingen over afvalbeheer, infrastructuur en voedselveiligheid werden opgenomen in het beleid van het stadsbestuur en leidden tot concrete ingrepen.
6. Beter beleid op nationaal en internationaal niveau
Hoe heerlijk zou het zijn moest beleid altijd gegrond zijn in reële ervaring? Steden en gemeenten functioneren als proeftuinen waar nieuwe oplossingen groeien, getest en verfijnd worden. Door te steunen op ervaringen van onderuit, krijgen beleidsmakers zicht op wat werkt en wat niet.
In Vlaanderen inspireerden pioniers zoals Gent, Leuven en Antwerpen zo mee de voedselstrategie Go4Food. In Arusha (Tanzania) groeide een samenwerking tussen boeren, marktkramers, lokale overheden en ondersteunende partners uit tot een schaalbaar model voor duurzaam waterbeheer en voedselveiligheid. Duizenden boeren kunnen investeren in druppelirrigatie op zonne-energie, terwijl steden mee investeerden in infrastructuur voor marktplaatsen en laagdrempelige systemen voor voedselveiligheid. Die systemen voeden vandaag het nationaal beleid rond voedselveiligheid.
Jelle Goossens is communicatieverantwoordelijke bij Rikolto in België.
Tijdens de Week voor Goed Eten zetten verschillende steden en gemeenten lokale initiatieven in de kijker die tonen dat lokaal voedselbeleid een strategische investering is in gezondheid, economie, klimaat en sociale samenhang. Lees meer in het dossier en op weekvoorgoedeten.be.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.
