​Sachli Gholamalizad: ‘Nederlands is de taal die ik het best ken, maar niet de taal van mijn ziel’

Podcast

MO* Q&A podcast in samenwerking met BRUZZ

​Sachli Gholamalizad: ‘Nederlands is de taal die ik het best ken, maar niet de taal van mijn ziel’

​Sachli Gholamalizad: ‘Nederlands is de taal die ik het best ken, maar niet de taal van mijn ziel’
​Sachli Gholamalizad: ‘Nederlands is de taal die ik het best ken, maar niet de taal van mijn ziel’

Sachli Gholamalizad is theatermaker, actrice en MO*columniste. Ze vertelt in deze Q&A podcast over de worsteling met haar migratie en met de maatschappij die daar niet klaar voor is. Over taal, twijfel en de wil om omarmd te worden –volledig, zoals ze zelf wilt zijn.

© Kilian de Jager

© Kilian de Jager​

Sachli Gholamalizad is theatermaker, actrice en MO*columniste. Ze creëerde de voorbije jaren onvergetelijk theater voor de KVS en speelde onder andere de hoofdrol in de VTM-serie De Bunker. Sachli is geboren in Iran, drie jaar na de Islamitische Revolutie, maar verhuisde op vijfjarige leeftijd naar België –meer bepaald de Noorderkempen, waar ze eerst in Essen, daarna in Gooreind, Wuustwezel opgroeide. Enkele uittreksels uit een gesprek over de worsteling met migratie en over de maatschappij die daar niet klaar voor is. Over taal, twijfel en de wil om omarmd te worden –volledig, zoals ze zelf wilt zijn.

‘Ik heb nooit zekerheid gevoeld. Nooit pure verbondenheid gevoeld. Mezelf altijd een buitenbeentje gevoeld. Bovendien werd dat gevoel versterkt omdat ik de juiste woorden miste om te beschrijven wat ik voelde, bij mijn familie én bij de buitenwereld. Ik heb de wereld altijd van buitenaf bekeken en in vraag te gesteld.’ (uit een column voor MO*)

In 2013 maakte Sachli Gholamalizad haar eerste stuk, A reason to talk, het eerste deel van een trilogie. De productie won verschillende prijzen (Fringe First 2015, Circuit X, Roel Verniers, Shortlist Amnesty International, …), tourde op verschillende plekken en werd zeer enthousiast onthaald. In 2016 maakte ze haar tweede stuk (NOT) My Paradise.
Ze is een van de KVS-gezichten en voor de komende vijf jaar kunstenaar in residentie van de Vooruit in Gent. In 2019 zal ze haar derde solovoorstelling maken bij KVS.
Vorig jaar had ze, naast een rol in Brian DePalma’s nieuwe film Domino (2018), en in Mijke De Jong’s Layla M (2016), ook rollen in (inter)nationale series zoals Stockholm Requiem (2019), Bullets (2018), De Twaalf, Loslopend Wild (2012-2018), en speelde ze een van de hoofdrollen in De Bunker (2015).

‘Vaak ontstaat die ervaring er niet bij te horen eerder door wat mensen niet zeggen of door hoe doen, dan door wat ze expliciet zeggen. We leven niet in een maatschappji waarin mensen die confrontatie aandurven, maar ik leefde wel de hele tijd met het gevoel dat er zaken niet klopten, dat ik me moest aanpassen aan een omgeving waarin ik niet paste. Dat is pas gebeterd door weg te gaan van België en de cultuur van op afstand te bekijken. Dat stelde me in staat van het land te houden. Door het beeld van wie ik dacht te moeten worden los te laten, en de vrouw te worden die ik moest worden, werd ik ook plots wél aanvaard. Plots werd ik wél omarmd –in mijn volledigheid.’

‘In Vlaanderen lijken we nog altijd niet gewoon aan mensen die met een accent spreken, iets wat in Londen allang het nieuwe normaal is. Wij denken nog altijd boven anderen te staan.’

‘Waarom Vlaanderen het moeilijk heeft met diversiteit? Dat is een moeilijke vraag. België is een klein land, met nog grotendeels een plattelandsmentaliteit. Je voelt al een enorm verschil tussen Brussel en Antwerpen. In Vlaanderen lijken we nog altijd niet gewoon aan mensen die met een accent spreken, iets wat in Londen allang het nieuwe normaal is. Wij denken nog altijd boven anderen te staan.’

‘Het leven bestaat uit twijfel, en wie doet alsof ze voortdurend zeker zijn dragen een masker. Ik weet niet hoe ze dat doen. Door de twijfel toe te laten, heb ik meer geloof in het leven en het gevoel iets wezenlijks te delen met anderen. Ik wil ook mijn heel persoonlijke verhalen delen op een manier dat ze herkenbaar worden voor anderen.’

‘Ik kijk in die spiegel en zie mijn moeder. Er is geen ontkennen aan: ik ben mijn eigen moeder aan het worden. Die vrouw die spreekt met een dik accent. Die vrouw die amper gezien of gegroet wordt in het land waar ze haar kinderen heeft grootgebracht. Die vrouw die winkeliers extra in het oog houden, omdat ze niet dezelfde woorden gebruikt als zij. Niet goed genoeg. Nooit goed genoeg.’ (uit een column voor MO*)

‘Wat mij kwaad maakt is dat het niet ophoudt. Dat het nooit goed genoeg is. Dat maakt me moe en moedeloos. Mensen van een andere afkomst worden afgeketst door de maatschappij, en dat gaat puur om politiek, niet over de kleur van huid of haar. Het gaat uiteindelijk over de vraag hoe we andere landen kunnen blijven uitbuiten. Maar dat raakt en kraakt wel mensen die aan hun leven willen bouwen. Ik wil nooit vergeten waar ik vandaan kom. Dat heeft niets te maken met nationalisme, al ben ik wel blij met mijn Iraanse achtergrond.’

‘Religie heeft in mijn leven en in ons gezin nooit een rol gespeeld. Alleen tijdens de bezoeken van een van mijn oma’s uit Iran, die bad. Ik ging daar bij zitten en genoot daar heel erg van. De katholieke school tijdens mijn puberteit, dat is wel een trauma. Dat geslotene, dat bekrompene, dat niet begrijpen van pubers en zeker als die van een andere achtergrond zijn. Ik begon een enorm gevecht met de twee werelden waaruit ik kwam en die heel erg gescheiden beleefd werden. Ik werd heel baldadig van het gevoel dat ik voor de ene of andere kant moest kiezen.’

‘Het lijkt of mijn familie gedoemd is om telkens opnieuw afscheid te nemen van elkaar, en telkens weer doorheen dat verdriet te gaan. Telkens in andere stadia. En telkens met nieuwe generaties die veel te vroeg leren wat afscheid nemen inhoudt. Alsof we een soort van rust vinden in het thuisloos zijn. Zou het?’ (uit een column voor MO*)

‘Ik voel hoe ik in oosterse landen heel anders gevoed word –alleen al door de manier waarop je vriendschappen beleeft.’

‘Ik kan niet alleen in het Westen leven, al ben ik hier heel graag en heb ik hier de meeste vrienden. Ik voel hoe ik in oosterse landen heel anders gevoed word –alleen al door de manier waarop je vriendschappen beleeft. Ik ben altijd welkom, je wordt meegenomen, mensen laten je voelen dat ze voor je willen zorgen, je wordt aanvaard en omarmd. Al is dat soms ook verstikkend, en heb ik ook wel behoefte om alleen te zijn.’

‘Forough Farrokhzad, een Iraanse dichteres maakte in de jaren 1950 furore omdat ze als een van de eerste vrouwen uit de regio uiting en woorden gaf aan haar eigen seksualiteit en schaamteloos onconventioneel zichzelf durfde te zijn. Farrokhzad is een icoon in Iran en betovert iedereen die met haar werk in aanraking is gekomen. Zij is mijn huidige gids die me begeleidt naar die nieuwe wereld waarin ik de moed vind om van mezelf en mijn lichaam te leren houden. Los van maatschappelijke verwachtingen en normen, los van grenzen, maar luisterend naar mijn eigen natuur.’ (uit een column voor MO*)

‘Ik worstel met taal, omdat ik geen enkele taal honderd procent beheers. Nederlands is de taal die ik het best ken, maar dat is niet de taal van mijn ziel. Farsi ligt me veel meer, maar daarin heb ik te weinig woordenschat, waardoor ik niet alles kan uitdrukken. Die frustratie helpt me dan weer om een eigen taal in theater te creëren. Brussel is daarom ook zo’n fijne stad, omdat er zo veel talen gesprken worden en het niet erg is als je het niet helemaal goed doet. In Vlaanderen houden we zo krampachtig vast aan hoe taal hoort te zijn, waardoor we geen ruimte hebben voor jongeren en hun straattaal.’