Een blik op het slagveld

‘Oekraïne put je uit’: achter de schermen van de oorlog

© Arnaud De Decker

Het Russische leger laat een spoor van vernieling na in Oekraïne. Vele dorpen zijn volledig verwoest na maanden van strijd.

Ontmoetingen in doorrookte cafés, helse busritten en journalistieke dilemma’s: het leven van een oorlogsverslaggever gaat niet altijd over rozen. Kijk mee achter de schermen van de oorlog in Oekraïne. ‘Over onze veiligheid wordt eigenlijk niet gesproken.’

April 2022, Kiev. De Russische soldaten zijn al ruim drie weken verdreven uit de periferie van de Oekraïense hoofdstad. Toch blijft de spanning te snijden. Tom Mutch (30), een freelancejournalist uit Nieuw-Zeeland, steekt een derde sigaret op in de rokersruimte van de Buena Vista, de enige bar in Kiev die nog geen dag gesloten was sinds 24 februari, het begin van de Russische invasie.

De eigenaars van het donkere danscafé konden een deal sluiten met de soldaten die het checkpoint vlak bij de ingang bemannen. Wekenlang was het de enige plek in de stad waar nog alcohol verkrijgbaar was, ondanks een algemeen verbod dat van kracht was. De Buena Vista groeide uit tot dé plek waar journalisten uit alle uithoeken van de wereld na een zware werkdag ontspanning zochten, en die vaak ook vonden.

‘Moet jij nog iets drinken?’, vraagt Tom. ‘De avondklok gaat over een halfuur in, en dan is het te laat.’ Een ogenblik later staat hij aan onze tafel met twee grote glazen bier. De 31-jarige journalist is net terug van een dagtrip naar Boetsja, een voorstadje van Kiev waar de Russen wekenlang lelijk hebben huisgehouden. Hij trekt gulzig aan zijn sigaret en blaast een rookwolk uit, die veel te lang in de vochtige ruimte blijft hangen.

Deze reportage werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine.

Vind je dit artikel waardevol? Word dat proMO* voor slechts 4 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Aan tafel sluiten anderen aan, allemaal freelancejournalisten. De Fransman Hugo Lautissier (34), die ook voor Franstalig België artikels schrijft, de Amerikaan Caleb Larson (30) uit Californië en een Belg die televisiereportages maakt voor verschillende opdrachtgevers. Er wordt duchtig gediscussieerd, de sfeer zit goed. ‘Een nachttrein kan ons morgen naar Charkov brengen. Wie komt mee? Hebben we daar contacten?’

Dan rinkelt in de Buena Vista plots de bel. Het is 22 uur, iedereen moet het café verlaten. De straten zijn donker en leeg. Op weg naar mijn appartement passeer ik een eerste, tweede en vervolgens een derde checkpoint. Sirenes loeien en verstoren de onbehaaglijke stilte. Oekraïense troepen hebben het absolute doemscenario kunnen afwenden: volgens Moskou zou Kiev ‘binnen 72 uur’ vallen. Toch is de spanning nog altijd voelbaar, iedereen houdt zich aan de avondklok.

© Arnaud De Decker

Wat in een vingerknip is verwoest, vraagt jaren werk om weer op te bouwen.

Geen verzekeringen, geen steun

De volgende dag vertrekken Tom, Caleb en Hugo met de nachttrein naar Charkov. Ze zullen een paar weken in de regio blijven en verslag uitbrengen vanuit plekken als Kramatorsk, Sloviansk en Bakhmut, in de regio Donetsk, waar artilleriegevechten tussen Oekraïense en Russische troepen onverminderd voortgaan. Het is intussen eind april, in het noorden en het zuiden van het land rukken de Russen razendsnel op. Tientallen steden en dorpen vallen als dominostenen.

‘Op dat moment verbleven we een tijdje in een appartement in het noorden van Charkov, dicht bij de wijk Saltivka,’ vertelt Hugo wanneer we hem in oktober opnieuw ontmoeten in Kiev. ‘Dagelijks vielen de bommen en werden gehele appartementsgebouwen met de grond gelijkgemaakt.’ Achteraf gezien was het niet echt verantwoord, geeft hij toe. ‘We zijn allemaal freelancers en hebben geen verzekeringen. Als er met ons iets gebeurt, wat dan ook, dan is het eigenlijk klaar.’

‘Over onze veiligheid en de risico’s die we nemen, wordt eigenlijk niet gesproken.’

Voor zijn vertrek naar Oekraïne, begin maart, had Hugo nochtans onderzocht of hij een verzekering kon afsluiten. Hij liet het plan snel varen. ‘Welke freelancer kan zomaar enkele duizenden euro’s ophoesten, boven op de kosten die een journalistieke reis per definitie met zich meebrengt?’

Het is een frustratie die tijdens mijn verblijf in Oekraïne regelmatig ter sprake zou komen. Levensverzekeringen en andere soorten verzekeringen zijn zo verschrikkelijk duur dat de meeste freelancers ze niet eens in overweging nemen.

Ook van de verschillende redacties waarvoor ze schrijven, hoeven Hugo, Caleb en Tom geen logistieke of financiële hulp te verwachten. Voor de meeste freelancers is het al een grote uitdaging om hun stukken gepubliceerd te krijgen. Contacten met redacteurs verlopen vaak stroef.

‘En als een nieuwe opdrachtgever de deur op een kier zet, onderhandel je over de prijs voor een stuk en of hij misschien een extra foto wil publiceren, wat extra inkomsten betekent,’ aldus Hugo. ‘Over onze veiligheid en de risico’s die we nemen, wordt eigenlijk niet gesproken. Voor de verschillende nieuwsmanagers, hoofd- en eindredacteurs lijkt het allemaal vanzelfsprekend wat wij hier doen.’

Het gebrek aan verzekeringen, veiligheid en zekerheid belet de meeste freelancers niet om soms (te) veel risico’s te nemen. ‘Het gebeurt allemaal vrij intuïtief, au feeling,’ legt Hugo uit. ‘We werken in teamverband. Drie, vier journalisten, wekenlang samen op pad. Dat heeft veel voordelen: je kan de hoge kosten voor accommodatie, fixers, vertalers en transport onder elkaar verdelen. Zo hou je op het einde van de rit wat meer geld over. Bovendien kan je ook rekenen op een groter netwerk. Iedereen brengt wel iets bij in de groep.’

Toch leidt net dat soms tot extreem hoge risico’s. ‘In groep ga je naar plekken waar je alleen nooit zou komen,’ vult Caleb aan. Ook hij is sinds het prille begin van de oorlog in Oekraïne aan de slag. ‘En laat ons eerlijk zijn: als freelancer in een conflictgebied ben je vaak op zoek naar dat ene verhaal, de specifieke insteek die het verschil maakt en je werk onderscheidt van dat van anderen. Ook al betekent het dat je meer risico’s moet nemen.’

© Arnaud De Decker

Oekraïense troepen zetten in september een tegenoffensief in en kunnen de bezetters uit heel wat steden en dorpen verdrijven.

Fixers

Om de hordes freelancejournalisten te begeleiden bij hun zoektocht naar nieuws vanaf de frontlinie, waar het brandt en de bommen vallen, zijn goede, betrouwbare fixers onmisbaar. Vaak gaat het om mensen die maanden geleden nog dokter, leerkracht of IT’er waren. Vandaag stellen ze hun kennis van de taal (Oekraïens en/of Russisch), het terrein, de cultuur en hun connecties ter beschikking van journalisten, in ruil voor een dagvergoeding.

‘In tijden van oorlog draagt iedereen zijn steentje bij, en werken als fixer is het beste dat ik kan doen’, vertelt Sergeï (28), een IT-specialist die sinds het begin van de Russische invasie journalisten helpt. Hij is opgegroeid in de buitenwijken van Kiev en kent de regio als geen ander.

Toen de oorlog uitbrak, was er een grote toestroom van vrijwilligers bij het leger. Mannen van 18 tot 65 jaar mochten het land niet uit en schreven zich massaal in bij de Territoriale Verdediging van Oekraïne.

‘Er meldden zich zoveel mensen aan om te vechten tegen de Russen dat er wachtlijsten ontstonden,’ herinnert Sergeï zich. ‘Tegelijk stroomden ook dagelijks de journalisten toe. Zij waren op zoek naar mensen met kennis van zaken. Ik spreek goed Engels en dacht dat ik wel nuttig zou zijn als fixer.’ Sinds het begin van de oorlog heeft Sergeï meer dan 20 journalisten, freelancers, vaste medewerkers, televisieploegen, geholpen.

Toch is de baan niet zonder risico, zo blijkt. Volgens Reporters Without Borders zijn in de eerste zes maanden van de oorlog zes journalisten overleden. Ook minstens twee medewerkers lieten het leven, onder wie één fixer: de 24-jarige Oleksandra Kuvshinova. Zij werkte samen met videoreporter Pierre Zakrzewski, een journalist van Fox News. Beiden kwamen op 14 maart om het leven, nadat ze onder vuur waren genomen in Horenka, een stad in de buurt van Kiev.

Terug in Kiev. Zo’n acht maanden na het uitbreken van de oorlog is de stad bijna weer hoe ze vroeger was.

Ondanks de vele risico’s is de hulp van lokale fixers vaak onmisbaar om de Russische en Oekraïense propagandapraatjes te doorprikken, bevestigen Hugo Lautissier en Caleb Larson. ‘Zonder hen zouden wij in veel gevallen simpelweg nergens staan,’ benadrukt Hugo.

‘Een goede fixer is niet alleen betrouwbaar en eerlijk, maar hij begrijpt ook de journalistieke wereld en weet wat de journalist wil, naar welke soorten verhalen die op zoek is. Dat is cruciaal, net zoals zijn connecties en de kennis van de Oekraïense of Russische taal.’

Door de maanden heen wisten de vele fixers die in Oekraïne aan de slag zijn zich beter te organiseren. Net zoals de andere voorzieningen voor de pers. Vandaag heeft elke Oekraïense regio een eigen perskantoor waar journalisten terechtkunnen. Die zijn in zekere mate een spreekbuis van de overheid en zijn een onmisbare schakel geworden in het Oekraïense medialandschap.

De perskantoren zorgen ervoor dat officiële informatie via mail, Telegramkanalen of andere socialemediaplatformen bij de journalisten belandt. Daarnaast proberen ze ook tal van praktische problemen op te lossen. Ze bieden bijvoorbeeld veiligheidsmateriaal aan (kogelwerende kleding, helm), bemiddelen tussen fixers en journalisten of organiseren persrondes in bevrijde gebieden.

© Arnaud De Decker

Journalist Arnaud De Decker (midden) en zijn collega’s poseren met een Oekraïense soldaat.

Opnieuw aan de slag

15 september, 20 uur. Na een zomerbreak van enkele weken ben ik terug in Kiev. Zo’n acht maanden na het uitbreken van de oorlog is de stad bijna weer hoe ze vroeger was. In de straten is het druk, winkels, cafés en restaurants zijn open, en je kan zelfs opnieuw naar dansclubs – overdag weliswaar, de avondklok is nog altijd van kracht. Checkpoints zijn uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door terrasjes waar zonnekloppers genieten van de allerlaatste zonnestralen.

De meeste journalisten die nog in Kiev vertoeven, zijn intussen uitgekeken op danscafé Buena Vista en spreken liever op andere plekken af. Het besef dat je een goed team moet vormen, is bij iedereen doorgedrongen. Met Tom, Hugo, Caleb en een aantal anderen smeden we nieuwe plannen om de komende weken zo goed mogelijk te berichten over de Russische oorlogsmisdaden.

Het Oekraïense leger is dezer dagen bezig aan een indrukwekkend tegenoffensief: zowel in het zuiden als in het oosten van het land slaagt het erin de bezetters uit heel wat steden en dorpen te verdrijven. De meeste winst boekt het in de regio Charkov. We besluiten een auto te huren, een Volkswagen Tiguan (de wegen in de Donbas staan erom bekend niet bepaald fraai te zijn, een terreinwagen is geen luxe), en gaan op pad.

Charkov wordt zo’n twee weken lang onze uitvalsbasis. Van daaruit trekken we dagelijks oostwaarts, richting de bevrijde gebieden en verder. We bezoeken wat overblijft van Izjoem, Balakliia en met de hulp van onze militaire connecties kunnen we de bevrijding van Koepjansk, aan de oevers van de Oskil-rivier, met onze eigen ogen aanschouwen. Het tempo ligt hoog. De Oekraïners drukken stevig door en geven journalisten geen respijt.

© Arnaud De Decker

Elke dag brengt de oorlog nieuwe vernietigingen met zich mee, elke dag een nog grotere ravage.

En dan komt het langverwachte moment: na een Russische bezetting van ruim vier maanden bevrijden de Oekraïners op 2 oktober de stad Lyman, een strategisch knooppunt in Donetsk. De afstand tussen Charkov en Lyman bedraagt 180 kilometer, in normale omstandigheden overbrugbaar in zo’n vier uur. Door de vele hindernissen onderweg – opgeblazen bruggen en afgesloten wegen – doen we er minstens twee keer zo lang over.

Na een helse, uitputtende rit arriveren we ’s avonds in Kramatorsk. De stad heeft, zo goed en zo kwaad als ze kon, maandenlang standgehouden tegen de Russen. De dreiging is intussen minder acuut, maar de stad, die nog wekelijks wordt opgeschrikt door explosies, blijft volop in oorlogsmodus: lege straten, een avondklok om 21 uur, geen straatverlichting.

We ontvangen de sleutels van onze nieuwe thuis voor de komende weken: een typisch appartementje in een oud Sovjetgebouw. De volgende dag zijn we nog voor zonsopgang uit de veren, vol goede moed, gedrevenheid en motivatie. Klaar om een glimp op te vangen van de bevrijde stad Lyman.

Tevergeefs, de stad is gesloten voor de pers. Ontmijningsdiensten zijn er aan de slag, lichamen worden van de straten geplukt, medische teams en hulporganisaties stormen toe om de overgebleven inwoners te hulp te schieten.

Persronde draait op niets uit

Later die dag ontvangen we van de persverantwoordelijke voor de regio Donetsk – waar Kramatorsk en Lyman zich bevinden – een uitnodiging voor een persronde. Die vindt de volgende dag plaats, om klokslag 9 uur. We worden verwacht op het centrale plein van Kramatorsk.

‘Oekraïne put je uit, ik kom terug naar Kiev.’

Als we ruim op tijd de aangegeven locatie bereiken, treffen we zeker dertig journalisten en fixers aan. Allemaal zijn ze voorbereid op een zware, lange dag op onbekend terrein, inclusief kogelwerende vesten en helmen met daarop in reusachtige letters ‘PRESS’.

Onze identiteiten worden stuk voor stuk gecontroleerd, en we mogen plaatsnemen in een van de vier bussen die ons naar Lyman zullen brengen. Een konvooi escorteert ons voorbij de verschillende checkpoints.

Toch zullen we ook vandaag Lyman niet bereiken. Niet door een gebrek aan accreditatie, wel door de slechte staat van de wegen. Als de bus waarin Caleb, Hugo en ik zitten zich vastrijdt in de modder, slaagt zelfs een Oekraïense pantserwagen er niet in om ons uit het slib te halen. En zo eindigt de dag, eens te meer, onsuccesvol.

De tientallen journalisten lopen in het rond in de bossen die ons omringen, vloeken en proberen contact te leggen met hun redacties om ze op de hoogte te houden van de situatie. Maar ook dat lukt niet, in de omgeving van Lyman vindt niemand bereik.

© Arnaud De Decker

 

Laura de Chiclana, een 28-jarige freelancejournaliste uit Spanje, brengt met haar cameraman al sinds dag één van de oorlog verslag uit vanaf de frontlinies. Ze kreeg van een van haar werkgevers de opdracht om de situatie in en rond Lyman in kaart te brengen.

‘Tegen vanavond,’ zucht ze. ‘Het is onmogelijk, het gaat niet lukken. Het is al na 16 uur en we hebben niets, nada!’ Ze is duidelijk van streek, loopt in het rond, hopeloos op zoek naar een plek waar ze eventueel toch wat bereik zou kunnen vinden. Ze ziet er uitgeput uit.

De dag eindigt zoals de vorige: zonder succes. Uiteindelijk zal het meer dan een volle week duren en heel wat voeten in de aarde hebben om Lyman te bereiken. Als eerste journalisten krijgen we de pas ontdekte massagraven te zien, nabij het kerkhof. Uitgeput, maar tevreden over het resultaat na een week volharding, keren we terug naar Kiev. Daar genieten we van een deugddoende avond op café.

Een dag later krijg ik een bericht van Marie* (een gefingeerde naam), 27 jaar en als freelancer aan de slag voor Hongkongse media. Ze is nog altijd in Kramatorsk en probeert elke dag opnieuw Lyman te bereiken. ‘Oekraïne put je uit, ik kom terug naar Kiev.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Arnaud De Decker is onderzoeksjournalist en buitenlandreporter, met milieu, migratie en mensenrechten als specialisaties en bijzondere interesse in Latijns-Amerika en Afrika.