Afghaanse kunstenares weeft nationale trots

Reportage

Vrede, veerkracht en vrouwenrechten in de kunst van Zolaykha Sherzad

Afghaanse kunstenares weeft nationale trots

Afghaanse kunstenares weeft nationale trots
Afghaanse kunstenares weeft nationale trots

Hij hangt aan de muur in een boetiek van agnès b. in Parijs. Hij valt op door zijn grootte. De chapan, een traditionele mantel die gewoonlijk door mannen in Centraal-Azië over de kleren wordt gedragen. Ook de voormalige Afghaanse president Hamid Karzai droeg vaak zo’n mantel.

© Mashid Mohadjerin

Kunstenares Zolayka Sherzad: ‘We beseffen niet goed genoeg hoe kostbaar het leven is. Je moet niet wachten op ellende om je ver — bonden te voelen met wat er in de wereld gebeurt.’

© Mashid Mohadjerin

De chapan in de Parijse boetiek is een ontwerp van de Zwitsers-Afghaanse Zolaykha Sherzad. Het is geen gewoon kledingstuk. Hij is veel groter dan gebruikelijk. De mouwen zijn naar binnen gekeerd en in de voering hebben vrouwen in Kaboel hun gebeden en wensen voor hun familie en hun land geborduurd. De chapan van Zolaykha Sherzad belichaamt de Afghaanse trots. Een trots die veel te lang werd gefnuikt. ‘Voor mij is de traditionele chapan een ornament, een versiering. Uiteindelijk dient een kledingstuk niet alleen om je te beschermen, maar ook om jezelf te vieren’, zegt de ontwerpster. Het is om de vrouw te vieren dat Zolaykha Sherzad dit ornament heeft ontwierp.

‘Mijn belangrijkste inspiratie was de chapan van de man. Ik heb er één gemaakt, die ik mocht tentoonstellen bij Documenta in Kassel, in de biënnale van Havana en in Parijs’, zegt ze. Zolaykha Sherzad heeft mantels in verschillende tinten blauw bijeengebracht, van verschillende materialen en op verschillende plaatsen in Afghanistan gemaakt. Die heeft ze in kleine stukken opgedeeld om er uiteindelijk één groot kledingstuk van te maken.

Het is een creatie waarmee ze de eenheid tussen de verschillende etnische groepen in Afghanistan en tussen mensen met verschillende sociaal-economische achtergronden wilde benadrukken. ‘Sommige delen zijn van zijde, wat erg ceremonieel is. Andere zijn van katoen, dat in het dagelijks leven en door de gewone mensen gedragen wordt. Er zijn wensen en gebeden in de voering genaaid.’ Anders dan bij de chapan van de vrouw, waar de mouwen naar binnen zijn gekeerd als symbool van ingetogenheid, openen de mouwen van de mannelijke chapan horizontaal, alsof hij de hele natie in al haar verscheidenheid onder zijn vleugels neemt.

Zolaykha Sherzad creëert niet door stukken textiel aan elkaar te naaien, maar door ze in elkaar te laten opgaan. Via textiel wil ze op verschillende niveaus bruggen bouwen. De wensen en gebeden geven een zekere spiritualiteit aan het kledingstuk en een perspectief op een betere toekomst. Het is dat de Zwitsers-Afghaanse architecte heel erg begaan is met de mensen in haar land van herkomst.

Haar artistieke uitingen via textiel vloeien voort uit haar engagement voor de mensen in Afghanistan en uit de sociale onderneming die ze in 2004 in Kaboel heeft opgericht. Die is niet enkel bedoeld om een groep mannen en vrouwen aan het werk te helpen, maar ook en vooral om de Afghaanse identiteit in al haar diversiteit en kracht van onder het oorlogsstof te halen en te herwaarderen.

© Mashid Mohadjerin

Kleine stukken van tientallen mantels werden één groot kledingstuk, dat de verscheidenheid van Afghanistan benadrukt.

© Mashid Mohadjerin

Architecte wordt ontwerpster

Het meisje dat op tienjarige leeftijd samen met haar ouders de oorlog ontvluchtte en in Zwitserland een veilig oord vond, is haar land van herkomst nooit vergeten. Al wist ze dat gevoel gedurende een lange periode te onderdrukken. ‘Ik heb mijn land op een brutale manier verlaten’, vertelt ze. ‘Als je tiener bent, probeer je je origine te verloochenen. Dat was althans het geval bij mij. Ik wilde in de Zwitserse context opgaan. Het is pas na mijn studies en nadat ik ben beginnen werken, dat ik op zoek ging naar mijn wortels. Maar behalve wat nostalgische herinneringen had ik geen aanknopingspunten in Afghanistan.’ Het eerste wat in haar opkwam toen ze iets wilde doen voor haar land van oorsprong, was onderwijs. ‘Als kind heb ik mijn toevluchtsoord in de school gezocht’, zegt ze.

Na de val van de Taliban in 2001 kon ze haar oude school opzoeken. Wat ze aantrof waren vernieling en grote armoede, maar ook hoop en de wil om te leven.

En ze had geluk. Haar leerkrachten ontfermden zich over haar. Van haar kant gaf ze alles om door de moeilijkheden heen te raken. Ze deed het goed op school en studeerde af als architecte. Na haar huwelijk verhuisde ze naar de VS, waar ze nu woont. ‘Als er grote conflicten zijn, zoals het geval is bij oorlog of als gevolg van migratie, kan een kind zijn plaats niet vinden. Het voelt zich een last en begrijpt niet wat er rondom hem gebeurt. Ik heb me op school verschanst en ik weet hoe belangrijk dit was voor mij om op te groeien en open te bloeien. Daarom heb ik de School voor Hoop opgericht. Een project dat ik in 2000 lanceerde om lagere en middelbare scholen in Afghanistan te steunen.’

Het avontuur begon bij de ontmoeting met een Afghaanse tapijtenverkoper in New York. Ze organiseerden samen een event en wisten 7000 dollar in te zamelen. Twee maanden later vertrok Zolaykha Sherzad samen met haar man naar Pakistan. Haar Zwitsers-Franse man kreeg een visum voor Afghanistan, maar zij was vluchteling en mocht het land niet binnen. Na de val van de Taliban in 2001 kon ze haar land van herkomst voor het eerst bezoeken. Ze ging onmiddellijk haar oude school opzoeken. Wat ze aantrof waren vernieling en grote armoede, maar ook hoop en de wil om te leven. ‘De kinderen hebben niets, te weinig kleren en geen goede schoenen, maar ze hebben de vonk van het leven in hun ogen en een glimlach op hun gezicht. Dat heeft me enorm gefascineerd’, vertelt ze.

‘Want wat betekent vrede? Vrede is een dak boven het hoofd hebben, vrede is stromend water en elektriciteit hebben. Vrede betekent dat de basisvoorwaarden voor een normaal leven voorzien zijn. Spijtig genoeg leven we in een systeem dat ons afleidt van wat echt telt. We beseffen niet genoeg hoe kostbaar het leven is. Je moet niet wachten op ellende om je verbonden te voelen met wat er in de wereld gebeurt.’ ‘Maar naast het materiële aspect is er ook de emotionele vrede. Er zijn mensen die familieleden hebben verloren, die fysieke letsels hebben opgelopen. Het is verschrikkelijk om een oorlog mee te maken. In Afghanistan duurt die al veertig jaar. De oorlog is nog steeds niet helemaal voorbij.’

Kostbare ambachtslui

Zarif, het merk dat ze in 2004 lanceerde, is geboren uit de ambitie om met de gewone man en de gewone vrouw samen te werken. De naaiopleiding die de architecte een jaar lang had gevolgd, kwam van pas om met textiel te werken. Want het effect van de oorlog op deze sector was niet min. ‘De tapijtensector heeft de oorlog overleefd, maar de ambachtelijke kleding kwam onder druk te staan. Er was geen lokale markt meer voor dat soort kledij’, legt ze uit.

‘Modern staat niet gelijk aan westers. Modern betekent: dat wat we al hebben, herinterpreteren en geschikt maken voor het hedendaagse leven.’

‘Wat op de markt te vinden is, is synthetisch en goedkoop – en dat is normaal, want mensen hebben de middelen niet om kleren te kopen die artisanaal gemaakt zijn. Bovendien brachten de vluchtelingen die uit landen als Pakistan, Iran en India terugkwamen nieuwe gewoontes met zich mee. Er was geen interesse voor wat plaatselijk kon worden gemaakt. De kennis en de knowhow van de Afghaanse ambachtslui dreigden te verdwijnen, en zo ook de Afghaanse culturele identiteit.’ Met Zarif, dat in het Farsi ‘kostbaar’ betekent, wil Zolaykha Sherzad het borduren, een werk dat zoveel geduld vraagt, valoriseren. ‘Wat Zarif wil doen, is actualiseren en moderniseren zodat mensen opnieuw in de ambachten geïnteresseerd raken. Er is een internationale markt die zich op dat vlak kan ontwikkelen’, zegt ze.

‘Het is deels een terugkeer naar de bron, maar dan met een moderne visie. Modern staat niet gelijk aan westers’, benadrukt de ontwerpster. ‘Modern betekent: dat wat we al hebben, herinterpreteren en geschikt maken voor het hedendaagse leven. Ik werk op elementen en concepten van oude stukken, naakt en minimalistisch. De stof is Afghaans. Voor de voering werk ik met stoffen met typisch Afghaanse motieven en bloemen. Aan de buitenkant breng ik elementen aan, onder meer via borduurwerk, die naar de Afghaanse cultuur verwijzen.’

© Mashid MohadjerinGeen kleren nodig

Naast vernieuwen wil het merk Zarif vooral bruggen bouwen, tussen de verschillende etnische groepen in Afghanistan en ook tussen mannen en vrouwen. Het project heeft een dertigtal mensen in dienst. De meester-kleermakers zijn mannen en de naaisters zijn vrouwen. ‘Zarif wil de vrouwen opnieuw een plaats geven in het openbare leven’, zegt Zolaykha Sherzad. ‘Niet op een brutale of kunstmatige manier, maar op een natuurlijke manier. Door hen bijvoorbeeld werk te bieden buitenshuis.’ De strategie van Zarif is ook om tewerkstelling te verzekeren en een goed loon uit te betalen, het hele jaar door, zodat er stabiliteit is voor de werknemers.

Zarif is aanwezig in Parijs en in de VS, en het bedrijf draait dankzij de inzet van vrijwilligers die Zolaykha Sherzad in haar project steunen. In Afghanistan zelf is de vraag eerder beperkt. De interesse situeert zich vooral in de kringen van diplomaten, artiesten en mensen die de Afghaanse cultuur in het buitenland willen vertegenwoordigen. Dat heeft te maken met het gebrek aan een middenklasse. ‘Er moet eerst een middenklasse komen om in Afghanistan zelf de vraag naar dit soort kledij te doen toenemen’, zegt de ontwerpster.

‘Ik denk dat we geen nood hebben aan kleren. We hebben al zoveel kleren. Ik zou willen dat wie een stuk koopt, dat doet omwille van de geschiedenis die erbij hoort. Ik zou niet willen dat men het uit medelijden koopt. Dat is niet het idee achter dit project. Ik denk dat ik juist de sterkte van Afghanistan toon. De artisanale deskundigheid vertegenwoordigt de mens en zijn veerkracht, ondanks veertig jaar oorlog. We moeten de vrede opbouwen en een volk steunen dat een rijke geschiedenis heeft, maar dat ook enorm heeft geleden. Ik heb via dit project voor mezelf een brug gecreëerd met mijn land van herkomst. Nu wil ik via een jasje mensen met Afghanistan verbinden.’

De kracht van Afghanistan

Zolaykha Sherzad beseft dat haar engagement in de eerste plaats een persoonlijke nood vervult, maar het is – hoe kleinschalig ook – tegelijkertijd een manier om de trots van de Afghanen te herstellen. ‘Wat betekent dat, de Afghaanse trots?’, vraag ik haar.

'We proberen kleine positieve zaadjes te planten zonder het lijden te vergeten.'

‘De Afghaanse trots is, zoals in alle culturen, wat de mensen ter plaatse maken. We hebben veertig jaar lang oorlog gekend en veel is verloren gegaan. Het is belangrijk om erop te wijzen dat onze geschiedenis geen geschiedenis is van oorlog en van interne conflicten. Onze geschiedenis is het resultaat van een externe invasie die vernietigend was, zowel fysiek als sociaal. De invasie was brutaal en het effect daarvan op de verschillende groepen die gestreden hebben, was dat ze zich achteraf tegen elkaar hebben gekeerd. Er was geen leiding, er was geen internationale belangstelling en geen plan om hen samen te brengen. Men heeft Afghanistan aan zijn lot overgelaten, een land in puin achtergelaten. De burgeroorlog was moordend. De strijd draaide om macht en de mensen raakten verdeeld. Het probleem van etniciteit dook op. Iedereen werd bewapend. Dat was niet het geval voor de invasie. Ik wist vroeger niet dat ik Pasjtoen was, ik was Afghaanse.’

‘Via dit project spreek ik over Afghanistan. Ik spreek niet over het conflict, wel over de kracht van het land, en ik probeer deze kracht te gebruiken om de toekomst op te bouwen. Ik denk niet dat we de problemen oplossen door achterom te kijken, door te vragen wat de oorzaken van de huidige situatie zijn en wie de fouten heeft gemaakt. Dat zijn volgens mij niet de juiste vragen. De vraag moet zijn: wat hebben we nu en wat kunnen we doen met wat er is? Hoe kunnen we wat we nu hebben, vergroten en vermenigvuldigen? We proberen kleine positieve zaadjes te planten zonder het lijden te vergeten. Deze vrede is fragiel. Mensen staan ’s morgens op, gaan naar buiten en misschien ontploft er een bom. Ze weten niet of ze weer naar huis kunnen. Ik denk dat dit ook voor ons geldt. We weten ook niet wat ons kan overkomen als we onze huizen uitgaan. Alleen al dat beseffen, kan volgens mij de zaken doen veranderen. We zijn te vaak bezig met van alles en nog wat te plannen voor de nabije en verre toekomst. Dankzij dit project heb ik geleerd om in het heden te leven. Ik heb geleerd om meer te appreciëren wat we hebben.’

Het Antwerpse modemuseum MoMu en het Kortrijkse Leie- en vlasmuseum Texture presenteren de tentoonstelling ’Textiel in Verzet’, nog tot en met 16 februari 2020 in Texture Kortrijk. Praktische info op www.momu.be. Met tekst van Samira Bendadi en foto’s van Mashid Mohadjerin. Naar aanleiding van de expo verschijnt ook de publicatie ’Textiel in Verzet’ bij Uitgeverij Hannibal.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 28 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.