Albanië – ‘Als je je huis verliest, is er geen troost’

In 2007 werd het leven van de inwoners van Jale, een klein Albanees stranddorp aan de Ionische Zee, overhoop gegooid door een kustproject gefinancierd met een Wereldbank-lening van 17,5 miljoen dollar.

In het Albanese kustdorpje Jale woonden meer dan een dozijn arme families. De bijkamers en extra verdiepen van hun huizen verhuurden ze aan vakantiegangers.

De Albanese overheid had echter andere plannen met het kustgebied. Ze zag Jale als een ideale plek voor een chique resort om toeristen naar het land te lokken. Ze besloot een kustherstellingsproject te gebruiken als vehikel om haar plan waar te maken. Het kustherstellingsproject werd gerund door de schoonzoon van Sali Berisha, de toenmalige Albanese premier.

CC BY ND 2.0 Vasil Gjika

Afbraakteams

Toenmalig Wereldbankgroep-voorzitter Robert Zoellick noemde het handelen van de bank ‘verschrikkelijk’.

Op een ochtend in april 2007, nog voor zonsopgang, kwamen tientallen politie-agenten aan bij de kustgemeenschap. Ze begaven zich naar de structuren die eerder waren geïdentificeerd op foto’s genomen tijdens luchttoezicht dat de Wereldbank had betaald.

De politie haalde de inwoners van Jale uit hun bed en dwong hen de woning te verlaten. Afbraakteams maakten huizen met de grond gelijk of sloopten aanpalende constructies die volgens de overheid zonder vergunning waren neergepoot.

Sannie Halilaj barstte in tranen uit toen afbraakwerkers de helft van haar huis neerhaalden, waarin ze meer dan een halve eeuw met haar echtgenoot had gewoond.

‘Als je een geliefde verliest, dan is er iemand die je troost’, zei de 74-jarige in een recent interview. ‘Maar als je je huis verliest, dan is er geen troost.’

© Besar Likmeta / BalkanInsight.com

Het huis van Andon Koka was één van de 15 huizen in Jale die vernield werden. Van het huis van zijn broer blijft enkel de ruïne over (zie foto).

‘Dit mag niet opnieuw gebeuren’

Aanvankelijk ontkenden bankfunctionarissen dat de uitzettingen gelinkt waren aan het kust-initiatief dat de Wereldbank in Albanië financierde. Een jaar later echter vond haar eigen Inspectiepanel ‘directe linken’ tussen het project en de vernielingen.

Het inspectiepanel wees de bank terecht voor haar ‘systematische pogingen’ om het onderzoek te blokkeren door antwoorden te geven die ‘soms compleet tegengesteld waren aan feitelijke informatie die het management al lang kende’.

Nadat het rapport van het Inspectiepanel in 2008 werd vrijgegeven, noemde toenmalig Wereldbankgroep-voorzitter Robert Zoellick het handelen van de bank ‘verschrikkelijk’. Hij zwoer dat de instelling snel ‘het toezicht [zou] versterken, procedures verbeteren en de families helpen wiens gebouwen vernield waren’.

‘De bank kan dit niet opnieuw laten gebeuren’, aldus Zoellick.

Zeven jaar later is er maar weinig veranderd – zowel in Jale, waar de inwoners nog altijd niet vergoed zijn voor hun verlies, als bij de Wereldbank, waar het toezicht zwak blijft.

Door Sasha Chavkin, Ben Hallman, Michael Hudson, Cécile Schilis-Gallego en Shane ShifflettMet medewerking van Musikilu Mojeed, Besar Likmeta, Ciro Barros, Giulia Afiune, Anthony Langat, Jacob Kushner, Jeanne Baron, Barry Yeoman and Friedrich LindenbergVertaling en bewerking: Kristof Clerix.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift