Alina Chaudry: ‘Ook jongens moeten leren dat meisjes zelf kunnen kiezen’

Alina Chaudry zet kunst in tegen eerwraak in Pakistan

Pakistan haalt geregeld de krantenkoppen met eremoord. Filmmaakster Sharmeen Obaid-Chinoy vestigde vorig jaar de aandacht op de soepele Pakistaanse wetgeving op eergerelateerd geweld met haar Oscarwinnende documentaire “A Girl in the River: The Price of Forgiveness”. Daarop beloofde Pakistans eerste minister Nawaz Sharif een strengere aanpak. Later dat jaar wekte de moord op sociale-media-ster Qandeel Baloch internationale verontwaardiging.

  • © Reuters / Asim Tanveer Dit meisje wacht samen met haar moeder in een ziekenhuis in Pakistan op verzorging. Ze werd het slachtoffer van erewraak. Daders waren haar man en diens broer. © Reuters / Asim Tanveer

Baloch werd vermoord door haar broer, die achteraf verklaarde dat Qandeels gedrag de familie te schande maakte. De zaak zette extra druk op de overheid, die in oktober 2016 met de nieuwe wetgeving kwam: voordien konden eremoordenaars vrijkomen als de familie van het slachtoffer hen vergaf. Aangezien dader en slachtoffer gewoonlijk familie van elkaar zijn, gingen veel daders vrijuit. Met de nieuwe wetgeving krijgen eremoordplegers 25 jaar cel en kunnen ze niet meer vergeven worden.

Alina Chaudry (°1983) gelooft net als filmmaakster Obaid-Chinoy in kunstactivisme als motor voor verandering. De multimediakunstenares is mede-oprichtster van Rastay, een platform voor kunstenaars die sociale verandering willen bewerkstelligen. Daarnaast werkt Chaudry voor de Auratstichting, een vooraanstaande Pakistaanse vrouwenrechtenorganisatie.

Om te komen waar ze nu is, moest ze veel maatschappelijke hindernissen overwinnen: ‘Ik wilde naar de nationale kunsthogeschool, de beste kunstschool van het land, waar elke kunstenaar wil studeren. Mijn vader ging niet akkoord, maar omdat ik als tiener mijn moeder verloor, ben ik opgegroeid bij mijn oom en tante. Mijn oom heeft op mijn vader ingepraat en mijn studies betaald.’

‘Dat vrouwen hun eigen levenskeuzes maken wordt in onze samenleving niet gewaardeerd.’

‘Voor mijn studie moest ik naar een andere stad verhuizen en op de campus verblijven. In Pakistan spreekt dat voor een meisje niet vanzelf. Ik kreeg negatieve reacties van de familie, die wilde dat ik op mijn achttiende trouwde. Die druk om te trouwen was er altijd. En ik heb het niet over een familie uit een dorpje, het is een geprivilegieerde familie in de stad. Dat vrouwen hun eigen levenskeuzes maken wordt in onze samenleving niet gewaardeerd.’

Kunst met een doel

Ondanks de tegenwerking zette Chaudry door. Ze putte kracht uit haar opleiding, de aanmoediging van leerkrachten en studiegenoten en de onvoorwaardelijke steun van haar oom. ‘Ik had het moeilijk. Ik was er niet zeker van of ik wel goed bezig was, want ik kreeg elke dag te horen dat ik mijn studie moest laten vallen om terug te keren naar huis en te trouwen. Dat was erg verwarrend.’

‘Mijn oom heeft me altijd voorgehouden dat je ook als meisje kan worden wat je wilt.’

‘Mijn oom heeft me altijd voorgehouden dat je ook als meisje kan worden wat je wilt en dat een meisje zijn geen excuus is om dingen niet te doen. Hij heeft alle negatieve commentaren naast zich neergelegd en vandaag is hij denk ik nog trotser op mij dan ikzelf.’

Na haar studies vond Chaudry werk als mediamanager in een ziekenhuis. In haar haar vrije tijd richtte ze met schilderes Faiza Khan de ngo Rastay op. In 2011 organiseerden ze in Islamabad de tentoonstelling In the Name of Honour, waar verschillende kunstenaars werk exposeerden rondom het thema eergelateerd geweld. De aanleiding was de zaak van Sobia Khanum, die door haar voormalige echtgenoot in de val gelokt werd omdat ze wilde hertrouwen. Khanum werd het slachtoffer van een groepsverkrachting gevolgd door een eremoord.

Khan en Chaudry wilden verhinderen dat de daders vrijuit gingen en zetten een grootschalige mediacampagne op. Chaudry regisseerde een theaterperformance voor de tentoonstelling. ‘De moordenaar is gestraft, omdat we met de tentoonstelling en onze interviews in de media veel aandacht kregen, wat de nodige druk creëerde. Na de tentoonstelling hebben we onze activiteiten gedurende vier maanden moeten staken omdat Faiza doodsbedreigingen kreeg.’

‘De tentoonstelling was mijn eerste ervaring met kunstactivisme. Tijdens mijn studie leerde ik dat kunst ook doelgericht kan zijn. In onze samenleving is kunst louter decoratief. Mensen beseffen niet dat ze meer omvat dan enkel het esthetische en dat ze een krachtig communicatiemiddel kan zijn.’ Chaudry wilde graag meer tijd besteden aan kunstactivisme, maar voelde zich gehinderd door haar werk in het ziekenhuis. Toen ze een baan kreeg bij de Auratstichting, een ngo die met steun van USAID voor vrouwenrechten ijvert, kon ze haar ambities ten volle waarmaken.

Ook jongens hebben vorming nodig

‘Ik heb geluk. Mijn werk is tegelijk mijn hobby en mijn passie. Ik heb een lange weg afgelegd om er te geraken, maar nu werk ik als kunstenaar en activist rondom vrouwenrechten en leid ik ook anderen op. Ik werd hoofd media bij de Auratstichting, maar ik kon ook mijn creatieve talenten gebruiken in mijn werk. Ik zet het researchmateriaal om in publicaties die breed toegankelijk zijn en ik reisde het land rond om overlevers van eergerelateerd geweld te interviewen voor een reportage.’

‘Daarnaast gaf ik een theateropleiding aan een groep vrouwen die het slachtoffer waren van zuuraanvallen, waarbij meestal ook een eergerelateerd motief speelt. Omdat hun gezicht verbrand is, hebben ze geen zelfvertrouwen meer. Ze schamen zich dus om op een podium te staan, maar we hebben hun weer zelfvertrouwen gegeven en een theaterstuk met hen opgevoerd. Ik heb dezelfde doelgroep ook fotografieworkshops gegeven en een tentoonstelling opgezet met hun werk. Velen van hen verdienen nu geld met hun fotografie.’

‘We moeten niet alleen meisjes, maar ook jongens ervan doordringen dat iedereen zijn eigen levenskeuzes mag en moet maken.’

Chaudry is positief over de strengere wetgeving voor eremoord, maar wijst erop dat alleen wetgeving niet genoeg is. ‘De wet ook echt handhaven wordt nu de uitdaging, maar daarnaast moet ook het gedrag in de samenleving veranderen. Het zal nog zeker een generatie duren voor mensen echt van deze nieuwe wet doordrongen zijn geraakt. De oplossing is volgens mij jongens en meisjes daar van kleins af over te onderwijzen.’

‘Jammer genoeg ligt de focus tegenwoordig volledig op meisjes. We houden meisjes voor een opleiding te volgen en hun eigen levenskeuzes te maken. Maar hoe zit het met de jongens? We bereiden hen er helemaal niet op voor dat meisjes dat doen. Natuurlijk gaan ze zich dan onzeker voelen. Hoe kun je van jongens, of zelfs meisjes, die zijn opgegroeid met huiselijk geweld in een patriarchaal gezin verwachten dat ze het anders zullen doen? Het is echt belangrijk zowel jongens als meisjes hiervan te doordringen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journaliste

    Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.