Hoe de leegloop de macht verstevigt in Iran

Iran loopt leeg: ‘Alle creativiteit en innovatie zijn uit ons land gezogen’

© Fatemeh Behboudi

Niet ver ten zuiden van oliestad Ahvaz ligt Shalamcheh. Meer dan tweehonderdduizend Iraanse soldaten sneuvelden hier tijdens de Iraaks-Iraanse Oorlog (1980-1988). Van velen werd het lichaam nooit geborgen. Elk jaar trekken twee miljoen Iraniërs naar dit verscheurde landschap. Men gelooft dat de grond heilig is door het bloed van martelaren.

Elk jaar verlaten 150.000 tot 180.000 mensen Iran. Die leegloop zuivert het land van “probleemburgers”, doet de conservatieve slinger doorslaan en zet de Iraanse machthebbers steviger in het zadel . Enkel de hardliners blijven achter, en de band met het Westen vertroebelt. Of, zoals de voormalige ayatollah Khomeini veertig jaar geleden al verklaarde: ‘Ze zeggen dat onze hersenen ontsnappen. Laat hen gaan, het zijn verraders.’

In de uitgestrekte vlaktes rond de stad Ahvaz, in het zuidwesten van Iran, sieren ontelbare waakvlammen het landschap. Dag en nacht worden de gassen afgefakkeld die vrijkomen bij de productie van aardolie. Er zijn weinig steden op aarde waar de lucht zo smerig is.

Het Ahvazveld is een van de rijkste olievelden ter wereld, maar toch is de regio compleet verloederd. De vlaktes liggen bezaaid met graven van zogenaamde martelaren die sneuvelden tijdens de oorlog tussen Iran en Irak in de jaren ‘80. Wie met het vliegtuig ’s nachts boven het gebied zweeft, kijkt met verwondering neer over een vuurzee.

‘Zestig procent van de actieve bevolking in Iran heeft geen sociale zekerheid, terwijl sociale rechtvaardigheid nochtans essentieel is in het discours van de staat.’

Maar de afgelopen maanden waren een pak minder lichtjes te zien. Sinds de presidentsverkiezingen van afgelopen zomer trekt een golf van vakbondsprotesten over de petrochemische industrie in Iran. ‘Ongezien sinds de grote oliestaking van 1978’, menen historici. Duizenden arbeiders eisen een eerlijk loon en veilige werkomstandigheden. En ook elders in het land organiseert men zich en staat het ‘sociaal contract’ onder druk, de stilzwijgende overeenkomst dat het volk zich onderwerpt aan het gezag en daar in ruil bepaalde rechten voor terugkrijgt.

‘De frustraties zijn enorm. Het aantal protesten neemt gestaag toe’, vertellen Peyman Jafari en Ali Kadivar, onderzoekers bij het Middle East Research and Information Project. Hun team telde meer dan tweeduizend arbeidersprotesten in Iran sinds 2015.

‘De gewaagde eisen resoneren bij de rest van het volk, want oliearbeiders speelden een cruciale rol tijdens de Islamitische Revolutie in 1979’, duidt Jafari, die verbonden is aan de Universiteit van Princeton in de Verenigde Staten. ‘Zestig procent van de actieve bevolking in Iran heeft geen sociale zekerheid, terwijl sociale rechtvaardigheid nochtans essentieel is in het discours van de staat.’

Hete aardappel

Het leven in Iraanse metropolen zoals Teheran en in de buitenwijken is duur. Veel arbeiders zoeken daarom hun heil bij contract- en seizoenarbeid in olierijke regio’s. Het is een ware exodus uit de stad. En van de 160.000 oliearbeiders is 75 procent informeel aan het werk, zonder formeel contract dus. Zo’n 10.000 hebben zich intussen bij het protest gevoegd.

De onderzoekers zijn onder de indruk van de geografische verspreiding van de protesten, die zelfs op erg afgelegen plaatsen gehouden worden. ‘Dit is geen spontane mobilisatie, het protest wordt gefaciliteerd door nationale coördinatie en lokale vergaderingen. Deze stakingen cultiveren een radicale democratische cultuur van onderuit.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het regime volgt het protest met argusogen. ‘Lokale politici spreken hun steun uit. Dat is ongeëvenaard, zo groot is de beweging’, zegt Jafari. ‘De contractarbeiders verzetten zich tegen het autoritaire neoliberalisme en eisen hun recht op vrije vereniging op.’

Volgens zijn collega Kadivar van de universiteit van Boston neemt de onderlinge verbondenheid toe na de ontvolking in de steden. ‘Die vangt de afwezigheid van vakbonden op. De elite controleert de petroleumindustrie streng, onafhankelijke vakbonden worden onderdrukt.’

Voor het regime is de leegloop handig omdat hij het land zuivert van “probleemburgers”, en dat zorgt voor stabiliteit.

Sinds kort werden ook de Islamitische Werkraden opnieuw in het leven geroepen. Die moeten frustraties kanaliseren op een – voor het regime – ordentelijke manier. Maar de vakbonden moeten niets weten van die ‘poppenkast-raden’. Toch beseffen ze dat de kans op repressie groter wordt naarmate hun politieke eisen toenemen. De politieke limieten van het systeem overschrijden, dat is niet zonder gevaar in Iran.

‘Het ministerie van Olie schuift de hete aardappel nu door naar aannemers die samenwerken met de Revolutionaire Garde’, zegt Kadivar. ‘De overheid dreigt ook met zwarte lijsten, ontslagen en controles door de veiligheidsdiensten – die maar liefst met 40.000 man actief zijn in de oliesector.’

© Robbe Vandegehuchte

Voor het regime is de leegloop handig omdat hij het land zuivert van ‘probleemburgers’, en dat zorgt voor stabiliteit.

Leegloop

Van een prelude op een grote opstand willen de onderzoekers niet spreken. Door de gigantische ontvolking is zo’n beweging moeilijk geworden. Kritische stemmen bevinden zich in het buitenland of zijn vogelvrij verklaard. ‘Ook een totale onderbreking van de olieproductie zit er niet snel aan te komen.’

De paradox is dat de leegloop de macht verstevigt. De oppositie boet in aan stemmen, en het aandeel mensen met nationalistische gevoelens in de bevolking neemt toe. De leegloop doet de Iraanse conservatieve slinger doorslaan. De Iraanse identiteit wordt sterker, enkel de hardliners blijven achter, en de band met het Westen vertroebelt. Voor het regime is de leegloop handig omdat hij het land zuivert van “probleemburgers”, en dat zorgt voor stabiliteit.

In tegenstelling tot andere uitwisselingsstudenten keren Iraanse jongeren niet vaak terug naar hun thuisland.

Iran heeft de grootste braindrain ter wereld: elk jaar verlaten 150.000 tot 180.000 Iraniërs het land, volgens schattingen van het Migration Policy Institute. Officiële statistieken zijn er niet, want de overheid wil deze cijfers het liefst onder de mat vegen. Vooral geschoolde werkkrachten trekken weg, maar sinds kort gaat het ook om minder hoog opgeleiden. Per jaar vertrekken zo bijvoorbeeld 1000 verpleegkundigen, uit onvrede met de werkdruk en de lonen.

De Amerikaanse sancties tegen Iran en de moeizame nucleaire onderhandelingen hebben Iran verder geïsoleerd. Het Migration Policy Institute (MPI) schat het jaarlijks verlies door de leegloop op 150 miljard dollar. Ter vergelijking: de opbrengst van de Iraanse petroleumexport ligt op 20 miljard dollar. ‘96 procent van de registraties van internationale patenten door Iraniërs gebeurde in het buitenland’, vertelt Hassan Mahmoudi van het MPI.

Volgens onderzoekers aan de universiteit van Stanford, in de Verenigde Staten, studeerden vorig jaar 130.000 Iraanse jongeren in het buitenland, een recordcijfer. In tegenstelling tot andere uitwisselingsstudenten keren zij niet vaak terug naar hun thuisland. Slechts 8 procent van de Iraanse studenten in de Verenigde Staten kiest ervoor om terug te keren.

‘Normaal gezien is geld uit het buitenland een positief effect van ontvolking, maar dat heeft in Iran weinig impact. Want niemand in de diaspora wil of kan samenwerken met het regime.’

‘Het populistische, postrevolutionaire sociale contract is aan het uiteenrafelen’, stelt Mahmoudi. ‘De ontvolking zorgde voor achtergestelde regio’s, verzwakte vakbonden en een steeds grotere kloof tussen bevolking en elite. Van politieke vernieuwing is weinig sprake.’

De Frans-Iraanse sociologe Asadeh Kian vult aan: ‘Vroeger was er een stilzwijgend akkoord tussen elite en bevolking: die laatste accepteerde politiek paternalisme in ruil voor een bepaalde vrijheid. Dat staat nu onder druk. 20 procent van het volk zit onder de armoedegrens.’

Kian wijst er ook op dat rijke Iraniërs in het buitenland wel zouden willen investeren in het land, maar dat niet doen. ‘Normaal gezien is geld uit het buitenland een positief effect van ontvolking, maar dat heeft in Iran weinig impact. Want niemand in de diaspora wil of kan samenwerken met het regime.’

Het is een watervaleffect: hoe groter de leegloop in Iran, hoe meer informatie er beschikbaar is over emigratie via sociale media en hoe meer mensen dan op hun beurt weer vertrekken. ‘Economische ontbering zorgt ook voor lage huwelijks- en geboortecijfers. Daarom roept de overheid nu op om meer kinderen te maken’, zegt Karim Sadjapour van de denktank Carnegie Endowment for International Peace. In openbare ziekenhuizen kan je als man vandaag geen sterilisatie meer laten uitvoeren en anticonceptie wordt enkel aangeboden aan vrouwen die een gezondheidsrisico lopen.

Moeders van martelaren

Niet ver ten zuiden van oliestad Ahvaz ligt Shalamcheh. Meer dan tweehonderdduizend Iraanse soldaten sneuvelden hier tijdens de Iraaks-Iraanse Oorlog (1980-1988). Van velen werd het lichaam nooit geborgen. Elk jaar trekken twee miljoen Iraniërs naar dit verscheurde landschap. Men gelooft dat de grond heilig is door het bloed van martelaren.

‘Ik vind het verbazingwekkend hoe de martelaren generaties lang een impact hebben’, vertelt Fatemeh Behboudi, een Iraanse kunstenares en fotografe die regelmatig werkt in de regio. ‘Mensen lachen en huilen naast de graven, ze vieren verjaardagen of feestdagen tussen verroeste tanks. In hun ogen leven de martelaren. Ze zien deze plaats als een deel van hun huis.’

35 jaar na de oorlog met Irak – de langste conventionele oorlog van vorige eeuw – wachten veel moeders nog steeds op de terugkeer van hun kind, desnoods enkel op stoffelijke overschotten. ‘Ze wachten op een moment dat nooit zal komen’, zegt Behboudi. De bedevaarders in Shalamcheh komen luisteren naar de verhalen van veteranen. Moeders slapen op het graf van een onbekende soldaat, zoekend naar een connectie met hun verloren zoon.

Behboudi leefde zelf vijf maanden in Denemarken. ‘Vooral de kinderen van de elite vertrekken vandaag, naar de beste buitenlandse universiteiten en bedrijven. Ze zien hier geen toekomst.’ Behboudi drukt zich diplomatisch uit: ‘Het belangrijkste effect van de ontvolking is dat het management van ons land in de handen kwam van mensen die niet in staat zijn om problemen te analyseren of op te lossen. Alle creativiteit en innovatie zijn uit ons land gezogen.’

Dit portret werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift