Reportage vluchtelingen in Zeebrugge

Minder mensen in de haven betekent niet minder mensen op de vlucht

© Karim Abraheem

Voedselbedeling aan de Stella Mariskerk in Zeebrugge

‘Niet te snel alsjeblieft.’ Even houden ze hun pas in. Waarna het tempo toch weer wordt opgevoerd. Het druilt. Verder is er het lelijke oranje licht van de verlichtingspalen op de verlaten Kustlaan, dat het duister nog ongezelliger en anoniemer maakt. De novemberavond wil het decor voor dit verhaal naar zijn hand zetten.

Ahmed slaat een duinpad in, weg van de straat en mogelijke politiewagens. Via een smal paadje langs het donkere kreupelhout gaat het nu, nog steeds in een te hoge versnelling. Alsof de Eritrese twintiger op tijd thuis wil zijn om de kans op een nog dampende avondmaaltijd of zijn favoriete programma op tv niet te missen. Via het kapotte schapenhek, een zompige wei, door modder, over gladde planken en plassen ontwijkend komen we aan bij de slaapplek van Ahmed en Sadiq.

Een weerspannige boomtak is hun voordeur, het picknicktafeltje erachter is hal, keuken, zithoek, bergkamer en vuilnisbak tegelijk. De mini-jungle bestaat uit twee plastic tentjes, elk flink krap voor drie personen. Maar wie het koud heeft, maalt niet om te weinig persoonlijke ruimte. Ik krijg een campingstoel toegeschoven en maak kennis met twee andere kampgenoten, nieuwkomers nog, en net als Sadiq uit Soedan. Als avondmaaltijd staan chips op het menu. Zout en paprika.

Sadiq en Ahmed verruilden ‘de ene shit voor de andere’: ginds opgejaagd door politieke ellende, hier door de politie die hen weg wil.

Voor Sadiq en Ahmed is Zeebrugge als laatste tussenstop voor Groot-Brittannië meer dan zomaar een tijdelijke halte geworden. Beiden zitten hier intussen meer dan zeven maanden: semiresidentiële transmigranten. De reden waarom ze uit Soedan en Eritrea vluchtten ligt voor de hand, zeggen ze: meedogenloze dictaturen. Daaraan hangt onvermijdelijk het prijskaartje van een eeuwige sociaaleconomische impasse, werkloosheid en een vette streep door elke mogelijkheid tot zelfontwikkeling.

Sadiq en Ahmed verruilden ‘de ene shit voor de andere’: ginder opgejaagd door politieke ellende, hier door de politie die hen weg wil. En o ja, daar heeft die laatste een extra ritje voor over. Ahmed kreeg van de Brugse politie, na de gebruikelijke detentie van 24 uur, behalve een bevel het grondgebied te verlaten ook een lift tot de Franse grens. ‘Steek maar over, en wandel richting Calais’, kreeg hij als advies. Hondstrouw aan zijn jungle, draaide hij om en keerde meteen terug.

De villa

‘Ik ben vijf minuten te laat, het spijt me ontzettend.’ Letterlijk strak in het pak staat de Algerijn voor me. ‘De kans dat zo’n straatveteraan niet komt opdagen op de afspraak is groot’, had ik net nog hardop gedacht. Mohamed is echter iemand waarop clichés en vooroordelen geen vat krijgen. Zo weerbaar als hij de vorige dag tijdens de maaltijdbedeling leek, zo kwetsbaar is hij nu. Hij hongert om te praten met iemand die net als hij ver van de straat werd geboren. Het brengt hem dichter bij de normaliteit.

De loeiharde werkelijkheid is dat hij al twee jaar door een dakloos tussenleven zwerft. Sinds kort vertoeft hij, samen met andere Noord-Afrikanen, in een luizig kraakpand in Zeebrugge: “de villa”. Humor als zalf voor de ziel. In zijn intussen weggevaagde vorige leven, vertelt hij, werkte Mohamed bij het Algerijnse oliebedrijf BJSP. Enkele jaren geleden kwamen de oliebedrijven in Algerije echter in het vizier van Al-Qaida en Al-Moerabitoen.

Mohamed verliet Algerije en zijn ouders. Niet met droombeelden in zijn hoofd. Met angst.

Er volgden aanslagen. Werken in de oliesector in de Algerijnse woestijn werd gevaarlijk, door het terrorisme maar ook door vuile corruptie. Pogingen om elders te werken mislukten keer op keer. Intussen zaten de schaduwstaat en de rechteloosheid hem steeds dichter op de huid, tot zijn vader zijn enige zoon dwong te vertrekken. ‘Leven doe je maar één keer’, klonk het. Mohamed verliet Algerije en zijn ouders. Niet met droombeelden in zijn hoofd. Wel met angst.

‘Natuurlijk vertel ik mijn moeder dat ik het hier goed heb’, zegt hij. ‘En ik blijf ook ver van drugs en andere domheid. Maar let’s be real, ondertussen steel ik soms uit pure nood een broek, schoenen, een T-shirt… Ik verfoei dat nog even erg als vroeger, toen ik vond dat stelen iets voor rotmensen was. Maar érgens wil ik mijn waardigheid vandaan halen.’

Mohamed legde het parcours af van aankomen in Marseille en vervolgens daar en in andere Europese landen zwarte en onwaardige rotklusjes opknappen – ook een dat nadien drie maanden onbetaald bleek te zijn. Hij zonk steeds verder weg in een schaduwleven.

Hij bracht voor het eerst in zijn leven ook vierentwintig uur in de cel door, opgepakt in Zeebrugge. Het kraakt een mens. ‘Ik kon niet slapen, bleef de hele nacht staan, praatte tegen mezelf. Als een volslagen gek. Soms denk ik dat ik mijn verstand al verloren heb.’

Een man die huilt, dat komt aan.

Vergeten dorp

Doorgaans denderen of razen treinen. Treinen met als eindbestemming Zeebrugge zoeken echter de traagheid. Hier, in het Verre Westen van België, houdt Vlaanderen op en vloeit het buitenland via de zeehaven het land in.

Een bezoeker die niet vertrouwd is met het havendorp ervaart Zeebrugge minstens als een plek met een gespleten persoonlijkheid. Er is Zeebrugge-Strand en er is Zeebrugge-Dorp, van elkaar losgerukt door een opdringerige haven. De gemeenschappelijke noemer is zoek. De carnavalsstoet van Dorp gaat niet eens meer tot De Mol – de lokale naam voor de Zeebrugse strandwijk. Die ligt er, op enkele luidruchtige Franstalige toeristen aan de plaatselijke petanquebaan na, verlaten bij. Wie dacht om hier ’s avonds op de dijk een dampend vispotje te eten, mag dat op zijn buik schrijven: om negen uur trekt De Mol zijn gordijnen dicht.

‘Men realiseert zich niet dat sommige migranten hier geen asiel dúrven aan te vragen.’

Bij de nachtwinkel en de kebabzaak wat verderop zijn de deuren nog open, al schijnt de potentiële klandizie dat vergeten. ‘Als het zomervolk vertrokken is, stopt het hier’, zegt de kebabuitbater. Of Zeebrugge ooit grote toeristenmassa’s trok, weet hij niet. Daarvoor is hij niet lang genoeg hier. Het gaat wel achteruit, zegt hij. Voor hem is de haven de schuldige, samen met de stad Brugge, die vergeet dat hier nog een dorp is.

Dat zegt ook de hotelhouder. Die krijgt zijn kamers nog gevuld met trouwe klanten die juist de luwte opzoeken. Maar ook hij wijst op de havenindustrie en de upgrading van Brugge ten koste van de leefbaarheid van Zeebrugge. Tegen de ramen van rijtjeshuizen in Dorp plakken nu ook protestaffiches tegen de uitbreiding van de haven. De vrees is dat de nieuwe zeesluis die zich al jaar en dag opdringt een te negatieve impact zal hebben op de waarde van de eigendommen van de bewoners en op de leefbaarheid.

Onlangs, toen de nieuwe snelweg tussen Brugge en Knokke werd geopend, met zijn hydraulische bruggen die de haven met Brugge verbinden, stond op de wegwijzers voor de afrit Zeebrugge “Brugge-Zeehaven”. Ook in de toeristische magazines wordt Zeebrugge aangeduid als “Brugge-Bad”. ‘Ach, Zeebrugge wordt letterlijk overschreven’, zegt een lokale en kritische vijftiger met wie ik twintig minuten lang het tramhokje deel. Maar opvallend in de kritieken: er valt geen spontaan woord over de migranten.

© Karim Abraheem

Uitgescholden

Niet dat in Zeebrugge geen forse tegenkanting zou bestaan tegen de ongenode havengasten. Een aantal bewoners hekelt de overlast van de migranten. Die bestaat, daar doen ook de lokale hulporganisaties niet flauw over: zwerfvuil en zelfs uitwerpselen in de tuinen, in de duinen, op het strand, lawaai van rondhangende jongemannen.

Sommige mensen durven de straat niet meer op, klonk het ook in een West-Vlaamse krant. Het waren genoeg grieven, vond het extreemrechtse Voorpost, om daar vanuit het binnenland een slaatje uit te slaan en er een betoging aan te koppelen. In maart zakten 130 militanten, samen met een paar leden van Vlaams Belang, af naar Zeebrugge om er de slogan “illegaliteit=criminaliteit” op spandoeken ontvouwen.

Intussen draaide de lokale hulpcarrousel, al sinds december 2015. Vijf Iraanse vluchtelingen streken toen neer bij de Stella-Maris-kerk in De Mol, recht tegenover de deur van Ronny Blomme en zijn vrouw Myriam Baert. Beiden ontpopten zich als de onvermoeibaarste vrijwilligers van Zeebrugge.

Wat begon als hulp-uit-eigen-zak voor hongerige en verkleumde transitmigranten, werd snel uitgebreid tot een structureel hulpnetwerk. Er kwam samenwerking met de parochiepriester, het Brugs bisdom, Dokters van de Wereld, Caritas, het Centrum Algemeen Welzijnswerk van Oostende. Er kwamen douches en toiletten in de pastorietuin aan de Sint-Donaaskerk, dagelijkse vaste momenten voor warme thee en koffie, warme maaltijden, een dagelijks infopunt en wekelijkse medische consultatie. Bij vorst gaan de deuren van de kerk open. Dagelijks gaat het gemiddeld om een dertigtal mensen, soms meer, soms minder.

Wie migranten helpt, maakt niet per se goede vrienden. Toen Ronny en Myriam, bij te veel Belgisch rotweer, mensen in hun tuinhuis lieten overnachten, werd de elektriciteitskabel in de tuin doorgeknipt. Ze werden zelfs achtervolgd door buren toen ze met migranten naar de voedselbedeling of een dokter reden. ‘Ieder zijn mening, ieder zijn keuze om zijn vrije tijd in te vullen: we leven in een vrij land.’ Ronny laat er zijn slaap niet voor. Tegenwoordig is het rustiger, het directe protest van de buren is gestopt. Twee Soedanezen eten vanavond aan hun keukentafel: Noordzeescholletjes met friet.

Priester Fernand zet zich in voor de migranten en krijgt doodsbedreigingen: ‘Bang ben ik niet, sterven moet ik toch.’

‘Ik word nog elke dag uitgescholden. De pro’s en contra’s blijven’, zegt priester Fernand Maréchal, ook een spilfiguur in het lokale hulpnetwerk. Hij kreeg zelfs doodsbedreigingen. Er werden stenen naar zijn hoofd gesmeten. Hij gaat daar laconiek mee om, ‘nee, bang ben ik niet, of ik nu in bed sterf of op straat, doodgaan moet ik toch’. Daarbovenop is hij nu eenmaal ook een man die zijn geloof in daden omzet.

Maréchal is ook wel wat gewend. In de palliatieve zorg, waar hij tot zijn pensioen werkzaam was, werden de onheilstijdingen die hij moest brengen soms letterlijk met klappen onthaald. Dan hielp het ook, zegt hij grijnzend, dat hij in een nog vroeger leven judo had gedaan, minstens een schild tegen gebeurlijk geweld. Maar wat echt helpt volgens de priester is de zekerheid dat de burgers die de hulp steunen of minstens goedkeuren veel talrijker zijn dan de tegenstanders, ‘die gewoon veel harder roepen’. Bovendien, voegt hij eraan toe, is enige realiteitszin ook nodig. ‘De cijfers van migranten in Zeebrugge verzinken in het niets bij die van Calais, waar simpelweg veel meer boten vertrekken en dus veel meer kansen zijn om het beloofde land te bereiken.’

In ieders belang

De lokale overheden willen nu juist 'voorkomen dat Zeebrugge een Vlaams Calais' wordt. Vorig jaar maande de West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé burgers aan om geen voedsel meer uit te delen aan migranten. Het infopunt dat in februari 2016 werd opgericht, werd door hem en de Brugse burgemeester Renaat Landuyt koud onthaald. Allemaal te veel aanzuigeffect, klonk het.

Een geïnformeerd mens is er nochtans twee waard, was het pragmatische antwoord van de organisaties achter het infopunt. In een brief aan burgemeester Landuyt wezen ze op het belang van betrouwbare en correcte informatieverschaffing. De dialoog bleef uit, tot vandaag.

Intussen trok het West-Vlaams CAW zich – na grote politieke druk – zelfs terug uit het infopunt. Nochtans paste dat infopunt perfect in de opdracht van het CAW, letterlijk te lezen in een Vlaams decreet: ‘informatieverschaffing en het bereiken van de meest kwetsbare personen, en begeleiding van mensen met een precair verblijfsstatuut’.

‘Ik begrijp de kritiek op het infopunt niet’, zegt de Brugse advocate en specialiste vreemdelingenrecht Sylvie Micholt. ‘Ik spreek als jurist: ik geef niet iedereen positief advies, begin geen asielprocedure als er geen kansen op erkenning zijn. Dus laten we ophouden daar flauw over te doen: zo’n infopunt waar mensen eerlijke en duidelijke informatie kunnen krijgen is in ieders belang.’

‘Hoe hardnekkig sommige migranten ook per se naar Engeland willen, sommigen stappen, na gesprekken hier, af van het idee dat het de enige optie is’, zegt Steven Valckx van de sociale dienst van Caritas International. De ngo geeft migranten informatie over hun asielrechten, de mogelijkheden maar evengoed onmogelijkheden, de regels in Europa, de misverstanden rondom de Dublin-verordening. Dagelijks ontvangt de Koerdisch-Syrische Hamid, medewerker van Caritas International in Zeebrugge, mensen in het infopunt. Voor velen staat Hamid synoniem voor een praatje, een warme kop koffie, warme douches en eerste hulp. Het is een mes dat aan twee kanten wil snijden. Want niet alleen koffie komt bij Hamid ter tafel, vaak gaat het ook over de regels waaraan de migranten zich te houden hebben. Wie kleren en slaapzakken kan krijgen, hoeft die alvast niet te stelen, is de redenering.

© Karim Abraheem

Hamid, medewerker van Caritas International in Zeebrugge, ontvangt mensen in het infopunt. Hij biedt een praatje, een warme kop koffie, warme douches en eerste hulp.

Repressie

De voorbije maanden werden leegstaande gebouwen door de Brugse politie dichtgemetseld en -getimmerd, ramen verwijderd om de kou binnen en de migranten buiten te houden, verlaten loodsen gingen tegen de grond. De logica: ontmoediging, om de overlast tegen te gaan. Dat heeft zich intussen ook vertaald in nieuwe wetten en meer politie-inzet, soms dag en nacht.

‘De jongens worden soms echt hardhandig aangepakt, structureel op de kuiten geslagen’, zegt Ronny Blomme. In mei 2016 diende hij een klacht in. ‘Vorig jaar werden hun bezittingen – slaapzakken, rugzakken met persoonlijke spullen – zelfs gewoon meegenomen en vernietigd. Dat konden we niet laten gebeuren.’ Tegelijk diende advocate Sylvie Micholt een klacht in bij het Comité P. ‘In zijn antwoord hield het Comité zich op de vlakte. De politie “handelde in overeenstemming met de voorgeschreven procedures en richtlijnen van de overheden op alle niveaus”, klonk het. Tegelijk schreef men dat het vernietigen van de bezittingen “vermeden had kunnen worden” en dat “men de problematiek van de transmigranten en de beschreven toestand zou opvolgen”.’

Er werden geen spullen meer vernietigd, maar de hardhandige aanpak bleef, zegt Blomme. ‘Een aantal maanden geleden hebben ze een jonge Soedanees zelfs een beenbreuk geslagen. Let wel, het gaat om de politie van Brugge, niet om de scheepvaartpolitie. Die treedt correct op.’ Tijdens de maaltijdbedeling aan de kerk was het maanden aan een stuk bijna elke dag raak. Migranten die warme soep kwamen eten, werden opgewacht door politiecombi’s en bereden politieagenten. Het gevolg laat zich raden. Steeds minder migranten kwamen opdagen, uit angst te worden opgepakt.

Sinds 2016 is het binnendringen van de haven strafbaar. Worden migranten een derde keer betrapt, dan volgt in principe een dagvaarding en vervolging. De straffen kunnen variëren van een fikse geldboete van 800 euro, of een celstraf van zes maanden tot een jaar. ‘Soms is dat met uitstel’, zegt substituut Frank Demeester van het parket van West-Vlaanderen. ‘In 2016 werden – sinds de wet in juni in werking trad – 70 personen vervolgd, in heel 2017 tot vandaag waren er dat 65. Dat zijn er dus minder.’ Dat bewijst, zegt Demeester, dat het gevoerde beleid duidelijk vruchten afwerpt.

‘Door repressief op te treden, duw je mensen alleen maar dieper in de marge.’

Met repressie alleen kom je er echter niet, blijven hulpverleners zeggen. ‘Door voor eigen deur te vegen, repressief op te treden, duw je mensen alleen maar dieper in de marge’, reageert ook Sylvie Micholt. ‘Beseffen we wel goed wat velen van hen hebben meegemaakt, met welke psychologische trauma’s ze kampen?’

Micholt kent de Eritrese Ahmed, de “veteraan” van de mini-jungle. Als Eritreeër maakt hij zeer grote kans om asiel te krijgen in België. Maar hij wil niet. ‘Zijn wantrouwen is enorm. Waarom weten we niet. Maar hij wordt wel opgejaagd hier. Als bevoegde ministers roepen: “Ja maar, Eritrese transmigranten moeten niet flauw doen, ze kunnen hier wel asiel aanvragen”, moeten die eens goed nadenken of ze het ook dúrven.’

‘Bovendien’, zegt Micholt, ‘betekent “minder mensen in de haven” niet dat er minder mensen op de vlucht zijn. Er zijn wereldwijd nog nooit zoveel oorlogen geweest en nog nooit zoveel vluchtelingen als vandaag. Dat zijn geen loze maar échte feiten.’

In de trein die door een Vlaams mistlandschap terug richting binnenland glijdt, loopt een bericht binnen op mijn telefoon. Mohamed: ‘Ik woon nog in de villa. Maar mijn besluit blijft: ik ga naar Canada. België bonjourt Algerijnen er immers uit. Wens me geluk.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur