‘We zoeken ook maar een plek’

Op de boot met de kleine Artin: ‘Natuurlijk is zo’n tocht geschift, we hebben geen alternatief’

© Patrick Hattori

 

MO*medewerker Marijn Sillis trok samen met fotograaf Patrick Hattori naar Duinkerke en ontmoette er onder andere mensen die samen op de boot zaten met de jonge Iraanse Artin. Zijn bootje kapseisde in het Kanaal en samen met zijn gezin verdronk hij op weg naar het Verenigd Koninkrijk. Artin werd niet ouder dan anderhalf jaar. ‘Deze situatie is shit, maar als we in Engeland geraken, kunnen we opnieuw hoop koesteren.’

Artin. Zo heette het Iraans-Koerdische jongetje van anderhalf dat eind oktober verdronk in de Noordzee. Samen met zijn familie was hij van Duinkerke op weg naar Groot-Brittannië. Meer dan 7000 mensen waagden dit jaar de oversteek per boot. ‘Natuurlijk is zo’n boottocht geschift, maar we hebben geen alternatief’, vertellen Iraniërs die samen met Artin op het bootje zaten.

‘Het ergste is dat zijn lichaam niet werd gevonden’, stamelt Hejar* (28). ‘Als Artin een begrafenis zou krijgen, zou ons dat helpen om te rouwen. Om alles een plaats te geven.’ We zitten op enkele afgezaagde boomstammen aan een vuurtje. Hadi (26) heeft servies geleend bij de ‘buren’. We krijgen thee aangeboden, kauwgum, een banaan. De vijf Iraanse Koerden met wie we in gesprek zijn, slapen samen in de tent achter hen.

‘Ik droom er elke nacht opnieuw over. Het is een trauma.’

Alle vijf deelden ze het bootje met Artin, op weg naar een beter leven in Engeland. Het jongetje van nog geen anderhalf verdronk op 27 oktober samen met zijn zus Anita (8), broer Armin (6) en ouders Rasoul en Shiva voor de Franse kust.

‘Op zich was het geen slechte boot. Maar we waren met meer dan twintig, terwijl er plaats was voor pakweg tien’, vertelt Hadi. ‘Bijna niemand droeg een reddingsvest. De familie van Artin zat in het binnengedeelte, achter glas. De boot maakte al snel water, we begonnen te scheppen. En toen kantelden we plots. Artin en zijn familie maakten geen schijn van kans. Ik droom er elke nacht opnieuw over. Het is een trauma.’

‘Zoals je de bus neemt’

Een paar honderd mensen verblijven momenteel in het kamp van Groot-Sinten, in Duinkerke. Allemaal dromen ze van het Verenigd Koninkrijk. Volgens de BBC betaalde de familie van Artin 24.000 euro voor de tocht van Iraans Koerdistan naar Noord-Frankrijk.

Hadi, Hejar en hun vrienden – die tussen de 26 en 35 zijn – hebben het over 2000 à 3000 euro voor de boottocht van amper 35 kilometer, van Frans kust richting Groot-Brittannië. ‘Ik heb geen ervaring met bootjes’, zucht Hadi. ‘De smokkelaars vertelden ons dat het een tocht van niets was. “Zoals de bus nemen”, zeiden ze.’

Van de tenten, zeilen en dekens blijft na een politiebezoek amper iets over.

Het bedrag wordt pas in rekening gebracht wanneer ze Engeland bereiken, klinkt het. Maar of ze daar nog heen durven met de boot? Twee van de vijf Iraanse vrienden schudden hevig van neen. ‘Nooit meer!’ Drie van hen hebben zelf nog kinderen in Iran. ‘In het water flitste mijn leven voorbij. Wanneer ik aan Artin denk, zie ik mijn eigen kinderen.’

De anderen twijfelen over een nieuwe boottocht. ‘Als het moet.’ Al verkiezen ze allemaal de vrachtwagen, uiteraard. Het enige probleem: die is duurder. ‘Voor mij zal het vooral afhangen van wat de politie doet’, zegt Hadi.

Vorige week nog vielen agenten twee dagen na elkaar het kamp binnen. Wanneer de politiemacht arriveert, nemen de mannen wat ze kunnen en zetten ze het op een lopen. Wie niet weggeraakt, wordt met de bus elders heen gebracht. Van de tenten, zeilen en dekens blijft na zo’n politiebezoek amper iets over, zo blijkt uit foto’s. ‘Als ik zo opgejaagd blijf worden, zal ik snel weer op een boot zitten’, zucht Hadi.

Meer dan 7000 bootmigranten

Volgens The Migration Observatory van de Universiteit van Oxford staken tijdens de eerste acht maanden van 2020 zo’n 5000 mensen het kanaal over per boot. Nationale omroep BBC en andere Engelse nieuwsmedia hebben het ondertussen over meer dan 7000 mensen, van begin dit jaar tot deze maand.

De cijfers pieken hoe dan ook. Werden er in heel 2018 amper 299 mensen geïdentificeerd die richting Engeland voeren, dan waren dat er de eerste drie maanden van dit jaar alleen al 465. In het tweede kwartaal van dit jaar, in volle coronacrisis, steeg dat aantal naar meer dan 2000.

Hoewel het aantal asielaanvragen in het Verenigd Koninkrijk door COVID-19 in de lente van dit jaar kelderde tot zo’n 5800, kwam bijna één op drie met de boot aan. En dat houdt risico’s in, bewijst het tragische verhaal van Artin en zijn familie.

Dit jaar werden er zeven doden geregistreerd op de Noordzee. Tussen 1999, toen de eerste vluchtelingen neerstreken in Calais, en vandaag stierven volgens The Guardian bijna 300 asielzoekers, terwijl ze per wagen, via de tunnel of over water Engeland wilden bereiken. Maar aan dit tempo, kan dat aantal natuurlijk snel oplopen.

Premier Boris Johnson noemde de oversteek per boot afgelopen zomer ‘bad, stupid and dangerous’: slecht, gevaarlijk en dom. Na het tragische ongeval was zijn toon zachter: ‘Mijn gedachten zijn bij de familie van de overledenen.’ Al verschoof de premier zijn focus snel naar ‘de criminelen die kwetsbare mensen uitbuiten door hun gevaarlijke reizen aan te bieden.’

Johnson investeerde eerder 5,5 miljoen pond in maatregelen om de oversteek te bemoeilijken of af te raden. ‘Het plan was dat de illegale overtochten per boot tegen de lente van 2020 een “weinig frequent” probleem zouden zijn’, schrijft de BBC. ‘Het tegenovergestelde blijkt waar.’ Johnson wil nog strengere maatregelen, zoals meer controles op de zee, en vroeg ook zijn Franse collega Macron opnieuw om actie. De voorbije twee jaar verwerkte Frankrijk drie keer meer asielaanvragen dan de UK.

© Patrick Hattori

 

Agenten en smokkelaars

Eind 2016 werd ‘de jungle’ van Calais, waar op dat moment tot 8.000 mensen zouden leven, afgebroken. Ook kampen in en rond Duinkerke werden aangepakt. Maar oplossingen bracht dat niet. Telkens opnieuw duiken mensen op.

Hoewel de politie vorige week dus twee keer ontruimde in Groot-Sinten, waren er het voorbije weekend alweer een paar honderden mannen verzameld. ‘Het is bullshit’, zegt de 28-jarige Dana. ‘Zelfs hier, in Frankrijk, spelen de mensen keer op keer alles kwijt. Moeten ze telkens opnieuw van nul beginnen. Het maakt mensen wanhopig, simpelweg gek. (Hij toont twee foto’s) Vorig week probeerde een jongen zich hier op te hangen.’

‘Het heeft lang geduurd om de wanhoop van dit kamp te vergeten. Maar nu ik beter ben, kom ik terug om anderen te helpen.’

Hij haat twee groepen mensen, zegt hij: agenten en smokkelaars. ‘De eersten omdat ze de vluchtelingen telkens opnieuw alles afnemen. De tweede omdat ze de mensen uitbuiten. Maar de enige reden dat ze dat kunnen doen, is de politiek. Als er legale routes zijn, zijn er geen smokkelaars. Natuurlijk zijn die bootjes onzin, maar is er dan een andere optie?’

Als Koerd verliet Dana, getergd door de bedreiging en onderdrukking van het Iraanse regime, twee jaar geleden zijn thuisland. Hij had zijn hoop gesteld op het gastvrije Duitsland van Angela Merkel. ‘Maar het waren alleen de Syriërs die asiel kregen. Dus trok ik naar de jungle. Ik had geen geld meer, maar wist dat ik hier kon overleven.’

Een keer probeerde Dana in Engeland te geraken, met de vrachtwagen. Al bij de eerste poging liep het mis en blesseerde hij zijn knie. Berooid en gekwetst zag hij naar eigen zeggen ‘geen ander keuze’ dan asiel aanvragen in Frankrijk. ‘En kijk, ik mocht zowaar blijven. Het heeft lang geduurd om de wanhoop van dit kamp te vergeten. Maar nu ik beter ben, kom ik terug om anderen te helpen.’

© Patrick Hattori

 

‘Verplicht’ naar Engeland

Hoewel Dana het levende bewijs is dat het ook kan in Frankrijk, blijven Hadi, Hejar en de anderen dromen van het Verenigd Koninkrijk. Neen, er is geen legale manier om er te geraken. Maar als je al zo’n 4500 kilometer gereisd heb, laat je je toch ook niet afstoppen voor de laatste 35 kilometer van de rit?

Allemaal hebben ze in Groot-Britannië wel familie of vrienden, op z’n minst enkele kennissen, die hen hulp en onderdak willen bieden.

Ze kennen mensen die in andere Europese landen geen asiel kregen, of er moesten wachten, wachten, wachten. En ze kennen minstens evenveel lotgenoten die wel in Engeland geraakt zijn.

‘We’re obliged to go there.’ Zo voelen zich gedwongen. Het is simpelweg het land met de meeste mogelijkheden volgens hen. ‘Want wat is ons alternatief?’, vragen de mannen zich af. ‘Elders hebben we veel minder kans om asiel te krijgen, en lopen we meer risico om gedeporteerd te worden. Als je ziet hoe het er hier aan toegaat, lijkt het ook niet alsof Frankrijk veel zin heeft om ons te op te vangen?’

De taal speelt een rol, klinkt het. Engels is makkelijker, een wereldtaal. Bovendien hebben ze er allemaal wel familie of vrienden, op z’n minst enkele kennissen, die hen hulp en onderdak willen bieden. ‘En zelfs als we geen asiel krijgen, zijn er mogelijkheden genoeg om onder de radar te wonen en te werken – een leven op te bouwen.’

Mensen blijven komen

De vijf Koerden hadden wel wat dingen opgevangen, maar dat het zó erg zou zijn in de bossen van Noord-Frankrijk, neen, dat hadden ze niet verwacht. Europa leek mooi en waardevol. De droom spatte snel uit elkaar. ‘Is er nog veel verschil tussen de Iraanse en Franse overheid, als je ziet hoe ze ons hier behandelen?’

Soms vragen ze zich af of ze niet beter net over de grens in Irak waren gebleven. In Turkije misschien. En toch… Zelfs met de kennis van vandaag zouden ze opnieuw vertrekken. ‘Als je moet kiezen tussen leven en dood, dan kies je leven.’

Maar wat als ze van vrienden of familie de vraag om advies zouden krijgen? Ze twijfelen even. ‘Natuurlijk heb je gelijk dat dit allemaal crazy is, dat het dit misschien allemaal niet waard is. Maar wat doe je als je leven in gevaar is? Als je geen toekomst meer ziet? Er zullen altijd mensen blijven komen.’

‘Deze situatie is shit, maar als we in Engeland geraken, kunnen we opnieuw hoop koesteren’, besluit Hadi. ‘We zoeken ook maar een plek. En voor ons wordt die plek Groot-Brittannië, we geven niet op. We zullen er geraken. We zullen er een toekomst opbouwen. Voor onszelf en voor onze geboren en ongeboren kinderen.’

© Patrick Hattori

 

Impact van de Brexit?

Volgens The Migration Observatory zijn de helft van de mensen die per boot het Verenigd Koninkrijk proberen te bereiken Iraniërs. Eén op vier zou dan weer uit buurland Irak komen. ‘Meer dan de helft van de Iraniërs die per boot komt, kreeg de laatste jaren asiel’, klinkt het.

In totaal kregen tussen 2016 en 2018 drie op vier Iraniërs asiel in het Verenigd Koninkrijk. Van de mensen die vanaf januari 2019 tot juni 2020 per boot aankwamen, zou minder dan 4 procent teruggestuurd zijn.

Bij velen heerst de vrees dat de Brexit de zaken nog zal bemoeilijken. Maar The Migration Observatory durft dat betwijfelen. ‘Op het moment dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat, vervalt ook De Dublin III-verordening’, klinkt het. ‘Wil het Verenigd Koninkrijk dan nog asielzoekers terugsturen naar de Europese landen, waar ze het eerst geregistreerd werden, moet het eerst opnieuw verdragen sluiten met de gehele EU of met de landen individueel.’

Vorig jaar vroegen in totaal 5455 Iraniërs asiel aan in het Verenigd Koninkrijk. Daarmee voeren ze de Engelse ranglijst aan. En in Frankrijk? Daar komen de Iraniërs zelfs niet in de top 10 van asielaanvragers voor.  

In 2019 dienden slechts 557 Iraniërs er een asielaanvraag in. En het klopt inderdaad dat ze in Frankrijk minder kans hebben dan in het Verenigd Koninkrijk. In eerste instantie kreeg slechts 22 procent van de Iraniërs een positief advies. Na tussenkomst van het ‘Cour Nationale du Droit d’Asile’ (CNDA) werd dat 50 procent.  

Ter vergelijking: in ons land werden vorig jaar 401 Iraanse dossiers behandeld. 294 Iraniërs, of bijna 75 procent, kregen een vluchtelingenstatuut.

Vrijwilligers blijven helpen: ‘Het gaat om menselijkheid’

Vijf jaar geleden verbleven er duizenden vluchtelingen in Groot-Sinten, Duinkerke. De omvang van het kamp is ondertussen veranderd, maar de wanhoop is gebleven. Net als de vrijwilligers.

Auto’s en busjes rijden af en aan. Sommige vrijwilligers delen voedsel, slaapzakken en zeilen uit. Andere klappen geroutineerd tafels uit om de maaltijd van de dag uit te scheppen. Jonge twintigers van Project Play halen een springkasteel boven voor de paar kinderen die hier nog wonen.

De West-Vlaamse Dorothy doet wat ze kan en… wast vuile sokken. ‘Honderden voer ik er af en aan.’ Het bespaart onder meer afval, want dat is er al genoeg. Al zijn er ook vrijwilligers op pad met vuilzakken en prikstokken. ‘We doen wat we kunnen’, zegt de Antwerpse Leyla Bajramovic. ‘Voor ons gaat het om: menselijkheid.’

 

* Dit is een fictieve naam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Marijn Sillis is freelance journalist. Sinds 2010 schrijft hij voor verschillende Vlaamse media. Hij was ook een tijdje hoofdredacteur van jongerenmedia-agentschap StampMedia.