Dossier: 

Aziatische samenwerking redt Koraaldriehoek

De Filipijnen liggen in de Koraaldriehoek en, al is die minder bekend dan het Groot Barrièrerif in Australië, haar economisch belang is zo mogelijk nog groter. De verbleking van het koraal is een gevaar voor mens en dier, daarom werken overheden en ngo’s samen met vissers om deze situatie om te keren.

© Hannah Reyes Morales

 

De nacht is gevallen in Taytay, een kleine kuststad op het eiland Palawan in het westen van de Filipijnen. Ramil Bohol, een visser van in de veertig, keert terug naar de haven na een dag werken op zee. Vandaag is de visvangst eerder slecht, nauwelijks enkele kilo’s tandbaarsen.

‘Toen ik in de jaren tachtig begon te werken, zaten de wateren vol vis en was het niet ongewoon dat ik naar huis terugkeerde met 25 kilo’, herinnert hij zich.

Alles begon echter te veranderen in het daarop volgende decennium met de toename van de grote commerciële boten.

© Hannah Reyes Morales

 

Dynamiet en cyanide

De dynamietvisserij, en in de jaren 2000 de cyanidevisserij, werd steeds gebruikelijker. Het groeiende aandeel van deze twee technieken, gecombineerd met de effecten van de klimaatverandering, heeft bijgedragen aan de verbleking van het koraalrif, waardoor vissen nog schaarser zijn geworden. Het koraalrif is immers cruciaal voor de voortplanting van deze vissen.

Naast het ecologische gevaar zijn de economische gevolgen aanzienlijk voor deze gemeente met ongeveer 70.000 inwoners, die voor 70 procent afhangt van de visvangst. Maar het verschijnsel dat zich voordoet in Taytay kan niet worden begrepen zonder het in een ruimere context te plaatsen.

‘De economische gevolgen zijn aanzienlijk voor deze gemeente met ongeveer 70.000 inwoners, die voor 70 procent afhangt van de visvangst’

De Filipijnen liggen in de Koraaldriehoek, een zeegebied van bijna zes miljoen vierkante kilometer dat ook Indonesië, de Salomonseilanden, een deel van Maleisië, Oost-Timor en Papoea-Nieuw-Guinea omvat.

De Koraaldriehoek is minder bekend dan het Groot Barrièrerif in Australië, maar haar economisch belang is veel groter.

Dit gebied herbergt immers 75 procent van de koraalsoorten, zes van de zeven schildpadsoorten en meer dan 2200 vissoorten, wat verklaart waarom het gebied de ‘Amazone van de zee’ wordt genoemd. De zes betrokken landen werden geconfronteerd met gemeenschappelijke problemen en beslisten hun krachten te bundelen in het Coral Triangle Initiative (CTI).

Zo dragen ze niet alleen bij aan de bescherming van hun waardevolle hulpbronnen, maar ook aan de verhoging van de inkomens van bijna 120 miljoen mensen die in de kustgebieden van de regio wonen.

‘Men moet beseffen dat het, in veel gevallen, niet efficiënt is dat elk land afzonderlijk optreedt’, legt Widi A. Praktikto, directeur van het CTI, uit. Dat wordt duidelijk door bijvoorbeeld de routes die de vissen volgen te analyseren.

© Hannah Reyes Morales

 

Oceaan zonder grenzen

Voor vissen bestaan er geen grenzen. In het kader van deze organisatie nam het gezamenlijke werk van de zes landen de vorm aan van een driehoekssamenwerking, met de financiële samenwerking van internationale instellingen zoals de Asian Development Bank (ADB) (De Aziatische Ontwikkelingsbank) en internationale NGO’s zoals het WWF of Conservation International.

‘De vissen voeden zich met algen die het verbleekte koraal bedekken en verhinderen dat het koraal zich herstelt’

Op basis van een gezamenlijk regionaal actieplan ontwikkelt elk land zijn eigen initiatieven. Een van de belangrijkste instrumenten is het opzetten van beschermde zeegebieden, die na de identificatie van de belangrijkste voortplantingsgebieden van vissen worden vastgelegd.

In Taytay heeft de samenwerking tussen WWF en de lokale regering geleid tot de oprichting van het Tecas Reef Fish Sanctuary, een maritiem park van meer dan 165 hectare waarin visvangst volstrekt verboden is.

‘De verbleking van het koraal is niet noodzakelijk een onomkeerbaar fenomeen’, legt Mavic Matillano van WWF Filipijnen uit. ‘De vissen voeden zich met algen die het verbleekte koraal bedekken en verhinderen dat het koraal zich herstelt.’ De aanwezigheid van de ene is gunstig voor de gezondheid van de andere en omgekeerd.

© Hannah Reyes Morales

 

Visje voor de dorst

Gebieden opzetten waar een verbod op visvangst geldt, is niet altijd gemakkelijk. De vissers hebben er moeite mee te aanvaarden dat hun inkomstenbron beperkt wordt.

Gebieden opzetten waar een verbod op visvangst geldt, is niet altijd gemakkelijk. De vissers hebben er moeite mee te aanvaarden dat hun inkomstenbron beperkt wordt.

En dat is allesbehalve een detail als men weet dat het gebied van Taytay elk jaar 155 000 ton vis produceert. ‘We zeggen hun dat deze beschermde zone hun appeltje voor de dorst is’, legt Matillano uit. ‘In het verleden werd de fout begaan die zones op te zetten om de biodiversiteit te beschermen, eerder dan om de visbestanden te behouden en de inkomens van de vissers te verhogen’, geeft ze toe.

Opdat de vissers de maatregel beter zouden aanvaarden, werden verschillende programma’s opgezet om de vissers minder destructieve vistechnieken aan te leren of om ze nieuwe inkomstenbronnen te bieden, zoals de kweek van algen of visteelt.

Het werk van het CTI beoogt de coördinatie van deze beschermde zeegebieden om de kosten te rationaliseren en de efficiëntie van elk van deze gebieden te verbeteren. Mavic Matillano is van mening dat het werk van het CTI ook een impact heeft op de aanvaarding van deze maatregelen door de bevolking en de overheden.

‘Het CTI heeft ervoor gezorgd dat de betrokken bevolking zich beter bewust is van de uitdagingen. De bevolking is zich ervan bewust dat ze deel uitmaakt van een groter geheel, en daardoor is haar engagement voor het behoud van de regio groter’, besluit ze.

© Hannah Reyes Morales

 

Dit project werd gefinancierd door European Journalism Centre via haar Innovation in Development Reporting Grant Programme.

Vertaald door Jennifer De Belie

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift