Dossier: 

Libanon is vol: Syrische vluchtelingen niet langer welkom “in de regio”

Terwijl Europa zucht, steunt en ruziet over de vluchtelingencrisis, vangt het kleine Libanon anderhalf miljoen gevluchte Syriërs op. Al is opvangen een groot woord en is de boodschap eerder: uw toekomst is elders. Een reportage vanuit de steden en Palestijnse kampen van Libanon, over de realiteit van “opvang in de regio”.

  • CC D.Khamissy / UNHCR (CC BY-SA 2.0) De voorbije jaren vonden 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen een veiliger onderkomen in Libanon. Vandaag wordt hen het leven steeds moeilijker gemaakt. CC D.Khamissy / UNHCR (CC BY-SA 2.0)
  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers Haast onzichtbaar schermen dakloze Syriërs hun voorlopige vluchtelingenbestaan in onafgewerkte flatgebouwen met tapijten af van het openbare leven, en van de kou die de winter zal brengen. © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers Een ander probleem is de bijzonder moeizame registratie van vluchtelingenkinderen die in Libanon worden geboren. Libanon weigert hen te erkennen, maar daardoor lopen kinderen het gevaar om staatloos te worde © Tine Danckaers

‘God zal je belonen. God zal je belonen.’ Terwijl ze zich met de ene hand op de borst klopt, schiet haar blik theatraal de hoogte in. De andere hand steekt ze dwingend onder mijn neus.

Nauwelijks zeven is ze, maar een echte professional. Als ik de werkruimte van dit nazomerse terras met haar wil delen – voor mij is de koffiebar in de Hamrastraat een ad-hocafspraakpunt, voor haar een bron van inkomsten – moet ik betalen.

Buiten de zaakeigenaars, die haar geregeld wegjagen, zijn weinigen bestand tegen deze mix van volharding, stoutmoedigheid en een kapsel dat woest de zwaartekracht tart.

‘Ze is Syrisch’, knikt mijn eveneens Syrische gezelschap, hulpverlener Ali Elshiekh Haidar. Zeer waarschijnlijk behoort ze tot de anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon. Het aantal geregistreerde vluchtelingen bij de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR stond in oktober op 1.078.338. Geschat wordt dat het totale cijfer – niet-geregistreerde vluchtelingen inbegrepen – oploopt tot anderhalf of zelfs twee miljoen.

Libanon herbergt, in verhouding tot zijn aantal inwoners (zes miljoen), de meeste vluchtelingen ter wereld: misschien wel twee miljoen.

Daarmee huisvest Libanon, in verhouding tot zijn aantal inwoners (5,8 miljoen), de meeste vluchtelingen ter wereld. Ga er maar aanstaan, in een land zonder president, met kibbelende regeringspartijen en een parlement dat nieuwe verkiezingen uitstelt, zijn eigen zittingstermijn heeft verlengd en nauwelijks werkt.

Bovendien staat Libanon met één voet in Syrië, dankzij de directe betrokkenheid van regeringspartij Hezbollah, die aan de zijde van Basjar al-Assad vecht, nog zo’n grote bron van politieke onenigheid.

‘Halas!’ ‘Genoeg vluchtelingen!’

‘De regeringspartijen harrewarren voortdurend met elkaar, maar over één ding zijn ze het unaniem eens: de Syrische vluchtelingen moeten het land uit’, zegt de Libanese kunstenaar Aurélien Zouki.

Libanon weigerde vanaf het begin van de vluchtelingenstroom uit Syrië te investeren in tijdelijke opvang, maar hield altijd zijn grenzen open voor zijn buren, die een uiterst gewelddadig conflict ontvluchtten. Dat is nu voorbij. Om de instroom van Syriërs in te dijken, voerde de Libanese regering begin dit jaar een volstrekt nieuwe en zeer strenge visaregeling in voor Syriërs. Sinds mei verbiedt Libanon de UNHCR ook nog nieuwe vluchtelingen op zijn grondgebied te registreren.

Met deze politieke signalen zet de regering genadeloos de bijl in de humanitaire bescherming van mensen op de vlucht, vinden velen. Maar er is, gelet op de onsolidaire houding van Fort Europa tegenover de Syrische vluchtelingen, ook begrip voor de houding van het broze en kleine Libanon (niet groter dan Vlaanderen minus de provincie West-Vlaanderen), dat niet eens zijn eigen interne huishouden kan bestieren.

‘De regeringspartijen harrewarren voortdurend, maar over één ding zijn ze unaniem: de Syrische vluchtelingen moeten het land uit.’

‘Neem het de Libanezen eens kwalijk’, reageert Matthias Schmale, directeur van UNRWA Libanon. ‘Geen enkel ander land heeft zoveel vluchtelingen. Libanon mag dan een zogeheten middeninkomensland zijn, ongeveer een miljoen Libanezen leven wel tegen of onder de armoedegrens. Intussen sluit Europa zijn poorten en spreekt van een “vluchtelingencrisis”? De Europeanen spreken van het ondersteunen en verbeteren van de regionale opvanglanden – Libanon, Turkije, Jordanië – maar storten het geld niet door. De grote hulporganisaties kampen met krimpende fondsen.’

Anders dan in Turkije en Jordanië, die grote opvangkampen op hun grondgebied hebben, zijn de Syrische vluchtelingen minder zichtbaar in Libanon. Ze wonen verspreid over het hele land. De Syriërs die het zich kunnen permitteren, huren een kamer, flat of huis, in Beiroet. Anderen hebben zich langs de grensstreken gevestigd, in de Bekaavallei, waar ze vaak in officieuze tentenkampen of in kraakpanden wonen.

Maar ook Beiroet, dat vooral de middenklasse en de elite uit Damascus opvangt, huisvest mensen die het zonder inkomen moeten stellen. In de wijk waar de grote VN-organisaties zitten, ontwaar je her en der discrete vormen van tijdelijke straatbewoning. En haast onzichtbaar, achter de winkels van de Hamrastraat, en elders in de stad, in onafgewerkte flatgebouwen, schermen dakloze Syriërs hun voorlopige vluchtelingenbestaan met tapijten af van het openbare leven, en van de kou die de winter zal brengen.

© Tine Danckaers

Haast onzichtbaar schermen dakloze Syriërs hun voorlopige vluchtelingenbestaan in onafgewerkte flatgebouwen met tapijten af van het openbare leven, en van de kou die de winter zal brengen.

De 42.000 Palestijnen uit Syrië vestigden zich vooral in de twaalf Palestijnse kampen in Libanon. Die aftandse en vergeten kampen zijn immers aanmerkelijk goedkoper dan de rest van Libanon. En dus vestigden ook een aantal niet-Palestijnse Syrische vluchtelingen zich in de kampen. De meeste Syrische vluchtelingen bevinden zich in het Palestijnse vluchtelingenkamp Ein al-Hilweh nabij Saida, een stad 50 kilometer zuidwaarts van Beiroet, de op één na grootste groep zit in Beiroet, in de kampen Bourj el-Barajneh en Shatila.

Oudkomers vs nieuwkomers

De grijze aaneenschakeling van grauwe ijzerwinkels, stapels oude motoren, aan elkaar geplakt door zwerfvuil, is een voorbode van wat komen gaat. We zijn op weg naar het ommuurde Palestijnse vluchtelingenkamp Shatila, in Beiroet. Voorbij de hoofdingang duikt een oprijlaan in Shatila-stijl op: een weg geflankeerd door grote bergen afval en autowrakken die naar een kapotgeschoten pand leidt.

‘Elke dag komen hier mensen zoals jij om onze ellende te fotograferen. Al tientallen jaren, dag na dag. En er verandert niets’

Shatila, een lapje Libanese grond van nog geen halve vierkante kilometer groot, telt maar liefst 20.000 tot 22.000 bewoners: een mix van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen, nieuwe Palestijnse en niet-Palestijnse vluchtelingen uit Syrië en andere nationaliteiten.

© Tine Danckaers

Een plafond van elektriciteitskabels dat wordt doorvlochten met waterleidingen, overspant het hele kamp.

Somberheid en stinkende armoede sijpelen uit nooit herstelde kogelgaten, gapende littekens nog van de Libanese burgeroorlog (1975-1990) en de moordende verwoesting van het kamp in 1982, of van een nabijer verleden: de Israëlische aanval op Libanon in 2006.

In de nauwe donkere modderstraatjes is de hemel zoek geraakt door pogingen om bouwruimte in de hoogte te zoeken. Een plafond van elektriciteitskabels dat wordt doorvlochten met waterleidingen, overspant het hele kamp en snijdt het tegelijk horizontaal in tweeën. Elektriciteit en water zijn hier, net zoals gezonde lucht en licht, schaarser dan elders in Beiroet.

Volgens UNRWA wonen hier 12.000 Libanese Palestijnen, oorspronkelijke vluchtelingen en hun nakomelingen, mensen die in 1948 uit Noord-Palestina naar hier vluchtten. Al meer dan 65 jaar leven deze mensen met een vluchtelingenstatuut dat hen volledig uitsluit van de Libanese samenleving.

Daar kwamen 2000 door UNRWA geregistreerde Palestijnen uit Syrië bij, al zijn het er vermoedelijk meer. Hier, in Shatila, krijgt de term ‘vluchtelingencrisis’, een Europees begrip, pas echt betekenis.

Op de vraag wat een langdurig transitbestaan met je doet, krijg ik meteen antwoord in de vorm van een andere vraag. Of ik de veiligste route naar Europa ken en of ik weet welk land het ‘vluchtelingvriendelijkst’ is voor hem en zijn familie, vraagt een vriend van Rabieh el-Tayie, die mij rondleidt. ‘Velen vertrekken inderdaad, vooral de jongeren’, zegt Rabieh. ‘Ik probeer hen niet tegen te houden, want buiten het uitzichtloze recht op terugkeer naar een bezet en steeds meer ingenomen Palestina rest hier niets anders dan wachten. Maar waarop we exact wachten weet niemand meer.’

Zelf is hij vastbesloten om te blijven, om zich in te zetten voor de gemeenschap. Die gemeenschap is de horden journalisten, politici en hulpdelegaties spuugzat. ‘Elke dag komen hier mensen zoals jij om onze ellende te fotograferen. Al tientallen jaren, dag na dag. En er verandert niets’, klinkt het.

De 485.000 Palestijnen in Libanon zijn voor een aantal Libanezen de paria’s van de samenleving. De Libanese burgeroorlog heeft de kloof die er al was tussen deze Libanezen en de Palestijnen alleen maar verdiept. ‘De schuldenlast van de burgeroorlog wordt bij de Palestijnen gelegd’, vertelt de Palestijnse journalist Qassem Qassem.

‘Toen het vredesakkoord werd getekend, werden de Palestijnen erbuiten gelaten. En in 2005, met de Cederrevolutie, werden de Palestijnen op één hoop gegooid met Hezbollah. Opnieuw kregen we de schuld van de interne problemen van een samenleving die ons buitensloot.’

‘We mogen, als Palestijnen, bepaalde beschermde beroepen, zoals dokter of advocaat, niet uitoefenen’

Palestijnse vluchtelingen in Libanon hebben geen Libanese identiteitskaart, ook niet als ze hier geboren zijn. Qassem Qassem, kind van een Palestijnse vader en een Libanese moeder, is niet-Libanees. Moeders kunnen in Libanon immers niet hun nationaliteit doorgeven aan hun kinderen. Palestijnen worden in Libanon als buitenlandse werknemers behandeld en dienen jaarlijks een werkvergunning aan te vragen.

Nadat Libanon de arbeidsreglementering voor buitenlanders in 1995 nog strenger aan banden had gelegd, werd het steeds moeilijker om een arbeidsvergunning te verkrijgen. Bovendien wordt niet-Libanezen, Palestijnen dus, de toegang tot een aantal beroepen ontzegd. ‘We mogen, als Palestijnen, bepaalde beschermde beroepen, zoals dokter of advocaat, niet uitoefenen’, vertelt Qassem.

Dat betekent dat voor veel Palestijnen alleen de informele arbeidssector overblijft. De meeste mannen werken in de bouw, de vrouwen als naaisters of schoonmaaksters. Daar komt nu ook concurrentie bij van de Syrische vluchtelingen, die net als zij het verbod kregen om te werken.

De Syrische vluchtelingen leggen extra druk op de kampen, zegt Matthias Schmale (UNRWA). ‘Terwijl er geen beschikbare ruimte voor Shatila bijkwam, was er een enorme bevolkingsexplosie in het kamp. Met de Syriërs erbij staat de leefomgeving onder enorme druk. Diensten zoals scholen en ziekenhuizen staan onder druk, mensen moeten de toch al schaarse banen delen met de nieuwkomers. En je mag ook niet vergeten dat het Syrische conflict ook te voelen is. In een kamp als Ein al-Hilweh zijn er geregeld gevechten met milities die banden met Syrië hebben.’

De nieuwe paria’s

In en rond het noordelijk gelegen Tripoli, de tweede stad van Libanon, waren altijd al Syriërs, seizoensarbeiders die geregeld heen en weer reisden. ‘Ze werken hier nog steeds, maar nu zijn hun gezinnen mee de grens overgestoken’, vertelt Freya Raddi, delegatiehoofd van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) in Tripoli.

De 58-jarige Fawaz is afkomstig uit een dorp nabij het Syrische Homs. Hij vestigde zich in een buitenwijk van Tripoli en is sindsdien afhankelijk van giften van de lokale gemeenschap en van de moskee. Dit leven als vluchteling is een zware mentale last voor iemand die van boer en kostwinner voor zijn gezin nu terugvalt tot een “last voor anderen”.

‘Zodra we de garantie hebben dat Assad en de Russen stoppen met luchtbombardementen, ga ik terug.’ Hij zucht: ‘Hoe lang nog? Die onzekerheid en het wachten zijn slopend. En wat als ik deze woning, 275 dollar per maand, niet meer kan betalen?’

Met de 13 dollar maandelijkse voedselsteun per gezinslid komt hij er niet om zijn drie dochters en zijn vrouw te onderhouden en ook nog eens de huur te betalen. De gemeenschapstuin, aangelegd onder de vleugels van het ICRC, brengt nog niet voldoende op om in hun eigen onderhoud te voorzien.

Zijn buurman, de zeventigjarige Yousif, vertelt dat hij vluchtte zodra het conflict in Syrië uitbrak. Beide Syrische families voelen zich verwelkomd door de lokale gemeenschap. Die gemeenschap is overigens een ingewikkelde. Fawaz en zijn gezin wonen in de soennitische wijk Bab al-Tabaneh. Deze wijk is al decennia in een bijzonder gewelddadig conflict met het pro-Syrische alawitische Jabal Mohsen verwikkeld. Sinds 2008 is het sektarische geweld tussen beide wijken weer opgelaaid, waarbij vele doden zijn gevallen. “Klein-Syrië” wordt het conflict ook wel genoemd.

Het verhaal klinkt bekend: ‘Zij krijgen geld van UNHCR, werken tegelijk onder onze prijzen en pikken op die manier onze banen in.’

Sinds kort is het, ondanks de oorlog in het buurland, weer rustig in de wijken, de wegblokkades en de controleposten zijn weer opgebroken. Maar het geweld in deze no-gozones heeft zijn tol geëist. De lokale gemeenschap heeft economisch verlies geleden. Warfaa van Bab al-Tabaneh heeft ‘geen problemen met de Syriërs’, maar wijt de stijgende werkloosheid wel aan hen.

Het verhaal klinkt bekend: ‘Zij krijgen geld van UNHCR, werken tegelijk onder onze prijzen en pikken op die manier onze banen in.’ Maar ze benijdt hen uiteindelijk niet, zegt ze. ‘Ik voel medelijden met hen, ben vooral boos op de Libanese werkgevers die mensen uitbuiten om zichzelf te verrijken.’

Volgens Khaled, een Libanese begunstigde van een plaatselijk “cash-voor-werk”-project van ICRC, zijn de nieuwe vluchtelingen een nieuwe bedreiging voor de Libanezen. ‘Natuurlijk hebben de Syrische vluchtelingen een impact op ons leven. Wij krijgen geen geld van de internationale organisaties. Eerst waren het de Palestijnen die ons in een burgeroorlog dreven en onze infrastructuur overbelastten, nu krijgen we er de Syriërs bovenop.’

Tussen hangen en wurgen, en weggaan

Sinds de nieuwe visaregeling bevinden veel Syriërs in Libanon zich in een grijze zone. Voor 2015 moesten Syriërs enkel hun identiteitskaart laten zien om de grens met Libanon over te steken. Vandaag komen ze er alleen nog in met een visum. En dat wordt alleen nog gegeven in het kader van toerisme, werkbezoeken, medische behandeling, onderwijs, of transit. Voor een toeristenvisum zijn niet alleen hotelreservaties vereist, maar ook een waarborgstorting van 1000 dollar. Die laatste wordt schijnbaar alleen aan Syriërs gevraagd, niet aan andere nationaliteiten.

‘De enige Syriërs die nog als vluchteling het land in geraken zijn niet-begeleide minderjarigen, mensen met een handicap of mensen die medische zorgen nodig hebben en zij die in aanmerking komen voor hervestigingsprogramma’s’, vertelt Lisa Abou Khaled van UNHCR. ‘Dat heeft zeker effect op de instroom: minder mensen geraken erin, ook mensen die bescherming zoeken. Maar het leidt ook en vooral tot meer illegale immigratie.’

En dat is contraproductief in termen van veiligheid, vinden velen. Want via registratie kan een staat tenminste controleren wie zich waar op het grondgebied bevindt.

Veel Syriërs lopen sinds de nieuwe regelgeving vast in een vicieuze cirkel en botsen op kafkaiaanse procedures. Hulpverlener Ali Haidar, die nu drie jaar in Beiroet verblijft, liet zich niet registreren bij UNHCR. Het was immers niet verplicht. Hij betaalde zijn jaarlijkse verblijfsaanvragen (200 dollar per persoon per jaar), werkt als expat in een internationaal milieu (pikt dus geen Libanese baan in) en kan bewijzen dat hij met regelmaat de huur betaalt.

‘Velen willen vertrekken. Alleen snijdt Libanon in zijn eigen vel, want de middenklasse trekt weg, de niet- kapitaalkrachtigen blijven.’

‘Maar ik heb ook de registratie bij UNHCR nodig, en die krijg ik dus niet.’ Gevolg: Haidar is onwettig in het land. ‘Ik denk eraan om met mijn vriendin te vertrekken. Het is genoeg geweest. Ik ben niet de enige, velen willen vertrekken. Alleen snijdt Libanon in zijn eigen vel, want de middenklasse trekt weg, de niet-kapitaalkrachtigen blijven.’

De Norvegian Refugees Council (NRC) Libanon heeft zijn handen vol met legale assistentie. Een ander probleem is de bijzonder moeizame registratie van vluchtelingenkinderen die in Libanon worden geboren. Libanon weigert hen te erkennen, maar daardoor lopen kinderen het gevaar om staatloos te worden, aldus Ana Uzelac van de NRC.

© Tine Danckaers

Een ander probleem is de bijzonder moeizame registratie van vluchtelingenkinderen die in Libanon worden geboren. Libanon weigert hen te erkennen, maar daardoor lopen kinderen het gevaar om staatloos te worden

Er zijn verhalen van Syrische studenten die nu plots een studentenvisum moeten aanvragen. Maar daarvoor hebben ze een bankrekening nodig. Syriërs die die niet hadden omdat ze bijvoorbeeld geld kregen toegestuurd via Moneytransfer, kunnen nu ook geen bankrekening meer openen als ze geen verblijfsvergunning hebben.

Sinds begin 2015 schrapte UNHCR 149.000 personen uit zijn registers omdat ze spoorloos zijn. ‘Wat hun verhalen zijn, weten we niet echt. Er is wel een vermoeden dat sommigen zijn teruggegaan en dat velen naar elders, richting Turkije en Europa, zijn gegaan’, zegt Lisa Abou Khaled van UNHCR.

‘Ik wil niet weg, maar ik heb geen andere keuze’, zegt filmmaker en kunstenaar Rafat Zakouti. ‘Ik ben gevlucht omdat ik wilde leven. Nu vertrek ik opnieuw, omdat hier geen toekomst is.’ Zakouti gaat met zijn Duitse echtgenote naar Berlijn. ‘Ik wil het niet. Hier heb ik alles, ben ik een kunstenaar met een status, een netwerk. In Berlijn zal ik het etiket “vluchteling” krijgen.’

Noodlijdende hulpindustrie

‘De Libanese tactiek is ondoordacht. Hoe minder vluchtelingen je registreert, hoe minder geld de toch al ondergesponsorde Verenigde Naties zullen besteden, wat ook minder inkomsten voor de Libanese staat betekent’, zegt Bente Scheller, directeur van de Heinrich-Böll-Stiftung. Libanon aanvaardt volgens Scheller geen andere hulp dan directe staatssteun voor de ontwikkeling van de bestaande infrastructuur.

De Libanese staat is allergisch voor hulp die erop gericht is om Syriërs te integreren.

‘Zo gaat meer geld naar de ontwikkeling van Libanese scholen en ziekenhuizen om de Syriërs beter te kunnen opvangen. De Libanese staat is allergisch voor hulp die erop gericht is om Syriërs te integreren.’

Libanon kreeg nochtans internationaal applaus omdat het aankondigde de Syrische vluchtelingen onderwijs te willen laten volgen, toch een zekere maatregel van tijdelijke integratie. Maar een maatregel toepassen zonder te investeren is niet werkbaar. Er kwamen klassen, scholen noch leerkrachten bij, de capaciteit ontbreekt.

In december 2014 vroegen de humanitaire organisaties samen met de Libanese regering voor 2015 2,1 miljard dollar aan de internationale gemeenschap. ‘De middelen dienden zowel voor de versterking van de positie van de Syrische vluchtelingen als van de Libanese gastgemeenschap’, zegt UNCHR. ‘We brachten het bedrag zelfs terug tot 1,8 miljard. Tot dusver, het is nu oktober, is daarvan nauwelijks 40 procent gestort.’

In 2014 al en ook dit jaar was het VN-Wereldvoedselprogramma bij gebrek aan fondsen genoodzaakt de financiële hulp voor Syrische vluchtelingen terug te brengen tot 13,5 dollar per persoon per maand. Het is oud nieuws dat ook UNRWA, dat er met de Syrisch-Palestijnse vluchtelingen nog eens 42.000 “klanten” bijkreeg, al jaren kampt met grote geldnood.

‘In het algemeen kun je stellen dat de noden bij alle hulporganisaties enorm stijgen maar dat de fondsen niet volgen.’

‘Ons takenpakket is enorm uitgebreid, we verlenen hulp bij hervestiging, re-integratie van de Libanese terugkeerders, grensbeheer enzovoort. We hebben 55 miljoen gevraagd, maar we kregen niet meer dan 12 miljoen’, zegt de directeur van IOM Beiroet, Fawzi al-Zioud.

Hij is van mening dat meer directe bilaterale hulp aan Libanon ook noodzakelijk is. ‘Stabilisering is nodig’, aldus al-Zioud. ‘Libanons infrastructuur kreeg zware klappen tijdens de Israëlische aanval op het land in 2006. Daar moet iets aan gedaan worden, dat zou meteen ook goed zijn voor de werkgelegenheid.’

‘In het algemeen kun je stellen dat de noden bij alle hulporganisaties enorm stijgen maar dat de fondsen niet volgen’, zegt Ana Uzelac van de NRC. ‘Die fondsen zijn nodig, maar de hulp is slechts symptoombestrijding. In de eerste plaats moet dit conflict stoppen!’

Hallo? is daar iemand?

‘We dachten dat de democratische wereld ons zou helpen’, zegt film- en theaterregisseur Rafat Zakouti. ‘Maar we hebben moeten ontdekken dat het allemaal om economie en politiek draait. We weten nu dat we alleen staan in onze strijd.’

Earth. Is anybody out there? Met die vraag wil Planet Syria, een groep Syrische journalisten, mensenrechtenactivisten, kunstenaars wereldwijd de aandacht vestigen op een onderbelichte groep in de Syrische samenleving: de activisten tegen geweld. Salma Kahale, een van de oprichters, vraagt om solidariteit.

We willen dat het geweld en het extremisme ophouden. De frustraties sneden diep bij de Syriërs toen de internationale gemeenschap in geen tijd een coalitie kon opzetten om Daësj en radicalisering te stoppen. We willen een vreedzame oplossing, geen militair antwoord of het uitdelen van gasmaskers aan de Witte Helmen (een vrijwilligersteam van reddingswerkers in Syrië, td). Kortom: stop de luchtbombardementen door Assad en Rusland en zet een dialoog met alle Syrische actoren op.’

‘Libanon was tot voor kort een goede uitvalsbasis en ontmoetingsplaats voor democratische burgers. Maar nu worden die het land uitgeduwd.’

Kahale begrijpt het niet, het gebrek aan interesse van de wereld. ‘De Syriërs voelen zich zo verlaten, geïsoleerd. Dat gevoel proberen we te doorbreken. Al is het moeilijk met een zo versnipperde samenleving. Libanon was tot voor kort een goede uitvalsbasis en ontmoetingsplaats voor democratische burgers. Maar nu worden die het land uitgeduwd.’

‘Wat is vrijheid?’ vraagt Rafat Zakouti. ‘We zijn onze revolutie begonnen omdat we hunkerden naar meer vrijheid. Maar onze revolutie en de dromen erachter werden door de internationale gemeenschap meteen weggezet als een burgeroorlog. Dat is het nu inderdaad geworden. Het democratische karakter is volledig uit Syrië verdwenen. Zelfs de weg tussen Damascus en Beiroet, een weg die ik zo goed ken, is nu gesloten.’

‘Je kan je de angst niet voorstellen die ik voelde toen Assad Aleppo bombardeerde. Voor het eerst hoorde ik dat geluid, ik beleefde het, voelde het in elke zenuw, in elk botje, in mijn bloedstroom. En je kan niet ontsnappen. Niet. Daarom vluchten mensen.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur