Benin is testcase voor nieuwe aanpak van Belgische ontwikkelingssamenwerking

Reportage

‘De Belgen leveren geen kant- en klare oplossingen, ze luisteren naar onze zorgen’

Benin is testcase voor nieuwe aanpak van Belgische ontwikkelingssamenwerking

Afrikaanse vrouwen zeven meel
Afrikaanse vrouwen zeven meel

Thibault Coigniez & Josué Mehouenou

16 februari 202613 min leestijd

In Benin neemt Enabel afscheid van de eenzijdige aanpak van ontwikkelingshulp. Samen met de Beniners zelf zorgt het Belgische ontwikkelingsagentschap er voor extra jobs in de landbouwsector. Maar toenemende verdroging plaatst het partnerschap voor flinke uitdagingen.

Op de grond zitten vier vrouwen naast elkaar. In emmers kneden ze maniokmeel. De rook van maniokkorrels die buiten liggen te roosteren, waait naar binnen. Deze geur hangt vaak in de lucht in Parakou, de op twee na grootste stad van Benin. Maniokteelt is er alomtegenwoordig en biedt heel wat Beniners kansen op werk.

‘We produceren elke maand zo’n vijftig ton maniok. Het grootste deel gaat naar noordelijke steden zoals Kandi en Malanville’, vertelt maniokboer Olivier Kpintohou van Kassava Food. ‘Met de steun van het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel wil ik betere pletmachines aankopen en nog meer mensen aan het werk zetten.’

Voor veel Beniners is werk vinden een absolute prioriteit. De werkloosheid in het West-Afrikaanse land ligt hoog. Volgens cijfers van de Wereldbank kan zo’n 70% van de vijftien miljoen Beniners niet rondkomen met het inkomen uit hun baan. In sommige regio’s loopt de jeugdwerkloosheid zelfs op tot 70%. Dat is zorgwekkend in een land waar de gemiddelde leeftijd 18 jaar is.

Daarom is het cruciaal dat de Beniners zelf de doelstellingen van de samenwerking bepalen, zegt Olivier Krins, lokaal vertegenwoordiger van Enabel in Benin. ‘Wij bekijken vooral hoe we hen daarbij kunnen ondersteunen. Het is niet aan ons om te zeggen wat ze moeten doen. De tijd van eenzijdige ontwikkelingshulp ligt achter ons. Dit is een volwaardig partnerschap.’

Afrikaanse vrouwen zeven meel
Man in maniokfabriek

Geen assistentie, wel coöperatie

Voor Enabel zijn de projecten in Benin een voorbeeld van een modelpartnerschap. Toch nemen ze maar een klein deel van het totale budget van het agentschap in. Tussen 2023 en 2028 kosten de projecten in Benin 45 miljoen euro, goed voor zo’n 9 miljoen per jaar. Dat is weinig in vergelijking met het totale jaarbudget van Enabel van 329 miljoen euro. Zeker als je weet dat de projecten in Congo maar liefst 20% van de totale werkingsmiddelen opslorpen.

Toch voelen ook de Beninse projecten de federale besparingen in de ontwikkelingssamenwerking (OS). Tussen 2019 en 2023 bedroeg het budget van Enabel voor Benin nog nog 60 miljoen euro, vijftien miljoen meer dan vandaag. In 2023 ontving het agentschap een dotatie van 224,3 miljoen euro, terwijl de regering intussen heeft aangekondigd de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking met 25 procent terug te schroeven.

Voor Enabel is het daarom cruciaal om aan te tonen dat de projecten wel degelijk renderen. Het agentschap kiest daarbij bewust voor een aanpak die afwijkt van de traditionele ontwikkelingssamenwerking: naast gelijkwaardig partnerschap wil het ook aantonen dat zijn werking bijdraagt aan het aanpakken van veiligheidsproblemen.

Sinds 2019 zijn jihadistische groeperingen actief in de noordelijke regio’s Atacora en Alibori. Deze gebieden zijn no-go zones geworden, waar het Beninse leger de controle grotendeels heeft verloren. Zo kwamen in april nog een vijftigtal Beninse soldaten om het leven bij een aanslag. Jihadisten spelen daarbij vaak in op het gebrek aan toekomstperspectief om jongeren te rekruteren.

De vraag is of de projecten van Enabel via jobcreatie kunnen bijdragen aan meer stabiliteit. Of is ook deze vorm van samenwerking onvoldoende opgewassen tegen de grote uitdagingen waar Benin voor staat?

Flexibel Parakou

‘Ons partnerschap met Enabel is bijzonder flexibel. Eerdere samenwerkingen waren vaak erg top-down: zij zeiden wat wij moesten doen. Met de Belgen kunnen we nu discussiëren en ideeën uitwisselen’, vertelt Siaka Kodjo, verantwoordelijke voor de regio Parakou bij het Beninse agentschap voor landbouwontwikkeling.

Volgens Kodjo maakten zij aan Enabel duidelijk dat het verhogen van de productiviteit hun belangrijkste doel is. ‘Tot 2018 was er bij de teelt van gewassen geen sprake van een plan. Elke boer deed het op zijn eigen manier. Een duidelijke strategie was er niet.’

Vandaag worden telers gewezen op alternatieve werkwijzen. Zo worden boeren aangemoedigd om maniok te verwerken tot meel. Die verbreding van de productie is volgens Kodjo cruciaal voor de Beninse economie. ‘Maniokmeel kun je gebruiken om brood te bakken. Zo hoeven we niet langer bloem te importeren. Op die manier verhinderen we dat het geld wegvloeit naar het buitenland.’

Langs een invalsweg naar Parakou is die drang naar professionalisering ook merkbaar bij Faiçal Adam van Huile d’Or, een kleinschalige sojaproducent. Buiten zeeft een vrouw de granen, waarna ze op een ovenplaat worden gebakken.

In de schuur kiepert een man de sojabonen in een persmachine. De bladeren harkt hij bijeen, het vocht wordt opgevangen. Daar maken ze olie van voor restaurants en huishoudens. Het vaste residu wordt verwerkt tot sojakoeken, die dienen als veevoeder.

Volgens Adam is er een sterke groeimarkt voor de olie. ‘We hebben onze maximale productiecapaciteit nog lang niet bereikt. Maar met de huidige middelen zouden we echter dag en nacht moeten werken, en dat is niet haalbaar.’

Vanaf volgend jaar krijgt hij een machine om de zaden te sorteren. ‘Vandaag gebeurt dat nog volledig manueel. Dankzij die automatisering hopen we onze productie te verdubbelen. Aanvankelijk rekenden we daar drie jaar voor, maar met de steun van Enabel kunnen we die mijlpaal veel sneller halen.’

Op die manier ondersteunt Enabel de boeren bij het waarmaken van hun ambities. De Beniners bepalen de doelstellingen, de Belgen maken de weg ernaartoe mogelijk.

.
Afrikaanse man aan een werk aan een maalmachine

Voordelig voor de Belgen

Die no-nonsenseaanpak is ook merkbaar in het gezondheidscentrum van Parakou. Op de trap lopen mensen af en aan naar het kantoor van coördinator Djewessi Lokossou. Na een uur wachten maakt hij uiteindelijk toch even tijd voor ons. ‘Doe de deur op slot’, roept hij nog naar zijn secretaresse, voor hij plaatsneemt achter zijn bureau.

‘Parakou is een kruispunt in het midden van Benin. De zone die wij bedekken is erg groot. Daardoor is het hier altijd een heksenketel’, zegt Lokossou.

In het gezondheidscentrum ligt de nadruk vooral op moeder- en kindzorg. Benin telt wereldwijd het op vijf na hoogste aantal sterfgevallen van kinderen onder de vijf jaar: bijna negen procent overlijdt er vroegtijdig, vaak als gevolg van infecties. Malaria is daarbij goed voor de helft van de sterfgevallen.

Maar niet alle kinderen in Benin lopen een even groot risico. Op het platteland liggen de sterftecijfers hoger dan in grote steden in het zuiden, zoals Cotonou. Door de grote afstanden hebben de doktors in Parakou moeite om iedereen te bereiken.

Wij wezen Enabel op die beperkte bereikbaarheid, zeg Lokossou. ‘Samen hebben we daarom gezondheidskits ontwikkeld, zodat mensen in afgelegen gebieden zichzelf beter kunnen helpen. Daarnaast kregen we middelen om moto-ambulances aan te schaffen, die patiënten uit de dorpen naar het gezondheidscentrum brengen. Veel sterfgevallen zijn te voorkomen als mensen op tijd bij ons komen.’

Precies die wederkerige aanpak waardeert Lokossou erg. ‘Andere partners kwamen hier vaak met kant-en-klare oplossingen, of die nu nuttig waren of niet. Als begunstigde moest je ze maar slikken.’

Dat klinkt allemaal goed, maar wat levert het België op? Die vraag dringt zich op, juist omdat Enabel zijn activiteiten in Benin als samenwerking ziet. Ontwikkelingshulp is eenzijdig, maar een partnerschap moet voordelen opleveren voor beide partijen.

In dat kader werden ook samenwerkingen met Belgische bedrijven opgezet. Zo startte Enabel in 2019 een project met winkelketen Colruyt, die zich ertoe verbond jaarlijks een vast volume cashewnoten bij lokale coöperaties aan te kopen. Op die manier belanden de biologische cashewnoten rechtstreeks in de Belgische winkelrekken.

Volgens de persdienst van Colruyt verloopt de samenwerking met de Beninse producenten vlot. ‘Er is zelfs geen extra ondersteuning van Enabel nodig. We slagen erin zowel de laagste prijs te garanderen als een duurzame impact te creëren.

Ook Krins van Enabel wil graag meer samenwerkingen met privébedrijven opzetten. ‘Wij kunnen de coöperaties helpen om hun kwaliteit te verbeteren. Dat blijft onze strategische visie. De huidige uitdagingen op het gebied van werk- en voedselzekerheid vragen om publiek-private samenwerkingen.’

Toch is de kans klein dat de winsten voor Belgische bedrijven binnenkort de miljoenen aan werkingskosten zullen compenseren. Het partnerschap zal dus niet meteen volledig in evenwicht zijn, zeker omdat het in de toekomst steeds moeilijker kan worden om de productiviteitswinsten verder op te krikken.

Droge aarde, geen werk

In Benin botst de ambitie om de productiviteit te verhogen vaak op ecologische obstakels. Dat wordt extra duidelijk in Toucountouna, een dorpje in de noordelijke Atacora-regio.

Sinds 2014 is het een zustergemeente van Merelbeke-Melle, wat betekent dat beide gemeenten elkaar ondersteunen. Zo bood Merelbeke-Melle bijvoorbeeld IT-ondersteuning aan ambtenaren in Toucountouna.

Plakkaat dat het partnerschap tussen Toucountouna en Merelbeke zichtbaar maakt

Toch kampt het dorp met dezelfde uitdagingen als veel andere Beninse gemeenten.

Door de straten rennen kinderen terug naar huis. Net voor ons gesprek loopt een jongentje de kamer binnen. Fibi Sare aait zijn zoontje over de kruin. Hij maakt zich zorgen over diens toekomst. Traditiegetrouw belanden de meeste jongeren hier in de landbouw, maar als sojaboer ziet hij de komende jaren somber tegemoet.

Zelf is hij de voorzitter van de plaatselijke vereniging voor sojaboeren. In zijn winkeltje liggen zakken vol met soja opgestapeld. Dit jaar was de oogst zeer mager, zucht hij. ‘We kregen te maken met een groot tekort aan neerslag. We zouden waterreserves moeten aanleggen, maar helaas hebben we daar zelf de middelen niet voor. De droogte drukt zwaar op onze opbrengsten, waardoor we nog minder mensen kunnen tewerkstellen.’

De klimaatverandering heeft een grote impact op de werkgelegenheid. Als het huidige klimaatbeleid niet verandert, zou tegen 2070 bijna het hele grondgebied van Benin te maken krijgen met extreme temperaturen.

In een rapport uit 2023 waarschuwt de Wereldbank dat vooral de landbouwsector dringend weerbaarder moet worden. De teelt van de yam-plant, soja en maniok zal flink dalen door de toenemende droogte. Voor de werkgelegenheid heeft een lager rendement verregaande gevolgen.

‘We zetten daarom volop in op agro-ecologie’, zegt Kodjo van het Beninse agentschap voor landbouwontwikkeling. ‘Die nadruk heeft Enabel binnengebracht. Door andere teeltmethoden te gebruiken, kun je meer uit de bodem halen. Agro-ecologie verhoogt net onze productiviteit.’

Naar de fles grijpen

Helaas biedt die uitleg de jonge inwoners van Toucountouna weinig geruststelling. Buiten het winkeltje rennen nog steeds kinderen in schooluniform door de straten; tijdens de warmste uren van de dag mogen ze even naar huis.

Vanop zijn motor kijkt ook de jonge Vénérand met gemengde gevoelens naar hun toekomst. ‘Veel jongeren verlaten Toucountouna,’ zegt hij. ‘Ze gaan werken in de katoenvelden of trekken naar Cotonou. In de stad liggen de kansen voor het rapen. Als je vastberaden genoeg bent, kom je er wel.’

De jongeren die werkloos achterblijven, hebben vaak te maken met verslavingsproblemen. In de Atacora-regio is alcoholmisbruik een groot probleem, wat leidt tot een toename van kleine criminaliteit. Ook Vénérand ziet hoe zijn werkloze vrienden naar de fles grijpen. Als voorzitter van het lokale jeugdcomité probeert hij dit tegen te gaan.

Een man staat in de schaduw van enkele grote bomen tussen twee brommers

‘Veel jongeren verlaten Toucountouna,. Ze gaan werken in de katoenvelden of trekken naar Cotonou. In de stad liggen de kansen voor het rapen. Als je vastberaden genoeg bent, kom je er wel.’

‘We organiseren voetbalwedstrijdjes en petanquetoernooien,’ zegt hij. ‘Die sporten zijn erg populair bij jongeren en bieden niet alleen afleiding. Tijdens zulke activiteiten krijgen we ook een goed beeld van wie er in moeilijkheden zit, zodat we hen makkelijker advies kunnen geven.’

Daarnaast stimuleert Vénérand ook het ondernemerschap. ‘Veel jongeren maken hun eigen zeep en verkopen die op de markten. Dat is erg positief, want de werkgelegenheid is hier beperkt. Je bent sowieso op jezelf aangewezen.’

Die plantrekkerij is zichtbaar langs de kant van de weg. Overal staan kleine standjes met het logo van telefoonmaatschappij MTN, waar jongeren mobiele betaalkaarten verkopen. Anderen zwaaien met plastic flessen gevuld met benzine naar voorbijrazende motorrijders.

Maar zonder extra werkgelegenheid blijft er een voedingsbodem voor terrorisme bestaan. Jihadistische groeperingen zoals JNIM bieden kansen aan jongeren die ze elders niet vinden. Volgens denktank ACLED kunnen ze op die manier makkelijk hun rangen versterken en hun opmars voortzetten. Vanuit de noordelijke natuurparken oefenen ze druk uit op de rest van Benin.

Ook Olivier Krins van Enabel beseft dat de uitdagingen enorm blijven. Toch kijkt hij optimistisch vooruit. ‘Het fundament is gelegd. Nu moeten we de partnerschappen consolideren en verder uitbouwen.’

Tegelijk rijst de vraag of dat zal lukken, nu niet alleen de aarde, maar ook de geldstroom langzaam opdroogt.

Dreamteam of nieuw fiasco?

Kan het hechte partnerschap tussen België en Benin model staan voor een duurzame Europees-Afrikaans samenwerking? Het faliekante optreden van Europese staten in Sahellanden zoals Mali en Niger toonde dat louter militaire coöperatie niet werkt. In Benin biedt België niet alleen militaire, maar ook economische ondersteuning. In drie reportages nemen we de samenwerking tussen de twee landen onder de loep.

Volgende keer: hoe is het gesteld met de dreiging van jihadistische bewegingen in Benin en wat kan België betekenen voor de veiligheidsuitdagingen van het land?

Logo van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in
Een man staat naast een lading maniokwortels en het verkeersbord ‘Déviation’