Boeren moeten wijken voor goud in Burkina Faso

Burkina Faso heeft met relatief succes een democratische omwenteling doorgemaakt, maar levert dat ook toekomstperspectief op? Arne Gillis bezocht een tijd geleden een dorp dat plaats moet maken voor goudproductie. En wat blijkt? België speelt een sleutelrol in de boomende goudindustrie van Burkina Faso.

Burkina Faso werd in 2012 de vierde grootste goudproducent van Afrika. De goudaders die bloot komen te liggen, blijken van dezelfde kwaliteit te zijn als diegene die te vinden zijn in mijnen van wereldklasse in Mali en Ghana.

Het leeuwendeel van de Belgisch-Burkinese import- exportrelaties heeft te maken met de goudindustrie.

Het leeuwendeel van de Belgisch-Burkinese import- exportrelaties heeft te maken met de goudindustrie. België voert goud in en verkoopt zware machines geschikt voor de mijnbouw aan Burkina Faso, zoals bulldozers, angledozers en egaliseermachines) Het ingevoerde goud was in 2014 goed voor een totaalbedrag van 15,3 miljoen euro.

Binnen de EU is België de tweede belangrijkste exporteur van goederen naar Burkina Faso, goed voor 9,7 procent van de totale export. Met 19,1 procent van de totale import vanuit Burkina Faso naar de EU is België eveneens de tweede belangrijkste importeur van goederen uit Burkina Faso.

Maar wat betekenen die cijfers voor de bewoners van het platteland in Burkina Faso?

De boeren van het dorp zijn zichtbaar opgetogen dat er eindelijk wat ruchtbaarheid aan hun zaak wordt gegeven.
© Wouter Elsen

In het midden van nergens

Kounkoufouanou, een gehucht dat de middle of nowhere definieert, in het zuidoosten van het land. De stoffige weg erheen snijdt dwars doorheen de barre Sahel, richting de grens met Benin. In de zo goed als uitgedroogde beek is een man op zijn hurken druk in de weer met een zeef en een pannetje. Hij zoekt goud. Maar wat deze man in de rivier boven weet te halen, zijn slechts de kruimels die van tafel vallen. Op een niveau ver boven de artisanale goudzoekers opereren buitenlandse multinationals, met wie het voor de lokale bevolking kwaad kersen eten is.

Een groot deel van het dorp heeft zich verzameld voor het schooltje van het dorp. Het is het enige gebouw dat de raid van het leger overleefd heeft. We drukken vele handen, krijgen schouderklopjes en hartelijke blikken waaruit hoop spreekt. De boeren van het dorp zijn zichtbaar opgetogen dat er eindelijk wat ruchtbaarheid aan hun zaak wordt gegeven.

‘In 2006 vonden onze vrouwen goud in de bodem’, vertelt dorpshoofd Diagbouga.
© Wouter Elsen

‘Wij leven hier slecht’, schreeuwt dorpshoofd Moussa Diagbouga (64) in bijeengesprokkeld Frans als we arriveren. Zijn dorpsgenoten – schoffel losjes over de schouder gehangen – knikken instemmend. Onder een blauwe tulband schieten Diagbouga’s ogen alle kanten uit. De man heeft de laatste rechte lijn van zijn leven ingezet, maar boet duidelijk niet in aan vechtlust. Diagbouga heeft elf kinderen en woont sinds een half jaar als een opgejaagde hond in een dorp dat de facto niet meer bestaat.

Kounkoufouanou werd in juni 2015 volledig platgebrand door het leger tijdens een drie dagen durende frenzy. De militairen stalen naft uit de tanken van de motorfietsen van de inwoners om het dorp te vernietigen en zetten traangas in. Een meisje van twaalf verloor het leven, zesendertig mannen werden opgepakt. De aanklacht luidde: rebellie. Ze werden afgevoerd naar de gevangenis van Fada N’gourma, zo’n zeventig kilometer naar het noorden, waar ze een maand in de cel doorbrachten.

De school is het enige gebouw dat nog overeind staat.
© Wouter Elsen

Graaslanden

De officiële reden voor de inval luidde dat het dorp zich bevond in een gebied dat stond ingeschreven als graasland voor vee.

‘Alles was jarenlang op voorhand georkestreerd.’

‘Alles was jarenlang op voorhand georkestreerd’, zegt Jean Kagambaga, voorzitter van het lokale platform Mouvement Burkinabé des Droits de l’Homme et des Peuples (MBDHP). ‘De gronden van het dorp waren door de revolutionaire president Thomas Sankara inderdaad ingeschreven als graaslanden, maar de wetgeving was erg onduidelijk.’

In 2004 zagen de bewoners van Kounkoufouanou gezagsdragers van de regering grenspalen plaatsen die de graaslanden officieel afbakenden. De bewoners die hun huis hadden opgetrokken binnen de afgebakende zone werden door de regering verzocht zich te verplaatsen. Om geen problemen te veroorzaken deden zij dit ook, hoewel de gronden binnen de afbakening veel vruchtbaarder waren. ‘De regering bevestigde destijds dat het volledige dorp conform was met de wetgeving en dat de bevolking op beide oren mocht slapen’, zegt Kagambaga.

Er waren inderdaad geregeld vetes tussen lokale veehouders en landbouwers. Met wat goede wil zou iemand de beslissing van de overheid dus inderdaad kunnen zien als een poging om de angel te trekken uit dit conflict. De duidelijke afbakening tussen vee- en landbouwgrond zorgde ervoor dat het de laatste keer zou zijn dat een koe zich ongestraft tegoed zou doen aan de maïsoogst van dat jaar. Eind goed, al goed, dachten de inwoners van Kounkoufouanou. Zonder er meer aandacht aan te besteden ploegden ze voort op hun gierst-, katoen- en maïsvelden.

Kounkoufouanou werd in juni 2015 volledig platgebrand door het leger tijdens een drie dagen durende frenzy.
© Wouter Elsen

De NV Goudkoorts

Maar al snel bleek dat er meer stront aan de knikker hing. ‘In 2006 vonden onze vrouwen goud in de bodem’, vertelt dorpshoofd Diagbouga. ‘Een paar maanden later verschijnt een figuur in ons dorp met de naam Francis Zombre, die beweert toestemming te hebben om het goud te exploiteren.’

Zombre, een Burkinabé, blijkt goede contacten te onderhouden met de Canadese multinational Goldrush Resources Ltd. Eind 2010 verkoopt hij zijn papieren aan Goldrush Resources Ltd. voor de som van 150.000 dollar (betaling gespreid over twee jaar), 20.000 aandelen en drie procent van de opbrengst van de mijn.

‘Vanaf dat moment begonnen de autoriteiten van de nabijgelegen provinciale hoofdstad Fada aanmaningen uit te sturen om het dorp te verlaten’, zegt Kagambaga. ‘De inwoners organiseerden verschillende marsen naar Fada om de gouverneur op de hoogte te stellen van hun grieven. Had de overheid het gebied van de graaslanden verder uitgebreid?

De inwoners van Kounkoufouanou stelden voor de tweede keer in twee jaar tijd dat ze op zich geen problemen hadden met een gedwongen verhuis, maar dat ze op een z’n minst een alternatief zouden moeten krijgen. ‘Niet één overheidsinstantie voelde zich geroepen om hierop zelfs maar een antwoord te geven’, zegt Kagambaga. Zwijgen en opkrassen, luidde het devies.

Vele bewoners vluchtten naar het naburige Benin, of naar dorpen in de omgeving.
© Wouter Elsen

Ultimatum

Dertien juni 2015. De politie stelt een ultimatum: binnen de drie dagen moet het volledige dorp ontruimd zijn. Net voor de zonsopgang van zestien juni zijn Moussa Diagbouga en zijn zevenduizend dorpsgenoten getuige van een invasie van het leger. De raid op het dorp duurt drie dagen. Na afloop is alles verbrand, kapotgeslagen of gestolen.

Van de 36 mannen die toen werden gearresteerd, zijn er drie bereid om te spreken. ‘We zaten als ratten in de val’, getuigen ze. ‘Omdat de aanklacht ‘rebellie’ luidde, zeiden de militairen dat we extra hard gestraft moesten worden. We kregen geen eten, waardoor we voor onze overleving afhankelijk waren van de mensen van MBDPH. Onze vrouwen bleven alleen achter in het dorp, en hadden het nog moeilijker.’ Diagbouga wijst subtiel naar de bladjes van de bomen en beweegt zijn rechterhand naar zijn mond. ‘We kregen een celstraf van 12 maanden met uitstel en een effectieve boete van 100.000 CFA (+/- 150 euro).’

‘De staat zet angst in als instrument om mensen te onderdrukken.’
© Wouter Elsen

‘Ik dacht eerst dat het de jihadisten van Boko Haram waren die ons dorp binnenvielen. Ik kan nog altijd niet geloven dat mijn eigen regering hiertoe in staat kan zijn’, zegt Diagbouga. ‘De enige hoop die wij hebben is dat de mensen van MBDHP de regering kunnen interpelleren op wat hier gaande is. Wij willen gerechtigheid, deze barbarij moet stoppen.’

Sindsdien slaapt Diagbouga in het stof, net als het merendeel van zijn dorpsgenoten. De velden die ze bewerkten, zijn aangeslagen, de school is dicht. Andere bewoners vluchtten naar het naburige Benin, of naar dorpen in de omgeving. Daar vonden ze onderdak bij mensen die hun deur openstelden. Maar zowel Diagbouga als Kagambaga benadrukken dat solidariteit eerder uitzonderlijk is. ‘Iedereen heeft schrik dat met hen hetzelfde zal overkomen. De staat zet angst in als instrument om mensen te onderdrukken’, zucht Kagambaga. ‘Hetgeen hier gebeurt, is eigenlijk nog een brug verder dan de wantoestanden onder dictator Blaise Compaoré. Hij had op z’n minst nog het fatsoen om bepaalde dingen toe te dekken. De huidige transitieregering waant zich zo onaantastbaar dat ze zelfs dat vertikt.’

Op de vraag of hij iets verwachtte van de verkiezingen die eind november ondertussen plaatsvonden, antwoordde de man gelaten. ‘Ik hoop dat ik mij vergis, maar het is een slecht teken aan de wand dat alle kandidaten die zich presenteerden uit dezelfde hoek komen als hun voorgangers. Ik verwacht er eigenlijk niks van.’

‘Ik dacht eerst dat het de jihadisten van Boko Haram waren die ons dorp binnenvielen. Ik kan nog altijd niet geloven dat mijn eigen regering hiertoe in staat kan zijn.’
© Wouter Elsen

A poor lonesome cowboy…

Op de terugweg, de zon is al bijna onder, is de man nog steeds in de weer met zijn zeef. Hij kijkt kort op als we voorbijrijden. Maar zijn dagtaak zit er nog niet op. Met een snelle beweging jaagt hij voor de duizendste keer die dag een lading modder uit de beek door zijn zeef.

Een gelukszoeker in de Far West van Burkina Faso - kniehoog in het slijk, koortsachtig op zoek naar de tranen van de zon.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift