Tussen monocultuur en bosbehoud staat niet natuurbescherming, maar kleinschalige economie

Braziliaanse notenkraaksters en natuurreservaten moeten wijken voor winst en industrie

Dona Ivonete, 64 jaar en nauwelijks 1,5 meter, sjokt door een moerassige weide. Voor ons ligt een hectare overstromingsgebied, bezaaid met palmbomen, zwaar van kokosnoten. Ivonete draagt een gebloemde legging en een geel Mickey Mouse-T-shirt. Bij elke stap zinken onze voeten in het diepe, bruine water en hijsen we onze slippers naar de oppervlakte, waardoor modder op onze ruggen spat.

Na enige tijd bereiken we een hek. Dona Ivonete duwt het open en overziet het gebied met een snelle blik. Aan de voet van een palmboom liggen vuistgrote babassunoten. Een soort kokosnoot, kleiner en compacter dan we in Europa gewend zijn.

Ivonete verzamelt ze in een gebruikte rijstzak en draagt ze boven op haar hoofd, verder langs het hek.

© Kristin Bethge
© Kristin Bethge

Midden op de vlakte staat een hoge metalen ton waaruit zwarte rook walmt: een stapel houtskool, en daaromheen uitgedroogde en vergeelde palmbladeren en zwartgeblakerde boomstammen. ‘De bomen zijn vergiftigd’, legt Ivonete uit. ‘Ze boren gaten in de stam en injecteren bestrijdingsmiddelen.’

Met de handen op de rug begint Ivonete in de richting van de rookzuil te wandelen. Op de grond liggen rijstzakken met honderden babassunoten. In het gras zijn er verse sporen. ‘Niemand laat het vuur hier onbeheerd achter’, zegt ze. Wat ze bedoelt, is: iemand moet hier gevlucht zijn.

De hele wereld in een noot

Dona Ivonete is een van de leiders van de Quebradeiras do Coco Babaçu. Ze wordt met heel veel respect ‘moeder’ genoemd binnen de vrouwenorganisaties van het Braziliaanse Amazonegebied die met en van de babassupalmen leven.

Deze vrouwen eten de noten, persen melk van het vlees, wassen zich met zeep gemaakt van het vet, koken met kolen gemaakt van de schelpen, bouwen huizen met hout van de stam, daken met palmbladeren — en ze verkopen de olie. Die gaat ook naar Europa, waar je de babassuolie terugvindt in shampoos, crèmes en andere verzorgingsproducten van The Body Shop of Nivea.

Sinds de Europese ketens de olie ontdekten, is de vraag ernaar geëxplodeerd. Mensen als Dona Ivonete zorgen ervoor dat een groot deel van de winsten bij de vrouwen blijft die de olie produceren.

De quebradeiras leven van het verzamelen en verkopen van grondstoffen, zonder het milieu te verstoren waaruit ze worden gewonnen.

Er zijn ongeveer een miljoen van zulke notenkraaksters of quebradeiras. Ze doen hun werk met dank aan een wet die toelaat om de noten te oogsten op land waar ze niet zelf eigenaar van zijn.

Net zoals rubbertappers of jagers leven ze van het verzamelen en verkopen van grondstoffen, zonder het milieu waaruit ze worden gewonnen te verstoren. Sommigen zien zichzelf als bewakers van het bos. Anderen beschermen het bos om de eenvoudige, pragmatische reden dat het in hun levensonderhoud voorziet.

De levensstijl van deze gebruikers van het bos is beschermd in meer dan de helft van de natuurreservaten in het Amazonegebied. Alleen al in het Amazonegebied zijn er 116 nationale parken: een regio met de grootste biodiversiteit, het grootste regenwoud, de langste en meest volumineuze rivier op aarde.

Maar het land waar de babassupalmen groeien, waar regenwoud en savanne samenkomen, is ook een ideaal weiland. Duurzaam landgebruik botst hier al decennialang met ontbossing voor de veehouderij. Bewaker versus boer.

Bolsonaro wil de beschermde status van natuurreservaten opheffen als ze volgens hem de vooruitgang belemmeren.

Die avond dat de extreemrechtse Jair Bolsonaro tot president werd verkozen, in oktober 2018, verzamelden honderden boeren zich aan de rand van de grens van het reservaat waar Dona Ivonete woont. Ze marcheerden met kettingzagen en kwamen aanrijden met tractoren. Bolsonaro’s verkiezingscampagne beloofde om natuurreservaten te herzien en noemde ze “onproductief land”. Hij wil hun beschermde status opheffen als ze volgens hem de vooruitgang belemmeren.

Het reservaat waar Dona Ivonete, haar 96-jarige moeder, haar vier zonen, meer dan een dozijn kleinkinderen en een achterkleinkind leven, is zo een gebied. Haar thuis heeft de waarde die een decreet eraan geeft en die kan in rook opgaan met slechts één handtekening. Die van de president.

© Kristin Bethge

Niemand houdt zich aan de wet

Het reservaat Resex Extremo Norte ligt in het Braziliaanse drielandengebied Tocantins, Pará en Maranhão, een van de armste gebieden van het land. Alleen de veeteelt draait er goed.

Vanuit Imperatriz, de enige stad in de regio, waar zowat elke winkel boerderijbenodigdheden en zaad verkoopt, rijden we zo’n negentig kilometer naar het reservaat. In een pick-up, in de brandende hitte, in het felle licht en de windstille rust. Aan weerszijden van de weg domineert het palet aan ontboste gebieden: bruine aarde en blauwe luchten.

Eenzame babassupalmen priemen tot dertig meter hoog tussen duizenden stuks vee. De palmen zijn een symbool van de regio, beschermd door de wet. Elke boom kan 600 noten dragen. Het omhakken van een palmboom wordt beboet met 10.000 reals, of 2.500 euro.

De milieuwetgeving van het Amazonegebied is van toepassing: 80 procent van de particuliere grond moet in zijn natuurlijke staat gelaten worden. Maar bijna niemand houdt zich aan die regelgeving. Achter elektrische afrasteringen ligt landbouwland zo ver het oog reikt, en palmen zijn nog zeldzamer dan schaduw.

Twee uur verder maken de weilanden plaats voor palmbomen en komen we aan in het reservaat. Het licht wordt zachter, de temperatuur aangenamer, de omgeving levendiger.

80 procent van de privégrond moet hier zijn natuurlijke staat gelaten worden. Maar bijna niemand houdt zich aan die regelgeving.

Dona Ivonete ontvangt ons in haar kleurrijke en complexloze huis in het centrum van Carrasco Bonito. Haar terras bevindt zich de hele dag in een vrolijke chaos van familieleden, kinderen, huisdieren en klanten die langskomen om babassunotenolie te kopen.

Dona Ivonete zit op een krukje aan de rand van het terras wanneer ze opstaat en ons een teken geeft dat we haar moeten volgen naar de pick-up.

Met de hand

Vijf minuten verderop vinden we duizenden babassunoten op een plank en Dona Nega, een sterke, lachende vrouw van eind jaren zestig, zit op de grond.

Met de greep van een bijl in de holte van haar knie legt ze een noot op het blad van de bijl en slaat met kracht en precisie de noot tegen het blad. Daarna draait ze de noot om en slaat weer toe — vier, zes, acht keer. Met elke klap valt een prop wit vruchtvlees van misschien tien gram uit de noot.

Dona Ivonete zit op een krukje naast de stapel en neemt een handvol van het vruchtvlees, kauwt erop, nadenkend, toekijkend hoe haar buurvrouw kraakt.

Werken met de noot is traditie, en omslachtig. De zeep, het vet en de kolen die de quebradeiras produceren, zijn het resultaat van ambachtelijk handwerk.

© Kristin Bethge

Er was geen levensvatbare markt in Dona Ivonete’s reservaat. Tot ze in 2017 zelf een collectief oprichtte, dat de oogst van 200 notenkrakers beheerde en hun winsten met 60 procent verhoogde.

Sindsdien liet Ivonete het breken over aan anderen en focust zij zich op de boekhouding, verkoop, distributie en olieproductie. Een jaar geleden kocht ze een elektrische oliepers met steun van het ministerie van Milieu.

Ondanks de modernisering handhaven de vrouwen duurzame methoden. Ze verzamelen gevallen noten en snoeien de palmbladeren zodanig dat de bomen zich kunnen herstellen. Kolen worden niet uit het hout van de stam geproduceerd, maar uit de dop van de noten.

In haar jeugd betekende die levensstijl bittere armoede voor Ivonete. De lokale handelaar stelde de prijs onwrikbaar vast: twee cent per kilo kokosfragmenten. Ivonete en haar man ruilden de kokosfragmenten voor een lepel koffie of suiker.

© Kristin Bethge

 

Oorlog om land

De Braziliaanse regering begon in de jaren tachtig met het financieren van de veeteelt en kende daarbij landeigendomsrechten toe aan kleine boeren in het zuiden. Paarden en koeien, machines en jeeps arriveerden. De palmen stonden plotseling op privégrond, en binnen enkele jaren stond bijna alles achter een hek.

‘Vroeger lieten de boeren ons onze tuinen en palmbomen’, zegt Dona Ivonete. Dat was de stilzwijgende overeenkomst tussen boeren en notenkrakers: blijf uit elkaars buurt.

Op de VN-milieutop in Rio de Janeiro in 1992 presenteerde Brazilië zich als bewaker van de biodiversiteit en verklaarde het honderden regio’s tot beschermd gebied. Zelfs Extremo Norte werd op deze manier per decreet tot beschermd land verklaard. De staat beloofde om land van de boeren af te kopen. En toen de top voorbij was, vergat de staat zijn beloften.

Dona Raimunda, een lokale notenkraakster, nam contact op met rubbertapper Chico Mendes. Die leidde op dat moment een hele beweging van mensen die leven van de bossen, en werd daarvoor later vermoord.

Raimunda sloot zich aan bij het netwerk van de landloze boeren, vakbonden en linkse partijen. Er begon een oorlog. Landeigenaren huurden pistoleiros in, en de politie reageerde met doodseskaders. Boeren, rubbertappers, politici, priesters, moeders, kinderen: iedereen die in de weg stond moest eraan.

De nasleep van die moordcampagne is overal aanwezig: in graffiti en grote begraafplaatsen, en in de tastbare dreiging van geweld die over de rand van het Amazonebekken het hele land in vloeit.

Dit land is mijn land

Bij de ingang van zijn boerderij staat de zongebruinde 51-jarige Carlos Augusta (rechts op foto hieronder). Een meter zestig hoog en ongeveer even breed aan de schouders, wat hem de bijnaam Baixinho oplevert, de Kleine of de Geblokte.

Hij leidt ons langs verdroogde palmen. ‘Ik heb deze vergiftigd’, zegt hij, en hij legt uit hoe duur dat is. ‘Een liter picloram kost honderd reals. En je voegt twintig liter diesel toe om het te verdunnen, voor slechts één palmboom.’ Volgens Baixinho is het, alles in aanmerking genomen, beter dan de dikke bomen te moeten kappen.

Dona Ivonete stelde ons voor aan Baixinho. De twee zijn geen vrienden, maar praten af en toe met elkaar. Ze ontmoetten elkaar in 1992 toen Baixinho hier aankwam, ‘met niets anders dan het haar op zijn hoofd’, zoals Ivonete zegt. Vandaag is hij een rijk man, met 600 hectare land, duizend runderen en een dozijn herders onder zijn hoede.

Ivonete blijft weg uit zijn omgeving. Zodra hij over politiek spreekt, zwijgt ze of staat ze op om de tuin te bekijken.

© Kristin Bethge

‘Vorige week zijn vier van mijn runderen gestolen’, zegt Baixinho. ‘De week voordien acht.’ De dieven kwamen met vrachtwagens, sneden een doorgang in de haag, namen het vee mee en verkochten het voor 3.000 reals per stuk aan het slachthuis. ‘Ooit betrapte ik zelfs de voorzitter van het gerechtshof, die het vee stal met de pick-up van het gerechtsgebouw.’

‘Dit is niemandsland’, zegt Baixinho. ‘Als er geen wet is, moet je jezelf helpen.’ Daarom heeft hij elektrische hekken, om zijn land te verdedigen tegen anderen. Veel boeren doen hetzelfde.

In de eerste helft van 2019, na de inauguratie van Bolsonaro, lag het ontbossingstempo zestig procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.

Het probleem is dat het land toebehoort aan Baixinho, maar de vrouwen zijn evenzeer in hun recht. Babaçu Livre, de vrije toegang tot de bomen voor de notenkraaksters, is sinds 1992 wet.

Maar sinds de verkiezingen van oktober 2018 weten de boeren dat ze niet bang hoeven te zijn voor de gevolgen van het negeren ervan. Dus dat is wat ze doen.

In 2018 verloor Brazilië 1,3 miljoen hectare regenwoud. Vooral verontrustend is alles wat verloren gaat in en rond beschermde gebieden. In de eerste helft van 2019, na de inauguratie van Bolsonaro, lag het ontbossingstempo zestig procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.

600 wetenschappers schreven een open brief in het tijdschrift Science, waarin ze de Europese Unie oproepen de vrijhandelsonderhandelingen met Brazilië afhankelijk te maken van milieubescherming en inheemse rechten. Precies de dingen die Jair Bolsonaro wil afschaffen.

‘Dankzij ons’

‘Ik ben een bolsonarist’, zegt Baixinho. ‘Mijn hele leven heb ik gestemd voor corrupte ambtenaren. Deze keer heb ik tenminste de hoop dat hij dat niet is.’ Baixinho zit in een klapstoel op zijn veranda en slaat een vuist in zijn open hand. ‘Eén ding is zeker: we hebben orde nodig. Zoals vroeger’, zegt hij met een zekere voorzichtigheid in onze richting. ‘Wat men “dictatuur” noemt,’ en hij maakt er de dubbele aanhalingstekens uitdrukkelijk bij in de lucht, ‘noem ik orde en veiligheid’, zegt hij.

‘Dankzij ons floreren bedrijven, benzinestations, supermarkten. Maar de notenkrakers staan in de weg.’

Wanneer we vertrekken, loopt Ivonete voorop, buiten gehoorsafstand. Baixinho steekt van wal met een korte toespraak: ‘De president beloofde om alle gebieden te herzien waar er landconflicten zijn. Als hij maar eens langskwam. De grond is waardevol, hier kunnen we geld verdienen, er is werk. Dankzij ons floreren bedrijven, benzinestations, supermarkten. Maar de notenkrakers staan in de weg.’

Baixinho kijkt ons hoopvol aan. ‘Hier bouwen we aan de toekomst van Brazilië’, zegt hij. ‘De regering staat eindelijk aan de goede kant: de mens leeft van rijst, van bonen, van vlees. Niet van kokosnoten.’

Op ontploffen

In de vijf dagen die we in het reservaat doorbrengen, horen we dat de boeren de militaire dictatuur openlijk prijzen en hopen dat die zal terugkeren. Quebradeira’s vertellen op hun beurt over de gevallen boer van nu, die, in tegenstelling tot die respectabele boeren uit het verleden, een hebberige landdief werd.

De boeren begonnen hekken te plaatsen, terwijl het notenkrakerscollectief de deuren sloot uit angst om elkaar in het openbaar te ontmoeten. De autoriteiten die toezicht houden op de reservaten zijn de facto ontbonden, aangezien de regering hun bevoegdheden aan het ministerie van Milieu heeft onttrokken.

Intussen zijn de quebradeira’s onderling verdeeld: sommigen — uit berusting, zeggen ze – hebben de steun aanvaard van een cellulosebedrijf dat eucalyptusplantages in de regio exploiteert. Het bedrijf bouwt gemeenschapscentra, renoveert huizen en helpt bij de verkoop van babassuproducten.

Er ontbreekt slechts één enkele vonk om deze spanning te doen ontploffen. In 2017 stierven al 71 mensen bij landconflicten. Meer dan de helft van de doden viel in Pará, een staat grenzend aan Extremo Norte. De slachtoffers zijn inheemse mensen die van het bos leven, vakbondsmensen, geëngageerde pastors of advocaten die hun rechten verdedigen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Dona Ivonete herinnert zich nog steeds wat er in haar dorp gebeurde. In de jaren negentig vermoordden drie boeren er een priester. Iedereen in Carrasco Bonito weet wie de moordenaars van padre Józinho zijn. Het is duidelijk dat het sinds de verkiezingen elk moment weer kan gebeuren.

Dit verdomde reservaat

Vlak voor ons vertrek ontvangen we een bericht. Na herhaalde verzoeken staat de voorzitter van de boerenorganisatie ons een interview toe. We stappen op motoren en verlaten het dorp, naar de houten poorten van zijn grote boerderij.

Freidimar Sousa is een indrukwekkende verschijning. Hij is 39 jaar, maar lijkt veel ouder. Hij praat langzaam en eindigt vaak met: ‘Begrijpt u dat?’ We leggen uit dat we het willen hebben over de relatie tussen de notenkrakers en de boeren; over het reservaat en de bescherming van het bos.

Sousa staat op en gaat het huis binnen. Enkele minuten later komt hij terug met een grote map onder zijn arm geklemd. Hij trekt er een kaart uit, spreidt die uit en gaat er met zijn vinger overheen. ‘Dit land is van mij. Maar tot voor kort was ik niet bereid om er iets op te zetten, niet zonder toestemming van de administratie van het reservaat. En die wijst alles af.’

© Kristin Bethge

Hij haalt een stapel gele papieren tevoorschijn. ‘Om de paar weken staan ze daar voor de poort, begeleid door gewapende politieagenten, en delen ze boetes uit. 10.000 reals, 20.000 reals. Op de processen-verbaal staan vage beschuldigingen: ontbossing, landuitbreiding. Sinds de verkiezingen is er geen enkele kwaliteitscontrole meer geweest, want nu moet de directie van het reservaat toestemming krijgen van het ministerie van Milieu van Bolsonaro om de zaken te controleren.’

‘Toen het reservaat in 1992 werd opgericht, beloofde de staat ons compensatie,’ zegt Freidimar, ‘zodat we elders in vrede konden werken.’ En ook de quebradeira’s konden vrij en op hun eigen manier leven. Maar ‘de staat heeft geen geld,’ zegt Sousa, ‘dus overleeft de staat op deze boetes’. Freidimar Sousa klaagt het ministerie van Milieu sinds 2017 aan voor de rechter. ‘We strijden tegen wangedrag, begrijpt u?’ zegt hij. ‘Net als de notenkrakers.’

Duizenden babassupalmen groeien op het land van Freidimar Sousa. Hij vergiftigt ze niet. Zijn schoonzus is een notenkraakster. ‘Niemand van ons heeft iets tegen de quebradeira’s’, zegt Sousa, weinig overtuigend. ‘Maar het land kan beter worden gebruikt.’

Hij is landbouweconoom, zegt hij. ‘Açaibessen, cacao, papaja’s, pinda’s en cashewnoten groeien allemaal in het Amazonegebied en werden eeuwenlang geoogst door mensen die er wonen. Vandaag zijn het producten van de wereldwijde markt, geteeld door professionele boeren. Sommige vruchten worden geteeld op grote akkers, andere, net als bij de oorspronkelijke methoden, in intacte regenwouden. Hetzelfde kan worden gedaan met babassu. Dan zouden we dit verdomde reservaat niet nodig hebben, begrijpt u?’

***

Na ons bezoek krijgen we een WhatsApp-bericht van een parkwachter van de Braziliaanse milieudiensten. Het ministerie van Milieu heeft zijn ambtenaren onlangs verboden om met de pers te praten, dus hij wil anoniem blijven. ‘We hebben vandaag vernomen dat ons decreet niet zal worden verlengd’, schrijft hij. ‘Voor zover ik nu kan zien, zullen we onze status als reservaat verliezen. De hoop om een duurzame economie op te bouwen met babassunotenolie zal daarmee verloren gaan.’ Hij zegt dat hij wordt overgeheveld naar een ander reservaat, in de staat Pará. ‘De vrouwen,’ schrijft hij, ‘vechten nog elke dag.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 28 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift