Dossier: 

Weerbericht voor Lesbos: vluchtelingen in de bittere kou

De situatie van de vluchtelingen op de Griekse eilanden is op de achtergrond geraakt, toch zitten er zo’n 15.000 mensen vast op Lesbos, Samos en Chios. De levensomstandigheden zijn al bar in de zomer, en een plan om de winter door te komen, is er niet. Daarmee dreigt een herhaling van de humanitaire drama’s van vorig jaar. 

Een vluchtelingen houdt een spandoek omhoog bij een betoging in Mythilini

Een vluchtelingen houdt een spandoek omhoog bij een betoging in Mythilini

Mytilini, de grootste stad van Lesbos, is een pareltje. Maar in de uithoek van de haven wordt de idylle verstoord door een lelijk metalen hek. In de buurt liggen geen vissersboten aangemeerd, maar militaire schepen onder verschillende Europese vlaggen, en een vaartuig van Frontex, het Europese Grens-en kustwachtagentschap.

Even later rijdt een groene bus het terrein op. Eerst stappen een twintigtal beambten in fluovestjes af. Dan wordt een tiental vluchtelingen uit de bus geleid, een voor een en met de handen op de rug geboeid, behalve de twee kinderen in het gezelschap. Een klein ferrybootje, de San Nicolas, ligt klaar om hen terug naar Turkije te brengen. Voor hen zit het Europese avontuur erop.

Dit tafereel herhaalt zich elke donderdag, wanneer vluchtelingen van wie de asielaanvraag afgewezen werd, gedeporteerd worden. Die deportaties gebeuren in het kader van het akkoord tussen de EU en Turkije van maart vorig jaar. Die overeenkomst moest een einde maken aan de boten vol vluchtelingen op de Griekse stranden van Lesbos, Samos en Chios. Dat leek te werken, de migratieroutes verschoven naar Libië.

Opnieuw bootjes voor de kust

Echt opdrogen deed de vluchtelingenstroom natuurlijk niet. Er bleven rubberbootjes komen, zij het in aantallen die beheersbaar leken. In overeenstemming met de deal wordt wie niet in aanmerking komt voor asiel teruggestuurd naar Turkije, wie wel een positieve beslissing krijgt, mag verder reizen naar het Griekse vasteland.

Alleen, de verwerking van die aanvragen verloopt dermate traag en willekeurig dat duizenden mensen maandenlang op de eilanden vast komen te zitten in erbarmelijke omstandigheden. Het absolute dieptepunt werd vorige winter bereikt, toen zes vluchtelingen omkwamen van de kou of verstikten door de rook van geïmproviseerde verwarmingstoestellen.

De verwerking van asielaanvragen verloopt dermate traag en willekeurig dat duizenden mensen maandenlang op de eilanden vastzitten.

Er vielen zware woorden dat dit niet meer zou gebeuren, en de Griekse overheid evacueerde grote aantallen vluchtelingen uit landen van waaruit de asielaanvraag een grote kans heeft om goedgekeurd te worden. Maar met de eerste lentezon stopten alle inspanningen en verdampte de aandacht voor de situatie in de Egeïsche Zee.

Sinds augustus maken opnieuw meer vluchtelingen de oversteek, vooral veel Koerden uit Syrië en Noord-Irak die de desastreuze gevolgen van het referendum niet wilden afwachten.

De aantallen verschillen, maar het gaat om vijftig tot honderd mensen per dag. Dat maakt dat de Egeïsche eilanden weer vol lopen. Op Lesbos zitten er volgens de Griekse overheid zo’n 8000 mensen, op Chios 2200 en op Samos 2400. Ook op de kleinere eilanden Leros en Kos worden vluchtelingen opgevangen. In totaal zitten momenteel 15.000 vluchtelingen vast op de eilanden in de Egeïsche Zee, veel meer dan de opvangcapaciteit toelaat. Daarmee lijkt een nieuwe horrorwinter onafwendbaar, want een plan om nieuwe drama’s te vermijden is er niet.

Tenten tussen de olijfbomen, net buiten Moria Camp

Kamperen tussen de olijfbomen

Moria, een voormalige legerkazerne in het binnenland van Lesbos, is uitgegroeid tot het symbool van alles wat mis gaat op de Egeïsche eilanden. Oorspronkelijk was het kamp bedoeld om 3000 mensen op te vangen, maar vandaag zitten volgens de officiële cijfers zo’n 5300 mensen vast in Moria. Onnodig te zeggen dat het kamp uit zijn voegen barst. Zelfs de omliggende olijfgaarden staan intussen vol tenten.

Aan de oprit naar de tot tentenkamp omgevormde boomgaard staat een groot, kleurrijk beschilderd bord dat bezoekers welkom heet in een tiental verschillende talen, een tafereel dat gezien de context lijkt te getuigen van een zeker cynisme.

Afrikanen worden niet als “echte vluchtelingen” gezien door de Griekse instanties, hun dossiers worden nauwelijks behandeld.

Ihab is een van de handvol Jemenieten in Moria. Hij is hier nog maar twee weken, en heeft nog goede hoop dat zijn verblijf op Lesbos slechts van korte duur zal zijn. Samen met veertien andere vluchtelingen deelt hij een tent, niet meer dan een zeil tussen hem en de koude nachten. Via een omweg langs Iran bereikte hij de Griekse kust.

Dat hij vast zou komen te zitten in een tentenkamp aan de rand van Europa had hij nooit verwacht. Hij slaat zijn arm om zijn tentgenoot – een Irakees uit Mosoel – die erbij is komen staan. ‘Deze gelukzak mag tenminste binnenkort vertrekken.’

Onder de ander bewoners van de boomgaard klinkt minder optimisme. De meesten komen uit Sub-Saharaans Afrika en zitten hier al maanden, sommigen al meer dan een jaar. Zij hebben maar weinig hoop, en daar is ook weinig reden toe. Hoewel het nergens officieel neergeschreven staat, worden de Afrikanen niet als “echte vluchtelingen” gezien door de Griekse instanties, in tegenstelling tot mensen uit Syrië en Irak, en worden hun dossiers nauwelijks behandeld.

Een jonge kerel, Guillaumd, roept me om een slang te tonen die hij gisteren in zijn tent gevangen heeft. Hij is afkomstig uit Congo, wat even ongemakkelijk wordt als ik hem vertel dat ik uit België kom. Hij kampeert hier al een half jaar, maar heeft nog niets gehoord over zijn asielaanvraag. Op de vraag hoe het nu verder moet, haalt hij zijn schouders op. ‘Dat is in de handen van God.’

Moria, de vergeetput

Ondertussen is de avond gevallen, en dat maakt het makkelijker om Moria binnen te wandelen zonder door de bewakers aan de ingang opgemerkt te worden. Dat dit kamp niet klaar is voor de winter, is meteen duidelijk.

Een groot deel bestaat uit containerblokken, maar overal waar maar plaats is, staan ook geïmproviseerde tenten opgesteld. Het kamp, en ook de verschillende secties, zijn omheind met metershoge prikkeldraad. Waar vorig jaar gezinnen nog in een aparte sectie opgevangen werden, lopen nu overal kinderen rond. Rond de eerste open vuurtjes proberen mensen de nachtelijke koude te verdrijven, kinderen maken er een spellletje van om afval op te stoken. Dit moet fout gaan op een bepaald moment.

‘Iedereen krijgt twee dekens, eentje om onder je te leggen, eentje om over je te trekken. Daar moet je het mee doen’

Tussen de tenten en de wooncontainers hebben, net als in Calais, enkele vluchtelingen koffie- en theestandjes geopend, zelfs enkele kapsalons. Het doet Moria nog meer op een dorp lijken, eerder dan op een plek voor korte noodopvang.

Bij een van de standjes ontmoet ik Hussein, een jonge Afghaan die vlekkeloos Frans spreek. In 2008 was hij al eens op Lesbos, waarna hij doorreisde naar Frankrijk. Asiel kreeg hij er echter niet, en na enkele jaren werd hij gedeporteerd, om wat later de tocht naar Europa opnieuw aan te vatten.

Hussein vertelt dat hij een tent deelt met twaalf andere vluchtelingen. ‘Iedereen krijgt twee dekens, eentje om onder je te leggen, eentje om over je te trekken. Daar moet je het mee doen, hoewel het ‘s nachts al behoorlijk koud is. Water is ook een probleem.’ Hij wijst naar een paar kraantjes langs een van de grote tenten. ‘Er is te weinig water voorhanden, en het sanitair is onvoldoende. In de zomer kun je je nog onder de kraan wassen, maar niet in de winter.’

Overbevolkt, en ongeschikt voor de winter

Winter op komst

Twee maanden geleden maakte Hussein de oversteek. Hij werd geregistreerd, maar wacht nog op zijn eerste gesprek over zijn asielaanvraag. Het ergst vindt hij de verveling. ‘Wat ik doe op een dag? Ik wandel van hier naar daar, en omgekeerd. Soms ga ik eens naar Mythilini, om toch eens even iets anders te zien.’ Die verveling, samen met het feit dat de verschillende nationaliteiten anders behandeld worden door de autoriteiten, zorgt voor heel wat spanningen.

‘Nu is het rustig, maar dat kan elk moment omslaan. Mensen spreken elkaars taal niet, en een simpel misverstand loopt al gauw uit tot een massale vechtpartij, want iedereen zit erdoor. Zeker voor kinderen is dit hier echt geen gezonde omgeving.’

‘Mensen spreken elkaars taal niet, en een simpel misverstand loopt al gauw uit tot een massale vechtpartij, want iedereen zit erdoor’

Hussein vertolkt de grootste bezorgdheid van zowel hulpverleners als vluchtelingen. Hoe moet het nu in godsnaam verder de komende maanden? Want ondanks hun reputatie als vakantiebestemming kan het behoorlijk winteren op de Egeïsche eilanden. Niemand wil een herhaling van vorig jaar, toen de winter zes doden eiste.

Iedereen vreest het ergste. Want ondanks het feit dat de ngo’s op de eilanden al van voor de zomer vragen om een plan voor de winter op tafel te leggen, is dat niet gebeurd. Het behandelen van de asielaanvragen blijft met een slakkengang verder sukkelen, wat maakt dat mensen veel langer in de kampen op de eilanden zitten dan nodig. De harde levensomstandigheden en de ongelijke behandeling maken de situatie onvoorspelbaar en gespannen.

Tegelijk verlaten veel ngo’s de Egeïsche eilanden, omdat de financiering voor hulpverlening vermindert, en omdat de Griekse overheid de touwtjes zelf in handen wil nemen. Dat is bijvoorbeeld al het geval op het eiland Samos, waar bijna geen ngo’s meer actief zijn.

In principe is het natuurlijk ook wel de taak van de overheid om opvang en zorg te voorzien, maar niemand is er echt gerust in dat ze de uitdagingen aan kan. De situatie op het eiland Samos, waar zelfs elementaire zaken zoals sanitair en watervoorziening in het honderd lopen, doet weinig goeds vermoeden voor de komende maanden.

Tentenkamp aan de rand van Europa

Toch kan het anders. Dat bewijst Pikpa, een opvangplek net buiten Mytilini in een voormalig vakantiedorp. Het kamp wordt gerund door een schare aan lokale en internationale vrijwilligers. Pikpa richt zich op de meest kwetsbare mensen onder de vluchtelingen, maar wil hen tegelijk niet opsluiten in een soort slachtofferschap.

‘Opeens zit ik in een tentenkamp, op een eiland waar ik nog nooit van gehoord heb in omstandigheden die absoluut niet overeenkomen met het beeld dat ik van Europa had’

De mensen die bij Pikpa onderdak vinden, worden aangemoedigd om deel te nemen aan de werking van de plek, van praktische zaken tot het nemen van beslissingen. Die betrokkenheid maakt het wachten draaglijker voor de inwoners van Pikpa, al blijft het een tijdelijke oplossing.

Een van die inwoners is Ted Vouamgou, afkomstig uit Congo-Brazzaville. In zijn thuisland schopte hij net iets te hard tegen de schenen van het regime, en moest hij op de vlucht. Via Turkije kwam hij op Lesbos terecht, ergens eind vorig jaar.

Lange tijd verbleef hij in Moria. ‘Dat was als een nieuwe wereld voor mij. Opeens zat ik in een tentenkamp, ergens op een eiland waar ik voorheen nog nooit van gehoord had, in omstandigheden die absoluut niet overeenstemden met het beeld dat ik van Europa had.’

Ondertussen vond Ted een onderkomen bij Pikpa. Ook op het eiland heeft hij zich niet populair gemaakt bij de autoriteiten. Om de achterstelling van de Afrikaanse vluchtelingen aan te klagen, begon hij zich samen met anderen te organiseren en protesteren. Dat heeft gedeeltelijk resultaat gehad, maar kwam met een prijs.

Tenten tussen de olijfbomen, net buiten Moria Camp

Echte vluchtelingen

‘Er werd ons verteld - tijdens een overleg met de dienst die de aanvragen verwerkt - dat asiel een persoonlijke kwestie is, en niet gebaseerd wordt op nationaliteit,’ vertelt Ted. ‘Dat is uiteraard niet het geval, zoveel is duidelijk. Maar toen we onze vraag opnieuw stelden, kregen we te horen dat de beslissingen in Athene gemaakt worden, niet hier, en dat wij als Afrikanen geen reden hebben om hier asiel aan te vragen, en eigenlijk geen echte vluchtelingen zijn.’

De situatie van de Afrikaanse vluchtelingen op Lesbos is al lang een pijnpunt. In het begin werden Afrikanen niet eens geregistreerd, laat staan dat hun asielaanvraag ernstig genomen werd. ‘Na een aantal protesten van ons als Afrikaanse gemeenschap is er beterschap gekomen’, vertelt Ted.

Het protest en het idee dat Afrikanen geen “echte vluchtelingen” zijn, maakt dat de politie vaak gewelddadig tegen hen optreedt.

‘De meest kwetsbare personen krijgen nu de toestemming om het eiland te verlaten en worden opgevangen in betere omstandigheden op het vasteland. Je moet er echter al heel erg aan toe zijn om als kwetsbaar bestempeld te worden.

Zelfs zwangere vrouwen zonder complicaties komen niet in aanmerking. Er worden ook asieldossiers van Afrikanen behandeld, maar enkel van vrouwen. Als man alleen blijf je hier vastzitten, zonder enige hoop.’

Een beetje beterschap dus, maar met een hoge prijs. Het protest en het idee dat Afrikanen geen “echte vluchtelingen” zijn, maakt dat de politie vaak gewelddadig tegen hen optreedt. Bij de laatste grote betoging op 18 juli ging het er bijzonder hard aan toe. De politie gebruikte traangas en de wapenstok om het protest te breken. Zo’n 35 mensen werden gearresteerd, waarvan ogn een groot deel vastzit.

Veel vluchtelingen hebben schrik gekregen om zich te laten horen. ‘Nochtans zijn er genoeg regio’s in Afrika waar het minder veilig is dan sommige regio’s in Syrië,’ zegt Ted. ‘En uiteindelijk willen we gewoon hetzelfde als iedereen. Veiligheid, werk, en de mogelijkheid een familie op te bouwen.’

Een deportatie op Lesbos richting Turkije

Beleid van wegkijken

Eleni Altinoglou is erbij komen zitten. Zij is een van de mensen die aan de basis van Pikpa stond, nu vijf jaar geleden. Ze heeft de situatie op Lesbos al verschillende keren zien omslaan, van een transitplek in 2015 tot de wachtkamer van vandaag.

‘Er is veel veranderd, maar eigenlijk ook niet. Sinds de overeenkomst tussen de EU en Turkije zien we geen grote golven vluchtelingen meer aankomen. Hierdoor leeft het idee dat de crisis voorbij is, maar dat is niet zo. Laat dat duidelijk zijn. Er zitten duizenden mensen vast op de eilanden, soms al langer dan een jaar, en niemand kijkt naar hen om. Wij hameren er voortdurend op dat de situatie nog steeds nijpend is, en dat een beleid van wegkijken dramatische gevolgen zal hebben.’

‘We zien dat het aantal deportaties toeneemt, en dat dit gebruikt wordt tegen groepen vluchtelingen die opkomen voor een betere behandelingen’

Net als zowat iedereen is Eleni bezorgd voor de winter die voor de deur staat. ‘Vorige winter was verschrikkelijk. Niet alleen vielen er zes doden die vermeden hadden kunnen worden, de hele atmosfeer op het eiland zat fout. Dat moet ten alle kosten vermeden worden.

Al van voor de zomer vragen wij, samen met andere ngo’s, aan de Griekse overheid en de internationale organisaties hier op het eiland wat nu het plan is. Maar jammer genoeg lijkt het erop dat er helemaal geen plan voor de winter is. Dus ja, helaas dreigt het drama van vorig jaar zich te herhalen.’

Eleni Altinoglou heeft weinig goeds te vertellen over de beslissing van de Griekse justitie die Turkije een veilig land verklaarde. ‘We zien dat het aantal deportaties toeneemt, en dat dit gebruikt wordt tegen groepen vluchtelingen die opkomen voor een betere behandelingen door de verantwoordelijke instituties. Dit past in het bredere plaatje waarbij mensen die vluchtelingen en migranten helpen, of opkomen voor hun rechten, steeds vaker gecriminaliseerd worden. Die evolutie baart ons enorm veel zorgen.’

Harde taal en gebroken beloftes

Het discours over vluchtelingen is stevig verhard, zowel onder politici als bij het publiek. ‘Vluchten weegt bijzonder zwaar, en daar staan we te weinig bij stil. Niemand verlaat lichtzinnig huis en haard. Mensen zoeken in de eerste plaats veiligheid, maar ook het verlangen om een woonst en werk te vinden zijn normale menselijke wensen die iedereen deelt.

Hoewel de vluchtelingen op Lesbos niet in aanmerking komen voor relocatie zou het de druk van de ketel gehaald hebben.

Jammer genoeg is daar steeds minder begrip voor. We proberen hier in Pikpa een voorbeeld te stellen hoe er op een andere manier met vluchtelingen en migranten kan worden omgegaan, maar we blijven een uitzondering vrees ik.’

De vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor de huidige situatie op Lesbos en de andere Griekse eilanden is niet eenduidig te beantwoorden, vindt Eleni Altinoglou.

Europa gaat alleszins niet vrijuit. ‘Het is duidelijk dat geen enkel Europees land staat te springen om meer vluchtelingen op te nemen, maar de situatie zou anders zijn als de gemaakte afspraken waren nageleefd.’

Daarmee doelt Eleni op het relocatieprogramma dat in september dit jaar afliep. Volgens het akkoord zouden de EU-lidstaten 66.400 vluchtelingen uit Griekenland overnemen. En hoewel de vluchtelingen op Lesbos niet in aanmerking komen voor relocatie zou het de druk van de ketel gehaald hebben. Helaas vonden slecht 21.000 mensen een nieuwe thuis elders in Europa, slechts een derde van de beloofde plekken.

Een welkom dat weinig indruk zal maken

Geen excuses meer voorhanden

Ook de Griekse regering kan de handen niet langer in onschuld wassen. ‘Onze eigen overheid gedraagt zich onvoorspelbaar, en beslissingen laten veel te lang op zich wachten. De problemen stellen zich hier en nu. Het kan toch niet dat er opnieuw slachtoffers moeten vallen door de winterkou vooraleer er iets gebeurt?’

Het gevoel leeft op de eilanden dat dit geen gevolg meer is van incompetentie, maar het resultaat van een politieke beslissing.

Wat er ook van is, het is ongeloofwaardig om de situatie vandaag op de Egeïsche eilanden als een crisis te omschrijven. Al bijna een decennium komen er mensen aan op de kusten van Lesbos, Samos en Chios.

De beelden van vorige winter, toen een dikke laag sneeuw de kampen bedekte, hadden voldoende moeten zijn om de verantwoordelijke instellingen wakker te schudden. Toch zijn de leefomstandigheden in Moria, en in de andere kampen in Samos en Chios een jaar later nog even deplorabel.

Het gevoel leeft op de eilanden dat dit geen gevolg meer is van incompetentie, maar het resultaat van een politieke beslissing. De Griekse eilanden dienen in dit scenario als een soort bufferzone, als een nieuwe interne grens. De erbarmelijke levensomstandigheden, het lange wachten en de deportaties moeten mensen afschrikken om de oversteek te maken. De prijs voor dit beleid wordt betaald door de mannen, vrouwen en kinderen die in onzekerheid afwachten wat deze winter zal brengen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur