Burundees vluchtelingenkamp Lusenda staat op ontploffen

Terwijl de gevestigde presidenten van de naburige landen –Oeganda, Rwanda, Democratische Republiek Congo (DRC)– politieke spelletjes spelen om opnieuw verkozen te kunnen worden, gebruikt hun Burundese ambtgenoot openlijk geweld om elke oppositie te onderdrukken nadat hij zich heeft laten verkiezen, wat in strijd was met de Arusha-akkoorden.

Ongeveer 240.000 personen zijn ondertussen uit Burundi gevlucht, 14.000 van hen zitten opgesloten in het enige Congolese kamp in Lusenda, in Zuid-Kivu. De grens met Burundi ligt vlakbij. Dit gegeven en het gebrek aan voedsel waarmee de vluchtelingen te kampen hebben, verhogen de spanningen in een context die al delicaat is.

Een avontuurlijk uitstapje

13 januari, het korte droge seizoen lijkt Zuid-Kivu te zijn vergeten. De regens worden steeds heviger en verwoestender. Niettemin moeten we, bij gebrek aan een Rwandees visum, zo’n 200 km afleggen via de lange en kronkelige weg met steile kliffen alvorens Uvira, een grensstad met Burundi, te bereiken en verder te gaan naar Fizi, om af te reizen naar het enige Congolese kamp dat werd opgericht voor Burundese vluchtelingen. De tocht duurt een hele dag.

In Uvira moeten de voertuigen de rivier oversteken omdat de twee bruggen zo’n 9 maanden geleden zijn ingestort. De aanvoer aan de stad lijdt hieronder. De goederen die van Bukavu komen, moeten op de rug van mannen worden overgeladen.

Het verdachte Uvira

Doordat de Burundese hoofdstad slechts op een twintigtal kilometer ligt, is Uvira de eerste stopplaats voor tal van mensen die het land ontvluchten.

Midden januari wachtten zo’n 300 Burundezen op het betekenisvolle ‘Sesam, open u’, wanneer het kamp van Lusenda opnieuw open gaat. Hun aantal stijgt met de dag, vertelde ons de maatschappelijk werker, die nog vertelde dat er ook enkele vluchtelingen zijn met kogelwonden.

Het merendeel zijn jonge Hutu’s. Eén van hen is niet van ons weg te slaan, hij wil zijn verhaal vertellen. Hij spreekt over bedreigingen aan manifestanten en opposanten en zegt dat hij sinds anderhalve maand op zijn overplaatsing wacht. Een Congolees die ons begeleidt, vertelt dat hij bang is voor ‘gangsters van Bujumbura, stoned, gevaarlijk, moordenaars…’ terwijl de maatschappelijkwerker ons vlug richting de uitgang duwt. Bepaalde Congolese militaire verantwoordelijken bevestigen dat Uvira ‘de hoofdstad is van criminelen en rebellen die van Burundi naar Zuid-Kivu kwamen’.

Bedreigingen voor de regio

Hoe dan ook, de Burundezen lijken niet welkom op het kruispunt met Tanzania, Katanga (DRC) en de hoofdplaats van Zuid-Kivu. Deze bijzonder arme regio is nog steeds getraumatiseerd door de oorlogen en de fundamentele conflicten rond etniciteit. Hiervan getuigen de 37 grafstenen van de slachtoffers van de slachtpartij in Mutarule in juni 2014 die we op onze route tegenkomen.

Zelfs de rebellen van de landen uit de regio vormen een bedreiging voor de Burundese vluchtelingen

Volgens Paterne Murhula Batumike, onderzoeker bij het Europees Instituut voor Onderzoek en Informatie over Vrede en Veiligheid (GRIP), zouden de vluchtelingen rond de Rusizi-vlakte ook nu het doelwit kunnen worden van geweld of manipulatie door gewapende groepen. Zelfs de rebellen van de landen uit de regio (Rwanda, Burundi, DRC) vormen een bedreiging voor de Burundese vluchtelingen.

‘Die situatie kan de spanning tussen die landen aanscherpen en zou zelfs als voorwendsel gebruikt kunnen worden voor een militaire interventie, als men zich zogezegd bedreigd zou voelen’.

Verontrustende geruchten doen regelmatig de ronde in de regio. Zo zouden valse Congolese stemkaarten teruggevonden zijn bij Burundezen die via Rwanda gekomen zijn. Daarenboven zou de Congolese politie veelvuldige arrestaties uitgevoerd hebben van veronderstelde Burundese rebellen. Onder hen bevindt zich een technicus die werkt voor het radiostation RPA (Radio Publique Africaine), dat reeds gesloten werd door het regime. Nu hij werd overgebracht naar een gevangenis van Kinshasa riskeert hij teruggestuurd te worden naar Burundi. Het is geen pretje je toevlucht te zoeken in het land van Kabila.

Razende honger

Onder een loodgrijze hemel strekken zich tot zover het oog reikt luifels uit van plastic dekzeilen met het logo van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR). Aan de ingang worden we verzocht te wachten terwijl de migranten rondom ons toestromen en beweren dat ze ‘ontvangen werden door kogels van de politie’ en dat men hen wil verhinderen met de journalisten te praten.

Het wordt een verhit gesprek, met bedrukte gezichten schreeuwen de vluchtelingen hun honger uit. De politie drijft ze uit elkaar en leidt ons naar Hubert Mabika, vertegenwoordiger van de Congolese Nationale Vluchtelingencommissie (CNR). Deze laatste erkent dat de toekenning van 15 dollar per maand per vluchteling onvoldoende is, maar ‘het is de standaard van het UNHCR’. Bovendien zou de distributie van de coupon voor begin januari vertraagd zijn omwille van “vakantie”. Voor sommige vluchtelingen is het dus nog minstens een week wachten, met honger.

Op het ogenblik dat we het kamp willen bezoeken, jaagt men de furieuze massa rondom ons uiteen, men verhindert elke dialoog en men verzoekt ons om in richting van de directie van het gezondheidscentrum te gaan. Dit centrum wordt geleid door het agentschap voor sociaal-economische ontwikkeling ADES (Agence de Développement Economique et Social), een ngo uit Tsjaad en partner van UNHCR.

Gerantsoeneerde medicatie

We vinden een verpleger die aan het werk is, zelf ook een vluchteling.
In de wachtzaal fluistert Eric, een jongeman van 23 jaar, me zijn verhaal toe. Hij is een wees afkomstig van Cibitoke, één van de protestwijken van Bujumbura (Burundi). Hij is te voet op de vlucht geslagen nadat zijn broer vermoord werd omdat hij weigerde zich bij de de Imbonerakure aan te sluiten. Deze dubieuze milities van de presidentiële partij bestaan sinds P. Nkurunziza aan de macht kwam en worden in verband gebracht met allerlei gruweldaden.

‘In het kamp van Lusenda bevinden zich heel veel mensen die zich verzet hebben tegen de ronselaars. Als ze in Burundi waren gebleven, zouden ze vermoord worden of opgesloten. De moordenaars van de heersende partij zijn onder de invloed van drugs en worden beloond in dollars. Hun leider staat aan het hoofd van ons land’, klaagt Eric. Hij vervolgt: ‘Het probleem hier is de honger en het gebrek aan medicijnen. Men geeft ons slechts deeltjes van de pilletjes.’

De conversatie die amper was begonnen, wordt onderbroken door een verpleegster, die ons in de gaten hield en trots onze conversatie rapporteert aan haar verantwoordelijke als zijnde ‘buiten het strikte gezondheidskader’. Het lijkt wel Moskou of Damascus. Overal in het kamp volgen de aangestelde personen ons op de voet en verbieden ze ons onze camera boven te halen.

Zwijgen is honger, spreken is lood

Gloria’s verhaal bevestigt wat we van andere vluchtelingen hoorden. ‘Hoe moet ik mijn 6 kinderen voeden? De voedselbonnen dekken amper twee weken. We hebben op 8 januari geprotesteerd, de politie heeft ons beschoten. Er waren twee gewonden en verschillende arrestaties.’

Mariette, een jonge vrouw in het zwart gekleed en met een onmetelijk trieste blik probeert onze aandacht te trekken en neemt ons mee naar haar geïmproviseerde schuilplaats.

‘Vóór de verkiezingen zijn de Imbonerakure in mijn dorpje in de provincie Cibitoke ’s nachts elk huis binnengedrongen. Ze vroegen aan de mannen of ze voor president Nkurunziza zouden stemmen. Wie weigerde werd onthoofd. Mijn man riep: “Waarom doden jullie de mensen?” De militie sneed hem meteen de keel over. Daarop heb ik onze twee baby’s in mijn armen genomen en ben ik al lopend weggevlucht. Zonder kleren of identiteitsdocumenten.’

‘Men heeft mij geholpen om de rivieren over te steken. Ook hier voel ik me nog steeds onveilig. De politie schiet op ons. En de grens is te dichtbij, ik vrees voor infiltratie van milities van het regime.’ Eén van haar kinderen is ziek. Mariette weigert hem naar de medische post te brengen. ‘Ze hebben geen medicatie! En bovendien’, voegt ze eraan toe, ‘het is de honger die hem sloopt!’

De niet aflatende angst voor een genocide

‘Iedereen heeft hier honger’, zegt een jonge vluchteling. ‘Het toppunt is dat we al voedselbonnen voor februari gekregen hebben terwijl het nog maar 13 januari is en we hebben nog steeds niets voor januari ontvangen hebben. Als ik niet eerder gedood wordt, dan zal ik sterven van de honger. We zijn slechts 2 uur verwijderd van Burundi, ze kunnen ons komen vermoorden. Ik ben één van de weinige Tutsi’s onder de vluchtelingen: in Bujumbura heeft het regime op 11 december onze wijken geviseerd en tientallen jongeren van onze etnische gemeenschap geëxecuteerd. Als ze gericht zouden beginnen afslachten in de heuvels, dan zou de solidariteit tussen Hutu’s en Tutsi’s, gefundeerd door de Arusha-akkoorden, op de helling komen. De hele regio zou vuur vatten, tot in Congo en Rwanda’, aldus de jonge Tutsi.

Het regime in Burundi poogt de crisis een etnische kleur te geven door zijn tegenstanders als “Tutsi-honden” af te schilderen, een discours dat herinnert aan de voortekenen van de Rwandese genocide in 1994. In tegenstelling tot de vluchtelnigen in Rwanda, is de grote meerderheid van de 14.000 Burundese vluchtelingen in Congo Hutu. Hoewel ze tot dezelfde etnische groep als de president behoren, zijn ze geen aanhangers van zijn partij. Uitgehongerd en kwetsbaar dreigen ze een gemakkelijke prooi te worden voor de rekrutering van gewapende groeperingen.

HIV, met de H van honger

Bij het buitengaan van het kamp spreekt de vertegenwoordiger van de 155 personen met aids ons aan. ‘Bepaalde mensen onder ons hebben hun medicatie moeten stopzetten, bij gebrek aan aangepaste voeding. Het wereldvoedselprogramma (WFP) heeft ons in juni hulp beloofd maar we hebben nog niets gekregen!’ En onze Congolese begeleider licht toe: ‘Dat gaat problemen creëren zoals in 1994. Na de genocide hebben de Rwandezen ons aids bezorgd’.

Omdat wr geen enkele vertegenwoordiger van UNHCR ter plaatse zaegn, stelden we de organisatie de vraag wie het kamp in Lusenda eigenlijk bestuurt?

We krijgen eerst een vaag antwoord: ‘Het is de Congolese Nationale Vluchtelingencommissie.’ Daarna klinkt het dat ‘de verantwoordelijkheid bij de ontwikkelingsorganisatie AIRD (Initiatives africaines pour l’aide et le développement) ligt…Wat niet wil zeggen dat UNHCR niet aanwezig is’, legt Andreas Kirchhof, de woordvoerder, uit.

Van een gebrek aan medicatie heeft de vluchtelingenorganisatie echter niets gehoord. De waarnemersmissie van de Verenigde Naties in DRC (MONUC), daarentegen, heeft het wel vastgesteld.

Voedseltijdbom?

‘Ja, er is zeker vertraging geweest. De vluchtelingen hebben op 8 januari gemanifesteerd. De politieagenten, die de kluts kwijt geraakt waren, hebben geschoten… in de lucht, zeggen ze. Er waren gewonden, vermoedelijk ten gevolge van de woelende menigte en van een plundering. Het gezondheidscentrum heeft ons geen informatie gegeven over personen die neergeschoten werden.’ De vraag is echter: hebben de gewonden de moed gehad om ernaar toe te gaan, gezien de slechte reputatie van het centrum?

‘De voedselsteun die wordt toegekend aan Centraal-Afrikaanse vluchtelingen, veruit de grootste groep in de DRC, is met 20% teruggeschroefd.’

Werden bonnen met een datum van februari uitgedeeld in plaats van diegenen van januari? ‘Drukfout’, zo legt UNHCR uit. Is het niet verwonderlijk dat dit niet onmiddellijk gecorrigeerd werd gezien de spanning ter plaatse?

‘De internationale standaarden die door het WFP worden gehanteerd, zijn zwak’, erkent Andreas Kirchhof, ‘maar we hebben een gebrek aan fondsen. De voedselsteun die wordt toegekend aan Centraal-Afrikaanse vluchtelingen, veruit de grootste groep in de DRC, is met twintig procent teruggeschroefd.’

Kirchhof brengt ook het ongenoegen bij de Burundese vluchtelingen ter sprake. Ze worden in Katanga gedropt en tegen hun zin teruggebracht naar de gevaarlijke grenszone, met ontoereikende middelen voor voedsel.

Hij bevestigt de informatie die verspreid wordt in verband met de obstructies (NVDR: arrestaties, gedwongen mobilisering) die zich voordoen aan de grensposten bij alle Burundezen die proberen te vluchten.

En als de migrantenstroom zich voortzet in de DRC? ‘Lusenda was de enige plaats die voorgesteld werd door de autoriteiten. De maximale capaciteit van 18.000 personen zal snel bereikt worden. Als Burundi vuur vat, dan zouden er andere kampen geopend kunnen worden in Zuid-Kivu.’

Intussen heeft de wanhoop al verscheidene vluchtelingen ertoe gedwongen om onopvallend alles in te pakken en de weg op te gaan richting Tanzania.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift