Congo staat voor een stormachtig regenseizoen. Kan Kabila nog schuilen?

MO*journalist John Vandaele ging de temperatuur in Congo opnemen. Portret van een land dat op een hete herfst afstevent. ‘Ik geloof niet dat eerlijke verkiezingen er komen met Kabila. Hij moet eerst weg.’

John Vandaele

MO*redactie
Globalisering & wereldpolitiek, Oost-Azië, Centraal-Afrika
6 september 2017

In Congo neemt de spanning tussen de bevolking en de vertegenwoordigers van de Congolese staat toe. Op allerlei manieren en niveaus. Politieagenten in Kinshasa proberen op de grote Boulevard Lumumba auto’s tegen te houden telkens als het verkeer er gestremd wordt door overstekende mensenmassa’s van de volkswijken Masina of Kimbanseke.

Als ze een mundele (blanke) in het oog krijgen, neemt hun ijver nog toe. Ze wijzen dat we aan de kant moeten, maar mijn nochtans naar Radio Maria luisterende chauffeur is niet zo gezagsgetrouw dat hij op die suggestie ingaat. Als hij hen handig ontwijkt, kloppen ze op de auto. We rijden door en ontsnappen zo aan een theater dat ons gegarandeerd geld had gekost.

© Kris Pannecoucke

Florimont Muteba: ‘De Congolese overheidsbegroting is nog steeds maar 4 miljard dollar. Buurland Angola daarentegen heeft, met een derde van de Congolese bevolking, een begroting van 40 miljard dollar.’

Zoals die keer dat we bij de overgang van de provincie Noord-Kivu naar Zuid-Kivu vier “controles” voorbij moeten en onze begeleider koppijn krijgt van hoe de agenten ons almaar meer geld proberen af te persen. Ten einde raad belt hij naar een vriend op de lokale afdeling van Binnenlandse Zaken, die de agenten beveelt ons te laten gaan.

‘Waarom zouden we jullie belastingen betalen? We krijgen er niks voor terug.’

Dit lot treft ook de Congolezen: we zien hoe soldaten, zodra het donker is, iedereen die ze tegenkomen in de volkswijk Ndosho van de oostelijke stad Goma have en goed afhandig maken. En hoe in een winkel klanten en winkeliers eensgezind een “taxateur” verjagen als hij een bepaalde heffing komt opeisen. We vernemen hoe een agent die iemand lastigviel werd vermoord. ‘Waarom zouden we jullie belastingen betalen? We krijgen er niks voor terug.’ Dat is de geërgerde vaststelling waartoe steeds meer burgers komen tegenover vertegenwoordigers van de staat.

Zeer kleine staatsbegroting

Nieuw is de klacht niet, maar het lijkt erger te worden. Wellicht heeft de inflatie er iets mee te maken: in een jaar verloor de Congolese franc de helft van zijn koopkracht, de koers zakte van 900 naar 1600 francs voor één dollar. Dat betekent dat ingevoerde producten – en dat zijn er veel in Congo – haast twee keer zo duur zijn geworden, terwijl de ambtenarenlonen niet zijn aangepast.

Vanwaar komt de inflatie? Zeker is dat ze mede door de daling van de koperprijzen is veroorzaakt. Koper was al in Mobutu’s tijd de melkkoe van de Congolese staat. Toen de koperprijs in 2014-’15 bijna halveerde, was dat meteen voelbaar in de staatskas. De Congolese staat bespaarde én leende geld bij de centrale bank – zeg maar: er werd geld bijgedrukt. ‘Dat was minder dan één procent van het bnp’, vernemen we bij het Internationaal Muntfonds (IMF) in Kinshasa, maar het was voldoende om een serieuze geldontwaarding op gang te brengen. Wie kon, verkocht zijn Congolese francs, wat de ontwaarding verder in de hand werkte.

Ook de herinnering aan het Mobututijdperk, toen inflatie een gewoonte werd, wakkert ongetwijfeld het wantrouwen aan. De verwachting is meer inflatie, ook al heeft de koperprijs zich intussen hersteld en trekt de vraag naar kobalt – onmisbaar in batterijen voor mobieltjes e.d. – sterk aan. Congo is ’s werelds grootste kobaltproducent.

Congo blijft in een vicieuze cirkel: omdat ambtenaren slecht betaald worden, houden ze de opbrengst van de belastingen voor zich. Daardoor belandt weinig geld in de schatkist, waardoor de ambtenaren zeer schrale salarissen ontvangen, waardoor ze…

De kwetsbaarheid voor lagere grondstoffenprijzen toont aan hoe weinig gediversifieerd de Congolese inkomsten nog steeds zijn. Minder inkomsten doen extra pijn omdat Congo toch al een zeer kleine staat heeft. ‘De Congolese overheidsbegroting is nog steeds maar 4 miljard dollar. Buurland Angola daarentegen heeft, met een derde van de Congolese bevolking, 27 miljoen tegenover 82 miljoen, een begroting van 40 miljard dollar’, onderstreept professor Florimond Muteba van de Observatoire des Dépenses Publiques (ODEP), partner van de Belgische ngo 11.11.11.

‘Het fiscale potentieel van Congo is veel groter. Van de centrale markt van Kinshasa hebben we berekend dat het potentieel 2 miljard dollar is als iedereen er belastingen betaalt volgens de regels, in de praktijk komt er maar 200 miljoen binnen. De verklaring is dat veel mensen geen belastingen betalen, al dan niet omdat ze de fiscus omkopen, en als ze het wel doen, dat het geld verdwijnt voor het in de staatskas belandt.’

Zo blijft Congo in een vicieuze cirkel: omdat ambtenaren slecht betaald worden, houden ze de opbrengst van de belastingen voor zich. Daardoor belandt weinig geld in de schatkist, waardoor de ambtenaren zeer schrale salarissen ontvangen, waardoor ze…

Maar het probleem begint niet bij de ambtenaren. ODEP wordt betrokken bij de werkzaamheden van de commissie Economie en Financiën van het Congolese parlement. Daar vernam Muteba merkwaardig nieuws: ‘Het directoraat-generaal van de belastingen verklaarde er dat ministers en parlementsleden de belasting op hun persoonlijke inkomen niet betalen. Dat geeft aan dat de kern van het probleem politiek is. De president moet de motor zijn van de verandering. Anders lukt het niet.’

Kabila’s roofclan

Als politieagenten op kleine schaal belastingen privatiseren, doet de top dat op grote schaal. Uit een recent rapport van de ngo Global Witness blijkt dat 1,3 miljard van de 3,2 miljard dollar die mijnbedrijven in 2013-’15 aan de Congolese staat betaalden niet in de schatkist is beland. Waar dan wél is onduidelijk.

Grote bedragen lijken bij de Kabila-clan terecht te komen. Meestal zijn de Israëli Dan Gertler en/of het staatsmijnbedrijf Gécamines dan niet ver weg. Zo gaf Gécamines in december 2015 opdracht om 8 miljoen dollar baar geld klaar te houden op het Kinshasa-filiaal van de bank BGFI, dat geleid wordt door iemand die met Kabila opgroeide in Tanzania. Die 8 miljoen waren zogenaamd belastingen, maar belastingen worden altijd elektronisch betaald. Wie de zak geld kwam ophalen is onbekend.

© Kris Pannecoucke

Als politieagenten op kleine schaal belastingen privatiseren, doet de top dat op grote schaal. Bijna een derde van de bijdragen van mijnbedrijven aan de Congolese staat, belandde niet in de schatkist.

Soms wordt ook een Belgisch ommetje gemaakt: in augustus 2012 betaalde Gécamines 30 miljoen dollar aan “belastingen” aan het bekende Belgische advocatenkantoor Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick, dat weigerde uitleg te geven. Beroepsgeheim.

Of neem het verhaal van Africa Horizons, een van de vele bedrijven op de Kaaimaneilanden van Kabila-vriend Gertler. Dat bedrijf bleek plots de rechten te hebben die Gécamines had op de Kamoto Copper Company. Dat is de grote mijnexploitatie die ooit in handen kwam van Georges Forrest, die MO* voor de rechtbank daagde toen we schreven dat hij dit kroonjuweel van de Congolese koperregio onder schimmige voorwaarden in handen had gekregen. Forrest verkocht de mijn later voor een onbekend bedrag door aan Glencore, dat voor driekwart eigenaar werd, de overige 25 procent bleef bij Gécamines. De joint venture hield in dat Gécamines een bonus van 140 miljoen dollar zou ontvangen en jaarlijks royalty’s ter waarde van 2,5 procent van de omzet.

Het parlement weet niet wat er bij het staatsbedrijf Gécamines gebeurt: het wordt gerund als een privébedrijf ten voordele van Kabila.

Eind vorig bleek dus dat die rechten bij Africa Horizons zaten. Hoeveel Gécamines daarvoor kreeg, is onbekend en waarom het de royalty’s op een van ’s lands grootste mijnen afstaat evenzeer. Gécamines heeft aandelen in meer dan twintig joint ventures: of en welke dividenden die aandelen opbrengen, is ook al onbekend.

Het parlement heeft geen zicht op wat er bij Gécamines gebeurt: het is een staatsbedrijf maar het wordt gerund als een privébedrijf door CEO en Kabila-getrouwe Albert Yuma, eveneens de baas van de Congolese werkgeversfederatie. Dit soort geknoei is moeilijk in kaart te brengen, maar het is duidelijk dat hier de bronnen van Kabila’s enorme rijkdom te vinden zijn, de verklaring waarom de clan in zowat elke Congolese stad een of meer residenties, bedrijven of hotels bezit.

Dat alles is des te pijnlijker als je weet dat dit Congo een van de armste landen ter wereld blijft: alleen inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn volgens het IMF nog armer. Tien jaar Kabila heeft daar niks aan veranderd. De immense ontgoocheling daarover vormde ook de voedingsbodem voor de onlusten in Kasaï (zie het artikel “De sterren van Congo”, dat maandag op deze website wordt gepubliceerd).

Intussen maken Kabila en zijn regering gebruik van de situatie in Kasaï om nog maar eens uitstel van de presidentsverkiezingen te bepleiten. De indruk bestaat dat instabiliteit hem niet slecht uitkomt, meer zelfs: dat hij die zelf in de hand werkt door bijvoorbeeld verschillende gevangenissen te laten leeglopen. Ook in Oost-Congo is de rust nog altijd niet teruggekeerd. Toen we in Noord-Kivu waren, bleek het alleen langs de oevers van het Kivumeer echt veilig. In de heuvels heersen gewapende groepen.

Verkiezingsdrama

Tegen die wankele bestuurlijke en economische achtergrond speelt zich een verkiezingsdrama af. De grondwet voorziet in maximaal twee mandaten voor een president. Voor Kabila betekent het dat zijn regeerperiode eind 2016 definitief afliep. Hij zei echter dat het geld ontbrak voor verkiezingen, dat er geen kieslijsten waren, dat zus, dat zo… Dat zette kwaad bloed bij de bevolking, die meermaals op straat kwam omdat ze Kabila’s glissement, “geglibber”, niet pikte. Daarbij vielen heel wat doden.

Kabila heeft het Silvesterakkoord van eind 2016, dat bepaalde dat hij eind dit jaar het veld zou ruimen, op alle mogelijke manieren gesaboteerd.

Toen 19 december 2016, de laatste dag van zijn tweede mandaat, er aankwam, werd gevreesd voor bloedige confrontaties tussen Kabila’s ordetroepen en betogers. Uiteindelijk kwamen die er niet, omdat de bevolking bang was én omdat de Kerk bemiddelde tussen de presidentiële meerderheid en de oppositie. Die bemiddeling leidde tot het Silvesterakkoord. Dat voorzag in een overgangsperiode van één jaar waarin Kabila president kon blijven met een regering die door de oppositie werd aangestuurd, de verkiezingen zou voorbereiden die eind 2017 zouden moeten plaatsvinden, zonder Kabila als kandidaat. Sindsdien heeft Kabila er alles aan gedaan om dat akkoord te saboteren.

Abbé Nshole, secretaris-generaal van de bisschoppenconferentie, verbergt niet dat hij zich verraden voelt door Kabila: ‘We hebben eind 2016 gezocht naar een uitonderhandelde oplossing, omdat je met betogingen wel weet waar je begint, maar niet waar je eindigt. We geloofden dat zo’n oplossing mogelijk was, maar de bestuurders van dit land zijn te kwader trouw geweest. Ze respecteren het akkoord niet. We hebben onze mening bijgesteld: alleen een volksopstand kan de dingen in ons land veranderen.’

‘We hebben onze nek uitgestoken om een volksopstand te voorkomen. Het is niet de eerste keer dat we hem bijstaan. In 2015 stuurde Kabila ook al een van zijn mensen om ons te vragen of we de bevolking tot kalmte wilden aanmanen. De volkswoede dreigde toen over te koken omdat hij beweerd had dat er voor verkiezingen een nieuwe volkstelling nodig was en dat dat jaren zou gaan duren. Het is nu genoeg geweest, ’ vernemen we in de wandelgangen van de Congolese Kerk.

‘De bestuurders van dit land zijn te kwader trouw geweest.’

Clément Makiobo van de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede toont ons ook hoe in het interdiocesane centrum van Kinshasa, met steun van westerse overheden en ngo’s, een callcenter is opgezet dat berichten verwerkt van meer dan driehonderd betaalde waarnemers over hoe het staat met de voortgang van de kiezersregistratie, de voorbereiding van de verkiezingen en het respect voor de mensenrechten in hun regio. De Kerk voert ook een nationale campagne die de mensen uitlegt wat het Silvesterakkoord inhoudt, dat mensen een grondwettelijk recht hebben om vreedzaam te manifesteren en hoe ze dat het best kunnen doen.

Jongeren

De Kerk is traditioneel de sterkste organisatie van het land (zie het artikel “Waarom de kerk zo machtig is in Congo” dat u vanaf zaterdag op deze website kunt lezen), maar vooral onder de jongeren zijn er heel wat nieuwe organisaties die elk op hun manier streven naar een ander en beter Congo. Neem de Jeunesse Inter Communautaire du Masisi, JICOM, de intercommunautaire jeugd van Masisi. Masisi is het heuvelachtige Congolese “Zwitserland” in de provincie Noord-Kivu. De regio kwam meermaals onder Rwandese invloed en is nog steeds niet veilig.

© Kris Pannecoucke

Vooral onder de jongeren zijn er heel wat nieuwe organisaties die elk op hun manier streven naar een ander en beter Congo.

We spreken met de afdeling van Sake op dertig kilometer van Goma. Archias Bahati: ‘Wij zijn voor een vreedzaam samenleven en tellen leden uit verschillende gemeenschappen: Hunde, Shi, Hutu’s, Tutsi’s. We zeggen jongeren dat ze zich niet moeten laten verleiden en misbruiken door gewapende groepen. Toch laten sommigen zich meeslepen, omdat er amper werk is. Daarom hekelen we dat internationale organisaties hier zo weinig lokale jongeren aannemen. Onlangs was het Wereldvoedselprogramma hier op onderzoek, maar ze hadden niemand die de lokale talen sprak. Kun je je dat voorstellen?’

De jongeren zeggen zonder omwegen dat de JICOM tegen het Kabila-regime is omdat ‘die het land opeet’.

De jongeren zeggen zonder omwegen dat de JICOM tegen het Kabila-regime is omdat ‘die het land opeet’. Ze willen dat de bevolking, en zeker de jongeren, meer betrokken worden bij het bestuur. Bahati: ‘Denk aan Ghandi’s woorden: “Alles wat je voor me deed, maar zonder mij, deed je tegen mij.” In Kikoma, op enkele kilometers van hier, wordt de jongste tijd bijna elke week iemand vermoord. We weten niet wie erachter zit, maar als we vragen om vijftien soldaten extra in het dorp, krijgen we die niet. Dat roept vragen, op want het leger, de inlichtingendienst, de politie, ze zijn hier allemaal. Zijn ze dan medeplichtig? Nog zoiets: bij het binnenrijden van Sake heeft het leger een “barrière” opgeworpen. Als wij vragen wat die daar doet, verdwijnt die eventjes, maar na drie dagen is ze daar terug.’

De Ghandiaanse gedachte van actief geweldloos verzet slaat aan bij jongeren. Africa Reconciled is een jongerenbeweging die wordt gesteund door Broederlijk Delen. Initiatiefnemer Pascal Muguruka: ‘Actieve geweldloosheid leeft in het hart van ieder mens. Ikzelf heb uit mijn dorp in Zuid-Kivu moeten vluchten, ik was woest op de daders, maar aan de universiteit leerde ik Ghandi kennen, en ging ik beseffen dat we de ander moeten aanvaarden, onszelf beter leren kennen en streven naar verzoening. Daar werken wij aan in lokale clubs. Bij ons bezinnen jongeren zich over wie ze zijn en stimuleren we hen om hun eigen weg te vinden. We zetten hen ertoe aan zich in te zetten voor de gemeenschap. Wij werken eigenlijk in de eerste plaats aan de mensen.’

Als we met een club in een volkswijk van Goma praten, horen we verhalen van jongeren: de een voelt zich door Africa Reconciled gesterkt om de politie te vragen waarom een kennis gearresteerd is, een ander heeft er geleerd dat je kan samenwerken in diversiteit, nog een ander dat ontwikkeling in de eerste plaats persoonlijk is.

Wat opvalt bij deze bewegingen is dat ze, anders dan de klassieke ngo’s, steunen op vrijwilligheid, op het enthousiasme van de mensen om zich persoonlijk te engageren en niet op de dagvergoeding die ze denken op te strijken door naar vergaderingen te komen.

La Lucha

De bekendste jongerenbeweging is La Lucha (zie ook “Het nieuwe Congo komt eraan”, dat zondag online verschijnt), die ontstaan is in Goma uit de strijd van jongeren om deze stad met meer dan een miljoen inwoners toegang tot drinkbaar water te geven. Goma ligt aan het grote zoetwatermeer van Kivu en toch heeft bijna niemand er stromend water. Mensen bevoorraden zich ofwel zelf met hun jerrycan in het meer, of ze vullen die bij de tankwagens die water uit het meer halen en dan naar de wijken rijden. Het verbaast niet dat cholera slachtoffers maakt in Goma. Uit die strijd om water in Goma is een nationale strijdbeweging van jongeren ontstaan met afdelingen in alle delen van het land en sterke weerklank in binnen- en buitenland.

‘Kabila klaagt wel dat de staatskas leeg is, maar smijt intussen met geld om mensen om te kopen.’

Luc Nkulula is een van de drijvende krachten van La Lucha. ‘We werken aan een volksopstand tegen het einde van het jaar: Kabila moet weg’, zegt hij ronduit. Nkulula verwacht weinig van de bestaande politieke partijen. ‘Hun boodschap aan Kabila is: “Vertrek, zodat ik je plaats kan innemen en hetzelfde kan doen als jij.”

Zo’n Katumbi koopt toch ook maar jongeren om met zijn geld. Kabila heeft dat ook geprobeerd toen hij ons vorig jaar ontmoette. Hij bood ons 1 miljoen dollar om te “ondernemen voor de ontwikkeling”. Wij hebben geweigerd. Je mag niet vallen voor geld, anders verlies je elke geloofwaardigheid. We hebben Kabila gezegd om dat geld te investeren in de organisatie van de verkiezingen. In feite is dit schandalig: hij klaagt dat de staatskas leeg is, maar smijt voortdurend met geld om mensen om te kopen.’

Nkulula zou er totaal geen begrip voor hebben dat het IMF begrotingssteun biedt aan Congo: ‘Als de internationale gemeenschap dat doet, praat ze de corruptie goed.’

In Kinshasa met zijn immense bevolking van misschien wel twaalf miljoen inwoners, en miljoenen jongeren die moeilijk hun brood verdienen, broeit veel onvrede. AETA, eveneens een partner van 11.11.11, is een koepelorganisatie die streeft naar eerlijke verkiezingen. Gérard Bisambu van AETA is scherp: ‘Ik geloof niet dat eerlijke verkiezingen er komen met Kabila. Hij moet eerst weg.’ Maar dat zeggen heeft een prijs in het huidige Congo. Op 30 juni werd Bisambu gearresteerd. Sindsdien slaapt hij liever niet meer thuis.

Bisambu stelt dat hij in alle wijken van Kinshasa kernen heeft van jongeren die willen manifesteren als het moment gekomen is. In Masina ontmoeten we enkele van die jongeren. Ze hebben het moeilijk in het leven: de een verkoopt beleenheden, de andere gaat rond met brood en verdient daarmee een schamele honderd dollar per maand. Niet genoeg om van te leven. Ook zij werden opgepakt op 30 juni. ‘De politie stopte ons onder de zetels in hun combi. Ze schopten en bespuwden ons. Ze zeiden ons dat we zouden sterven, dat dat het lot is van wie tegen Kabila is.’

En nu?

De Kerk zegt dus dat alleen een volksopstand Kabila kan doen vertrekken, La Lucha werkt aan zo’n opstand, en riep op om op 31 juli te manifesteren. Abbé Nshole noemde die oproep in een vertaald Mo-artikel een antwoord op de vraag van de Kerk. Luc Nkulula van La Lucha: ‘Dankzij dat druk gelezen artikel gingen alle oppositiepartijen achter onze oproep staan.’ Die 31ste juli werd er ook echt in alle steden betoogd, maar het merendeel van de betogers waren leden van La Lucha. Nkulula: ‘De anderen keken meer de kat uit de boom: toen ze zagen dat de regering meteen hard optrad tegen de verboden manifestaties, bleven ze toekijken. Maar goed, dit was een eerste actie, er komen er meer.’

‘Als de Kerk zegt: marcheer, zullen we marcheren’, zegt een priester in een volkswijk van Kinshasa.

De grote vraag is of de verschillende actoren een beweging kunnen coördineren. En vervolgens sterk genoeg zijn om Kabila te verjagen. Zal de Kerk ook echt oproepen tot manifesteren? Dat zou veel uitmaken. ‘Als de Kerk zegt: marcheer, zullen we marcheren’, zegt een priester in een volkswijk van Kinshasa.

En wie komt er in de plaats van Kabila? Katumbi lijkt de bekendste en daarom meest voor de hand liggende opvolger. Sommigen zien hem als vertegenwoordiger van de oude garde – jarenlang gouverneur van Katanga als lid van Kabila’s partij en schatrijk –, maar anderen noemen hem het minste kwaad, een goede overgangsfiguur tot er een politicus opstaat die de idealen van de jongerenbewegingen echt kan vertolken. ‘We hebben een verzoener nodig, met charisma én visie, die de corruptie wil uitroeien, ’ omschrijft jurist Loochi Muzaliwa de vacature. Het wordt hoe dan ook een spannende herfst.

Meer uit het dossier Toekomst voor Congo?

FredR (CC BY-NC-ND 2.0)
Kris Berwouts heeft zijn boek ‘Congo’s gewelddadige vrede’ voorgesteld.
(c) MONUSCO Photos, CC BY-SA 2.0
MO* sprak met mensenrechtenactivist Charis Basoko over zijn visie, zijn passie, zijn liefde voor zijn Congo.
CC John Vandaele (CC BY-NC 2.0)
In Congo gelooft niemand nog in verkiezingen die er toch niet komen, schrijft Kris Berwouts in zijn pas verschenen boek “Congo’s gewelddadige vrede”.
U.S. Mission Photo/Eric Bridiers​
MO* verneemt dat er wordt overlegd of Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, tijdens haar aanstaande bezoek aan Congo Kabila zal waarschuwen dat het Internationaal Strafho

Meest recent van John Vandaele

riik@mctr
Maaltijden Brussels Airlines ‘niet te vreten’, beaamt boordpersoneel
John Vandaele geeft Brussels Airlines een goed bedoelde feedback. 
© Kevin McElvaney/Greenpeace
CO2-bom in Congo: ‘De bomen hier spreken Frans’
De Greenpeace-expeditie in Congo bevestigt dat er ook in Congo-Kinshasa veel veengronden en dus veel koolstof aanwezig is in de ondergrond van het regenwoud.
© Kevin McElvaney/Greenpeace
De ontdekking van een reusachtige CO2-bom in de Congolese moerassen
In Bonn wordt onderhandeld over een beter klimaatbeleid. Zo’n beleid verliest best de CO2-bom niet uit het oog die de mensheid in het Congobekken aan het ontdekken is.
Public Domain (CC0)
Fietsen in Gent: een verademing
John Vandaele maant steden aan om een voorbeeld te nemen aan het fietsbeleid van Gent.