‘Twee of drie maanden zonder inkomen brengt arbeidsmigranten in zware problemen’

Coronavirus vergroot de ongelijkheid in China

© Alderik Jacobs

Zhao Dingtao met zijn vrouw op de Panjiayuan-rommelmarkt

De inspanningen van China om het dodelijke coronavirus in bedwang te houden, hebben hun vruchten afgeworpen. Geleidelijk herpakt het dagelijkse leven zich. Maar de draconische maatregelen eisen een zware tol. De zwaksten zien hun inkomen opdrogen. Verslag vanuit Peking.

Zhao Dingtao wacht geduldig op klanten achter zijn verkoopkraam in Panjiayuan, Beijings bekendste rommelmarkt. Al tien jaar brengt de zestiger er samen met zijn echtgenote muziekinstrumenten aan de man. Chinese kleifluiten laat hij vanuit zijn thuisprovincie Henan aanbrengen om vervolgens zelf bij te slijpen. Maar tegenwoordig stelt Zhao maar een beperkt aantal exemplaren ten toon. ‘Welk nut heeft het? Zelfs tijdens het weekend verkoop ik niets.’

Het is inmiddels meer dan twee maanden geleden, op 23 januari, dat de Chinese stad Wuhan onder quarantaine werd geplaatst, na de uitbraak van het besmettelijke coronavirus. Andere steden en dorpen volgden dat voorbeeld en het openbare leven viel stil in grote delen van het land. Volgens voorspellingen zou de Chinese economie in het eerste kwartaal van het jaar wel eens met 10 procent kunnen krimpen. Meteen de eerste contractie sinds het einde van Culturele Revolutie in 1976.

Nu volgens de officiële cijfers de virusuitbraak onder controle gebracht is, heffen de autoriteiten de wegblokkades en vervoersbeperkingen weer op. De Chinezen durven weer naar buiten te gaan.

© Alderik Jacobs

Spandoek op de Panjiayuan-markt spoort aan een mondmasker te dragen en afstand te bewaren

Geen klanten, geen inkomen

Ook de Panjiayuan-markt van Zhao, een mengelmoes van 6000 verkoopstanden en winkels met porseleinen vazen, inktschilderijen en Boeddhabeelden, heeft de deuren weer geopend. Voor de epidemie zakten tot wel 70.000 gegadigden per dag af en Zhao verdiende behoorlijk zijn brood. Maar nu blijft zelfs op een weekenddag de teller aan de ingang steken onder de 5000 mensen. Komt daarbij dat de markt, om drukte te vermijden, niet meer dan 2100 bezoekers tegelijk toelaat.

Het is duidelijk dat het verwachte scherpe herstel van de consumptie tot nu toe is uitgebleven. Heel wat beperkingen op openbare plaatsen blijven bovendien van kracht. Want de Chinezen zijn nog altijd op hun hoede. Zeker nu het coronavirus uitgegroeid is tot een pandemie en de angst toeneemt voor een tweede epidemiegolf vanuit het buitenland.

Zhao vreest dat de gevolgen van de virusuitbraak lange tijd voelbaar zullen zijn. Een groot deel van zijn klanten waren binnenlandse en buitenlandse toeristen. Maar die zijn er nu niet. ‘Dit jaar verdien ik niets. Ik verlies hopen geld’, zegt Zhao, terwijl hij op zijn mobieltje de kredietbedragen toont die hij niet meer kan afbetalen. Voorlopig gaat hij tijdens de weekdagen op de Panjiayuan-markt als schoonmaker aan de slag. Dat brengt hem een schamele 70 yuan (10 euro) per dag op.

© Alderik Jacobs

Zhao Dingtao ontsmet de Panjiayuan-markt

De meeste marktkramen liggen er verlaten bij of zijn nog op slot. Vele verkopers verblijven volgens Zhao nog altijd in hun dorpen, waarnaar ze eind januari terugkeerden om Chinees Nieuwjaar te vieren, of doorlopen een verplichte zelfisolatie van twee weken na terugkomst in Beijing.

‘Er komt geen geld binnen en we hebben nauwelijks meer spaargeld. Veel langer mag het niet meer duren.’

Maandenlange beperkingen op reizen en werken, zetten gezinnen aan de rand van de Chinese samenleving onder enorme druk. Veel stedelingen zijn via thuiswerk in staat zijn hun inkomen te behouden. Arbeidsmigranten uit het platteland, die buurtwinkeltjes uitbaten of tewerkgesteld zijn in restaurants, worden evenwel extra zwaar getroffen.

Li Hongying verkocht in de voorbije jaren zelfgemaakte koekjes op een voedselmarktje aan de rand van de Chinese hoofdstad. Maar nu helpt ze haar ouders op een kleine boerderij in de provincie Hebei. ‘De markt is nog altijd gesloten, ik kan in Beijing niets doen’. Ondertussen betaalt ze wel nog altijd de huur van haar kamer in de stad. ‘Er komt geen geld binnen en we hebben nauwelijks meer spaargeld. Veel langer mag het niet meer duren.’

© Alderik Jacobs

Een verkoper tussen lege standen op de Panjiayuan-markt

Kloof wordt weer groter

Plattelandsmigranten, zoals Zhao en Li, hebben vaak informele baantjes zonder contract of stabiel inkomen. ‘In tegenstellingen tot stedelingen kunnen ze niet terugvallen op een sociaal vangnet’, zegt Hu Xingdou, hoogleraar economie. ‘Twee of drie maanden zonder inkomen brengt hele families in zware problemen.’

De Chinese premier Li Keqiang belooft dat de overheid kleine en middelgrote ondernemingen te hulp zal schieten met maatregelen zoals het kwijtschelden van belastingen en het verlengen van leningen. Arbeidsmigranten blijven evenwel in de kou staan.

‘Chinezen zijn nog nooit zo pessimistisch geweest in de tien jaar dat we peilingen afnemen.’

Nu de wereldwijde economie door de coronapandemie in een diepe recessie lijkt te duiken, dreigen nog meer Chinese plattelandsmigranten hun baan en inkomen te verliezen. Alternatieven hebben ze niet echt. ‘Voor hen is werken in de stad de enige optie om te overleven, want op het platteland verdienen ze te weinig’, zegt Hu. ‘De overheid zou voor de arbeidsmigranten die naar het platteland terugkeren meer financiële steun moeten bieden om een eigen zaak te starten. Maar op korte termijn is dat geen oplossing.’

Volgens een nog niet gepubliceerde peiling van het invloedrijke Onderzoekscentrum voor Chinese huishoudfinanciën in Chengdu verwacht 72,2 procent van de arbeidsmigranten in 2020 een daling van hun inkomen. ‘Chinezen zijn nog nooit zo pessimistisch geweest in de tien jaar dat we peilingen afnemen. Dat geldt voor arbeidsmigranten nog meer dan voor andere groepen’, vertelt Gan Li, directeur van het centrum en professor economie aan de Texas A&M Universiteit.

‘De ongelijkheid zal dit jaar onvermijdelijk weer toenemen’, vreest Gan. ‘Hopelijk is dat tijdelijk, maar enkel als de epidemie niet te lang duurt’. Ondanks jarenlange inspanningen van de regering om de kloof te dichten, is de inkomensongelijkheid in China nog altijd een van de grootste in de wereld. De Gini-coëfficiënt, de internationale meetstandaard voor ongelijkheid, bedraagt er 0.486, zo tonen de laatste berekeningen van het Chinese Bureau van de Statistiek.

© Alderik Jacobs

Aan de ingang van de Panjiayuan-markt meet een warmtecamera de lichaamstemperatuur van de bezoekers

Meer geld naar de armen?

Inkomensongelijkheid is het grootste obstakel voor de ontwikkeling van China, vindt Gan. De Chinese econoom is al jaren een pleitbezorger voor inkomensherverdeling van de rijken naar de armen. Dat is van belang om van China een op consumptie georiënteerde economie te maken.

In plaats daarvan spendeert de Chinese overheid geld aan grootse projecten. Van zijn bruto binnenlands product (bbp) gaat 6 procent naar de bouw van snelwegen, spoorwegen en luchthavens, zes keer meer dan het wereldgemiddelde. Maar met sociale uitgaven en sociale zekerheid hinkt het met 8,6 procent van zijn bnp ver achterop vergeleken met andere landen. België geeft 29 procent van zijn bnp uit aan sociale bescherming.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De laatste jaren vinden Gan’s gecalculeerde plannen voor directe geldtransfers naar de arme bevolkingslagen gehoor bij de hogere regionen van de Chinese overheid. ‘Maar ze vertellen me dat de tijd nog niet rijp is of dat ze het geld nog niet hebben’.

Met de coronacrisis zijn er signalen dat China dezelfde oude weg inslaat. In het verleden nam de centrale regering in Beijing bij elke economische crisis toevlucht tot de beproefde aanpak van nog meer infrastructuurwerken. Zo ook in de nasleep van de financiële crisis van 2008. Dat lijkt nu weer het geval. Twintig provincies en steden hebben alvast al een investeringslijst opgesteld van in totaal 44000 miljard yuan.

Maar Gan wil het deze keer anders. In navolging van andere landen stelt hij voor eenmalig een bedrag van 1.620 yuan (210 euro) direct te geven aan Chinezen met een laag inkomen. ‘Geef een dollar aan een arme, en hij geeft 80 procent ervan uit.’ Het verlicht hun inkomensverlies en stimuleert de consumptie, wat dan weer een krachtige stimulans geeft aan de hele economie.

© Alderik Jacobs

Gesloten boekenkraampjes op Beijings bekendste markt, de Panjiayuan-markt

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift