Dossier: 
‘Luxeactivisme’ in Duitse Dannenröderbossen

Al gaat het bos tegen de vlakte, bosbezetters gaan door: ‘Nog honderden kilometers autosnelweg gepland’

© Arne Gillis

‘We zitten heelder dagen in de bomen. Als we overdag naar beneden komen, lopen we kans om gearresteerd te worden.’

Voor de aanleg van de A49-autosnelweg moet in Duitsland een stuk van het Dannenröderbos wijken. Activisten bezetten het bos om de kap te verhinderen, sommigen al een jaar lang. ‘Onze strijd is méér dan een symbool in de wereldwijde klimaatcrisis. Wij staan voor een andere manier van leven.’ MO* trok naar Dannenröder en trof een langs alle kanten omsingelde, maar begeesterde groep activisten aan.

Wie door het achterland van de Duitse deelstaat Hessen rijdt, hoeft er niet van overtuigd te worden. Dit centraal gelegen deel van Duitsland is akelig schoon, veilig en economisch welvarend. Ligt het aan de coronacrisis, of lijken de dorpjes er voorgoed ingeslapen?

In het plaatsje Stadtallendorf, op een kwartier rijden van het Dannenröderbos, stond ooit de grootste wapenfabriek van nazi-Duitsland. Vandaag komt de actie er uit een andere hoek. De A49-snelweg moet Gießen, een belangrijk verkeersknooppunt, verbinden met Kassel. Het geplande stuk autostrade loopt zo dwars door het Dannenröderbos.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het plan bestaat al sinds de jaren zeventig en ook toen stuitte het op hevig verzet. Dezelfde argumenten van toen komen vandaag terug. ‘De gevolgen van de kap voor mens en natuur in de regio zijn onaanvaardbaar. Dit bos is 250 jaar oud’ zegt Frank, een streekbewoner die het verzet helpt waar hij kan.

‘Het is een van de laatste gezonde, gemengde bossen uit de hele regio, misschien zelfs uit heel Europa. Mensen uit de hele regio zijn ervan afhankelijk voor hun drinkwater. Het is een broedplaats voor veel diersoorten. Wat hier gebeurt, is zonder meer een ramp’, weet Frank.

De oude, zelfverklaarde anarchist is er zichtbaar het hart van in. Waar activisten zoals hij veertig jaar lang zegevierden, lijken ze vandaag het onderspit te delven. Op 1 oktober van dit jaar gingen de eerste bomen van Dannenröder voor de bijl.

© Arne Gillis

MO* trok eind november naar Dannenröder, en trof een langs alle kanten omsingelde, maar begeesterde groep activisten aan.

#DanniBleibt

Wat de politie vreesde, gebeurde ook: bij het begin van de kap, op 1 oktober, nam het verzet niet af. Het groeide net. Plots oversteeg het bos zijn louter ecologische waarde. Dannenröder werd liefkozend ‘Danni’ gedoopt en werd niets minder dan een nationaal gekend ecologisch symbool. Met de hashtag #DanniBleibt werd de decennialange strijd voor het behoud van Dannenröder geüpdatet naar het huidige tijdperk.

Het bos oversteeg zijn louter ecologische waarde. Dannenröder werd liefkozend ‘Danni’ gedoopt en werd een nationaal gekend ecologisch symbool.

Wie zich bij dat verzet oppervlakkige koek op maat van Instagram voorstelt, komt bedrogen uit. Sommige activisten wonen al een jaar in het bos, in weer en wind. Dat vergt wat van een mens. Het is dan ook niet moeilijk om de diehard activist te onderscheiden van de toevallige bezoeker: die eerste staat zich bij ons bezoek in november niet rillend van de koude op de vingers te blazen.

De bosbezetters zijn met vele tientallen en hebben zich gespecialiseerd in creatief en speels verzet: barricades opwerpen en platformen bouwen in de bomen, waarin ze weer en wind trotseren. Al die platformen vormen afzonderlijke dorpjes tussen de stammen, stuk voor stuk bastions in de strijd voor het behoud van het bos. Of toch minstens de strijd om de kap ervan zo lang mogelijk saboteren.

Zonder twijfel het meest indrukwekkende van die dorpjes heet ‘Nirgendwo’, wat ‘nergens’ betekent. Hier laten de bosbezetters zien wat ze in hun mars hebben: indrukwekkende boomhutten waarvan sommige op dertig meter boven de grond hangen. Met ingenieuze touwsystemen zijn de verschillende platformen met elkaar verbonden. Daartussen bewegen de inwoners zich als eekhoorns in slow motion.

© Arne Gillis

Als eekhoorns in slow motion bewegen de bewoners zich voort tussen de boomhutten en platformen.

Maar ook de kettingzagen rukken op. De politiemacht, met in haar zog arbeiders met bulldozers en harvesters, is genaderd tot op enkele tientallen meters van Nirgendwo. Achter hun ruggen strekt een donkere landtong zich uit. Kaalgevreten land in een zee van herfst.

Zelfmoorddoos

De activisten zijn volledig omsingeld door politielint en bereiden zich voor op de eindstrijd. ‘Het is niet gemakkelijk om je optimisme te behouden, als je de kettingzagen van drie kanten hoort komen’, geeft Romi toe. Het is niet haar echte naam. Ik tref de activiste aan op een soort zelfgebouwde driepikkel, zo’n vier meter boven de grond. Ze zit er al negen uur, onder een aluminium reddingsdekentje.

‘Het is niet gemakkelijk om je optimisme te behouden als je de kettingzagen van drie kanten hoort komen.’

Romi zegt dat ze al bijna een jaar in het Dannenröderbos woont. Daarvoor was ze betrokken bij de bezetting van het Hambacherbos, nabij Keulen, dat in 2016 moest wijken voor een bruinkoolmijn. ‘We gaan door’, luidt het vastberaden op de vraag hoe ze zich voelt.

Verschillende van Romi’s collega’s brengen dag en nacht door op de platformen of hangend tussen de bomen. Ze hebben berekend dat de politie een hele kluif zal hebben aan de ontmanteling van Nirgendwo.

© Arne Gillis

Kijk maar eens naar dat touw’, enkele oranje touwen houden een soort doodskist in de lucht die acht meter boven de grond bungelt. ‘Onze zelfmoorddoos.’

‘Er zijn mensen die zich hebben vastgeketend aan een reusachtig blok cement. En kijk maar eens naar dat touw’, wijst Romi. Boven het politielint hangt inderdaad een dun oranje touw, dat Nirgendwo helemaal insluit. Latere inspectie leert dat het in feite meerdere touwen zijn, die allemaal samen een soort doodskist in de lucht houden die acht meter boven de grond bungelt.

‘Onze zelfmoorddoos’, grijnst Romi dunnetjes. ‘Snijdt de politie één touw door, dan valt de kist uit de boom en sterft de persoon die erin zit. Dat hebben we allemaal heel duidelijk gecommuniceerd aan de politie. Ze zullen over lijken moeten gaan om ons hier weg te halen.’

Het Mordor van het Dannenröderbos

Aan de noordelijke rand van het Dannenröderbos ligt het kamp van de activisten: een infopunt, een tentenkamp, een volkskeuken en een groot podium. Levensgrote letters ‘Planet B’ hangen boven de ingang van het bos. Maar het podium is verlaten. Ik laat me vertellen dat de tentjes op de kampeerweide sinds enkele weken serieus uitgedund zijn. Er staan er nog een vijftigtal. ‘Vorige week hadden we nog een optreden’, klinkt het. ‘De sfeer is sindsdien inderdaad wat ingezakt.’

In de volkskeuken heerst wel bedrijvigheid. ‘We maken hier elke dag eten voor vierhonderd mensen. Het grootste deel van het eten krijgen we van buurtbewoners. Als je iets wil meebrengen, laat het dan geen aardappelen of tofu zijn’, waarschuwt een van de koks.

© Arne Gillis

‘We maken hier elke dag eten voor 400 mensen. Het grootste deel van het eten krijgen we van buurtbewoners.’

Ik praat even met de kok, maar hij onderbreekt me met een antwoord op een eerdere vraag. ‘Kijk, daaraan kan je zien hoeveel steun onze beweging geniet van de hele regio’, lacht hij. ‘Iedereen komt ons te eten brengen. Onze voorraadkast zit altijd vol. Kleren, eten, zelfs bier en tabak. Af en toe komen ze zelfs wat cannabis brengen.’

De sfeer heeft wat weg van een festival, maar dan op een maandagochtend. De navenante kater komt in de vorm van de realiteit. Op de aanpalende heuvel ligt de basis van de ordehandhavers, pal in het zicht van de kampeerweide.

Sommigen noemen het Mordor, anderen Guantánamo. Wie een kijkje gaat nemen, begrijpt waarom. Honderden in zwarte gevechtsuitrusting gestoken politieagenten bewegen zich er in het gelid voort op kaalgevreten bosgrond. Op geregelde afstanden liggen er hopen stammen en takafval opgestapeld. Het geheel is afgezet met versterkte dranghekken, gul getooid met rollen prikkeldraad.

Iedereen is geschrokken van hoeveel vorderingen de boomkappers vandaag gemaakt hebben. ‘Morgen pakken ze Nirgendwo aan’, wordt er gefluisterd.

© Arne Gillis

Op geregelde intervallen liggen er hopen stammen en takafval opgestapeld. Het geheel is afgezet met versterkte dranghekken, gul getooid met rollen prikkeldraad.

Kat en muis

Dan valt de avond over het bos. De kettingzagen stoppen met huilen, de harvesters staken hun activiteiten en de honderden agenten keren terug naar hun basis. Het bos baadt in de gloed van felle politieschijnwerpers. De rust lijkt weer te keren.

Maar ze is van korte duur. Onder de dekking van de nacht dalen de bosbezetters af uit hun schuilplaatsen en beginnen ze de politieagenten uit te dagen. De agenten komen dreigend opzetten. Maar het is spierballengerol, ze laten begaan. Al snel ontspint er zich een uitgelaten spelletje handbal, op de lege vlakte waar een paar uur geleden nog bomen groeiden.

‘Het is belangrijk om wat beweging te hebben, en dat kan eigenlijk alleen ’s nachts’, zegt een van de activisten. ‘We zitten hele dagen in de bomen. Als we overdag naar beneden komen, lopen we de kans om gearresteerd te worden.’

Even later is het gedaan. De helverlichte poort van het politiekamp gaat open, de charge lijkt te worden ingezet. Als konijnen schieten de handballers weg, terug de restanten van het bos in.

Dan trekt de politiemacht zich eveneens terug in haar versterkte vesting. De laatste agent wil de poort afsluiten met een hangslot, maar het wil niet onmiddellijk lukken.

Tobi, een Zwitserse filmmaker, ziet het gebeuren en is er als de kippen bij om het tafereel te filmen. Hij vertelt dat hij een film maakt over een buitenaards wezen dat op een dag de aarde aandoet. Met een zo onbevangen mogelijke blik verwondert het hoofdpersonage zich over de grootste menselijke eigenaardigheid: hoe die omgaat met zijn leefomgeving. Minutenlang staat Tobi te filmen hoe de agent zich in Mordor probeert te verschansen. ‘Wie is er nu de gevangene?’, zegt hij dan, tegen niemand in het bijzonder.

© Arne Gillis

Op de aanpalende heuvel ligt de basis van de ordehandhavers, pal in het zicht van de kampeerweide.

Gele hesjes

Op het veld bij de gaarkeuken schuiven twee figuren aan voor een veganistisch prakje. Ze dragen gele fluohesjes. Hun schoenen zijn schoon. Nee, deze mensen zijn nog niet in het bos geweest. Het zijn politici. Terwijl ze aanschuiven probeert menig activist hun politieke affiniteit te achterhalen door het logo op de hesjes van dichtbij te lezen.

Het duo gaat er bedaard mee om. Ze stellen zich voor: Lorenz Gosta Beutin en zijn parlementaire medewerker. Vanwege de Die Linke-partij zijn ze vanuit de noordelijke stad Kiel afgezakt om hun steun te betuigen aan de bosbezetters. Hun actieterrein mag dan de Bundestag zijn en niet het bos, ‘we trekken aan hetzelfde zeel’, maken ze duidelijk.

‘Duitsland gaat nooit de klimaatdoelstellingen van Parijs halen als we verdergaan op de weg die we nu bewandelen.’

‘Het is duidelijk dat Duitsland nooit de klimaatdoelstellingen van Parijs gaat halen als we verdergaan op de weg die we nu bewandelen’, zegt Beutin. ‘En dan kappen we ook nog eens dit stuk waardevol bos. Het is onbegrijpelijk’. Beustin noemt het groene imago dat zijn kanselier Angela Merkel in Europa heeft een urban legend. ‘Net zoals de groenen zelf. Ze willen het kapitalisme groen schilderen. Dat werkt…’, Beutin hapt naar adem, ‘…niet!’

Hij heeft gelijk over het spagaat van de groenen. De Groene Partij zit in de deelstaat Hessen in de regering in coalitie met de centrumrechtse CDU van Merkel. Nationaal zijn de groenen voorstander van een moratorium op de aanleg van meer autostrades. Maar transport is een federale materie, en op dat niveau zitten de groenen in de oppositie. Tarek al-Wazir, de Hessense groene Transportminister, krijgt zo de aanleg van de A49 door Dannenröder door de maag gesplitst, terwijl zijn partij er op nationaal niveau tegen gekant is.

Luxeactivisme

De volgende dag valt alweer op hoe karig de activisten zijn met persoonlijke informatie. Niemand wil met naam vermeld worden. Bijnamen zijn de norm, zomaar iemand fotograferen is uit den boze. Zowat iedereen bedekt het gezicht systematisch met sjaals en doeken. De vraag is hoeveel dat met de mondmaskerplicht te maken heeft.

‘Wie we zijn en waar we vandaan komen is niet belangrijk. Wel waarom we hier zijn’, zegt iemand die zich Bard noemt. Hij smeert elke dag lijm op zijn vingers om identificatie door de politie te voorkomen.

© Arne Gillis

‘Wie we zijn en waar we vandaan komen, is niet belangrijk. Wel waarom we hier zijn.’

We drinken een glas thee en de lippen komen toch wat losser. Bard werkte vroeger als podiumbouwer in de regio. ‘Door de coronacrisis had ik plots amper werk meer. Ik had expertise in het bouwen van dingen en ik besloot die in te zetten in dit bos’, vertelt hij.

‘Het is te gemakkelijk om vanuit het comfort van je huis te protesteren tegen de vernietiging van het regenwoud in Brazilië’, zegt hij. ‘Wel, de vernietiging van Dannenröder past in datzelfde systeem, en wij bevechten dat, hier, thuis.’

‘Dit is luxe-activisme. Ga maar eens in Brazilië kijken. Daar word je afgemaakt als je doet wat wij hier doen.’

Desondanks noemt Bard het ‘luxeactivisme’. ‘Ga maar eens in Brazilië kijken. Daar word je afgemaakt als je doet wat wij hier doen.’

Ondanks de connotatie lijkt er weinig vrijblijvends te kleven aan dat ‘luxeactivisme’. De meeste bosbezetters lijken na de volledige ontruiming van Dannenröder elders in Duitsland een bos te gaan bezetten. ‘Dit bos is een symbool geworden. Er zullen nieuwe symbolen komen. Momenteel staan er in dit land nog voor honderden kilometers nieuwe autosnelweg gepland’, zegt Bard.

© Arne Gillis

Enkele agenten ontmantelen de zelfmoorddoos op luttele ogenblikken tijd. Eén voor één worden de bosbezetters uit de bomen geplukt.

Later op de dag gaat Nirgendwo finaal tegen de vlakte. Enkele agenten ontmantelen de zelfmoorddoos op luttele ogenblikken tijd. Eén voor één worden de bosbezetters uit de bomen geplukt. Geruchten gaan dat de inwoners van Nirgendwo de plannen van het bouwwerk toch aan de politie hebben doorgespeeld, om ongelukken te vermijden. Loom rolt een bulldozer naar een van de boomhutten, die het even later luid krakend begeeft.

Wat maanden heeft geduurd om op te bouwen, wordt op drie minuten vernietigd. De kosmos van Dannenröder in het klein: 250 jaar hebben de bomen hier gegroeid. Op ieder moment worden ze als tandenstokers uit de grond getrokken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur