Dossier: 

De fabriek die Robert Mugabe wist te overleven

Zimbabwe staat model voor het ergste wat je als land kan overkomen: gebukt gaan onder een politieke elite die koste wat kost aan de macht wil blijven –en als de formele economie daarbij te grond wordt gericht, jammer. Maar zelfs onder Robert Mugabe zijn er bedrijven die weten te overleven. Bata in Gweru bijvoorbeeld, de grootste schoenenfabriek in zuidelijk Afrika. 

  • © Hans Moleman De wat afgelegen ligging van Gweru heeft er mogelijk bij geholpen dat de fabriek het hoofd boven water heeft gehouden in de jaren dat Zimbabwe in een ongeziene crisis verkeerde. © Hans Moleman
  • © Hans Moleman In Bulawayo is goed te zien hoe de-industrialisatie eruit ziet. © Hans Moleman
  • © Hans Moleman © Hans Moleman
  • © Hans Moleman Nog slechts eenderde van de bestaande fabriekscapaciteit wordt benut, honderdduizenden mensen zijn hun vaste baan kwijt. © Hans Moleman
  • © Hans Moleman © Hans Moleman
  • © Hans Moleman © Hans Moleman
  • © Hans Moleman © Hans Moleman
  • © Hans Moleman Maar de economie stortte in, en hyperinflatie sloeg toe. In het diepst van het dal, rond 2008, waren zelfs biljetten van een miljard Zimdollar geen cent meer waard. © Hans Moleman

Een handdoek uit Harare

Mijn favoriete badhanddoek komt uit Harare. Het is een donkerblauwe, van dikke, niet te zachte en niet te harde katoen, waarmee je je goed kunt afdrogen als je onder de douche vandaan komt. Een degelijk kwaliteitsprodukt, niet zo´n dun handdoekje van de Zeeman.

Het land van Robert Mugabe had twintig jaar terug een van de meest ontwikkelde economieën van Afrika.

Twintig jaar geleden kocht ik m, bij een bezoek aan de Zimbabwaanse hoofdstad. Made in Zimbabwe, staat er op het bescheiden labeltje. Bij de Spar in The Avenues, in het rek naast de wasmiddelen. Daar lagen dikke stapels handdoeken, washandjes en theedoeken, alles Made in Zim. Het land van Robert Mugabe had twintig jaar terug een van de meest ontwikkelde economieën van Afrika. De Zimbabwanen maakten van alles, en verdienden aan export. Zelfs Nike liet er t-shirts maken, en schoenen.

Maar dat was vroeger, voordat president Mugabe het op zijn heupen kreeg. Nu zit ik in de bus van Bulawayo naar Gweru om Bata te bezoeken, een van de weinige nog functionerende grote fabrieken in het land. Zouden die fijne handdoeken trouwens nog worden gemaakt? Over een paar dagen eens kijken in Harare. Twintig jaar is heel lang, in een land dat op de rand balanceert van een economische ineenstorting.

In Bulawayo is goed te zien hoe de-industrialisatie eruit ziet. Het is de tweede stad van het land, altijd een bolwerk van de oppositie geweest. Op de even grote als stille industriezone staat de ene na de andere fabriek leeg. Alleen de voedselindustrie lijkt nog te draaien. Er hangt een zoetige broodlucht op Manchester Road waar koekjesfabriek Arenal zit, maker van de populaire Wimbledon biscuits. De koekjes liggen bij het benzinestation in het schap, naast Zuid-Afrikaanse kaakjes die veel duurder zijn. Ze maken best lekkere biscuitjes in Bulawayo, met een soort kokossmaak.

© Hans Moleman

In Bulawayo is goed te zien hoe de-industrialisatie eruit ziet.

Ook in Gweru zie je kaalslag op het industriegebied, op de eenzame fabriek van Bata na, die over een enorm terrein beschikt dat wat apart ligt. Er staat behalve de schoenfabriek een half dorp op, met scholen, sportvelden en winkels. Werk je voor Bata, dan zit je niet slecht in Zimbabwe.

Bij het busstation in het centrum van Gweru, op de stoep van snackbar Chicken Slice, staan Titus en zijn college Albert. Twee veertigers, ze werken bij de gemeente en ze hebben lunchpauze. Hun overheidsjob heeft weinig om het lijf, vertellen ze. Ze hebben het drukker met een handeltje in goud, dat elders in de streek in kleine gevaarlijke mijnen wordt gedolven. Albert klaagt: hij is voorraadje van het edelmetaal kwijtgeraakt. “Gestolen”, claimt hij.

Het duo is niettemin voorzichtig hoopvol over de toekomst. “De oude man is aan het aftakelen`, zegt de een, doelend op de inmiddels 92-jarige president Mugabe. ‘We zijn er bijna’, meent de ander.

Straks komen de investeerders terug en kunnen de stilgelegde fabrieken van Gweru weer gaan draaien, denken ze. Albert en Titus zijn niet bang dat Zimbabwe door zijn lange crisis een lelijke achterstand heeft opgelopen. Van de opkomst van een land als Ethiopie heeft het duo nog niet gehoord.

‘Produceren ze daar nu schoenen voor Amerika en rozen voor Europa, echt?’ Grote ogen als ze horen dat er in Ethiopie inmiddels tientallen nieuwe fabrieken draaien. En dat Ethiopiers daar maar 30 cent per uur verdienen. ‘Zulke lage lonen zullen Zimbabwanen niet accepteren, vrees ik. Hoe doen ze dat? Is daar niet vaak oorlog en honger?’

‘Het is onze eigen schuld. Het zit in onze cultuur, denk ik wel eens. We kijken niet verder dan een paar jaar vooruit.’

Gemeente-ambtenaar Titus wordt op slag somberder over de oplevingskansen voor Zimbabwe-na-Mugabe. ‘Het is onze eigen schuld. Het zit in onze cultuur, denk ik wel eens. We kijken niet verder dan een paar jaar vooruit.’

De Bata schoenenfabriek ligt in Gweru, een stadje aan de lange hoofdweg van Bulawayo naar Harare. De wat afgelegen ligging van Gweru heeft er mogelijk bij geholpen dat de fabriek het hoofd boven water heeft gehouden in de jaren dat Zimbabwe in een ongeziene crisis verkeerde.

© Hans Moleman

De wat afgelegen ligging van Gweru heeft er mogelijk bij geholpen dat de fabriek het hoofd boven water heeft gehouden in de jaren dat Zimbabwe in een ongeziene crisis verkeerde.

Bata wist in Gweru een overlevingspact te sluiten met plaatselijke politici, van zowel Mugabe’s Zanu PF als van de oppositiepartij Movement for Democratic Change (MDC). De schoenenfabriek speelde daarbij zijn troefkaart bekwaam uit: als de belangrijkste particuliere werkgever van de streek zou sluiten, zou Gweru praktisch in de bush verdwijnen. Vvan de plaatselijke economie zou niets overblijven.

Bata Gweru is niet zomaar een fabriek. Het is de grootste schoenenfabriek van zuidelijk Afrika, een overlever die in staat is gebleken redelijk op te kunnen boksen tegen de vloed van goedkoop Chinees schoeisel die Afrika al jaren overstroomt. De Bata-schoenen zijn een slag minder goedkoop, maar je krijgt wel waar voor je geld: de kwaliteit is duidelijk beter. Vermaard zijn de Toughees: stevige ouderwetse stappers waar ieder kind in Zimbabwe vanouds mee naar de schoolbanken trekt. Leverbaar in een standaardkleur: zwart.

Patriarchaal familiebedrijf met sociale inslag

Bij het overlevingsplan voor de donkerste jaren van Mugabe was de opstelling van het Bata-concern vitaal. Bata, in 1894 door de gebroeders Tomas en Anton Bata en hun zus Anna opgericht als schoenmakerij in wat nu Tsjechie heet, is een wereldwijd opererend concern met tientallen fabrieken en tienduizenden werknemers. Het is altijd een familiebedrijf gebleven, met een patriarchale, maar ook sociale inslag. Dat betekent dat er meer dan strikt boekhoudkundige normen gelden: Bat hecht ook aan enige loyaliteit aan werknemers en hun gemeenschap.

Op het hoofdkantoor is besloten dat Bata Gweru als het even kon de destructieve periode van Mugabe zou moeten doorkomen.

Dat is de redding geweest van de fabriek in Zimbabwe. Op het hoofdkantoor is besloten dat Bata Gweru als het even kon de destructieve periode van Mugabe zou moeten doorkomen.

Het hoofdkantoor in Lausanne, Zwitserland, heeft de verliezen in Gweru daarom jarenlang geabsobeerd. Er werd niet gekozen voor de gelet op het nefaste economische beleid in Harare meest voor de hand liggende oplossing: de fabriek sluiten en de produktie overbrengen naar de vestiging in Kenia of naar Azie.

Wel werd er stevig gesneden in het personeelsbestand -de Zimbabwaanse fabriek, ooit goed voor vijfduizend banen, telt nu nog zo’n 1500 werknemers. Maar Bata Gweru bleef bestaan.

Dat de fabriek een bijzondere plaats heeft binnen het concern blijkt uit het bezoek dat de huidige concernvoorzitter Thomas G. Bata drie jaar geleden bracht. De kleinzoon van Bata-grondlegger Tomas Bata meed de media; hij besteedde vooral aandacht aan het maatschappelijke werk dat de firma van oudsher in Gweru doet. Zo bezocht hij de lagere school die Bata steunt. Daar bond Thomas Bata de kinderen en leerkrachten op het hart hard te werken en zo ‘jullie leven, de gemeenschap en dit prachtige land’ te verbeteren.

Het Tsjechische schoenconcern sponsort drie scholen in Gweru, de Sarah Bata Junior School, de Sara Bata Senior school en een kleuterschool. Ze staan te boek als behorend tot de beste in Zimbabwe.

PataPata’s, made in Zimbabwe

De produktie in Gweru wordt nu zelfs weer voorzichtig uitgebreid. Begin 2016 is de vervaardiging van de beroemde PataPata’s hervat. Dat zijn eenvoudige plastic slippers die zo goedkoop worden gemaakt dat ze kunnen concurreren tegen Chinese slippers. De produktie ervan in Gweru was in het diepst van de crisisjaren stilgelegd omdat het onmogelijk was geworden grondstoffen tegen een concurrerende prijs te krijgen. Nu die tijd voorbij lijkt, zijn de machines weer afgestoft en aan het draaien gezet: per week produceert Gweru al meer dan vijftigduizend paar PataPata´s, Made in Zimbabwe.

‘We veranderen het speelveld van de schoenenhandel’, zegt Moreblessing Shumba, de trotse verkoopmanager. ‘Door de lage prijs spelen we in op de moeilijke economische omstandigheden van onze klanten, en kunnen we goedkope import de baas met een lokaal product van goede kwaliteit.’

‘De schoeiselindustrie in Zimbabwe was kapot en deze fabriek ging ook die kant op. Dat hebben we door hard te werken met het hele team weten te voorkomen’.

Bij Bata was het de Chileen Luis Pinto die de fabriek door de moeilijkste jaren heen loodste. Hij kreeg de opdracht een afglijdende onderneming te redden. ‘Door de economische en politieke omstandigheden was de schoenenfabriek in de rode cijfers beland’, merkt hij erover op in personeelsblad Bata World News. ‘De schoeiselindustrie in Zimbabwe was kapot en deze fabriek ging ook die kant op. Dat hebben we door hard te werken met het hele team weten te voorkomen’.

Pinto’s opvolger in Gweru, de Bangladeshi Ehsan Zaman, heeft nu de opdracht de export naar omringende landen weer op gang te brengen. Dat is een zware opgave vanwege de relatief dure Amerikaanse dollar, die tegenwoordig samen met de Zuid-Afrikaanse rand het de facto betaalmiddel is, na de ineenstorting van de Zimbabwaanse dollar.

Bata is van plan Gweru op te werken tot dé schoenenproducent voor zuidelijk Afrika, meldt Zaman. ‘We hebben vier fabrieken in Afrika, waarvan Kenia en Zimbabwe de sterkste zijn. Er zal wel gereorganiseerd moeten worden, maar ik heb sterk het gevoel dat Kenia en Zimbabwe de fabrieken worden die respectievelijk oostelijk en zuidelijk Afrika gaan beleveren. Ik zou graag zien dat Bata Zimbabwe weer wordt zoals in zijn beste periode’.

© Hans Moleman

Land op het randje van de afgrond

Dankzij een meevoelend moederbedrijf zal de schoenenfabiek in Gweru dus wel overleven, al verkeert Zimbabwe anno 2016 nog steeds op het randje van de afgrond. Robert Mugabe zwaait als 92-jarige nog steeds de scepter, en al is de oude dictator zichtbaar aan het aftakelen, als hij morgen dood neervalt is de malaise niet automatisch voorbij. Binnen de regerende Zanu PF is een nietsontziende opvolgingsstrijd gaande die het ergste doet vrezen voor de nabije toekomst.

De oppositie is verdeeld en onbetrouwbaar, al kan het moeilijkerger worden dan onder Mugabe. ‘Zimbabe is een gebroken land’, erkent Joice Mujuri, die daar tien jaar lang zelf enthousiast aan meehielp als vice-president onder Mugabe. In 2014 begon ze na hooglopende ruzie met de chef een eigen partij, Zimbabwe People First. En nu wordt ze belaagd door Grace Mugabe, de 50-jarige vrouw van Robert.

Grace, die ooit de secretaresse was van Mugabe, heeft zelf een oogje op de troon als haar man wegvalt. De first lady is overigens vooral bekwaam in winkelen in de luxe malls van Singapore en Hongkong, wat haar de bijnaam Gucci Grace opleverde. En dan is er vicepresident Emmerson Mnangagwa, bijgenaamd De Krokodil. Deze 69-jarige Zanu-veteraan met goede contacten bij de notoire Zimbabwaanse geheime dienst CIO is volgens sommige waarnemers een pragmaticus. Hij zou de grootste kanshebber zijn om Mugabe op te volgen.

Het is geen wonder dat veel van de beste Zimbabwanen al jaren als het even kan vertrekken naar Zuid-Afrika of Engeland.

Bijna niemand geeft de 63-jarige Morgan Tsvangirai, de voorman van de gedeukte oppositiepartij MDC, een nieuwe kans. De voormalige vakbondsman zat al een keer ongelukkig in een gedwongen coalitieregering met de Zanu. De volgende verkiezingen zijn overigens pas in 2018.

Met een dergelijke politieke elite dringt de vraag zich op: wie wil er in zo’n land investeren, op een enkele bijzondere Tsjechische schoenenreus na? Het is geen wonder dat veel van de beste Zimbabwanen al jaren als het even kan vertrekken naar Zuid-Afrika of Engeland.

De toestand van Zimbabwe is extra schrijnend omdat het land na de onafhankelijkheid in 1980 de naam had een redelijk welvarende en stabiele natie te zijn. Robert Mugabe trad in dat jaar aan als eerste president, en hij liet de vooral blanke zakenlieden en grote tabaksboeren die de kurk waren waarop zijn economie dreef begaan. Het ging fout toen in de late jaren negentig een oppositiepartij opstond, de MDC van Morgan Tsvangirai, die een serieuze bedreiging vormde voor de zittende machthebbers.

Mugabe sloeg terug met een tactiek van verschroeide aarde: MDC-sympathisanten werden geterroriseerd door Zanu-knokploegen, blanke boeren, die vaak op de hand van de oppositie waren, werden van hun land beroofd. Het leidde ertoe dat de oude schoolmeester -Mugabe was ooit onderwijzer, net als zijn eerste vrouw Sally- aan de macht bleef. Maar de economie stortte in, en hyperinflatie sloeg toe. In het diepst van het dal, rond 2008, waren zelfs biljetten van een miljard Zimdollar geen cent meer waard.

© Hans Moleman

De economie stortte in en hyperinflatie sloeg toe. In het diepst van het dal, rond 2008, waren zelfs biljetten van een miljard Zimdollar geen cent meer waard.

Die periode is voorbij, maar de eens trotse natie ligt er aangeslagen bij. Zimbabwe, dat eens textiel, schoenen en voedsel exporteerde naar buurlanden en de wereld, heeft een snelle de-industrialisering meegemaakt. Nog slechts eenderde van de bestaande fabriekscapaciteit wordt benut, honderdduizenden mensen zijn hun vaste baan kwijt.

Ook de openbare voorzieningen brokkelen af. De staat krijgt amper nog geld binnen om de eens goede infrastructuur te onderhouden, de elektriciteit valt geregeld uit, het drinkwater is onbetrouwbaar, Air Zimbabwe, de nationale luchtvaartmaatschappij, is een kneus geworden. Bijna al het belastinggeld dat nog binnenkomt in Harare gaat op aan het betalen van salarissen aan de veel te grote, en vooral met Mugabe-aanhangers bevolkte bureaucratie - en zelfs tijdige betaling van die salarissen lukte de laatste maanden soms niet meer.

Ook in Harare zie je de kaalslag, als is het minder erg dan in Bulawayo. De Zimbabwaanse hoofdstad heeft drie grote industriewijken, Graniteside, Southerton en Workington, met fabrieken die vaak dateren van de tijd voor Mugabe, toen Ian Smith hier nog een blank minderheidsregime aanvoerde. De meeste fabrikanten bleven toen Smith de aftocht blies, in de hoop dat Mugabe zijn belofte zou waarmaken dat ze ongemoeid bleven.

Anno 2016 zijn de gelederen uitgedund, maar er draait toch nog het nodige, vooral in de agrarische hoek. De Gold Star suikerfabriek, de broodfabriek, de tabaksveiling en de sigarettenfabriek werken, de DripTech pijpenfabriek eveneens. De geneesmiddelenfabriek Caps en de Zimbabwe Chemical Company lijken op sterven na dood, de Cold Storage Commission, het grote slachthuis, eveneens.

Een van de opvallendste fabrieken, ooit de trots van het land, is wel dicht: de Willowvale autofabriek aan Dagenham Road. Ooit werden er in Zimbabwe auto’s gemaakt, eerst Peugeots en later Mazda’s, maar in 2013 viel de assemblagelijn definitief stil.

‘We praten er al lang over. Al jaren eigenlijk. De minister van Industrie spreekt dan dezelfde taal als wij. Maar er gebeurt niets. Dat is frustrerend.’

De oude fabriekspoort is wel open, in het kantoor blijken nog een paar mensen te zitten. Ephraim Nyambawaro is er een van: hij is de verkoop- en distributiemanager. Want er worden nog steeds Mazda’s verkocht in Zimbabwe, alleen komen de pickups nu uit Zuid-Afrika, dat als enige land op het Afrikaanse continent een rijk geschakeerde auto-industrie heeft.

Nyambawaro, een vriendelijke eind-dertiger, gaat voor door het kantoor, waar de tijd gelet op het interieur stil heeft gestaan sinds de jaren-70. Hij heeft de tijd, zegt hij, want het is niet druk. Het loopt niet storm bij Zimbabwe´s resterende Mazda-dealers, tegenwoordig.

De manager is op zijn hoede als het om politieke zaken gaat. Denkt hij dat zijn fabriek nog eens opnieuw zal worden opgestart? ‘We praten er al lang over. Al jaren eigenlijk. De minister van Industrie spreekt dan dezelfde taal als wij. Maar er gebeurt niets. Dat is frustrerend.’

Een paar kilometer verder, in industriegebied Workington, staan wat arbeiders en taxi-chauffeurs bij een half olievat dat dient als barbeque. Bij de slagerswinkel ernaast kan een stevige lunch besteed worden, een bord vol varkens- en rundvlees voor vijf dollar. Een Lion-bier kost bij het getraliede loket van de bottlestore een dollar. Het vlees wordt meest gedeeld, met wat maispap erbij. Aan de overkant van de weg staan een paar mannen die vanuit de kofferbak van hun auto tweedehands kleren uit de VS verkopen, die zijn binnengesmokkeld via Mozambique.

© Hans Moleman

© Hans Moleman

Een van de taxichaufeurs zegt dat hij een aanhanger van Zanu is, maar dat hij nu wel enige spijt heeft. Clarkson heet hij, een man met harde ogen en een bevelende stem. Hij werkte vroeger bij de geheime dienst CIO, vertelt hij me later. Hij heeft een lap grond van 25 bij 40 meter in Waterfalls, een nieuwe wijk bij de weg naar het vliegveld. De grond behoorde tot een boerderij waarvan de eigenaren door Mugabe´s oorlogsveteranen zijn verdreven.

Clarkson is er nu een nieuw huis aan het bouwen met geld dat hij verdiende in de afgelopen jaren, toen hij bij de CIO met vervroegd pensioen ging en als veiligheidswacht in Zuid-Afrika werkte. Voor de grond betaalde hij aan Leo, de neef van Mugabe die ook voorzitter van de Zimbabwaanse voetbalbond is. ‘Die is heel rijk geworden’, zegt hij met een bitter lachje. ‘De politici en hun familie, daar doe je nu eenmaal weinig aan.’

Als hij me de volgende dag vroeg in de ochtend naar het vliegveld brengt, staat de autoradio op Spot FM Radio Harare. We vallen midden in de preek voor de nieuwe dag. ‘De Heer is aan je zijde als je op zoek bent naar werk’, zegt een meevoelende radiostem. ‘Hij weet dat we het moeilijk hebben, dat er veel werklossheid is. Prijs de Heer, en hij zal je zegenen.’

De crisisjaren van Mugabe mogen tot minder fabrieken en boerderijen hebben geleid, de religieuze sector heeft er een impuls door gekregen.

De kerken zitten in de lift in Zimbabwe. De crisisjaren van Mugabe mogen tot minder fabrieken en boerderijen hebben geleid, de religieuze sector heeft er een impuls door gekregen. Verspreid over het land zijn tientallen nieuwe kerken verrezen, soms slechts grote tenten, en vaak zijn de nieuwe congregaties van de happy clappy soort: op Amerikaanse-evangelistische leest geschoeide organisaties die behoeftigen van alles beloven, in ruil voor een forse donatie.

Mijn chauffeur moet er om lachen. ‘Kom, zing, geef je geld aan ons en prijs de Heer, en je zult verlost worden van al je problemen, roepen die lui. Veel mensen die het moeilijk hebben trappen erin. Ik vertrouw toch liever op de Zanu. Als Mugabe vertrekt, zullen we aan de macht blijven. Emmerson Mnangagwa is een hele slimme man.’

De handdoek-Spar is er nog. De supermarkt, om de hoek bij het hoge kantoorflat met de antennes op het dak waar de CIO zetelt, is net als twintig jaar terug in handen van een Grieks-Zimbabwaanse familie. Alles is er tegenwoordig duurder dan in Zuid-Afrika, waar veel van de produkten vandaan moeten komen. Op de hoek bij de wasmiddelen staat nog steeds het rek met handdoeken.

Hans Moleman werkte als correspondent voor de Volkskrant en De Morgen in zuidelijk Afrika en China. Hij werkt nu aan het project Made in Afrika, dat de uitdagingen beschrijft van economische ontwikkeling in Ethiopie, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika. De verhalen in MO zijn een voorpublicatie van het boek Made in Afrika, dat begin volgend jaar verschijnt bij uitgeverij Lias in Hilversum.

Ik pak een grote blauwe badhanddoek. Die is van mindere kwaliteit dan mijn oude, dat voel je meteen. Het katoen is dunner, niet zo lekker rul. Op het label staat Made in Pakistan.

Dit verhaal is mede tot stand gekomen dankzij een werkbeurs in het kader van het Innovation in Development Reporting Grant Programme van het European Journalism Centre en de Bill&Melinda Gates Foundation. Deze instellingen hebben geen invloed gehad op de inhoud.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift