Hubert Lyautey en de dekolonisatie in Marokko

De Franse koloniaal die verliefd werd op Marokko

© Coll. Terrier

Lyautey (1915) in Casablanca, waar ook vandaag nog een standbeeld van hem staat. ‘De meeste Marokkanen vinden dat hij de minst slechte vorm van kolonialisme toepaste.’

Hij ligt begraven naast zijn landgenoot Napoleon, maar zijn naam doet bij weinig Europeanen nog een belletje rinkelen: Hubert Lyautey, de eerste resident-generaal van Frankrijk in Marokko. De Franse koloniaal drukte een bijzondere stempel op Marokko, honderd jaar geleden én vandaag. ‘Het Marokko van de 21ste eeuw is nog steeds in hoge mate de constructie van Lyautey.’

We rijden begin augustus door de heuvelachtige landschappen van Lotharingen op weg naar een kasteel in het dorpje Thorey-Lyautey. Youssef Amakran, de Marokkaans-Nederlandse fotograaf die me op deze reis vergezelt, heeft nooit eerder gehoord van wijlen de eigenaar van het kasteel, resident-generaal Louis Hubert Gonzalve Lyautey.

De avond voordien had ik aan een hotelreceptioniste in Nancy gevraagd of zij de man kende. ‘Zoekt u de Rue du Maréchal Lyautey?’, was het antwoord. Al snel gaf ze toe dat geschiedenis niet haar ding was. ‘Ik heb geen interesse voor Franse militairen.’ Verbaasd vroeg ik of ze dan ook de bekende maarschalk Pétain niet kende. ‘Ah, oui, le facho!

Lyautey kreeg de post van ‘resident-generaal’ toen Frankrijk vaste voet aan de grond kreeg in Marokko begin 20ste eeuw. Daarmee werd hij meer dan tien jaar lang, van 1912 tot 1925, de belangrijkste vertegenwoordiger van de Franse regering in Marokko. Jaren hadden Europese grootmachten watertandend naar Marokko gekeken. Het land was onafhankelijk gebleven, terwijl buurland Algerije al in 1830 was binnengevallen door de Fransen.

Maar de macht van de Marokkaanse sultan was beperkt en reikte niet over heel het land. Uiteindelijk was het sultan Abdelhafid die op 30 maart 1912 het verdrag van Fez ondertekende, waarmee Marokko zijn soevereiniteit verloor aan Frankrijk. Spanje kreeg zeggenschap over het noorden, want dat land had daar al enkele enclaves.

De Marokkaanse sultan ging in het negenpuntenverdrag akkoord met de vestiging van een Frans ‘protectoraat’. De troon bleef bewaard, Frankrijk zou de sultan beschermen tegen alle gevaren die hem konden bedreigen. Hetzelfde gold voor de erfgenaam van de troon en zijn opvolgers.

De Lyautey-methode

Toen Hubert Lyautey in 1912 aangesteld werd als de eerste resident-generaal, was hij 58 en generaal-majoor in het Franse leger. Hij had op dat moment al een militaire carrière van 35 jaar op de teller, met passages in andere Franse koloniën: Algerije, Indochina, Madagaskar.

Als resident-generaal kreeg hij van de Franse regering de opdracht toe te zien op ‘alle bevoegdheden van de Republiek in Marokko’. Een Frans decreet van 11 juni 1912 verduidelijkte hoe breed die bevoegdheden waren: Frankrijk wilde ‘in Marokko een nieuw regime instellen dat de administratieve, gerechtelijke, educatieve, economische, financiële en militaire hervormingen omvat die de Franse regering nuttig zal achten’.

Lyautey koos ervoor om samen te werken met de lokale bevolking in plaats van ertegen te strijden, met de ‘pacificatie’ van het land voor ogen.

‘Lyautey is een centraal figuur in het ontstaan van het hedendaagse, verenigde Marokko’, vertelt Guillame Jobin, auteur van het boek Lyautey, le résident. ‘Voor hem was Marokko het land waar hij zijn droom kon verwezenlijken en een eigen koninkrijk kon ontwerpen.’

De Franse resident-generaal bleek een grote fan van indirect bestuur. Hij koos ervoor om samen te werken met de lokale bevolking in plaats van ertegen te strijden, met de ‘pacificatie’ van het land voor ogen. Lyautey was ervan overtuigd dat dat een geschikte manier van besturen was voor de meeste koloniale situaties. Marokko behield zo zijn eigen bestuursorganen, maar dan onder Franse controle.

Lyautey vond het belangrijk om de authenticiteit van de Marokkaanse cultuur te bewaren. Hij liet nieuwe, koloniale steden bouwen, zoals Casablanca, maar wilde daarvoor de traditionele Marokkaanse steden (Fez, Meknes, Marrakech) niet vernietigen. En een van de regels die hij invoerde was het verbod op het betreden van moskeeën voor niet-moslims. Een idee dat nog lang na de onafhankelijkheid bleef bestaan.

In de zomer van 1930 vertelde Lyautey aan journalist Pierre von Paassen dat hij zich altijd goed informeerde: ‘Elke man die een menigte kan verzamelen in het Oosten moet in het oog worden gehouden. Tijdens mijn periode als resident-generaal in Marokko werd ik altijd op de hoogte gehouden van wat deze rondtrekkende moellahs en oelema’s (islamitische leiders en geleerden, red.) de mensen vertelden.’

Lyauteys bibliotheek, die tot vandaag bewaard blijft in zijn kasteel en die bestaat uit meer dan tienduizend boeken, bevestigt die honger naar informatie. De resident-generaal begreep goed dat kennis gelijk stond aan macht.

Lyautey de Marokkaan

Claude Jamati, Lyauteys achterneef, helpt vandaag het Franse kasteel beheren waar de resident-generaal woonde na zijn verblijf in Marokko. Zijn grootmoeder Aimé was de zus van Lyauteys vader. Jamati beheert dit stuk erfgoed, waar de meubels, geschriften en archieven van zijn achteroom worden bewaard. Hij is ook de voorzitter van de Fondation Lyautey, die de nagedachtenis van de resident-generaal in ere wil houden.

Wanneer ik hem contacteer is hij meteen enthousiast om me te ontvangen. ‘Ik was op alle plaatsen waar mijn oudoom ook geweest is. Het verschil is dat hij de landen bezocht als militair en ik als burger.’ Zelf heeft hij de man nooit gekend, want Lyautey stierf voor Jamati geboren werd.

© Youssef Amakran

Claude Jamati (links), achterneef van Lyautey, in het Marokkaanse salon van diens kasteel. ‘Ik heb alle plaatsen bezocht waar mijn oudoom ook geweest is.’

De muren van het kasteel, dat vandaag ook een museum is, hangen vol foto’s en schilderijen: van Lyautey zelf, van familieleden, van Marokkaanse sultans. Het kasteel is allerminst klassiek ingericht, er is zelfs een volledig Marokkaans salon.

Op een bordje staat te lezen: ‘Lyautey, die nostalgisch was naar Marokko, vermaakte zich graag in zijn Marokkaanse woonkamer of trok zich er terug om te lezen of te mediteren. Het was, na zijn enorme bibliotheek, zijn favoriete kamer.’ Toen hij resident-generaal af was, ontving Lyautey nog geregeld leden van het Marokkaanse koningshuis in zijn kasteel: sultan Youssef, sultan Mohammed ben Youssef en de voormalige koning Hassan II toen die nog een kind was. Jamati toont ons de poort waardoor de Marokkaanse sultan naar binnen kwam. ‘We hebben hier zelfs nog een koran liggen die sultan Youssef aan nonkel Lyautey schonk.’

Een glimlach verschijnt op Jamati’s gezicht wanneer ik hem vraag of de huidige koning het kasteel ooit al bezocht: ‘Ik hoop dat hij dat ooit doet. Het Marokkaanse koninklijke paleis is op de hoogte van onze activiteiten. En Marokkaanse ambtenaren, zoals de ambassadeur in Parijs en de consul in Straatsburg, hebben ons al een bezoek gebracht.’

Lyauteys achterneef brengt ons naar een kamer waar bezoek normaal gezien niet welkom is. ‘Ik doe dit speciaal voor jullie, omdat jullie Marokkanen zijn’, klinkt het. Tientallen dozen met documenten en fotoboeken liggen verspreid over de kamer en er staat een kast vol met waardevolle en soms zeldzame oude boeken. ‘Nonkel Lyautey ging graag naar antiekwinkels, op zoek naar verborgen schatten.’

Het verboden wapen

Lyautey had al negen jaar de touwtjes in handen in het Franse protectoraat toen Riffijnse stammen zich samen gingen verzetten tegen het Spaanse koloniale bestuur in het noorden. Dat verzet mondde uit in de Rifoorlog (1921-1926), die zich later ook tegen het bestuur in de Franse zone keerde. Mohammed ben Abdelkrim El Khattabi slaagde erin verschillende stammen te verenigen om zich te verzetten tegen Spanje.

De Spanjaarden gebruikten daarop tussen 1921 en 1927 gifgas om het antikolonialistische verzet onder leiding van Abdelkrim te onderdrukken. Ook burgers waren het doelwit van deze bombardementen. Pas zeventig jaar na de feiten, in 1991, werd daar voor het eerst over geschreven, in het boek Giftgas gegen Abd el Krim van de Duitse journalist Rudibert Kunz en militair historicus Rolf-Dieter Müller.

Sinds de publicatie van dat boek heeft Kunz de materie nooit kunnen loslaten. ‘Lyautey was blijkbaar vanaf het begin een groot voorstander van het gaswapen’, vertelt hij.

Gas gebruiken als oorlogswapen was een nieuwigheid in die tijd. Het werd voor het eerst “succesvol” ingezet in de Eerste Wereldoorlog door Duitsland (al hadden de Fransen het jaar voordien ook al geëxperimenteerd met traangas op het slagveld) en ten slotte door bijna alle deelnemers aan die oorlog.

Kunz ontdekte een document van Lyautey, al uit oktober 1917, waarin hij aan de regering in Parijs voorstelde om in Marokko gaswapens per vliegtuig te testen tegen opstandige stammen. Namen van stammen werden niet genoemd in het document. ‘Painlevé, de toenmalige minister van Oorlog, heeft het voorstel niet goedgekeurd,’ vertelt Kunz, ‘maar de redenen daarvoor werden niet genoemd. Waarschijnlijk vreesden de minister en zijn medewerkers dat geheimhouding in Marokko niet mogelijk zou zijn.’

Een jaar na de brief van Lyautey, in 1918, overwoog de Franse regering het aantal troepen in Marokko te verminderen om kosten te besparen. ‘Lyautey was er voorstander van om de grondtroepen te vervangen door luchtmachteenheden met bommenwerpers en gasmunitie’, vertelt Kunz.

‘In een brief die ik recent geanalyseerd heb, meldt de Spaanse consul van Fez dat 17 Franse soldaten gedood werden door gaswolken van hun eigen bommen.’
Rudibert Kunz, journalist

‘Het einde van de Eerste Wereldoorlog, in november 1918, onderbrak die plannen.’ Vanaf 1919 begon Spanje zich te bewapenen met gifgas, aangeleverd door Frankrijk, dat daarmee het gebruik van dat wapen mogelijk maakte en toestond. Ook al was dat verboden in het toen pas afgesloten Verdrag van Versailles. Spanje gebruikte het gas tegen Abdelkrim, zijn strijders en de bevolking van de Rif. ‘De Marokkaanse sultan wilde protesteren, maar Lyautey verhinderde dat.’

Volgens onderzoeker Kunz blijven essentiële vragen over dat gebruik van gifgas in de Rif nog onbeantwoord. ‘Er is geen betrouwbaar overzicht van het aantal doden en gewonden onder strijders en burgers. Hoeveel mannen, vrouwen en kinderen werden verblind door mosterdgas? Hoeveel gifgas is er gebruikt? Welke regio’s en stammen zijn aangevallen, hoe vaak en in welke hoeveelheden? En laten we niet vergeten: heeft Frankrijk in deze oorlog alleen gas geleverd of heeft het het zelf als wapen gebruikt?’

© Cliché Ilustration

Lyautey (centraal op foto, met de rug naar de camera) krijgt een Oorlogskruis overhandigd aan het Marokkaanse front (april 1922).

Toen de Rifoorlog in het voorjaar van 1925 oversloeg naar de Franse zone, drong Lyautey er zelf op aan dat zijn eigen troepen gaswapens zouden mogen gebruiken. In het diepste geheim verzocht hij om de levering van bommen van 50 kilo en artilleriegranaten met mosterdgas in de zomer van 1925.

Kunz is ervan overtuigd dat de Franse luchtmacht in juli 1925 ook effectief massale gasaanvallen heeft uitgevoerd op de Rif-troepen.

‘Na veel aarzeling werd het gebruik van de granaten uiteindelijk goedgekeurd’, verklaart Kunz. ‘Op voorwaarde dat ze alleen zouden worden gebruikt bij vergeldingsacties, en enkel met de toestemming van zowel de Franse premier als de minister van Oorlog. Maar het is niet zeker of die munitie uiteindelijk in Marokko is aangekomen.’

In oktober 1925 werd Lyautey van zijn post ontheven en naar Frankrijk teruggeroepen. De Frans-Spaanse coalitie maakte met een grote troepenmacht een bruut einde aan het antikolonialistische verzet in de Rif.

Maar Kunz is ervan overtuigd dat de Franse luchtmacht in juli 1925 ook effectief massale gasaanvallen heeft uitgevoerd op de Rif-troepen en de geallieerde stammen ten noorden van Fez. ‘In een brief die ik recent geanalyseerd heb, meldt de Spaanse consul van Fez dat 17 Franse soldaten gedood werden door gaswolken van hun eigen bommen’, vertelt de onderzoeker.

‘De Rifoorlog was jammer’, zegt Lyauteys achterneef Claude Jamati. Maar over het gebruik van gifgas door de Fransen in Marokko weet hij niets. ‘Ik heb mijn professioneel leven (als burgerlijk ingenieur, red.) achter de rug. Elke dag ontdek ik nieuwe informatie.’

© Cliché Ilustration

Hubert Lyautey (centraal op foto) met troepen in mei 1914, in de omgeving van Taza. De Fransman begreep goed dat kennis gelijk stond aan macht.

De vlag van het kolonialisme

Het was ook Lyautey die in 1915 de huidige vlag van Marokko creëerde, schrijft Jonathan Wyrtzen, professor Sociologie aan de Yale-universiteit, in zijn boek Making Morocco (Colonial Intervention and the Politics of Identity). Daarin legt hij onder andere uit waarom die vlag zo nodig vernieuwd moest worden: ‘Het decreet tot invoering van de vlag verduidelijkte dat het oude embleem verward kon worden met andere vlaggen (met name met marinesignalen)’.

En, zo gaat Wyrtzen verder, ‘dat een nieuw symbool noodzakelijk was omwille van “vooruitgang die ons Cherifiaanse rijk heeft geboekt”’. De nieuwe vlag, met een vijfpuntige groene ster op een rode achtergrond, moest Marokko van andere naties onderscheiden.

De zes- of achtpuntige sterren die traditioneel in Marokko werden gebruikt, waren voor een Europeaan als Lyautey waarschijnlijk te nauw verbonden met joodse symbolen, zo veronderstelt Wyrtzen. Voor de resident-generaal was de vijfpuntige ster van Ottomaanse oorsprong een duidelijker islamitisch embleem, ook al was die nooit eerder in Marokko gebruikt.

‘De Marokkaanse vlag vertegenwoordigt mij niet. Ze is gemaakt door de kolonisator en ontworpen door Lyautey, die onze vaders en moeders vermoordde.’

Vandaag beschouwen sommige activisten de Marokkaanse vlag als een overblijfsel van het kolonialisme. Maar voor de Marokkaanse staat blijft de vlag een symbool dat onaangetast moet blijven. Het ondermijnen van symbolen van het land of het aanzetten tot dergelijke daden is strafbaar.

Eind oktober 2018 ontstond een rel op sociale media nadat Riffijnse activisten de Marokkaanse vlag in Parijs in brand gestoken en vertrappeld hadden. Ze betoogden voor de vrijlating van Riffijnse politieke gevangenen, die veroordeeld werden tot celstraffen van twintig jaar. De reden: ze hadden sociaal-economische en culturele maatregelen geëist voor de Rif, zoals de bouw van een oncologisch centrum, ziekenhuizen, universiteiten.

De betogers herdachten ook het overlijden van Mohsin Fikri, de visverkoper die in oktober 2016 stierf nadat hij verpletterd werd door een vuilniswagen. Zijn overlijden was de aanleiding van maandenlange protesten.

Als reactie op de verbranding van de vlag zongen Marokkaanse parlementsleden het volkslied tijdens een parlementaire zitting. ‘Een criminele daad die niets te maken heeft met vrijheid van meningsuiting’, zo werd de ontheiliging van de vlag bestempeld door Abdellah Boussouf, de secretaris-generaal van de Adviesraad voor de Marokkaanse gemeenschap in het Buitenland (CCME).

BBC Arabic interviewde de vrouw die de vlag in brand stak: ‘Ik ben niet vereerd met deze vlag en ze vertegenwoordigt mij niet. Ze is gemaakt door de kolonisator en ontworpen door Lyautey, die onze vaders en moeders vermoordde.’

Het nalatenschap

Lyauteys liefde voor Marokko was immens. Zelfs nadat hij in 1925 uit zijn post als resident-generaal ontheven werd, bleef hij contacten onderhouden met Marokko, tot aan zijn overlijden in 1934. Toen restte hem nog één laatste wens: een laatste rustplaats in Marokko.

Zijn droom werd werkelijkheid. Jarenlang lag Lyautey begraven in een mausoleum in de Marokkaanse hoofdstad Rabat. In 1961, vijf jaar na de Marokkaanse onafhankelijkheid, werd hij alsnog in Frankrijk herbegraven. William A. Hoisington Jr., professor emeritus Europese Geschiedenis aan de universiteit van Illinois, stelt dat de graftombe na de Marokkaanse onafhankelijkheid een ongewenste herinnering aan het koloniale verleden was.

Lyautey ligt nu begraven in de Dôme des Invalides in Parijs, naast Napoleon. Op zijn graf staat, in het Arabisch, een citaat van de resident-generaal: ‘Hoe meer ik de Marokkanen ken en hoe meer ik in dit land leef, hoe meer ik overtuigd raak van de grootsheid van deze natie’. Het citaat steekt af tegen wat Lyautey in 1925 aan de Franse premier zei: ‘De moslim, de Marokkaan, begrijpt en respecteert alleen geweld.’

© Youssef Amakran

Lyauteys graf in Parijs. De Arabische inscriptie luidt: ‘Hoe meer ik de Marokkanen ken (…), hoe meer ik overtuigd raak van de grootsheid van deze natie.’

In de zomer van 2020, tijdens de bloei van de wereldwijde Black Lives Matter-protesten, werd Lyauteys standbeeld in Parijs beklad. De achtergelaten boodschap: ‘Kolonialist’, ‘Leve de Rifrepubliek 1921-1926’, ‘Je hebt de Rif vergast’. Later kreeg het standbeeld nog een laag rode verf over zich heen.

Over het vandalisme zegt Lyauteys achterneef dat dat een wereldwijd fenomeen is en dat mensen er de geschiedenis mee willen uitwissen. ‘Voor mij is het vandalisme op het standbeeld niet belangrijk. Het is een criminele daad en het zou jammer zijn om er veel belang aan te hechten.’

‘De Marokkaanse monarchie en elite hebben vandaag in veel opzichten simpelweg de plaats ingenomen van het Franse protectoraat en de resident-generaal.’
Jonathan Wyrtzen, professor Sociologie (Yale-universiteit)

Lyauteys ruiterstandbeeld voor het Franse consulaat in Casablanca bleef onaangeraakt. Het doet denken aan de vele foto’s van hoe de Fransman ooit te paard door Marokko reed. In 2020 vroeg een petitie om het standbeeld te verwijderen, maar die werd door nog geen vijfhonderd mensen ondertekend.

Professor Jonathan Wyrtzen ziet in Marokko zelf niet veel anti-Lyautey-sentimenten, als mensen hem al kennen. ‘Integendeel,’ vertelt hij me, ‘de meeste Marokkanen vinden dat hij de beste, of toch de minst slechte vorm van kolonialisme toepaste, en dat hij heeft bijgedragen aan de ontwikkeling en modernisering van het land zonder het Marokkaanse erfgoed, architectuur en tradities te vernietigen.’

Wyrtzen vindt dat interessante meningen over een voormalige koloniaal. ‘Lyautey gaf de aanzet tot de langdurige dubbele nadruk op enerzijds traditie, authenticiteit en anderzijds moderniteit, die tot op de dag van vandaag voortleeft in de Marokkaanse samenleving en politiek.’

Lyautey heeft, vergeleken met wie dan ook, misschien wel de grootste invloed op Marokko gehad van de afgelopen honderd jaar. ‘In veel opzichten hebben de monarchie en de heersende Marokkaanse elite simpelweg de plaats ingenomen van de resident-generaal en het Franse protectoraat’, zegt Wyrtzen. ‘Het Marokko van de 21ste eeuw is op opmerkelijke wijze nog steeds in hoge mate de constructie van Lyautey.’

Over dit artikel

Journalist Yassin Akouh: ‘Volgens sommigen zou Lyautey gehouden hebben van Marokko en zijn volk. Maar hield hij echt zoveel van hen? Het is voor mij veelzeggend dat hij het zich al in 1917 in het hoofd haalde om gifgas in Marokko te gebruiken. Natúúrlijk gaven trotse Marokkanen, waaronder de Riffijnen, hun vrijheid niet zomaar op. De laatste jaren zag ik meer kritiek verschijnen op Lyautey, soms met politieke doeleinden. Daarom wilde ik een artikel wijden aan Lyauteys nalatenschap en een kritische blik op zijn figuur werpen.’

‘België heeft helaas nooit veel aandacht besteed aan de Marokkaanse geschiedenis. Als dat wél gebeurt, gaat het vooral over gastarbeiders en mijnwerkers. Ook in de actualiteit zien we dat Marokko onderbelicht blijft. Ik hoop dat dit artikel een aanzet kan zijn voor alle Marokkanen en andere geïnteresseerden om zich verder te verdiepen de geschiedenis van Marokko.’

Deze reportage werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift