De hel wordt uitgebaat als toeristische attractie

Reportage

De hel wordt uitgebaat als toeristische attractie

De hel wordt uitgebaat als toeristische attractie
De hel wordt uitgebaat als toeristische attractie

Jan Flamend

01 juli 2016

Je bent in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh voor het werk, maar wat doe je in het weekend? Een bezoek brengen aan de Killing Fields, natuurlijk. Voor Jan Flamend werd het op een heel bijzondere manier een confronterend bezoek. ‘Kan je niet naar je eigen genocides gaan staan staren?’

Jan Flamend adviseert ngo’s en lokale KMO’s in het Zuiden over businessplannen en marketing. Als hij op het terrein gaat, laat hij de kans op een toeristische uitstap niet liggen. En tussendoor houdt hij uitgebreide dagboeken bij. Uit zijn verslag van een recente missie naar Cambodja plukten we onderstaand verhaal. De toerist wordt een spiegel voorgehouden door de gids en de generaal.

Toen ik aan mijn vrienden en familieleden meldde dat ik naar Cambodja zou trekken om opleidingen te geven aan plaatselijke ngo’s, vroeg ik hen wat Cambodja bij hen opriep. ‘Cambodja, is dat niet waar die Antwerpse pedofiel naartoe gevlucht is’, wist iemand die de kranten op de meer sensationele berichten naleest.

Angkur P (CC BY 2.0)

Angkur P (CC BY 2.0)​

‘De Rode Khmer, en de Killing Fields, het moet daar verschrikkelijk geweest zijn in de jaren zeventig’, wist een iets oudere respondent. ‘Platgebombardeerd in de Vietnamoorlog, door die schoft van een Kissinger. Ultrageheim. Cambodja was het grootste slachtoffer van de Nixondoctrine’, wist een nog oudere rakettenbetoger.

‘Angkor Wat, die prachtige tempels in de jungle, die het decor vormden voor Jungle Book. Herinner je je die dansende en zingende apen van King Louis die met Mowgli een plaagspelletje spelen?’, vroeg een Disneyfan. Hij had ook De junglebloem van Suske en Wiske kunnen vermelden. Die gigantische koppen uit steenblokken gehouwen, gewikkeld in lianen en overwoekerd door een wellustige jungle.

Cambodja telt 15,7 miljoen inwoners, waarvan 90 procent Khmer, 5 procent Vietnamezen, 1 procent Chinezen en nog wat diversen. Gemiddelde leeftijd is 24,8 jaar. 29,3 % van de vrouwen kan niet lezen. Het land heeft 16 luchthavens en 642 km spoorwegen. Twee procent van het BNP wordt aan defensie besteed, 7,5 aan gezondheid. Er zijn 24 miljoen mobiele telefoons in omloop, wat een dekking van 155 % geeft op de bevolking.Rijstvelden, jungle, stapels gebleekte schedels. De film The Killing Fields, over de journalist Sidney Schanberg en zijn vertaler Dith Pran. Dat associëren we doorgaans met Cambodja. Sekstoerisme, dat ook. Dank zij de “60-jarige beleggingsmakelaar Pieter C. uit Antwerpen”.

Onze media besteden weinig aandacht aan Cambodja. We hebben er ook niet veel mee te maken. Als massatoeristische bestemming heeft het land duidelijk minder aantrekkingskracht dan Thailand en Vietnam, waar het geografisch tussen gekneld zit. Voor vrijwilligers daarentegen, biedt het heel wat opportuniteiten. Een paradijs voor voluntourisme. Voor zowat alle soorten ngo’s is er meer dan voldoende werk aan de winkel. Avontuurlijke trekkers en rugzaktoeristen kunnen er hun hart ophalen. Met vijf dollar per dag kan je perfect rondkomen. Voedsel, logement en vervoer zijn – voor onze beurs – uitzonderlijk goedkoop. En het gaat wel nog 25 jaar duren voor de landmijnen van de Rode Khmer volledig verwijderd zijn…..

Lexus doet gouden zaken

Reaksa Rous is een handige jongen. Rous is zijn voornaam. Cambodjanen zetten de achternaam altijd vooraan. Hij heeft de tweedaagse sessie met drie ngo’s als vertaler helpen faciliteren. Onverstoorbaar vertaalde hij mijn Engels naar het Khmer en het Khmer van de deelnemers naar het Engels. Hoe goed hij dat deed, is een raadsel. Ik heb wel de indruk dat de boodschap overkwam. Hij had een redelijk gesofistikeerd systeem met oortjes ter beschikking waar de deelnemers gretig gebruik van maakten.

Het was snel duidelijk dat hij een meer dan functionele interesse had in de opleiding die plaats vond. Hij zag er de business opportunity in en hij stelde voor om een paar uur samen door te brengen tijdens het weekend. Hij wilde me op sleeptouw nemen voor wat sightseeing in Phnom Penh en ik had maar te zeggen waar ik naar toe wilde.

Toen ik zei Choeong Ek, slikte hij even, maar hij herpakte zich meteen.

Toen ik zei Choeong Ek, slikte hij even, maar hij herpakte zich meteen. ‘Excellent idea, boss. I will pick you up at your hotel at nine tomorrow.’ Een net iets te grote grijns op zijn bruine gelaat. Zijn fijn getrimde snor volgde de grijns, en zijn donkere ogen bekeken mij onderzoekend. Achterdochtige man, dacht ik wat ongemakkelijk.

Rous rijdt met een aftandse Toyota Corolla, en het lijkt er op dat hij in zijn auto woont. Zoveel rommel en voedselresten. Hij is een babbelkous, en duidelijk heel blij dat hij met een westerse zakenman over ernstige dingen kan praten. Hij laveert handig door het drukke zaterdagochtend verkeer. De talrijke 4X4’s blokkeren ongegeneerd de weg. Lexus doet hier goede zaken. Het LX topmodel is heel populair. Het kan niet zwaar en groot genoeg zijn. Binnen enkele jaren is Phnom Penh volledig verstopt en verstikt door deze massieve bakken en hun uitlaatgassen.

That’s my boss’, roept Reaksa ineens uit. Een zwaar gepantserde Lexus schiet voor ons in. Hij heeft een officieel uitziend nummerplaat, en de andere auto’s en toctocs wijken verschrikt uit. ‘That’s my boss’, roept hij nog eens, trots, uit.

‘Dat is een hoge politiechef’, zeg ik verwonderd.

‘Ik ben generaal bij de politie’, zegt Rous. Ik kijk hem ongelovig aan.

Hij stopt me zijn kaartje toe. Het is al zijn tweede.

Op zijn eerste stond: Reaksa Rous. PTS Team Leader/Senior Interpreter. Op zijn tweede staat: Reaksa Rous. Pol. Brig. Gen Reaksa Rous. Senior Police Instructor/Assistant to the President.

Hij geniet kennelijk van mijn verbijstering. ‘De man in die Lexus is mijn president. Ik ben zijn rechterhand. Ik ga volgende week met hem naar een conferentie in Singapore. Ik doe het vertaalwerk voor hem. Hij is machtig maar hij spreekt geen Engels’.

‘Interessant. Was hij betrokken bij de Rode Khmer, zoals premier Hun Sen?’ Geen antwoord. Die vraag was waarschijnlijk net iets te onverhoeds. Geladen stilte in de aftandse Corolla. Rous concentreert zich nadrukkelijk op het verkeer.

Ander onderwerp dan maar. ‘Jij werkt dus voor ons op een free lance basis, of ben je komen spioneren?’ Ik lach net iets te nadrukkelijk om de gedurfde ironie in de verf te zetten. We zijn tenslotte buddies.

‘Ik wil een business training bedrijf opzetten. Vandaag werk ik voor de politie academie en er zijn veel opportuniteiten in Cambodja. Mijn president wil er ook in investeren. Wij zijn geen luiaards. ’ Knipoogje.

‘Interessant,’ kan ik nog net uitbrengen. ‘Laten we erover praten wanneer we terug zijn van Choeong Ek.’

De hel als bezienswaardigheid

‘Wat ga je eigenlijk zoeken in Choeong Ek. Mijn vader en zijn broer zijn er gestorven. Het is een verschrikkelijke plaats. Waarom willen jullie westerlingen daar allemaal naar toe?’ Zijn toon is helemaal veranderd. De gladde jongen is bloedserieus geworden. Zijn snorretje staat strak gespannen.

‘De Killing Fields zijn een toeristische attractie voor jullie. Voor ons is het een gapende wonde. Kan je niet naar je eigen genocides gaan staan staren? Auschwitz? De goelags van Stalin, De Armeense genocide waar de Turken niet over mogen spreken? Jij hebt toch niets met onze Killing Fields te maken. Is het omdat je de film gezien hebt of Survival in the Killing Fields, het boek van Haing Ngor gelezen hebt? Is het omdat je iets wil voelen, een sterke emotie ondergaan?’

Een van de vele masagraven in Choeong Ek

Angkur P (CC BY 2.0)

Zo’n frontale aanval had ik niet verwacht. Wat kan ik zeggen? ‘Ik wil Cambodja begrijpen.’

‘Op de paar dagen dat je hier rond loopt, zal je dat niet lukken. De Cambodjaanse ziel is ondoordringbaar. Begin met kum. ‘

‘Met wat?’

Kum. Gen zal het je uitleggen.’

‘Wie?’

‘Gen. Jouw gids. Ik kom niet op het terrein van Choeong Ek. Gen is een heel wijze en verstandige vrouw.’

Het volgende half uur van de rit naar Choeong Ek brengen we in stilte door. We rijden door rommelige straten, en het verkeer wordt dunner. We passeren de bierfabriek van Hung Sen’s dochter. De tuktuks rijden in colonne en vervoeren blanke lui met korte broeken en kleurige T-shirts naar Choeong Ek.

Het is duidelijk als een toeristische attractie opgevat. De overheid heeft het zelfs aan een extern bedrijf uitbesteed. Cafeetjes met rode plastic stoelen. Memorabilia standjes. Het is een bezienswaardigheid. Een must see voor de Cambodjareiziger, wat Rous er ook van moge zeggen. Wat het voor de Cambodjanen betekent, kan ik niet bevroeden. Ik heb gelezen dat de laatste bazen van de Rode Khmer recent hun proces en straf gekregen hebben. De machtige Khieu Samphan, de nummer 2 na Pol Pot, heeft pas op 7 augustus 2014 zijn straf gekregen van het Khmer Rouge Tribunal. Levenslang. Zo’n ellende verwerk je als volk niet in één of twee generaties, denk ik. Iedereen die 50+ is, moet onuitwisbare littekens hebben.

Dit hoofdstuk mag je overslaan

Gen is een oudere, voorname vrouw die speciale rondleidingen geeft. Haar Engels is voortreffelijk. Dank zij Haing Ngor, die Rode Khmer slachtoffers vanuit de Verenigde Staten hielp, heeft ze aan de Stanford Universiteit in California psychologie kunnen studeren. Ze begroet me met een waardige sampeah: de palmen en vingers van beide handen worden zacht tegen elkaar gedrukt ter borsthoogte. Een heel lichte buiging van het hoofd. Wat een mooi gebaar. Wat een respect hiervan uitgaat. Waarom doen wij dat niet?

We zouden Gen een ervaringsdeskundige kunnen noemen. Bijna heel haar familie werd door de Rode Khmer uitgeroeid.

We zouden Gen een ervaringsdeskundige kunnen noemen. Bijna heel haar familie werd door de Rode Khmer uitgeroeid. Waarom? Omdat haar man, Tak, een leraar was, een strenge leraar, die soms de lat gebruikte.

‘Tralok was één van zijn leerlingen, een luie ongeïnteresseerde pummel, die geregeld van de lat kreeg. Tralok was een Rode Khmer soldaat geworden en hij zou wraak nemen op zijn oude leraar. “Toen je mijn leraar was, noemde je mij lui en je sloeg me. Ik heb een enorme wrok tegen jou opgebouwd en nu gaan jij en je hele familie hiervoor boeten.”

‘Iedereen kon horen wat hij tegen mijn man zei. Hij nam mijn man mee naar een uithoek van Choeong Ek, en hij sloeg zijn hoofd in met een bijl. Mijn schoonmoeder werd in het ziekenhuis door een vriend van Tralok vermoord. Die spoot een witte vloeistof in haar aderen en ze schudde en braakte tien minuten lang voor ze dood viel.’

‘Taks drie zusters werden ook vermoord. Srey, de oudste, had een mooie zijden sjaal die tijdens het huwelijk van haar ouders gebruikt werd. Zij wilde die sjaal niet aan Tralok en zijn kornuiten afgeven. Die verweten haar dat ze hautain was, en dat ze zich beter voelde dan de Khmer soldaten. Ze werd naar een rijstveld gebracht, vastgebonden, uitgekleed en verdronken terwijl haar zusters moesten toekijken. Die andere zusters ondergingen daarna hetzelfde lot.’

‘Taks vier broers werden hier aan het werk gezet, zij moesten excrementen en lijken opkuisen, jaren lang. Tot de Vietnamezen aan de deur stonden. Toen werden ze snel geëxecuteerd en in het graf geworpen dat ze zelf gegraven hadden.’

Gen vertelt dit allemaal op een rustige, gelaten toon. Monotoon. Ik kan het niet meer aanhoren. Haing Ngor vertelt identieke verhalen in zijn boek. Alleen geeft zij telkens een waarschuwing aan de lezer. ‘Dit is weer heel gruwelijk. Als je er niet tegen kan, mag je dit hoofdstuk overslaan.’

istolethetv (CC BY 2.0)

istolethetv (CC BY 2.0)​

Een hoofd voor een oog

Het past natuurlijk niet om het relaas van Gen te onderbreken. ‘Genoeg, Stop, Ik wil het niet meer aanhoren’, wil ik uitroepen. Ineens besluit ze: ‘Dat is kum. ‘ Het kum waar Rous daarstraks melding van maakte.

‘Wat is kum?’, vraag ik voorzichtig.

‘Kum is onevenredige wraak. Een typisch Cambodjaans fenomeen. Een hoofd voor een oog, in plaats van een oog voor een oog.’

Kum is onevenredige wraak. Een typisch Cambodjaans fenomeen. Een hoofd voor een oog, in plaats van een oog voor een oog. Cambodjanen lijken vriendelijke, vredelievende mensen aan de buitenkant, maar aan de binnenkant kunnen ze een verschrikkelijke wrok met zich meedragen en die op een bepaald moment met een alomvattende kracht loslaten. Dan moet alles en iedereen er aan geloven.’

‘De misdaden van Tralok waren zuivere kum. Haat en wrok tegen zijn leraar, wraak voor de vernederingen die hij in de klas moest ondergaan. Een wraak die iedereen in de familie moest treffen. De Khmer zeggen: als je het gras wil maaien, moet je alle wortels erbij nemen.’

‘En jij, Gen? Zit jij vol kum?’ vraag ik beschroomd, en durf haar niet aan te kijken. Rous had me verteld dat zij uit Choeong Ek had kunnen ontsnappen en dat ze drie jaar lang in de jungle had kunnen overleven.

‘Ik heb veel wrok in mijn hart, maar ik laat die niet toe te ontsnappen. Ik probeer hem te controleren, ik mediteer, denk aan de Boeddha, en lees en studeer. Ik probeer mijn kum de meester te blijven. Hem bestuderen helpt mij hem in toom te houden. Tralok leeft nog, weet je. De luie waardeloze student. Die man loopt hier nog rond, de man die mijn man en zijn hele familie uitgeroeid heeft. Ik kan hem een schoft noemen, wat hij is, maar wat baat het?’

Ze pauseert even, om mij de kans te geven het allemaal in te nemen.

Angkur P (CC BY 2.0)

Angkur P (CC BY 2.0)​

‘De Khmer Rouge heeft de kum van de boeren uitgebuit om hen tegen de stadsmensen op te zetten. Het was een klassestrijd van een klasse die minderwaardig behandeld werd door de elite. Pol Pot heeft die diepe wrok van de lagere klasse tegen de hogere heel handig aangewend. De wraak heeft anderhalf miljoen onschuldige mensen vermoord. Zo overweldigend is de Cambodjaanse kum.’

Aangestaard door 10.000 holle ogen

We wandelen langs de pagoda, het ranke dodenmonument in het centrum van Choeong Ek. Het is een sierlijke boeddistische stupa, witte toren met glazen ramen, zo’n dertig meter hoog. Hij bevat 5000 schedels, Mooi gestapeld per geslacht en leeftijd. Tienduizend oogkassen die je aanstaren.

‘Waar zijn al die geesten naartoe? De zielen van deze mensen?’ mompel ik bij mezelf. ‘Waar gaat ons verstand naartoe, als we dood zijn?’

Gen wil weten wat ik daarnet zei. ‘ Ik vraag me af waar de geesten van de mensen die in die lichamen woonden, naartoe zijn? Die kunnen toch niet weg zijn. Elke schedel was een mens.’

‘Die zijn niet weg. Ze komen terug. Wij geloven in reïncarnatie. Samsara, de eindeloze cyclus van wedergeboorte.’