Haïti, de Parel van de Antillen

Berichten over miserie, politieke uitzichtloosheid en economische rampspoed blijven de boventoon voeren als het gaat over Haïti. De Haïtianen zelf hebben er genoeg van. ‘Vertel eens iets positiefs over ons!’, roept een aangeschoten vrouw ons toe op straat. Een bericht van hoop uit het traditionele verdomhoekje van het Westerse halfrond.

  • © Wouter Elsen 'Vele handen maken licht werk', zegt men. Of in het creools: Men anpil, chay pa lou. © Wouter Elsen
  • © Arne Gillis Deze boer kwam na de aardbeving aan als vluchteling in de streek rond Hinche. Met hulp van Mouvman Payzan Papay sloeg hij erin zijn leven weer op rails te krijgen. © Arne Gillis
  • Port-au-princien (cc by-sa 3.0) De gerenoveerde kustpromenade van Jacmel. Port-au-princien (cc by-sa 3.0)
  • © Wouter Elsen Kunstenaar in het atelier van Charlotte Charles. © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen Kunstenaar in het atelier van Charlotte Charles. © Wouter Elsen

Als eerste onafhankelijke zwarte republiek ter wereld stond Haïti een roemrijke toekomst te wachten. De revolutionairen versloegen in 1804 de legers van Napoleon, en heersten twee decennia later over wat nu grote broer, de Dominicaanse Republiek is. Het zijn historische feiten die de Haïtianen vandaag met een mengeling van trots en ongeloof vertellen.

Want wat overschiet van die oude grandeur, is op het eerste zicht bitter weinig. Een handvol door het Westen gesteunde dictators, economische experimenten en natuurrampen hebben de kaarten danig herschud.

De zwartste dag was 12 januari 2010, toen een aardbeving een deel van het land verwoestte.  Schattingen over het aantal doden liepen op tot 230.000. In de daarop volgende periode veranderde het land de facto van naam: ‘Republiek van de Ngo’s’.

‘Wij buigen wel, maar barsten niet’, klinkt het overal.

Vijf jaar na datum beginnen echter de contouren van een betere toekomst zich af te tekenen, niet in het minst in de hoofden van de Haïtianen zelf. ‘Wij buigen wel, maar barsten niet’, klinkt het overal.
Het mag duidelijk zijn dat de Haïtianen zich klaarmaken om opnieuw hun oude naam – de Parel van de Antillen – te claimen. Enerzijds roept de regering zich in internationale kringen schor dat er geïnvesteerd kan worden in Haïti. Anderzijds proberen de Haïtianen zelf meer en meer met succes hun lot in eigen handen te nemen.

Business in paradise

‘Haïti — open for business’, het is zowat de mantra van het beleid van de huidige president Martelly. ‘Het Haïtiaanse volk heeft geen nood aan aalmoezen, maar aan werk dat hun waardigheid herstelt’, verklaarde Martelly op een investeerdersconferentie van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank.

De voormalige charmezanger reisde de wereld rond om de internationale gemeenschap te overtuigen van de vooruitgang die zijn land heeft gemaakt. Met succes. In de afgelopen jaren wist de president enkele internationale ketens naar het land te lokken. Volgens cijfers van het IMF kent Haïti de op één na grootste economische groeicijfers van de Caraïbische regio, 3,8% in 2014.

In afwachting van het neoliberale wonder dat volgens Martelly zal plaatsvinden, blijft de informele economie ondertussen voor velen de enige manier om te overleven.

 ‘De staat is onverantwoordelijk, houdt zich alleen bezig met cosmetische ingrepen, is totaal afwezig, …’ Het zijn vaak gehoorde klachten.

Zo is de gloednieuwe mastodont van het Marriott-hotel een curiositeit in het straatbeeld. Dat wordt namelijk gedomineerd door de verkopers van huishoudmateriaal, tweedehandskleren en gebruikte schoenen. Hun stock wordt in de volksmond ‘kennidies’ genoemd, een verwijzing naar de Amerikaanse president Kennedy, onder wiens ambtsperiode de verzendingen van ingezamelde hulpgoederen begon.

Verkopers kopen heelder bulken tegelijk aan van tussenpersonen, zonder te weten wat er precies in zit. Dan verkopen ze de losse stukken met minieme marges aan voorbijgangers op straat en op geïmproviseerde markten.

Velen van hen wonen nog altijd in tentenkampen – in de hoofdstad Port-au-Prince alleen zo’n 80.000. Ze overleven hand to mouth. ‘De staat is onverantwoordelijk, houdt zich alleen bezig met cosmetische ingrepen, is totaal afwezig, …’ Het zijn vaak gehoorde klachten. Ondertussen zijn het vooral lokale initiatieven met solidaire inslag die de samenleving proberen recht te houden.

Informatie als wapen

Harry Jean, coördinator bij het journalistenplatform Medialternatif, wil verder kijken dan de strikte basisbehoeften van de Haïtianen. ‘Het feit dat iemand in een tentenkamp woont, wil niet zeggen dat deze persoon alleen maar eten en drinken nodig heeft. Er is een gigantische vraag naar informatie. Want het feit dat je in een tentenkamp woont, betekent niet dat je onwetend bent of wil blijven.’

Met zijn organisatie Medialternatif probeert Jean het bewustzijn onder de Haïtianen aan te wakkeren. ‘Zonder informatie kan niemand beslissingen nemen. Daarom zoeken wij naar manieren om de mensen te betrekken bij ons informatieplatform. Jongeren van de wijken maken met onze hulp bijvoorbeeld videoreportages over hun leven. Zo krijgen andere mensen een beter inzicht in hun leefwereld. We hebben ook een radioprogramma dat mensen informeert over hun rechten als burger.’

‘Natuurlijk is het belangrijk om de economie van Haïti te ondersteunen, maar dit kan pas gebeuren als ons bewustzijn hersteld is. Daarvoor is toegang tot correcte informatie nodig.’ 

Voor Jean is de uitwisseling van informatie inderdaad een cruciale stap in de ontwikkeling van het land: ‘Natuurlijk is het belangrijk om de economie van Haïti te ondersteunen, maar dit kan pas gebeuren als ons bewustzijn hersteld is. Daarvoor is toegang tot correcte informatie nodig. Pas als wij ons bewust zijn van onze realiteit, kunnen we uit de vicieuze cirkel van politieke en economische malaise breken.’

Jean schetst het huidige beeld waarbij verschillende lokale organisaties, elk met hun eigen mogelijkheden, de samenleving proberen te genezen. ‘Maar voor echte, duurzame ontwikkeling heb je een project op nationaal niveau nodig. Maar de mensen die nu in het parlement zitten, hebben geen voeling met de sociale basis van de maatschappij. Medialternatif verschaft informatie hierover, en activeert op die manier mensen om te werken aan de toekomst van het land. Want het zijn de Haïtianen die verantwoordelijk zijn voor de toekomst van Haïti.’

Samenwerken in ecodorpen

In een andere regio van het land – het Centrale Plateau van Hinche – speelt het creëren van bewustzijn onder de mensen ook een grote rol. Hier wonen veel mensen die na de aardbeving de chaos van de hoofdstad ontvluchtten. Zonder enige kennis van landbouwtechnieken belandden deze stadsmensen plots in een landelijke regio. Een beweging die indruist tegen de globale tendens: er keerden mensen van de stad terug, naar het platteland.

Veline Saintilmond is landbouwtechniekster bij de lokale boerenbeweging Mouvman Payizan Papay. ‘Na de aardbeving stroomden er hier enorm veel vluchtelingen toe. Eerst vingen we ze op in onze gebouwen, maar na een tijd moesten we een permanente oplossing zoeken. We hebben dus huizen gebouwd voor degenen die zijn gebleven.’

Nu zijn er al zes eco-dorpen verrezen tussen de groene heuvels van het Centrale Plateau. De voormalige stadsbewoners hebben hier van de MPP geleerd om samen te voorzien in voedsel. ‘Wat ze eten, is hetgeen ze zelf produceren’, vertelt Veline. ‘De mensen voelen zich nu op hun gemak. Ze zijn misschien nog niet 100 procent gelukkig, maar hier ademen ze tenminste frisse lucht in en leren ze nieuwe dingen.’

‘Tèt ansamn’, Veline gebruikt de zegswijze graag als ze spreekt over de dorpen. In het Creools betekent dit letterlijk ‘hoofden tesamen’, en het doelt op het gegeven van solidariteit. Het is een zegswijze die volgens haar vooral na de aardbeving toegang heeft gevonden in het dagelijkse leven.

© Arne Gillis

Deze boer kwam na de aardbeving aan als vluchteling in de streek rond Hinche. Met hulp van Mouvman Payzan Papay slaagde hij erin zijn leven weer op rails te krijgen.

De academie van Jacmel

Ook in het zuiden van het land compenseren initiatieven van lokale bevolking als de afwezigheid van de staat.

Jacmel is ongetwijfeld één van de mooiste stadjes van de Parel. Golven blauw water rollen over de witte stranden, het ritme van de traditionele kompamuziek overheerst in de straten. Het hart van de Caraïben.

Port-au-princien (cc by-sa 3.0)

De gerenoveerde kustpromenade van Jacmel

‘De weg mag troosteloos en verlaten zijn, ik wil mijn licht laten schijnen over diegenen die achterblijven’, begint de beeldend kunstenares Charlotte Charles haar verhaal. Het zijn de woorden van een charismatische vrouw in een harde wereld. Charlotte trekt jongeren uit de uitzichtloosheid van het straatleven en de werkloosheid en biedt ze alternatieven. Kunst en solidariteit als grootste gemene delers. In haar sjofele atelier is een groepje aspirant-artiesten bezig met het vervaardigen van kleurrijke tafelonderleggers, anderen zijn verder gevorderd en maken kunstwerken in de speelse stijl van de oude Haïtiaanse meester, Jean-Michel Basquiat.

‘We verdelen alles wat we verkopen onder elkaar. Zo kan ieder van ons leven in financiële onafhankelijkheid. Maar ook al bevind je je in de slechtste situatie, hier moet gewerkt worden. De staat miskent al onze rechten, zowel op gebied van onderwijs, gezondheid als het recht op arbeid. Dus lossen we het zelf maar op’.

© Wouter Elsen

Kunstenaar in het atelier van Charlotte Charles.

De toekomst tegenmoet

De puinhopen van het ingestorte regeringspaleis werden pas enkele maanden geleden geruimd. De krater die tevoorschijn kwam, lijkt de totale onmacht van de staatsinstellingen te symboliseren. Volgens Transparency International bevindt Haïti zich op het gebied van corruptie in het gezelschap van notoire deelgenoten als Tsjaad, Jemen en Zimbabwe.

De gemoederen lopen nog steeds hoog op, getuige de betogingen van de afgelopen weken tegen de regering-Martelly. Maar in het dagelijkse leven zijn het niet de inspanningen van de regering, maar wel het groeiende bewustzijn en de onderlinge solidariteit die vandaag de samenleving versterken.

Het eindpunt – Parel van de Antillen – mag dan nog niet direct in zich zijn, de vele zegswijzen in het Haïtiaanse Creools kunnen niet anders zijn dan de voorbode van een betere toekomst. ‘Vele handen maken licht werk’, zegt men. Of in het creools: Men anpil, chay pa lou.

© Wouter Elsen

Kunstenaar in het atelier van Charlotte Charles.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift