De terugkeer van een Koerdische bloem naar Kobani

Ruïnes, puin en stof: dat is alles wat overblijft van Kobani. Toch keerden in de maanden die volgden op 25 januari 2015 – de datum waarop de Syrisch-Koerdische stad bevrijd werd – al heel wat inwoners terug naar Kobani. Onder hen een tienjarig meisje en haar ouders. Ze heet Wardé (bloem in het Arabisch) en draagt evenveel moed als diegenen de inwoners van Kobani “de bloemen van Koerdistan” noemen.

© Maëlle Grand Bossi

Zodra de Turks-Syrische grens zich in de ochtend opent, heerst er een intense drukte. Bestelwagens vol  grote linnen zakken, tractors vol meubels en voertuigen beladen met mensen en goederen rijden de stad binnen. Het zijn de inwoners van Kobani, die terugkeren naar hun thuis.

Hun komst doet het stof in de straten opwaaien. Een imposante vrouw steekt vastberaden te voet de grens over, met slechts één tas in de hand. Een kromgebogen oude man kijkt op en werpt een vluchtige blik op de schade. Bijna tachtig procent van de stad Kobani werd verwoest. De meeste straten zijn bedolven onder het puin. En zelfs in minder getroffen gebieden dragen de door kogels doorzeefde muren het stigma van de oorlog.

De oude man voegt zich terug bij zijn familie die staat te wachten. Een klein meisje met een rode trui, Wardé, leunt met haar rug tegen een bestelwagen in een poging om de lading –die elk moment kan vallen– tegen te houden. Wardé is tien jaar. In de bestelwagen zitten alle bezittingen van haar en haar familie.

© Maëlle Grand Bossi

Bijna tachtig procent van de stad Kobani werd verwoest.

Vleugje kleur

Het voertuig is op weg naar een voorstad in het oosten van Kobani, één van de meest getroffen zones. De staat waarin Wardé ’s wijk zich bevindt is het bewijs van de gewelddadig confrontaties. Toch valt er op Wardé ’s gezicht geen enkel emotie af te lezen wanneer ze de wijk binnenrijdt. Haar amberkleurige ogen rusten op het gehavende landschap, en haar gezicht toont pas terug een kinderlijke expressie wanneer ze naar een gebouw wijst dat ze herkent. Een bundeltje hout valt van de bestelwagen. Zonder stoppen rijden ze door. Op dit moment is terugkeren naar huis belangrijker.

Haar rode truitje als een kleurrijke vlek in het grijze puin.

De bestelwagen stopt en lost een deel van de lading bij een naburig huis. Wardé stapt uit, loopt een steegje in en keert voor het eerst sinds het begin van het conflict terug naar de plaats waar ze vroeger speelde. Haar rode truitje als een kleurrijke vlek in het grijze puin. Aangekomen bij het huis loopt Wardé door een deurkozijn waar geen muren meer rondstaan. Ze gaat een kamer binnen met een enorm gat in de muur. Aan de achterzijde van het huis is de slaapkamer, de enige kamer van het huis die intact is. Dit is waar Wardé vanaf nu zal wonen.

De ouders van Wardé komen ook de bestelwagen uit. Ze herenigen zich met neven, nonkels, tantes en andere familieleden, die hen komen begroeten en omhelzen. Onder hen is de negentienjarige Aram, grote broer van Wardé die een keffiyeh om zijn hoofd draagt. Hij bleef zonder zijn familie in Kobani om te vechten voor zijn stad, en helpt hen nu zakken uit de bestelwagen halen.

© Maëlle Grand Bossi

De negentienjarige Aram (rechts), grote broer van Wardé, bleef zonder zijn familie in Kobani om te vechten voor zijn stad.

‘In september 2014, toen IS de controle name over de stad, handelden zij met zo een wreedheid dat ik mijn familie naar de Turks-Syrische grens heb gebracht. Ik bleef zelf in Kobani en om met de Koerdische militie YPG/YPJ tegen de IS-strijders te vechten’, vertelt hij.

Als de dood

‘We waren door vrienden gewaarschuwd dat we niet in Kobani mochten blijven’, komt Wardé tussenbeide. ‘We wilden niet vertrekken, maar we hadden geen keuze.’ Wardé vluchtte met haar ouders naar het kamp van Arin Mirhkan in Suruç, een Turkse grensstad.

© Maëlle Grand Bossi

in het vluchtelingenkamp Arin Mirhkan in Suruç, een Turkse grensstad.

‘Toen ik aankwam in het kamp, voelde het alsof ik dood was. Ik wilde niets liever dan terugkeren. Mijn moeder was dapper, ze vertelde me steeds dat we binnen enkele dagen zouden terugkeren naar huis. Uiteindelijk bleven we er zeven maanden. Soms weende ik als niemand me zag, of samen met mijn moeder, omdat we bang waren dat Aram iets zou overkomen.’

‘Al mijn vrienden raakten gewond, één iemand stierf. Ik was zelf  gewond in mijn dij’.

‘Tijdens de gevechten lag ons huis vlakbij de frontlinie’, zegt Aram. ‘In de laatste aanval, één van de meest gewelddadige, vielen zeker tien doden van de YPG/YPJ. Mijn vrienden en ik woonden in ons huis, we kookten en sliepen elk om beurt. Op een gegeven moment bombardeerde IS ons huis met een mortier. Toen moesten we gaten in de muren maken om de lichamen vanonder het puin te krijgen. Al mijn vrienden raakten gewond, één iemand stierf. Ik was zelf  gewond in mijn dij’, zegt Aram. ‘Een vriend nam me mee naar het ziekenhuis in Suruç en ik bleef een maand bij mijn gezin in het kamp. Eens ik hersteld was keerde ik terug naar Kobani om het Koerdische land te bevrijden.’

Aram verdedigde Kobani met zijn Kalasjnikov tot de stad uit de handen van IS bevrijd werd op 25 januari 2015. Het verzet van de YPG/YPJ tegen IS was fenomenaal,  en gaat nog steeds door. Elke dag bezoekt Aram de frontlinie veertig kilometer buiten de stad. ‘We hebben negenennegentig procent van de dorpen rond Kobani bevrijd, maar er rest ons nog één procent te gaan’, vertelt hij. ‘Turkije moet stoppen met de jihadisten te ondersteunen. Gelukkig hebben de Koerden democratische sympathisanten in het buitenland, die ons helpen om mensenrechten te verdedigen. De PKK-strijders, YPG/YPJ en andere Koerdische strijdkrachten beschermen en redden niet enkel de Koerden, maar ook andere minderheden in Mesopotamië.’

© Maëlle Grand Bossi

Blijven in Kobani

Rojava –Syrisch  Koerdistan– wordt omringd door extremisten van IS, het bloeddorstige regime van Assad en de Turkse staat die de identiteit van de Koerden ontkent. De Koerden worden geconfronteerd met een verstikkend embargo, een Arabische dictatuur, cynische berekeningen van wereldmachten, etnische spanningen en sektarische tirannie. Toch blijven democratische bewegingen in Rojava strijden voor een democratisch samenleving waarin alle etnische groepen naast elkaar leven en een betere toekomst creëren.

Arabische dictatuur en sektarische tirannie, termen die geen deel uitmaken van het jargon van een tienjarig meisje. Toch weet Wardé maar al te goed wat oorlog is en welke effecten dat heeft, zoals honger en angst. ‘Toen we terug thuiskwamen, flitsten herinneringen aan alles wat ik voor de oorlog had doorheen mijn hoofd’, vertelt ze. ‘Ik mis mijn vriendinnetjes vreselijk. Er zijn nog maar een paar families terug in de wijk. En ik ben continue bang dat IS zal terugkeren. Ik verlang er zo naar dat de oorlog stopt en dat mijn vrienden terugkeren.’

© Maëlle Grand Bossi

Aram neemt Wardé mee naar alle ceremonies van martelaren. Ze nemen ook deel aan politieke en culturele evenementen van de stad.

Elke dag sterven er mensen in de strijd om Kobani. ‘Er zijn ongeveer tien martelaren per week’, vertelt Aram. Tijdens de week van 20 tot 26 april 2015 werden negen strijders in actie gedood. Aram neemt Wardé mee naar alle ceremonies van martelaren. Ze nemen ook deel aan politieke en culturele evenementen van de stad, dragen spandoeken en vlaggen, scanderen bekende slogans en zingen revolutionaire liederen. Net zoals veel Koerden in Kobani doet Aram dat vrijwillig, omdat hij verlangt naar vrijheid, rechtvaardigheid en democratie in Koerdistan.

Na talloze tragedies, slachtpartijen en trauma’s die de regio hebben getroffen, brengt tijd veerkracht. Diezelfde veerkracht nam ik ook waar in de mysterieuze amberkleurige ogen van Wardé. Met haar kinderlijke stem vertelt ze rebels dat ze een bloem van Koerdistan is, een bijnaam voor de vrouwelijke Koerdische strijders. Vervolgens concludeert ze, met een zekere volwassenheid: ‘Ik ben teruggekeerd naar Kobani, ook al hebben we geen huis meer. We hebben vandaag  geen elektriciteit of water, en we hebben maar één kaars. Ik was op het begin niet zeker of ik hier wel wou blijven, in Kobani. Maar ik heb nagedacht, en dit is mijn stad. Ik ben niet van plan ze ooit nog te verlaten.’

Dit artikel werd vertaald uit het Frans door Lina Janssen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift